MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Symptomen

Er bestaat niet één symptoom dat onmiskenbaar wijst op een hartziekte, maar er zijn bepaalde symptomen die er mogelijk op kunnen duiden. Aan de hand van een combinatie van dergelijke symptomen kan de diagnose met grote mate van zekerheid worden gesteld. De arts stelt symptomen vast aan de hand van een vraaggesprek met de patiënt (‘anamnese' of ‘klachtenpatroon') en lichamelijk onderzoek. Vaak worden speciale diagnostische onderzoeken uitgevoerd om de diagnose te bevestigen. Maar zelfs bij een ernstige hartziekte kan het voorkomen dat er pas symptomen optreden wanneer de ziekte al in een vergevorderd stadium verkeert. Bij routinematige controle of een bezoek aan de arts om andere redenen kan het gebeuren dat deze een hartaandoening ontdekt die nog geen symptomen heeft veroorzaakt. Soms verrichten artsen ook bepaalde onderzoeken om te controleren of er sprake is van een hartziekte, ook al zijn daarvoor geen aanwijzingen.

Tot de symptomen van hartziekten behoren bepaalde soorten borstpijn, kortademigheid, vermoeidheid, hartkloppingen (waarbij de patiënt zijn hart traag, snel of onregelmatig voelt kloppen), een licht gevoel in het hoofd, flauwvallen en gezwollen benen, enkels en voeten. Deze symptomen hoeven echter niet zonder meer op een hartziekte te duiden. Pijn op de borst kan bijvoorbeeld ook het gevolg zijn van een ademhalings- of spijsverteringsprobleem.

De symptomen van perifere vaatziekten kunnen variëren, afhankelijk van de plaats in het lichaam waar de bloedvaten zijn aangetast. Tot de symptomen behoren pijn in de benen tijdens lopen, kortademigheid, spiermoeheid, kortdurende verlammingen of spraakstoornissen, een verdoofd gevoel en veranderingen in de kleur van de huid van het aangedane lichaamsdeel.

Pijn

Wanneer de bloedtoevoer naar de spieren onvoldoende is (een verschijnsel dat ‘ischemie' wordt genoemd), krijgen deze niet genoeg zuurstof (zuurstof wordt namelijk door het bloed naar de weefsels getransporteerd). Bovendien hopen zich in de spieren afvalstoffen op die door het bloed zouden moeten worden afgevoerd. Hierdoor treedt een krampende pijn op.

Bij onvoldoende bloedtoevoer naar het hart kan de patiënt last krijgen van een beklemd, pijnlijk gevoel op de borst (angina pectoris). Maar de aard, plaats en ernst van deze pijn of het onaangename gevoel kan per persoon sterk verschillen. Bij sommige mensen met een ontoereikende bloedtoevoer treedt helemaal geen pijn op. Deze aandoening noemt men ‘asymptomatische' of ‘stille ischemie'.

Bij onvoldoende bloedtoevoer naar andere spieren, vooral naar de kuitspieren, ontstaat er bij inspanning gewoonlijk een krampachtige pijn in die spieren (claudicatie).

Wanneer het vlies dat het hart omsluit, ontstoken raakt (pericarditis), ontstaat er pijn die erger wordt wanneer de patiënt gaat liggen en afneemt wanneer hij rechtop gaat zitten en naar voren buigt. De pijn wordt niet erger bij inspanning, maar wel bij diep inademen. Pijn die verergert bij diep inademen kan overigens ook worden veroorzaakt door een ontsteking van de vliezen rond de longen (pleuritis).

Aandoeningen van de slagaders kunnen aanleiding geven tot een scherpe pijn die tamelijk snel optreedt en weer verdwijnt. Deze pijn hoeft geen verband te houden met lichamelijke activiteit. Pijn die het gevolg is van een aneurysma (een zwakke, uitpuilende plek in de wand van een slagader) of een dissectie (een aandoening waarbij de lagen van de slagaderwand van elkaar loslaten) is ondraaglijk en komt plotseling opzetten en gaat niet over. De patiënt voelt deze pijn vaak in de nek, tussen de schouderbladen, in de onderrug of in de buik, afhankelijk van de plaats van de aandoening.

De klep tussen de linker boezem en de linker kamer (de mitralisklep) kan tijdens het samentrekken van de kamer in de boezem uitpuilen. Bij deze aandoening, ‘mitralisklepprolaps' genaamd, kunnen soms korte aanvallen van stekende pijn optreden. De pijn concentreert zich gewoonlijk onder de linker borst, onafhankelijk van lichaamshouding of lichamelijke activiteit.

Kortademigheid

Kortademigheid (dyspneu) (zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Dyspneu) is een veelvoorkomend symptoom van hartfalen. Deze vorm van kortademigheid ontstaat doordat er vocht in de longblaasjes sijpelt, een aandoening die bekendstaat als ‘longstuwing', ‘longoedeem' of ‘vocht achter de longen'. In de eerste stadia van hartfalen treedt kortademigheid soms alleen maar tijdens lichamelijke inspanning op. Naarmate de toestand verslechtert, treedt er bij steeds minder inspanning al kortademigheid op en uiteindelijk ook in rust. Kortademigheid in rust treedt voornamelijk op in liggende houding, doordat het vocht zich dan over het hele longweefsel kan verspreiden. Wanneer patiënten rechtop zitten, zakt het vocht onder invloed van de zwaartekracht naar het onderste deel van de longen, waardoor ze minder last ervan hebben. Nachtelijke kortademigheid ontstaat wanneer de patiënt in bed gaat liggen en wordt verlicht door rechtop te gaan zitten en de benen over de rand van bed of stoel te laten bungelen. Daarom slapen mensen die veel last hebben van nachtelijke kortademigheid vaak half zittend tegen een dik kussen.

Kortademigheid treedt ook op bij mensen met een coronaire hartziekte. Gewoonlijk hebben ze last ervan tijdens lichamelijke inspanning, maar in ernstige gevallen kan het probleem ook optreden bij minimale inspanning of zelfs in rust.

Verder kan kortademigheid zich voordoen bij patiënten met andere aandoeningen, zoals longziekten, aandoeningen van de ademhalingsspieren of aandoeningen van het zenuwstelsel die van invloed zijn op de ademhaling. Iedere aandoening die het normale delicate evenwicht tussen zuurstoftoevoer en zuurstofverbruik verstoort, kan leiden tot kortademigheid. Zo kan het bij bloedarmoede voorkomen dat het bloed onvoldoende zuurstof kan vervoeren vanwege een tekort aan rode bloedcellen.

Vermoeidheid

Wanneer het hart niet efficiënt pompt, zoals bij hartfalen, kan het zijn dat er tijdens lichamelijke activiteit onvoldoende bloed naar de spieren wordt gevoerd, waardoor de patiënt zich zwak en vermoeid voelt. Deze symptomen zijn vaak weinig opvallend. Mensen compenseren de tekortschietende pompfunctie van het hart door zich geleidelijk aan minder in te spannen of ze wijten de klachten aan hun leeftijd. Vermoeidheid komt voor zowel bij gezonde mensen als bij praktisch alle ziekten. Vermoeidheid is niet meetbaar en er bestaan geen medicijnen tegen.

Beperking van lichamelijke activiteit

Als gevolg van een hartziekte kan iemand minder goed in staat zijn bepaalde lichamelijke activiteiten te verrichten. Daardoor kan de ernst van de hartziekte onder meer worden bepaald door te kijken naar het inspanningsvermogen. Hierbij kan worden gebruikgemaakt van een functioneel classificatiesysteem, zoals dat van de New York Heart Association (NYHA). Bij een milde vorm van de ziekte (klasse I) zijn er geen beperkingen in de normale lichamelijke activiteit. Bij een matige aandoening (klasse II) treden er bij zwaardere activiteiten symptomen op, terwijl bij een matig ernstige ziekte (klasse III) dit al het geval is bij lichte activiteiten. Bij de ernstigste vorm (klasse IV) doen de symptomen zich ook in rust voor en worden ze verergerd door elke lichamelijke inspanning. Dit classificatiesysteem is echter niet waterdicht, want zelfs bij ernstige hartziekte is er niet noodzakelijkerwijs sprake van symptomen als de patiënt zijn inspanningsniveau verlaagt ter compensatie van de ziekte.

Hartkloppingen

Normaal gesproken zijn mensen zich niet bewust van het kloppen van hun hart. De meeste mensen kunnen hun hart echter wel voelen kloppen wanneer ze op hun linker zij gaan liggen. En onder bepaalde omstandigheden, bijvoorbeeld tijdens zware inspanning of bij sterke emoties, kunnen gezonde mensen ook hun hart voelen kloppen. Ze kunnen de indruk krijgen dat hun hart opvallend krachtig, snel of onregelmatig klopt.

Of dergelijke hartkloppingen een teken zijn dat er iets mis is, is afhankelijk van het feit of deze verschijnselen plotseling of geleidelijk optreden of ze altijd onder bepaalde omstandigheden optreden, hoe snel het hart klopt en of de hartslag onregelmatig is, en zo ja, in welke mate. Wanneer de hartkloppingen optreden in combinatie met symptomen als kortademigheid, pijn, zwakte, vermoeidheid of flauwvallen, is er een grotere kans dat ze het gevolg zijn van een abnormaal hartritme of een ernstige aandoening. Om deze klacht te onderzoeken, kan de arts elektrocardiografie (ECG) en een Holter-onderzoek laten uitvoeren.

Duizeligheid en flauwvallen

Als de hersenen onvoldoende bloed krijgen door afwijkingen in de hartslag of het hartritme of doordat het hart niet goed pompt, kan de patiënt zich licht in het hoofd voelen, duizelig worden of flauwvallen (syncope). Dergelijke symptomen kunnen ook het gevolg zijn van aandoeningen van de hersenen of het ruggenmerg, maar het is ook mogelijk dat er niets ernstigs aan de hand is. Zo kunnen gezonde soldaten die zeer lang in de houding moeten staan, duizelig worden of flauwvallen doordat bewegingen van de beenspieren nodig zijn om het bloed beter naar het hart te laten terugstromen. Ook bij hevige emoties of pijn kan iemand flauwvallen doordat bepaalde delen van het zenuwstelsel worden geactiveerd. Wanneer iemand overeind komt, kan hij duizelig worden of zelfs flauwvallen, doordat het lichaam zich niet snel genoeg aan de nieuwe houding kan aanpassen. Normaal gesproken past het lichaam zich snel aan en brengt het de bloeddruk weer op peil. Als het lichaam niet in staat is zich snel aan te passen, spreekt men van ‘orthostatische hypotensie'. Deze aandoening komt vooral bij ouderen voor.

Duizeligheid en flauwvallen treden het meest op wanneer mensen rechtop staan. Wanneer ze dan gaan liggen of vallen, stroomt er weer meer bloed naar de hersenen waardoor ze bijkomen.

Een arts moet ook onderscheid maken tussen flauwvallen door een hartziekte en flauwvallen als gevolg van stoornissen van epileptische aard waarbij de patiënt het bewustzijn verliest als gevolg van een hersenaandoening.

Zwelling, gevoelloosheid en veranderingen in de kleur van de huid

Zwelling is het gevolg van vochtophoping in weefsels (oedeem). Dit gebeurt bijvoorbeeld wanneer zich bloed ophoopt in de beenaders, waardoor de druk in de beenaders oploopt en vocht door de aderwand in de weefsels wordt geperst. Het bloed kan zich bijvoorbeeld ophopen doordat het hart niet in staat is al het bloed weg te pompen dat vanuit de rest van het lichaam ernaartoe stroomt (hartfalen) of doordat een diep gelegen ader in het been is geblokkeerd (diepveneuze trombose).

Opgezwollen benen, enkels en voeten of buik kunnen dus duiden op hartfalen of een aderaandoening als diepveneuze trombose. In de meeste gevallen echter ontstaat een dergelijke zwelling doordat mensen te lang in dezelfde houding staan of zitten of door verouderingsverschijnselen in de beenaders. Ook zwangere vrouwen hebben vaak last van opgezwollen benen. Voorts kunnen zwellingen ook optreden door veranderingen in de bloedsamenstelling, zoals bij lever- of nieraandoeningen.

Als een bepaald lichaamsdeel onvoldoende bloed krijgt, kan het gevoelloos worden.

Als er onvoldoende bloedtoevoer of bloedarmoede is of als het bloed onvoldoende wordt afgevoerd door de aders, kan de huid bleek of blauwachtig tot paars worden.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Diagnose

Illustraties
Tabellen
Disclaimer