MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Euthanasie en euthanasieverklaring

Ernstig zieke patiënten kunnen terechtkomen in een situatie die zij als ondraaglijk en uitzichtloos ervaren. Dit kan zich in het bijzonder voordoen bij ongeneeslijke ziekten waarvan pijn, belasting of bijverschijnselen moeilijk te dragen zijn of slechts beperkt draagbaar te maken zijn en waarbij het uitzicht op verbetering ontbreekt. In zo'n situatie kan bijvoorbeeld een patiënt met een bepaalde vorm van kanker in de laatste fase van de ziekte terechtkomen. De patiënt kan dan altijd (verdere) behandeling weigeren, wat echter niet betekent dat verzorging en pijnbestrijding worden gestaakt. Sommige patiënten zullen hun dokter vragen om verdere maatregelen die ervoor zorgen dat zij niet meer lijden. Het kan dan gaan om verdergaande pijnbestrijding of – als pijnbestrijding niet meer helpt – een diepe roes (sedatie) van de patiënt, zodanig dat deze zich niet meer bewust van de situatie is. Dit laatste gebeurt dan vooral wanneer de terminale fase van de ziekte is aangebroken.

In Nederland kunnen patiënten in dergelijke omstandigheden aan hun arts ook vragen hun leven te beëindigen (euthanasie) of hen daarbij te helpen (hulp bij zelfdoding). Een arts kan daartoe alleen overgaan als er een vrijwillig, ondubbelzinnig en weloverwogen verzoek van de patiënt zelf is, als er sprake is van ondraaglijk en uitzichtloos lijden (ook naar het oordeel van de arts) en als er geen redelijke andere oplossing voor de situatie is. Verder moet de patiënt uiteraard voldoende over de medische situatie en over zijn vooruitzichten zijn voorgelicht. Voordat de arts tot euthanasie of hulp bij zelfdoding overgaat, moet hij ten minste een andere en onafhankelijke arts raadplegen. Die moet zijn schriftelijke oordeel geven nadat hij zelf de patiënt heeft gezien. Tot slot moet de levensbeëindiging medisch zorgvuldig worden uitgevoerd. Handelt de arts conform deze eisen, dan is hij niet strafbaar.

De bovengenoemde voorwaarden zijn in de Nederlandse rechtspraak in de afgelopen tientallen jaren ontwikkeld. Sinds 2002 zijn ze wettelijk vastgelegd, en wel in de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding. Zoals de titel van de wet aangeeft, voorziet deze wet ook in een wettelijke basis voor de regionale toetsingscommissies. De arts die euthanasie uitvoert (of hulp bij zelfdoding verleent), moet dit aan de gemeentelijke lijkschouwer melden en tevens een verslag opstellen en dit ter beoordeling aan een toetsingscommissie voorleggen. Oordeelt die commissie dat de arts de wettelijke zorgvuldigheidseisen in acht heeft genomen, dan wordt de zaak niet aan het Openbaar Ministerie doorgegeven.

Een bijzonder punt in de genoemde wet is dat deze een wettelijke basis geeft aan een zogeheten ‘euthanasieverklaring'. Dit is een schriftelijke verklaring waarin iemand om euthanasie verzoekt in een bepaalde, in de verklaring nader omschreven toekomstige situatie waarin hij niet meer tot een mondeling verzoek in staat is. Volgens de wet kan de arts aan zo'n verzoek gevolg geven, mits het afkomstig is van iemand die bij het opstellen ten minste 16 jaar oud en wilsbekwaam was. Dit wil niet zeggen dat hiermee verzekerd is dat de verklaring in de praktijk zal worden uitgevoerd. Nog afgezien van het feit dat geen enkele arts verplicht is tot (hulp bij) levensbeëindiging, kan het bijvoorbeeld in een situatie van wilsonbekwaamheid (waarvoor de verklaring geschreven is) heel moeilijk zijn om uit te maken of daadwerkelijk van ‘ondraaglijk en uitzichtloos lijden' kan worden gesproken.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Dossier

Volgende: Geheim en privacy

Illustraties
Tabellen
Disclaimer