MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Tolerantie en resistentie

Van tolerantie is sprake bij een afnemende respons op een geneesmiddel. Dit komt voor wanneer het middel herhaaldelijk wordt gebruikt en het lichaam zich aanpast aan de continue aanwezigheid van het middel. Resistentie heeft betrekking op het vermogen van micro-organismen of kankercellen om de effecten te weerstaan van een geneesmiddel dat er normaal gesproken wel effectief tegen is.

Iemand kan tolerantie voor een geneesmiddel ontwikkelen wanneer het middel herhaaldelijk wordt gebruikt. Wanneer bijvoorbeeld langdurig morfine Handelsnaam
MS Contin
Kapanol
Noceptin
Sevredol
of alcohol wordt gebruikt, is een steeds hogere dosis nodig om hetzelfde effect te verkrijgen. Meestal ontstaat tolerantie doordat de omzetting van het middel wordt versneld (vaak doordat de leverenzymen betrokken bij de biotransformatie van de middelen actiever worden) en doordat het aantal punten (celreceptoren) waaraan het middel zich hecht of de sterkte van de binding (affiniteit) tussen de receptor en het middel afneemt (Farmacodynamiek). Van stammen micro-organismen (bacteriën of virussen) wordt gezegd dat ze resistentie ontwikkelen wanneer ze niet langer worden vernietigd of geremd door de geneesmiddelen die normaal gesproken wel effectief zijn. Bij bacteriën ontstaan deze stammen wanneer ze muteren of wanneer resistente genen van de ene bacterie op de andere worden overgedragen (zie Antibiotica: Resistentie tegen antibiotica). Kankercellen kunnen resistentie ontwikkelen wanneer ze muteren.

Afhankelijk van de mate van tolerantie of resistentie die ontstaat, kunnen artsen de dosis aanpassen of een ander geneesmiddel gebruiken.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Interacties van geneesmiddelen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer