MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Orgaanstelsels
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Orgaanstelsels

Hoewel elk orgaan een eigen functie heeft, werken organen ook samen als onderdeel van een groep, het zogeheten ‘orgaanstelsel'. De indeling in orgaanstelsels wordt gebruikt voor de bestudering van de geneeskunde, de indeling van ziekten en de opstelling van behandelplannen. Dit boek is in grote lijnen ingedeeld aan de hand van de orgaanstelsels.

Een voorbeeld van een orgaanstelsel is het cardiovasculaire stelsel, dat bestaat uit het hart (cardio) en de bloedvaten (vasculair). Het cardiovasculaire stelsel is verantwoordelijk voor het rondpompen en laten circuleren van het bloed. Het spijsverteringsstelsel, dat van mond tot anus loopt, is verantwoordelijk voor de opname en vertering van voedsel en de uitscheiding van afvalstoffen. Dit stelsel omvat niet alleen de maag, dunne en dikke darm, die het voedsel transporteren, maar ook bijbehorende organen als de alvleesklier, lever en galblaas, die spijsverteringsenzymen produceren, gifstoffen verwijderen en stoffen opslaan die bij de vertering nodig zijn. Het bewegingsapparaat bestaat uit de botten, spieren, banden, pezen en gewrichten, die samen het lichaam steun bieden en in beweging brengen.

Orgaanstelsels werken natuurlijk niet allemaal afzonderlijk. Wanneer iemand bijvoorbeeld een zware maaltijd heeft gegeten, heeft het spijsverteringsstelsel meer bloed nodig om zijn functies te kunnen uitoefenen. Het roept dan ook de hulp in van het cardiovasculaire stelsel en het zenuwstelsel. De bloedvaten van het spijsverteringsstelsel worden wijder, zodat er meer bloed doorheen kan stromen. Er worden zenuwimpulsen naar de hersenen gestuurd om door te geven dat er meer arbeid wordt geleverd. Door middel van zenuwimpulsen en chemische stoffen die aan de bloedbaan worden afgegeven, oefent het spijsverteringsstelsel zelfs rechtstreeks invloed op het hart uit. Het hart reageert hierop door meer bloed rond te pompen terwijl de hersenen een afgenomen hongergevoel, meer verzadiging en een verminderde interesse in zware inspanning registreren.

De communicatie tussen organen en orgaanstelsels is van essentieel belang. Dankzij deze communicatie kan het lichaam de functie van elk orgaan aan de behoeften van het gehele lichaam aanpassen. Het hart moet weten wanneer het lichaam rust, zodat het langzamer kan kloppen, en wanneer organen meer bloed nodig hebben, zodat het sneller kan kloppen. De nieren moeten weten wanneer het lichaam te veel vocht bevat, zodat ze meer verdunde urine kunnen produceren, en wanneer het lichaam uitgedroogd raakt, zodat ze water kunnen vasthouden.

Door communicatie houdt het lichaam zichzelf in evenwicht. Dit wordt ‘homeostase' genoemd. Dankzij homeostase produceren de organen nooit te veel of te weinig stoffen en beïnvloedt elk orgaan de functies van alle andere organen.

De communicatie die door de homeostase in stand wordt gehouden, wordt mogelijk gemaakt door middel van het zenuwstelsel of door chemische signalen. Het autonome zenuwstelsel bestuurt grotendeels het ingewikkelde communicatienetwerk dat de lichaamsfuncties reguleert. Dit deel van het zenuwstelsel functioneert zonder dat de mens erbij nadenkt en zonder veel merkbare aanwijzingen dat het werkt. De chemische stoffen die bij de communicatie worden gebruikt, heten ‘transmitters'. Transmitters die door een orgaan worden aangemaakt en via de bloedbaan bij andere organen terechtkomen, heten ‘hormonen'. Transmitters die boodschappen overbrengen tussen verschillende delen van het zenuwstelsel, worden ‘neurotransmitters' genoemd.

Een van de bekendste transmitters is het hormoon epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
(adrenaline). Wanneer iemand plotseling onder druk komt te staan of bang wordt, versturen de hersenen onmiddellijk een boodschap aan de bijnieren, die snel epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
afgeven. Binnen enkele ogenblikken verkeert het gehele lichaam dankzij deze chemische stof in staat van paraatheid, een reactie die ook wel ‘fight or flight' (‘vechten of vluchten') wordt genoemd. Het hart klopt sneller en krachtiger, de pupillen verwijden zich om meer licht te kunnen opvangen, de ademhaling versnelt en de activiteit van het spijsverteringsstelsel neemt af zodat er meer bloed naar de spieren kan stromen. Het effect is snel en heftig.

Andere chemische boodschappen zijn minder opvallend, maar even effectief. Wanneer het lichaam bijvoorbeeld uitgedroogd raakt en meer water nodig heeft, stroomt er minder bloed door het cardiovasculaire stelsel. Deze afgenomen hoeveelheid bloed wordt waargenomen door receptoren in de halsslagaders. Deze slagaders reageren hierop door via de zenuwen impulsen te sturen naar de hypofyse, gelegen in het onderste deel van de hersenen. De hypofyse maakt vervolgens het antidiuretisch hormoon aan. Dit hormoon geeft aan de nieren het signaal af om de urine te concentreren en meer water vast te houden. Tegelijkertijd nemen de hersenen een gevoel van dorst waar, waardoor men tot drinken wordt aangezet.

Het lichaam heeft ook een groep organen die als primaire taak hebben hormonen te produceren die de werking van andere organen reguleren. Deze organen vormen het endocriene of hormonale stelsel. Zo maakt de schildklier het schildklierhormoon aan, dat de stofwisselingssnelheid reguleert (de snelheid waarmee de chemische processen van het lichaam plaatsvinden). De alvleesklier produceert insuline, die het gebruik van suiker reguleert, en de bijnieren produceren epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
, die tal van organen stimuleert om het lichaam op stress voor te bereiden.

illustrative-material.table-short 1

BELANGRIJKSTE ORGAANSTELSELS

stelsel

organen in het stelsel

stelsel

organen in het stelsel

cardiovasculaire stelsel

hart

bloedvaten (slagaders, haarvaten, aders)

spijsverteringsstelsel

mond

slokdarm

maag

dunne darm

dikke darm

endeldarm

anus

lever

galblaas

alvleesklier (het deel dat enzymen aanmaakt)

appendix (wormvormig aanhangsel, ‘blinde darm')

ademhalingsstelsel

neus mond keel strottenhoofd luchtpijp bronchiën longen

hormoonstelsel

schildklier

bijschildklier

bijnieren

hypofyse

alvleesklier (het deel dat insuline aanmaakt)

maag (de cellen die gastrine aanmaken)

epifyse (pijnappelklier)

eierstokken

zaadballen

zenuwstelsel

hersenen

ruggenmerg

zenuwen (zowel de zenuwen die de prikkels naar de hersenen vervoeren als de zenuwen die prikkels vanuit de hersenen naar spieren en organen vervoeren)

urogenitaal stelsel

nieren

urineleiders

blaas

plasbuis

huid

huid (zowel het oppervlak dat doorgaans als de huid wordt gezien als de onderliggende bindweefselstructuren, met inbegrip van vet, klieren en bloedvaten)

voortplantingsorganen van de man

penis

prostaat

zaadblaasjes

zaadleiders

zaadballen

bewegingsapparaat

spieren

pezen en bindweefselbanden

botten

gewrichten

voortplantingsorganenvan de vrouw

schede (vagina)

baarmoederhals

baarmoeder

eileiders

eierstokken

bloed

bloedcellen en -plaatjes

plasma (vloeibare deel van het bloed)

beenmerg (waar de bloedcellen worden aangemaakt)

milt

zwezerik

   

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Cellen

Volgende: Weefsels en organen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer