MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Componenten van preventie

De preventieve geneeskunde kent vier hoofdcomponenten: 1. vaccinatie ter voorkoming van infectieziekten (zoals polio en mazelen); 2. screeningsprogramma's (bijvoorbeeld voor hoge bloeddruk, diabetes en kanker); 3. chemopreventie (medicamenteuze therapie, bijvoorbeeld met cholesterolverlagende middelen ter voorkoming van atherosclerose (‘aderverkalking'), acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) ter voorkoming van hartinfarct of CVA, antihypertensiva (bloeddrukverlagende middelen) om de bloeddruk te verlagen en een CVA te voorkomen) en 4. voorlichting om mensen aan te zetten tot een gezondere levensstijl (zoals niet roken, veiligheidsgordels dragen en gezond eten).

Preventie kan op drie niveaus plaatsvinden: primair, secundair of tertiair. Primaire preventie is erop gericht te voorkomen dat de aandoening zich manifesteert, veelal door de risicofactoren voor een gezondheidsprobleem te verkleinen of uit te sluiten. Vaccinatie, chemopreventie en voorlichting zijn vormen van primaire preventie. Welk type primaire preventieve zorg wordt verstrekt, hangt af van de gezondheid en het risicoprofiel van de betreffende persoon.

Bij secundaire preventie wordt de aandoening in een vroege fase ontdekt en behandeld, vaak nog voordat er symptomen zijn. Daardoor wordt het risico van een ongunstige afloop geminimaliseerd. Secundaire preventie kan plaatsvinden in de vorm van een bevolkingsonderzoek, bijvoorbeeld mammografie voor opsporing van borstkanker. Verder kan men de sekspartners opsporen van iemand bij wie een seksueel overdraagbare aandoening (soa) is vastgesteld, zodat zij indien nodig kunnen worden behandeld en verspreiding van de ziekte wordt tegengegaan.

Bij tertiaire preventie wordt een bestaande, meestal chronische aandoening onder controle gehouden om verder functieverlies te voorkomen. Tertiaire preventie bij mensen met diabetes bijvoorbeeld is gericht op nauwlettende controle van de bloedglucosespiegel, optimale huidverzorging en het nemen van voldoende lichaamsbeweging om hart- en vaatziekten te voorkomen. Ook ondersteuning en revalidatie om de kwaliteit van leven te optimaliseren behoren tot tertiaire preventie, bijvoorbeeld revalidatie na een verwonding, hartinfarct of CVA. Tertiaire preventie omvat ook de preventie van complicaties bij mensen met een handicap, bijvoorbeeld voorkoming van doorliggen (decubitus) bij bedlegerige mensen.

Preventie bij kinderen en tieners: de medische zorg die kinderen ontvangen is grotendeels preventief (zie Gezonde pasgeborenen en zuigelingen: Preventie en onderzoeken door de arts, zie Normale peuters en schoolkinderen: Preventieve gezondheidszorg, zie Normale adolescenten: Preventieve gezondheidszorg). De regelmatige bezoeken van baby's en peuters aan het consultatiebureau zijn vooral afgestemd op primaire preventie. De meeste vaccinaties worden tijdens de kinderjaren toegediend. Lengte en gewicht worden periodiek gemeten om de groei van het kind te controleren (zie ). Andere onderzoeken als controle van het gezichtsvermogen en gehoor worden op gezette tijden uitgevoerd. Ouders kunnen adviezen krijgen over veiligheidsmaatregelen als veilige kinderzitjes, fietshelmen, rook- en koolmonoxidedetectors, brandblussers, brandvertragend beddengoed, regelmatige reiniging en inspectie van verwarmingssystemen en kachels, het gebruik van raambeveiligingen en traphekjes, verwijdering van loodhoudende verf uit oudere woningen en veilige opslag van geneesmiddelen en giftige stoffen. Ouders worden tevens voorgelicht over wat kinderen aan voeding en lichaamsbeweging nodig hebben, de gevolgen van passief roken en de noodzaak van regelmatige gebitscontroles.

De zorg die tieners en jongvolwassenen ontvangen, is eveneens voornamelijk preventief van aard. Sommige vaccinaties, zoals het vaccin voor DTP (difterie/tetanus/polio) en BMR-2 (bof/mazelen/rodehond) worden voor het laatst toegediend als het kind negen jaar oud is. Bij een onderzoek worden vrijwel altijd lengte en gewicht gemeten (zie ). Een ander belangrijk aspect van het onderzoek is het zoeken naar aanwijzingen voor depressie en zelfmoordneigingen. Verder kan naar aanleiding van de screening aan jonge vrouwen worden aangeraden om een uitstrijkje te laten maken. Ook kan bij hen de immuniteit voor het rubellavirus (rodehond) worden gecontroleerd en er kan worden gekeken naar drank- of druggebruik.

Tieners en jongvolwassenen dienen voorlichting te krijgen over de gevaren van tabaks- en druggebruik, over alcoholgebruik bij minderjarigen, over het belang om geen alcohol te drinken vóór het autorijden of zwemmen en over voorkoming van soa's en ongewenste zwangerschap. Centraal bij een bezoek aan de arts staan verder het belang van een evenwichtige voeding met weinig vet en cholesterol en voldoende calcium (met name bij meisjes) en de noodzaak van regelmatige lichaamsbeweging. Chemopreventie (medicamenteuze therapie ter voorkoming van ziekte) speelt nauwelijks een rol in deze leeftijdsgroep. Jonge vrouwen die zwanger willen worden, krijgen meestal het advies om foliumzuur te gebruiken.

Preventie tot middelbare leeftijd: maatregelen voor preventieve zorg zijn ook noodzakelijk voor de leeftijdsgroep tussen 25 en 64 jaar. De belangrijkste risico's voor deze leeftijdsgroep worden bepaald door periodieke controle van bloeddruk, lengte, gewicht en cholesterolspiegels. Sommige deskundigen bevelen ook controle van de bloedglucosespiegel aan. Een behandelaar kan op depressie en stress controleren door vragen te stellen over stemmingen en slaappatronen. Om te bepalen of er sprake is van gezondheidsrisico's kunnen ook vragen worden gesteld over de werkomgeving.

Voor vrouwen tussen de 30 en 60 jaar wordt een uitstrijkje (voor baarmoederhalskanker) en voor vrouwen tussen de 50 en 75 jaar wordt een mammografie aanbevolen (afhankelijk van de leeftijd of de incidentie van borstkanker in de familie). Zelfonderzoek van de borsten wordt in andere landen gestimuleerd, maar in Nederland wordt het niet geadviseerd door het ontbreken van effectiviteit. Sommige deskundigen adviseren om mannen boven de 50 jaar (of eerder bij een verhoogd familiair risico) jaarlijks rectaal te onderzoeken op prostaatkanker. In plaats daarvan of in aanvulling hierop wordt soms bloedonderzoek naar PSA (prostaatspecifiek antigeen) aanbevolen. Deze methoden voor prostaatcarcinoompreventie worden echter niet standaard aan de doelgroep aangeraden in Nederland. Zelfonderzoek van de zaadballen kan een methode zijn om zaadbalkanker op te sporen, vooral bij mannen in de leeftijdsgroep van adolescentie tot 40 jaar. Aan mannen en vrouwen boven de 50 jaar die een verhoogde kans op dikkedarmkanker hebben, wordt periodieke sigmoïdoscopie aangeraden.

Afhankelijk van het risicoprofiel kan de behandelaar voorlichting geven over stoppen met roken, het mijden van alcohol of bepaalde stoffen (drugs en sommige kalmerende geneesmiddelen) tijdens autorijden, het gebruik van veiligheidsgordel en helm, over rook- en koolmonoxidedetectors in huis en periodieke reiniging en inspectie van verwarmingssystemen en kachels. Mensen die vaak buitenshuis zijn op plaatsen waar teken voorkomen, wordt aangeraden om voorzorgsmaatregelen te treffen ter voorkoming van de ziekte van Lyme. (zie Bacteriële infecties: Ziekte van Lyme)

illustrative-material.table-short 3

MOGELIJKE SCREENING (SCHEMA) BIJ VOLWASSENEN

onderzoek

leeftijd (jaren)

hoe vaak

bloeddruk

60 en ouder

iedere 5 jaar, op indicatie vaker

gewicht

18 en ouder

bij ieder bezoek aan de huisarts, of jaarlijks

cholesterol

35 en ouder (mannen); 45 en ouder (vrouwen)

indien er andere risicofactoren voor hart- en vaatziekten aanwezig zijn

gehoor

65 en ouder

periodiek

mammografie

40 en ouder (vrouwen)

als bevolkingsonderzoek voor vrouwen van 50-75 jaar

uitstrijkje van baarmoederhals

18 en ouder (vrouwen)

één keer in de 4 jaar

sigmoïdoscopie

50 en ouder

bij verhoogd risico

gebits- en mondonderzoek

18 en ouder

(half)jaarlijks

botdichtheid

65 jaar en ouder

periodiek bij verhoogd risico

Waarschijnlijk zal de behandelaar ook het belang benadrukken van een uitgebalanceerd, vetarm voedingspakket (met volkorenproducten, vers fruit, verse groenten en voldoende calcium) en het belang van regelmatige lichaamsbeweging. Seksueel gedrag komt eveneens ter sprake. Wederom afhankelijk van het risicoprofiel van de persoon kan de nadruk daarbij liggen op de preventie van soa's en ongewenste zwangerschap. Vrouwen die zwanger willen worden, krijgen het advies om een vitaminepreparaat met foliumzuur te gebruiken, niet meer te roken en het alcoholgebruik te beperken.

Vaccinaties zijn bij deze leeftijdsgroep minder van belang, behalve voor mensen uit risicogroepen (hart- en longaandoeningen, diabetes en nierziekten en alle 65-plussers), voor wie griep of longontsteking een verhoogd risico kan zijn. Zij kunnen baat hebben bij een jaarlijkse griepprik. Mensen zonder milt wordt een pneumokokkenvaccin (tegen longontsteking) geadviseerd. Het pneumokokkenvaccin dient iedere vijf jaar opnieuw te worden toegediend. Het hepatitis-B-vaccin (HBV) wordt aanbevolen voor werkers in de gezondheidszorg, mensen met een verhoogd risico van blootstelling aan bloed en bloedproducten en aan allochtonen en (wereld)reizigers.

Vrouwen die last hebben van overgangsklachten, krijgen voorlichting over de mogelijkheid van kortdurende hormoonsuppletietherapie. (zie Menopauze: Behandeling)

Andere mogelijkheden van chemopreventie zijn onder meer acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) voor mensen met een verhoogde kans op een hartinfarct, cholesterolverlagende middelen voor mensen met een hoge cholesterolspiegel die niet reageert op dieet en lichaamsbeweging, en geneesmiddelen om de botdichtheid op peil te houden bij mensen die aan osteoporose lijden of met een verhoogde kans op deze aandoening. (zie Osteoporose)

Preventie bij ouderen: bij mensen boven de 65 jaar speelt preventieve zorg eveneens een grote rol. Er zijn tal van controleonderzoeken mogelijk, zoals het meten van bloeddruk, lengte en gewicht, bloedglucose en cholesterol, onderzoek van het gezichtsvermogen en het gehoor, controle op dikkedarmkanker voor risicogroepen en botdichtheidsmeting bij vrouwen. Een aantal controleonderzoeken is echter alleen mogelijk na indicatie van een arts.

Er kan voorlichting worden gegeven over stoppen met roken, beperking van alcoholgebruik, valpreventie (het weghalen van losse kleedjes en plaatsing van handgrepen in de badkamer), aangepaste apparatuur als een telefoon met extra grote cijfertoetsen, instelling van de warmwatervoorziening op niet meer dan 55 graden Celsius om brandwonden te voorkomen, het voorkomen van soa en de noodzaak van regelmatige gebitscontroles.

Het belang van een uitgebalanceerd voedingspakket met weinig vet en cholesterol wordt benadrukt, evenals de inname van voldoende calcium, vitamine D en vitamine K, in het bijzonder bij vrouwen ter voorkoming van osteoporose. Regelmatige lichaamsbeweging is op deze leeftijd nog steeds zinvol en kan bijdragen aan voorkoming van gezondheidsproblemen als hartaandoeningen, diabetes, CVA, osteoporose en kanker.

Voor mensen uit deze leeftijdsgroep wordt een jaarlijkse griepprik geadviseerd.

Er zijn diverse vormen van chemopreventie, zoals cholesterolverlagende middelen ter voorkoming van atherosclerose (aderverkalking), antihypertensiva om de bloeddruk te reguleren en een CVA te voorkomen en middelen die de botdichtheid op peil houden ter voorkoming van osteoporose of, als reeds osteoporose bestaat, voorkoming van botbreuken (fracturen).

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Het belang van preventie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer