MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Vaststelling van het functioneringsniveau

De diverse blijvende gevolgen van een ziekte of ongeval kunnen nauw met elkaar samenhangen. Daarom is een systematische inventarisatie noodzakelijk om de complexe gevolgen te analyseren en een behandelplan op te stellen. Met behulp van de Internationale Classificatie van het Menselijk Functioneren (ICF), een naslagwerk van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), kan het menselijk functioneren op drie niveaus worden beschreven.

Het eerste niveau betreft de functie van een orgaan of hoe een functie door een gestoorde orgaanfunctie vermindert. Voorbeelden zijn bewegingsbeperkingen in gewrichten (bijv. contracturen), spierkrachtvermindering (bijv. parese) en functiestoornissen met betrekking tot verstandelijke vermogens (cognitieve stoornissen, bijv. inprentingsstoornissen, geheugenstoornissen). Meting van dit niveau vindt plaats door apparatuur, observatieschalen en/of (neuro)psychologisch onderzoek.

Het tweede niveau betreft het menselijk handelen en de moeilijkheden die iemand met het uitvoeren van activiteiten heeft. Onderdeel van het menselijk handelen zijn de activiteiten van het dagelijks leven (ADL). ADL-activiteiten betreffen niet alleen elementaire verrichtingen als wassen, kleden en toiletbezoek, maar ook de loopfunctie, loopafstand en het zich zelfstandig verplaatsen. Bij een verminderde spierkracht van de benen door een spierziekte zullen de loopfunctie en de loopafstand afnemen. Voor het betrouwbaar meten van zelfstandigheid (ADL-zelfstandigheid) worden observatieschalen gebruikt. De Barthel Index (BI) en de Functional Independence Measurement (FIM) zijn internationaal geaccepteerde observatieschalen. Zelfverzorging, toiletbezoek, zich verplaatsen en communicatie zijn bijvoorbeeld elementen die in een puntenscore worden uitgedrukt.

Het derde niveau wordt met ‘participatie' aangeduid en betreft iemands deelname aan het maatschappelijk functioneren (werk, sociaal en burgerlijk leven). Een pianist met een blijvende stoornis van zenuwen, spieren en gewrichten na een traumatisch handletsel zal zijn beroep niet meer kunnen uitoefenen. Omscholing of verandering van werkzaamheden is dan nodig.

De zelf ervaren gezondheid speelt eveneens een belangrijke rol in het revalidatieproces. Verschillende meetinstrumenten zijn de laatste tientallen jaren beschikbaar gekomen voor het bepalen van deze zelf ervaren gezondheid en levenskwaliteit, zoals de Sickness Impact Profile (SIP), de Short-Form Health Survey (SF36) en de Quality of Life Index.

Het revalidatiebehandelplan

Nadat een gedetailleerde inventarisatie van de gevolgen op verschillende niveaus is gemaakt, kan een behandelplan worden opgesteld. Revalidatie vindt bij uitstek plaats door middel van behandeling door een team. Een revalidatieteam kan bestaan uit een revalidatiearts, een fysiotherapeut, een ergotherapeut, een logopedist, een (neuro)psycholoog en/of een maatschappelijk werkende. Er wordt ook nauw samengewerkt met orthopedisch instrumentmakers en orthopedisch schoenmakers.

Fysiotherapie

De fysiotherapie (FT) omvat een uitgebreide reeks oefeningen. Een bewegingsbeperking in gewrichten wordt bestreden met passieve oefening, te weten oefeningen die door de fysiotherapeut wordt uitgevoerd. De nadruk in de revalidatie is echter vooral gericht op actieve oefening, met inspanning door de patiënt zelf, en op training van de patiënt onder leiding van de fysiotherapeut.

Een vermindering van spierkracht als gevolg van de aandoening of inactiviteit door langdurige bedrust wordt met spierversterkende oefeningen behandeld. De fysiotherapie omvat ook oefeningen voor het trainen van het zich verplaatsen vanuit bed naar de rolstoel of toilet (‘transfertraining'). Diverse vormen van looptraining voor zelfstandig leren lopen, verbetering van het looppatroon en uitbreiding van de loopafstand vormen samen belangrijke aspecten van het revalidatieprogramma. Daarnaast wordt gewerkt aan een verbetering van de conditie om de geleerde motorische vaardigheden in het dagelijks leven zo goed mogelijk toe te passen.

Ergotherapie

Ergotherapie (ET) richt zich op het bereiken van een zo groot mogelijke zelfstandigheid in de activiteiten van het dagelijks leven (ADL-training). Het doelgericht uittesten van hulpmiddelen en huisaanpassingen is daarbij nodig om zelfstandigheid te verkrijgen. Training in het gebruik van toegewezen hulpmiddelen en noodzakelijke huisaanpassingen vindt op de ergotherapieafdeling plaats. Daar beschikt men over hulpmiddelen en uiteenlopende instelbare aanpassingen voor douche, bad, toilet, keuken en overige delen van het huis. Ook het aanmeten van een geschikte rolstoel en de training in gebruik ervan vormen deel van de ergotherapeutische behandeling.

Overige bij revalidatie betrokken disciplines

De logopedist onderzoekt en traint de communicatie bij een stoornis in het begrijpen en produceren van taal (afasie) en bij een spraakstoornis (dysartrie).

De psycholoog diagnosticeert de cognitieve en (neuro)psychologische stoornissen en begeleidt de patiënt bij de verwerking van zijn handicap.

De maatschappelijk werkende begeleidt de patiënt en diens familie en onderneemt actie bij maatschappelijke instanties en overheidsinstanties die een terugkeer van de patiënt naar de eigen omgeving mogelijk maakt.

De orthopedisch instrumentmaker vervaardigt prothesen en lichaamsgebonden hulpmiddelen (orthesen). De orthopedisch schoenmaker maakt orthopedische schoenen voor het verbeteren van de loopfunctie bij voetafwijkingen. De revalidatiearts onderhoudt vaak een technisch spreekuur met de orthopedisch instrumentmaker en schoenmaker om het voorschrijven en evalueren van deze lichaamsgebonden hulpmiddelen nauwkeurig te laten verlopen.

De patiënt is zelf nauw bij het revalidatieplan betrokken. Het is belangrijk dat deze zijn verwachtingen en hulpvragen zelf formuleert. Dit is mogelijk door de patiënt te betrekken bij het opstellen van een zogeheten revalidatieactiviteitenprofiel (RAP). De eigen ervaren problemen die met de beperkingen en/of handicap samenhangen, worden hierin tot uitdrukking gebracht. De inbreng van de patiënt wordt vervolgens gekoppeld aan de relevante vakkennis en de therapeutische mogelijkheden. Tot slot worden door team en patiënt de doelstellingen van de behandeling zorgvuldig vastgelegd.

De revalidatie van sommige aandoeningen is een specialisatie op zich. De behandeling van bepaalde diagnosegroepen vindt in speciale teams plaats. Soms is daaraan een specifieke erkenning verbonden. Zo is de behandeling van acute traumatische ruggenmergletsels in het nekgebied in Nederland aan vijf revalidatiecentra toegewezen. Enkele centra hebben bieden algemene revalidatie en leggen zich daarnaast op hart- of longrevalidatie toe. In het algemeen wordt revalidatie bij hart- en longaandoeningen binnen afdelingen voor cardiologie en longziekten uitgevoerd. Hart- en longrevalidatie met complicaties worden behandeld door enkele revalidatiecentra die daarvoor speciale afdelingen hebben.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Revalidatie bij specifieke aandoeningen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer