MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Gentechnologie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Gentechnologie

Dankzij de snelle technologische ontwikkelingen is men steeds beter in staat genetische aandoeningen op te sporen, zowel vóór als na de geboorte.

Een van de projecten waaraan momenteel wordt gewerkt, het Humaan Genoom Project, betreft de identificatie en het in kaart brengen van alle genen op de menselijke chromosomen. Het project is nagenoeg voltooid en de menselijke genetische code is volledig in kaart gebracht. Hopelijk biedt deze informatie de mogelijkheid om gezondheidsrisico's beter te voorspellen en betere, individueel afgestemde therapieën te ontwikkelen. Er gaan echter ook stemmen op dat deze informatie oneigenlijk zou kunnen worden gebruikt om mensen met een hoog risico van een bepaalde ziekte een ziektekostenverzekering te weigeren.

Verder wordt er onderzoek gedaan naar afzonderlijke genen om meer over bepaalde ziekten te weten te komen. Er bestaan diverse manieren om ten behoeve van onderzoek voldoende kopieën van een gen te produceren. In een laboratorium wordt het gen dat moet worden gekopieerd, gewoonlijk ingebouwd in het DNA van een bacterie. Telkens wanneer de bacterie zich vermenigvuldigt, maakt deze een exacte kopie van al het DNA, dus ook van het gedeelte waar het vreemde gen is ingebouwd. Bacteriën vermenigvuldigen zich zeer snel, dus er kunnen binnen zeer korte tijd miljarden kopieën van het oorspronkelijke gen worden aangemaakt.

Een andere techniek om DNA te kopiëren is de polymerasekettingreactie (polymerase chain reaction, PCR). Een specifiek stukje DNA, bijvoorbeeld een bepaald gen, kan in een laboratorium worden gekopieerd (amplificatie). Van één DNA-molecuul zijn na 30 verdubbelingen (slechts enkele uren later) ongeveer een miljard kopieën geproduceerd.

Met behulp van een gen-probe kan een specifiek gen in een bepaald chromosoom worden opgespoord. Een gekloond of gekopieerd gen wordt een ‘gemerkte' probe door er een radioactief atoom aan toe te voegen. De probe gaat op zoek naar het spiegelbeeld van zijn DNA-segment en hecht zich daaraan. Vervolgens kan de radioactieve probe door middel van verfijnde fotografische technieken worden opgespoord. Met behulp van gen-probes kunnen verscheidene ziekten voor of na de geboorte worden vastgesteld. In de toekomst zal het waarschijnlijk mogelijk zijn om door middel van dergelijke probes mensen op tal van ernstige genetische aandoeningen te onderzoeken. Overigens zal niet bij iedereen die het gen voor een bepaalde aandoening bezit, de betreffende ziekte ook werkelijk ontstaan: er kan sprake zijn van non-penetrantie.

De Southern-blotting-techniek wordt algemeen gebruikt om DNA-fragmenten te identificeren. Uit de cellen van de te onderzoeken persoon wordt DNA geïsoleerd. Dit wordt vervolgens met een zogeheten ‘restrictie-enzym' nauwkeurig in fragmenten geknipt. De fragmenten worden gescheiden in een gel met behulp van een techniek die ‘elektroforese' heet, op filtreerpapier geplaatst en met een gemerkte probe bedekt. Aangezien de probe zich alleen aan zijn spiegelbeeld bindt, identificeert deze elk DNA-fragment dat met de probe overeenkomt.

illustrative-material.sidebar 1

En toen waren er twee

Een kloon is een groep genetisch identieke cellen of organismen die zijn afgeleid van één cel of één individu. Klonen (de productie van klonen) wordt in de landbouw al jaren algemeen toegepast. Een plant kan worden vermeerderd (gekloond) door een stukje van de oorspronkelijke plant te nemen en daar een nieuwe plant uit te laten groeien. De nieuwe plant is dan een exacte kopie (kloon) van de oorspronkelijke plant. Een vergelijkbare methode kan worden toegepast bij lagere dieren als platwormen: als een platworm in tweeën wordt gesneden, groeit er een nieuwe kop aan de staart en een nieuwe staart aan de kop. Dergelijke eenvoudige technieken werken echter niet bij hogere dieren als schapen of mensen.

Bij de inmiddels beroemde ‘Dolly'-experimenten werden cellen afkomstig van een schaap (donorcellen) gefuseerd met onbevruchte eicellen van een ander schaap (ontvangende cellen) waaruit het natuurlijke genetische materiaal door microchirurgie was verwijderd. Het genetische materiaal uit de donorcellen werd zo overgebracht in de onbevruchte cellen, die vervolgens een complete set genen bevatten (alsof ze op de normale wijze door zaadcellen waren bevrucht). De eicellen ontwikkelden zich daarna tot embryo's. De zich ontwikkelende embryo's werden geïmplanteerd in een ooi (de draagmoeder), waar ze zich op natuurlijke wijze verder ontwikkelden. Eén van de embryo's bleef in leven en het lam dat daaruit werd geboren, heette ‘Dolly'. Zoals verwacht was Dolly een exacte genetische kopie (kloon) van het

waar ze zich op natuurlijke wijze verder ontwikkelden. Eén van de embryo's bleef in leven en het lam dat daaruit werd geboren, heette ‘Dolly'. Zoals verwacht was Dolly een exacte genetische kopie (kloon) van het oorspronkelijke schaap waaruit de donorcellen waren verwijderd, en niet van het schaap dat de eicellen had geleverd. Het onderzoek naar klonen gaat door, maar voorzover bekend zijn er nog geen pogingen ondernomen om mensen te klonen, deels als gevolg van de technische problemen, deels door ethische problemen en inspanningen van de overheid om het klonen van mensen onwettig te verklaren. Klonen hoeft echter niet uitslui

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Genafwijkingen

Volgende: Gentherapie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer