MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Bloedvaten
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Bloedvaten

Tot de bloedvaten behoren slagaders (arteriën), kleine slagaders (arteriolen), haarvaten (capillairen), kleine aders (venulen) en aders (venen). In deze bloedvaten bevindt zich bijna al het bloed. De slagaders, die sterk, flexibel en veerkrachtig zijn, voeren het bloed weg van het hart en ondervinden de grootste bloeddruk. Doordat de slagaders veerkrachtig zijn, worden ze vanzelf nauwer wanneer het hart zich tussen twee slagen door ontspant, waardoor ze bijdragen aan het op peil houden van de bloeddruk. De slagaders vertakken zich tot steeds dunnere bloedvaatjes, waarvan de dunste ‘arteriolen' worden genoemd. Slagaders en arteriolen hebben gespierde wanden, waardoor de diameter van het bloedvat en dus de hoeveelheid bloed die naar een bepaald deel van het lichaam stroomt, kan worden aangepast.

Capillairen zijn minuscule bloedvaatjes met een zeer dunne wand. Ze vormen een brug tussen de slagaders, die het bloed van het hart wegvoeren, en de aders, die het bloed terugvoeren naar het hart. Via de dunne wanden van de haarvaten kunnen zuurstof en voedingsstoffen uit het bloed in de weefsels worden opgenomen en afvalstoffen uit de weefsels aan het bloed worden afgegeven.

Vanuit de haarvaten stroomt het bloed naar dunne aders, ‘venulen' genaamd, en van daaruit naar grotere aders die het weer naar het hart terugvoeren. Aders hebben veel dunnere wanden dan slagaders, voornamelijk vanwege de druk die in de aders veel lager is. Aders worden wijder wanneer er zich meer vloeistof in bevindt. Sommige aders, vooral die in de benen, zijn voorzien van kleppen die voorkomen dat het bloed terugstroomt. Wanneer deze kleppen lekken, kunnen de aders door het zich ophopende bloed uitrekken en langer en gekronkeld worden. Dergelijke verwijde kronkelige aders worden ‘spataders' genoemd. (zie Aandoeningen van aders: Spataders)

Als een bloedvat openbarst, scheurt of wordt aangesneden, ontstaat er een bloeding. Het bloed kan dan uit het lichaam stromen (uitwendige bloeding) of in de ruimte tussen de organen of in de organen zelf stromen (inwendige bloeding).

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: De gevolgen van ouder worden

Illustraties
Tabellen
Disclaimer