MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Genetische constitutie

Genetische (erfelijke) verschillen tussen mensen onderling zijn van invloed op wat het lichaam met een geneesmiddel doet en wat het geneesmiddel met het lichaam doet. Het onderzoek naar genetische verschillen in de reactie op geneesmiddelen wordt de ‘farmacogenetica' genoemd.

Door hun genetische constitutie zetten sommige mensen geneesmiddelen langzaam om, waardoor een geneesmiddel zich in het lichaam kan ophopen en zo toxiciteit veroorzaakt. Anderen metaboliseren geneesmiddelen zo snel dat de bloedspiegels van het middel na inname van een gebruikelijke dosis nooit hoog genoeg worden om effectief te zijn. Weer anderen zetten een geneesmiddel bij de gebruikelijke dosis normaal om, maar als het geneesmiddel wordt toegediend in een hogere dosis of samen met een ander geneesmiddel dat door hetzelfde enzymsysteem wordt gemetaboliseerd, kan dit systeem overbelast raken zodat het eerste geneesmiddel toxische waarden bereikt.

Ongeveer de helft van de mensen in de westerse wereld vertoont een langzame werking van N-acetyltransferase, een leverenzym dat bepaalde geneesmiddelen metaboliseert. Bij deze mensen (langzame acetyleerders) bereiken door dit enzym gemetaboliseerde geneesmiddelen meestal hogere bloedwaarden en blijven ze langer in het lichaam dan bij mensen bij wie dit enzym geneesmiddelen snel omzet (snelle acetyleerders).

Ongeveer 1 op de 1500 mensen heeft een lage pseudo-cholinesterasespiegel. Pseudo-cholinesterase is een bloedenzym dat geneesmiddelen als suxamethonium inactiveert. Dit middel wordt tijdens veel operaties samen met een anestheticum gegeven om tijdelijk de spieren te ontspannen. Als succinylcholine niet snel wordt geïnactiveerd, kan de spierontspanning langer aanhouden en is het mogelijk dat iemand niet zo snel als normaal na een operatie zelfstandig kan ademen. Hierdoor kan een langer gebruik van een beademingsapparaat nodig zijn.

Ongeveer 10% van de negroïde mannen en een lager percentage van de negroïde vrouwen heeft een tekort aan glucose-6-fosfaatdehydrogenase (G6PD), een enzym dat rode bloedcellen beschermt tegen bepaalde toxische chemische stoffen. Bij mensen met G6PD-deficiëntie vernietigen sommige geneesmiddelen (zoals chloroquine Handelsnaam
Nivaquine
en primaquine, gebruikt bij behandeling van malaria) de rode bloedcellen en veroorzaken hemolytische anemie (zie Bloedarmoede: Introductie)

Ongeveer 1 op de 20.000 mensen heeft een genetisch defect dat de spieren overgevoelig maakt voor anesthetica als halothaan, isofluraan en sevofluraan. Wanneer deze mensen één van deze verdovingsmiddelen in combinatie met een spierontspanner (meestal succinylcholine) krijgen toegediend, kan een levensbedreigende stoornis ontstaan die ‘maligne hyperthermie' wordt genoemd. Deze veroorzaakt zeer hoge koorts. De spieren verstijven, het hart slaat op hol en de bloeddruk daalt.

Sommige mensen hebben een lage concentratie P450-leverenzymen, waarmee de lever een groot aantal geneesmiddelen inactiveert (zie Toediening en kinetiek van geneesmiddelen: Biotransformatie van geneesmiddelen). Hierdoor kan het effect van een geneesmiddel worden versterkt of verlengd. Zo kunnen de kalmerende effecten van het slaapmiddel flurazepam Handelsnaam
Dalmadorm
veel langer aanhouden dan gebruikelijk en kan dit overdag tot slaperigheid leiden.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Interacties tussen geneesmiddelen en voedingsmiddelen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer