MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Hoge bloeddruk (hypertensie) betekent dat er een ongewoon hoge druk heerst in de slagaders.

Veel mensen associëren ‘hoge bloeddruk' met overmatige spanning, nervositeit of stress. Medisch gezien verwijst de term hypertensie echter naar elke vorm van verhoogde bloeddruk, ongeacht de oorzaak. Hoge bloeddruk wordt wel ‘de stille moordenaar' genoemd, omdat de aandoening vaak jarenlang geen symptomen veroorzaakt, tot er een vitaal orgaan beschadigd raakt. Als een hoge bloeddruk niet wordt gereguleerd, bestaat een verhoogd risico van aandoeningen als cerebrovasculair accident (CVA, ‘beroerte'), aneurysma, hartfalen, hartinfarct en nierbeschadiging.

Naar schatting lijdt ongeveer 25% van de Nederlandse bevolking aan hoge bloeddruk. Hoge bloeddruk treedt vaker op bij negroïde mensen: in de VS lijdt 32% van de zwarte volwassenen eraan, tegenover 23% van de blanken en de Mexicanen. Ook zijn de gevolgen van hoge bloeddruk bij mensen van negroïde afkomst ernstiger. Hoge bloeddruk komt vaker voor bij ouderen: ongeveer driekwart van de vrouwen en bijna tweederde van de mannen boven de 75 jaar lijdt eraan, vergeleken met ongeveer een kwart van de mensen tussen de 20 en de 74 jaar. Hoge bloeddruk komt tweemaal zo vaak voor bij mensen met ernstig overgewicht als bij mensen met een normaal gewicht.

In de VS is naar schatting slechts bij twee van de drie mensen met hoge bloeddruk ook daadwerkelijk deze diagnose gesteld. Van hen wordt ongeveer 75% ervoor behandeld met geneesmiddelen, van wie slechts ongeveer 45% afdoend.

Bij het meten van de bloeddruk worden steeds twee waarden bepaald. Het hoogste getal geeft de hoogste druk in de slagaders weer, die wordt bereikt wanneer het hart zich samentrekt (tijdens de systole). Het laagste getal geeft de laagste druk in de slagaders weer, die wordt bereikt kort voor het hart zich gaat samentrekken (tijdens de diastole). De bloeddruk wordt dan genoteerd als systolische druk/diastolische druk, bijvoorbeeld 120/80 mmHg (millimeter kwikdruk). Men spreekt dan van een bloeddruk van ‘120 over 80'.

Hoge bloeddruk wordt gedefinieerd als een systolische bloeddruk in rust van gemiddeld 140 mmHg of hoger, een diastolische druk in rust van gemiddeld 90 mmHg of hoger, of beide. Deze grenzen zijn echter enigszins willekeurig, want ook binnen de grenzen van wat als normaal wordt beschouwd, geldt: hoe hoger de bloeddruk, des te hoger het risico. De grenzen zijn zo gedefinieerd omdat mensen bij wie de bloeddruk boven deze waarden ligt, een verhoogde kans op complicaties hebben. Bij mensen met hoge bloeddruk is gewoonlijk zowel de systolische als de diastolische druk verhoogd. Een uitzondering vormen ouderen bij wie het ook regelmatig voorkomt dat de systolische druk verhoogd is (140 mmHg of hoger), terwijl de diastolische druk normaal of zelfs laag is (lager dan 90 mmHg). Dit verschijnsel wordt ‘systolische hypertensie' genoemd.

Bij een bloeddruk hoger dan 180/110 mmHg waarbij zich geen symptomen voordoen, moet er dringend worden ingegrepen.

Maligne hypertensie, een zeer ernstige vorm van hoge bloeddruk, vereist onmiddellijk medisch ingrijpen. De bloeddruk is hierbij ten minste 210/120 mmHg. In tegenstelling tot een ‘gewone' hoge bloeddruk die dringend behandeling vereist, kan maligne hypertensie aanleiding geven tot allerlei ernstige symptomen. Als er niet wordt ingegrepen, overlijdt iemand die hieraan lijdt gewoonlijk binnen drie tot zes maanden.

Regulatie van de bloeddruk

Het lichaam beschikt over vele mechanismen om de bloeddruk te reguleren. Zo kan de hoeveelheid bloed die het hart rondpompt, worden aangepast, evenals de doorsnede van de slagaders en het totale bloedvolume in de bloedsomloop. Om de bloeddruk te laten stijgen, kan het hart krachtiger of sneller gaan pompen. Kleine slagaders (arteriolen) kunnen zich vernauwen (vasoconstrictie), waardoor het door het hart rondgepompte bloed door een nauwere opening wordt geperst dan normaal. Dit leidt tot een drukverhoging zonder wijziging in de hoeveelheid bloed. Ook aders kunnen zich samentrekken, waardoor de hoeveelheid bloed die ze kunnen bevatten, kleiner wordt en er meer bloed in de slagaders wordt geperst. Hierdoor stijgt de bloeddruk. Door meer vloeistof in de bloedsomloop op te nemen, neemt het totale bloedvolume toe en stijgt de bloeddruk. Omgekeerd kan het lichaam de bloeddruk verlagen door het hart minder krachtig of snel te laten pompen, door arteriolen en aders te verwijden (dilatatie) en door vloeistof te onttrekken aan de bloedsomloop.

Deze mechanismen worden aangestuurd door het sympathische zenuwstelsel (het deel van het autonome zenuwstelsel dat allerlei lichaamsfuncties automatisch reguleert) en door de nieren. Het sympathische stelsel kan de bloeddruk op verschillende manieren tijdelijk verhogen bij de ‘fight-or-flight'-reactie, de reactie van het lichaam op gevaar. Het stimuleert bijvoorbeeld de bijnieren tot afgifte van de hormonen epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
(adrenaline) en norepinefrine Handelsnaam
Norepinefrine
(noradrenaline). Onder invloed van deze hormonen gaat het hart sneller en krachtiger kloppen en trekken de meeste arteriolen zich samen, terwijl sommige arteriolen juist wijder worden. De arteriolen die zich verwijden, bevinden zich in lichaamsdelen waar in deze situatie juist extra bloed nodig is, zoals in de skeletspieren, de spieren die wij bewust aansturen. Ook stimuleert het sympathische stelsel de nieren om minder zout en water uit te scheiden, waardoor het totale bloedvolume toeneemt.

De nieren reageren ook rechtstreeks op veranderingen in de bloeddruk. Als de bloeddruk stijgt, scheiden de nieren meer water en zout uit, zodat het bloedvolume afneemt en de bloeddruk weer naar normale waarden daalt. Als daarentegen de bloeddruk daalt, scheiden de nieren juist minder water en zout uit, zodat het bloedvolume toeneemt en de bloeddruk weer naar normale waarden stijgt. De nieren kunnen de bloeddruk verhogen door het enzym renine af te scheiden, dat zorgt voor de aanmaak van het hormoon angiotensine II. Angiotensine II helpt de bloeddruk te verhogen door de arteriolen te laten samentrekken en ook door de afgifte te stimuleren van een ander hormoon, aldosteron. Onder invloed van dit hormoon houden de nieren meer zout en water vast.

Zodra een verandering in het lichaam (bijvoorbeeld verhoogde activiteit of een sterke emotie) tot een tijdelijke toename van de bloeddruk leidt, wordt een van de compensatiemechanismen van het lichaam geactiveerd om de verandering tegen te gaan en de bloeddruk op een normaal niveau te houden. Als bijvoorbeeld de hoeveelheid door het hart rondgepompt bloed toeneemt, waardoor meestal de bloeddruk stijgt, zetten de bloedvaten uit en scheiden de nieren meer zout en water uit, waardoor de bloeddruk meestal weer daalt.

Oorzaken

Als de oorzaak van een te hoge bloeddruk onbekend is, wordt gesproken van ‘primaire', ‘essentiële' of ‘idiopathische hypertensie'. Dit is het geval bij 85 à 90% van de personen met hoge bloeddruk. Waarschijnlijk zorgt een combinatie van diverse veranderingen in hart en bloedvaten voor verhoging van de bloeddruk. Zo kan de hoeveelheid bloed die per minuut door het hart wordt rondgepompt (het hartminuutvolume) zijn verhoogd en kan de weerstand die het bloed in de bloedvaten ondervindt groter zijn doordat deze vaten zich hebben samengetrokken. Ook het bloedvolume kan zijn toegenomen. De oorzaken van dergelijke veranderingen zijn niet precies bekend, maar het lijkt erop dat een erfelijke afwijking die de samentrekking van arteriolen beïnvloedt, ook de bloeddruk bepaalt.

Als de oorzaak van de hoge bloeddruk wél is aan te geven, spreekt men van ‘secundaire hypertensie'. Dit is het geval bij 10 à 15% van de personen met hoge bloeddruk. Er zijn allerlei nieraandoeningen die kunnen leiden tot hoge bloeddruk, doordat de nieren een belangrijke rol spelen bij de regulering van de bloeddruk. Zo kan beschadiging van de nieren hun vermogen aantasten om voldoende zout en water uit het lichaam uit te scheiden, waardoor het bloedvolume en de bloeddruk stijgen. Bij 5 à 10% van de personen met hoge bloeddruk is de oorzaak een nieraandoening. Voorbeelden van dergelijke aandoeningen zijn vernauwing van de slagader die een nier van bloed voorziet (nierarteriestenose), nierontsteking en verwonding.

In 1 à 2% van de gevallen wordt secundaire hypertensie veroorzaakt door andere stoornissen, zoals hormonale afwijkingen, of door gebruik van bepaalde geneesmiddelen, zoals orale anticonceptiemiddelen (‘de pil'). Tot de hormonale afwijkingen die tot hoge bloeddruk kunnen leiden, behoren het syndroom van Cushing (een aandoening die met een hoge concentratie cortisol Handelsnaam
Hydrocortone
Solu‑Cortef
Buccalsone
Locoid
Mildison
in het bloed gepaard gaat), hyperthyreoïdie (overproductie van het schildklierhormoon), hyperaldosteronisme (overproduc

illustrative-material.sidebar 1

De pieken en dalen van de bloeddruk

Gedurende het leven vertoont de bloeddruk van nature een zekere variatie. Baby's en kinderen hebben gewoonlijk een veel lagere bloeddruk dan volwassenen. Bijna alle mensen in de geïndustrialiseerde landen krijgen een hogere bloeddruk wanneer ze ouder worden. De systolische druk blijft ten minste tot het 80e levensjaar toenemen, terwijl de diastolische druk blijft toenemen tot de leeftijd van 55 tot 60 jaar en dan constant blijft of zelfs weer afneemt. In sommige ontwikkelingslanden stijgen de systolische en diastolische druk juist niet met de leeftijd. Hoge bloeddruk komt daar vrijwel niet voor, misschien doordat er weinig zout (natrium) wordt gebruikt en de mensen lichamelijk actiever zijn.

De bloeddruk wordt door inspanning tijdelijk beïnvloed: tijdens activiteit is de bloeddruk hoger dan in rust. Verder varieert de bloeddruk gedurende de dag: 's ochtends is deze het hoogst en 's nachts tijdens de slaap het laagst. Deze variaties zijn normaal.

tie van aldosteron, vaak als gevolg van een tumor in een van de bijnieren) en het zeldzaam voorkomende feochromocytoom (een tumor in de bijnier die de hormonen epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
en norepinefrine Handelsnaam
Norepinefrine
produceert).

Ook arteriosclerose is van invloed op de regulering van de bloeddruk door het lichaam, en vergroot het risico van hoge bloeddruk. Arteriosclerose maakt de slagaders minder veerkrachtig, waardoor de slagaders de polsgolf van de systole niet goed kunnen opvangen. (zie Coronaire hartziekte: Risicofactoren)

Factoren als overgewicht, weinig lichaamsbeweging, stress en overmatig gebruik van alcohol of zout kunnen alle een rol spelen bij het ontstaan van hoge bloeddruk bij personen met een erfelijke aanleg hiervoor. Stress veroorzaakt meestal een tijdelijke verhoging van de bloeddruk, die weer tot normale waarden daalt zodra de stress voorbij is. Een voorbeeld hiervan is de zogenoemde ‘wittejashypertensie'. Door spanning vanwege het bezoek aan de arts stijgt hierbij de bloeddruk dusdanig dat bij iemand die eigenlijk een normale bloeddruk heeft, toch de diagnose ‘hoge bloeddruk' wordt gesteld. Er wordt wel verondersteld dat bij mensen die hiervoor gevoelig zijn, dergelijke kortdurende verhogingen van de bloeddruk schade kunnen aanrichten die uiteindelijk leidt tot een permanent verhoogde bloeddruk, zelfs wanneer er geen sprake is van stress. Deze theorie is echter onbewezen.

Symptomen

Bij de meeste mensen veroorzaakt hoge bloeddruk geen symptomen, ondanks toevallige symptomen die vaak, maar ten onrechte, met hoge bloeddruk in verband worden gebracht, zoals hoofdpijn, neusbloedingen, duizeligheid, een rood aangelopen gezicht en vermoeidheid. Deze symptomen treden even vaak op bij personen met een normale bloeddruk als bij personen met een hoge bloeddruk.

Bij ernstige of langdurig verhoogde niet-behandelde bloeddruk (in het bijzonder bij maligne hypertensie) kunnen wél symptomen optreden als gevolg van beschadiging van hersenen, ogen, hart en nieren. Deze symptomen zijn onder meer hoofdpijn, vermoeidheid, misselijkheid, braken, kortademigheid, rusteloosheid en wazig zien. In bepaalde gevallen kan ernstig verhoogde bloeddruk leiden tot zwelling van de hersenen, waardoor de patiënt last kan krijgen van misselijkheid, braken, toenemende hoofdpijn, sufheid, verwardheid, epileptische aanvallen of slaperigheid of zelfs in coma kan raken. Deze aandoening, die als ‘hypertensieve encefalopathie' bekendstaat, moet onmiddellijk worden behandeld.

Als de hoge bloeddruk het gevolg is van een feochromocytoom (een tumor in de bijnier) kunnen symptomen optreden als ernstige hoofdpijn, angstgevoelens, hartkloppingen (palpitaties: het gevoel van een snelle of onregelmatige hartslag), overmatig transpireren, trillende handen en een bleke huidskleur. Deze symptomen vloeien voort uit een verhoogde concentratie van de hormonen epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
en norepinefrine Handelsnaam
Norepinefrine
, die door het feochromocytoom worden afgescheiden.

Wanneer de druk in de slagaders boven de 140/90 mmHg stijgt, wordt het hart vergroot en worden de wanden van het hart dikker doordat het harder moet werken om het bloed rond te pompen. Zo'n verdikte hartwand is minder veerkrachtig dan een normale hartwand. Daardoor kunnen de holten van het hart niet normaal uitzetten en kunnen ze zich niet meer goed met bloed vullen. Hierdoor neemt de belasting van het hart nog verder toe. Als gevolg van deze veranderingen kunnen ook afwijkingen ontstaan in het hartritme (zie Hartritmestoornissen) en kan de patiënt last krijgen van hartfalen. ()zie Hartfalen

Diagnose

De bloeddruk wordt gemeten nadat de patiënt vijf minuten lang heeft gezeten of gelegen. De druk kan het beste nogmaals worden gemeten nadat de patiënt enkele minuten heeft gestaan, vooral bij ouderen of mensen met diabetes mellitus. Een bloeddruk van 140/90 mmHg of meer wordt als verhoogd beschouwd, maar deze diagnose kan niet op één verhoogde meting worden gebaseerd. Soms zijn zelfs meer metingen daarvoor niet voldoende, bijvoorbeeld

illustrative-material.figure-short 1

Een regelmechanisme voor de bloeddruk: het renine‑angiotensine‑aldosteronsysteem

Een regelmechanisme voor de bloeddruk: het renine‑angiotensine‑aldosteronsysteem

Het renine-angiotensine-aldosteronsysteem is een keten van reacties die mede de bloeddruk reguleren.

1.Wanneer de bloeddruk daalt (systolische druk minder dan 100 mmHg), geven de nieren het enzym renine af aan het bloed.

2. Renine splitst angiotensinogeen, een groot eiwitmolecuul dat in het bloed circuleert. Een van de stukken is angiotensine I.

3. Angiotensine I (dat een zwakke werking heeft), wordt op zijn beurt gesplitst door het angiotensine-converterend enzym (ACE). Een van de resulterende stukken is angiotensine II, dat een zeer krachtige werking heeft.

4. Het hormoon angiotensine II zorgt ervoor dat de spierwanden van de kleinere slagaders (arteriolen) zich samentrekken, waardoor de bloeddruk stijgt. Angiotensine II brengt ook de afgifte van het bijnierschorshormoon aldosteron op gang.

5. Aldosteron zorgt ervoor dat de nieren zout (natrium) vasthouden en kalium uitscheiden. Natrium houdt water vast, waardoor het bloedvolume toeneemt en de bloeddruk stijgt

doordat er te veel variatie in de metingen zit. Als bij de eerste meting de bloeddruk verhoogd is, wordt de druk tijdens hetzelfde bezoek aan de arts nogmaals gemeten en daarna nog eens twee keer op twee andere dagen om zeker te weten of de verhoogde bloeddruk aanhoudt.

Als de diagnose nog steeds niet zeker is, kan een 24-uursbloeddrukmeter worden gebruikt. Deze werkt op batterijen en wordt op de heup gedragen. Hij is verbonden met een bloeddrukmanchet om de arm. Het apparaat meet gedurende een periode van 24 of 48 uur geregeld de bloeddruk, zowel overdag als 's nachts. Uit de gemeten waarden blijkt niet alleen of er sprake is van hoge bloeddruk, maar ook hoe ernstig deze is.

Bij mensen met zeer stugge slagaders (wat vooral voorkomt bij ouderen) kan de meting ten onrechte worden gezien als een verhoogde bloeddruk. Dit verschijnsel, ‘pseudo-hypertensie' genoemd, treedt op wanneer de slagader in de arm zo weinig veerkrachtig is dat deze niet kan worden dichtgedrukt door de bloeddrukmanchet, waardoor de bloeddruk niet nauwkeurig kan worden bepaald.

Nadat de diagnose ‘hoge bloeddruk' is gesteld, worden gewoonlijk de gevolgen daarvan voor de vitale organen, in het bijzonder bloedvaten, hart, hersenen en nieren, onderzocht. De arts zoekt ook naar de oorzaak van de hoge bloeddruk. Hoeveel en welke onderzoeken er wor

illustrative-material.sidebar 2

Enkele oorzaken van secundaire hypertensie
  • nierziekten
    • nierslagaderstenose
    • nierbekkenontsteking
    • glomerulonefritis
    • niertumoren
    • polycysteuze nierziekte (meestal erfelijk)
    • nierbeschadiging
    • invloed van radiotherapie op de nieren
  • hormonale aandoeningen
    • hyperthyreoïdie
    • hyperaldosteronisme
    • syndroom van Cushing
    • feochromocytoom
    • acromegalie
  • andere aandoeningen
    • vernauwing van de aorta (aortacoarctatie)
    • arteriosclerose
    • pre-eclampsie (een complicatie bij zwangerschap)
    • acute intermitterende porfyrie
    • acute loodvergiftiging
  • (genees)middelen
    • niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's)
    • orale anticonceptiemiddelen
    • corticosteroïden
    • ciclosporine
    • erytropoëtine
    • cocaïne
    • alcoholmisbruik
    • drop (in overmatige hoeveelheden)

den uitgevoerd om te zien of er organen beschadigd zijn en wat de oorzaak van de hoge bloeddruk is, kan per persoon verschillen. De standaardonderzoeksprocedure bij mensen met hoge bloeddruk zal in het algemeen bestaan uit vragen naar het klachtenpatroon, lichamelijk onderzoek, elektrocardiografie (ECG), bloedonderzoek (inclusief nierfuncties) en urineonderzoek.

Bij het lichamelijke onderzoek controleert de arts of de buik ter hoogte van de nieren drukgevoelig is. Met een stethoscoop wordt de buik beluisterd om te bepalen of er een vaatgeruis (het typische geruis van het bloed door een vernauwde slagader) in de beide nierslagaders is te horen.

Het netvlies (de lichtgevoelige membraan aan de binnenzijde van de achterkant van het oog) kan worden bekeken met een oftalmoscoop (zie Symptomen en diagnose van oogaandoeningen: Oftalmoscopie). Meestal verwijst men voor dit onderzoek naar een oogarts. Het netvlies is de enige plaats in het lichaam waar een arts het effect van hoge bloeddruk op de arteriolen rechtstreeks kan zien. Daarbij wordt aangenomen dat de arteriolen en andere bloedvaten elders in het lichaam (bijvoorbeeld in de nieren) soortgelijke veranderingen hebben ondergaan als de arteriolen in het netvlies. Uit de mate van beschadiging van het netvlies (retinopathie (Aandoeningen van het netvlies: Diabetische retinopathie)) kan de arts de ernst van de hoge bloeddruk afleiden.

Met een stethoscoop beluistert de arts de hartgeluiden. Een van de eerste door hoge bloeddruk veroorzaakte veranderingen in het hart is een abnormaal hartgeluid, de zogenoemde ‘vierde harttoon'. Dit geluid ontstaat doordat de linker boezem van het hart zich sterker moet samentrekken voor het vullen van de vergrote, minder veerkrachtige linker kamer, die het bloed naar alle organen van het lichaam behalve de longen pompt.

Met behulp van elektrocardiografie (ECG (Symptomen en diagnose van hart- en vaatziekten: Elektrocardiografie)) kunnen veranderingen in het hart, vooral een verdikte hartspier, worden opgespoord. In de vroege stadia zijn dergelijke veranderingen echter het best op te sporen met behulp van echocardiografie. (Symptomen en diagnose van hart- en vaatziekten: Echocardiografie en andere echografische procedures)

Nierbeschadigingen kunnen worden opgespoord met urine- en bloedonderzoek. De eerste aanwijzingen voor nierbeschadiging zijn met urineonderzoek te vinden. Als er in de urine bloedcellen en albumine (het eiwit dat het meest in bloed voorkomt) worden aangetroffen, kan dit wijzen op beschadiging. De symptomen van nierbeschadiging (zoals lusteloosheid, gebrek aan eetlust en vermoeidheid) doen zich meestal pas voor als 70 tot 80% van de nierfunctie is verloren gegaan.

Hoe hoger de bloeddruk en hoe jonger de patiënt, des te diepgaander zal men zoeken naar een oorzaak, ook al wordt die in minder dan 10% van de gevallen gevonden. Voorbeelden van uitgebreider onderzoek zijn röntgenopnamen, echografie en isotopenonderzoek van de nieren en hun bloedtoevoer, thoraxfoto's en onderzoek van bloed en urine op de aanwezigheid van bepaalde hormonen als epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
, aldosteron en cortison.

Uit de onderzoeksuitslagen of de symptomen kan soms de oorzaak worden afgeleid. Als er bijvoorbeeld een vaatgeruis in de slagader naar een nier is, kan dit wijzen op vernauwing van de slagader (nierarteriestenose). Bepaalde combinaties van symptomen kunnen duiden op te hoge spiegels van de hormonen epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
en norepinefrine Handelsnaam
Norepinefrine
, veroorzaakt door een feochromocytoom. De aanwezigheid van een feochromocytoom wordt bevestigd door het voorkomen van afbraakproducten van deze hormonen in de urine. Met behulp van bepaalde routineonderzoeken kunnen andere zeldzame oorzaken van hoge bloeddruk worden opgespoord. Zo kan hyperaldosteronisme worden op

gespoord door meting van de kaliumconcentratie in het bloed. (zie Aandoeningen van de bijnier: Hyperaldosteronisme)

illustrative-material.figure-short 2

Het meten van de bloeddruk

Het meten van de bloeddruk

Er bestaan verschillende instrumenten waarmee de bloeddruk snel en met weinig ongemak kan worden bepaald. Het meest gebruikte instrument is de sfygmomanometer. Deze bestaat uit een zachte rubberen manchet, die is verbonden met een rubberen knijpbal waarmee de manchet kan worden opgeblazen, en een meter die de druk in de manchet aangeeft. De meter kan voorzien zijn van een wijzerplaat of een digitaal beeldscherm. De modellen die waren voorzien van een met kwik gevulde glazen buis, die tot voor kort in gebruik waren, zijn (ondanks de grotere betrouwbaarheid) onlangs verwijderd wegens milieueisen. De bloeddruk wordt uitgedrukt in millimeters kwikdruk (mmHg), omdat de eerste bloeddrukmeters een kwikkolom gebruikten.

Bij bloeddrukmeting met een sfygmomanometer legt de patiënt de gebogen, ontblote arm (mouw opgerold) op een tafel, zodat de arm zich ongeveer op harthoogte bevindt. De manchet wordt om de arm gewikkeld. Het is belangrijk dat de manchet past bij de dikte van de arm, want bij een te krappe manchet wordt een te hoge bloeddruk afgelezen, en bij een te wijde manchet is de meting te laag.

De arts of verpleegkundige luistert met een stethoscoop naar de slagader op een plaats voorbij de manchet. De manchet wordt opgeblazen door in de rubber bal te knijpen tot de manchet de slagader zo ver heeft dichtgeknepen dat de doorbloeding tijdelijk stopt. Dit gebeurt gewoonlijk bij een druk die ongeveer 30 mmHg hoger is dan de normale systolische bloeddruk van de patiënt (de druk in de slagader terwijl het hart zich samentrekt). Vervolgens laat men de manchet geleidelijk leeglopen. De druk waarbij de pulsaties in de slagader voor het eerst weer hoorbaar worden, is de systolische bloeddruk. Daarna laat men de manchet verder leeglopen tot het geluid van het stromende bloed niet meer hoorbaar is. De druk op dat moment is de diastolische bloeddruk (de druk in de slagader terwijl het hart zich ontspant tussen twee slagen).

Er zijn ook automatische bloeddrukmeters, die zonder stethoscoop en rubber knijpbal werken. Deze instrumenten kunnen worden aangebracht om de bovenarm, vinger of pols. Bij mensen ouder dan 50 jaar geven bloeddrukmetingen aan de bovenarm de nauwkeurigste resultaten. Soms is een zeer nauwkeurige bepaling van de bloeddruk nodig, bijvoorbeeld bij patiënten op de afdeling intensieve zorg. In dergelijke gevallen kan een katheter worden ingebracht in een slagader waarmee de bloeddruk rechtstreeks wordt gemeten. Voor patiënten met hoge bloeddruk zijn er ook bloeddrukmeters in de handel voor thuisgebruik.

Behandeling

Primaire hypertensie is niet te genezen, maar kan wel worden behandeld om complicaties te voorkomen. Omdat hoge bloeddruk zelf geen symptomen veroorzaakt, schrijft een arts gewoonlijk geen behandelingen voor die bijwerkingen veroorzaken of de patiënt dwingen zijn levensstijl te wijzigen. Vóór er geneesmiddelen worden voorgeschreven, worden eerst andere behandelwijzen uitgeprobeerd.

Patiënten met hoge bloeddruk en overgewicht krijgen het advies af te vallen. Vijf kilo afvallen kan al leiden tot een daling van de bloeddruk. Voor mensen met ernstig overgewicht, met een te hoge cholesterolconcentratie in het bloed of voor patiënten met diabetes mellitus zijn veranderingen in voedingsgewoonten belangrijk om het risico van hart- en vaatziekten te verkleinen. Patiënten die roken, dienen daarmee te stoppen.

Als de patiënt minder alcohol en natrium gaat gebruiken (maar intussen wel zorgt dat hij voldoende calcium, magnesium en kalium binnenkrijgt), is behandeling van de hoge bloeddruk met geneesmiddelen soms niet meer nodig. Het gebruik van alcohol dient te worden beperkt tot maximaal 2 consumpties per dag (in totaal niet meer dan 75 cl bier, 25 cl wijn of 5 cl sterke drank met 50% alcohol). De patiënt dient per dag minder dan 2 gram natrium of minder dan 5 gram natriumchloride (keukenzout) te gebruiken.

Matig intensieve aerobicsoefeningen zijn ook zinvol. Mensen met primaire hypertensie hoeven hun lichamelijke activiteiten niet te beperken, zolang hun bloeddruk onder controle blijft. Regelmatig bewegen draagt bij aan verlaging van bloeddruk en gewicht, en zorgt voor verbetering van de hartfunctie en de algehele gezondheidstoestand. (Lichaamsbeweging en conditie: Introductie`)

Mensen met hoge bloeddruk wordt vaak aangeraden regelmatig thuis hun bloeddruk te meten. Dit leidt er namelijk vaak toe dat ze meer gemotiveerd zijn om de behandelvoorschriften van de arts op te volgen.

Behandeling met geneesmiddelen: de geneesmiddelen die voor de behandeling van hoge bloeddruk worden gebruikt, heten ‘antihypertensiva'. Doordat er allerlei verschillende antihypertensiva bestaan, kan hoge bloeddruk bijna altijd worden behandeld, maar de behandeling moet aan de persoon worden aangepast. De grootste kans van slagen wordt bereikt als de patiënt en de arts goed met elkaar overleggen en gezamenlijk aan een behandelprogramma werken.

De streefwaarde bij behandeling van hoge bloeddruk hangt af van eventuele andere aandoeningen. Bij de meeste mensen is het veilig de diastolische bloeddruk te verlagen naar 70 mmHg. Bij patiënten met coronaire hartziekte of angina pectoris mag de diastolische bloeddruk niet lager dan 80 mmHg worden. Bij mensen met diabetes mellitus wordt gestreefd naar een waarde lager dan 130/80 mmHg en bij ouderen naar een waarde lager dan 140/90 mmHg.

Aangezien de verschillende typen antihypertensiva de bloeddruk via uiteenlopende mechanismen verlagen, zijn allerlei behandelmethoden mogelijk. Bij sommige mensen wordt een stapsgewijze behandeling met geneesmiddelen toegepast: ze beginnen met één type antihypertensivum en voegen daaraan, indien nodig, andere middelen toe. Bij andere mensen past men de middelen liever één voor één toe: als het ene middel niet blijkt te werken, vervangt men het door een ander. Bij de keuze van antihypertensiva wordt gelet op factoren als leeftijd, geslacht, ras, de ernst van de hoge bloeddruk en eventuele andere aandoeningen als diabetes mellitus of een verhoogde cholesterolconcentratie in het bloed. Daarnaast wordt ook gelet op mogelijke bijwerkingen, die van middel tot middel variëren, de kosten van de middelen en van eventuele tests die nodig zijn om te bepalen of er bijwerkingen optreden.

De meeste mensen verdragen de voorgeschreven middelen tegen hoge bloeddruk goed, maar elk antihypertensivum kan bijwerkingen veroorzaken. Als dergelijke bijwerkingen zich voordoen, moet de patiënt dit aan de arts melden, zodat de dosis kan worden aangepast of kan worden overgeschakeld op een ander middel. Antihypertensiva moeten gewoonlijk voor onbeperkte tijd worden gebruikt om de bloeddruk onder controle te houden.

De eerste middelen waarmee vaak wordt geprobeerd de hoge bloeddruk te verlagen zijn vochtafdrijvende middelen op thiazidebasis (de zogenoemde ‘thiazidediuretica'). Deze middelen verwijden de bloedvaten en helpen de nieren ook bij het uitscheiden van zout en water, waardoor het totale vochtvolume in het lichaam afneemt en de bloeddruk daalt. Omdat het gebruik van deze thiazidediuretica ook leidt tot uitscheiding van kalium in de urine, moet de patiënt tegelijk met het middel soms ook extra kalium innemen of een vochtafdrijvend middel gebruiken dat niet leidt tot kaliumverlies of dat de kaliumconcentratie verhoogt (kaliumsparend diureticum). Dergelijke kaliumsparende middelen worden gewoonlijk niet afzonderlijk gebruikt, omdat ze de bloeddruk niet zo effectief verlagen als de thiazidediuretica; alleen het kaliumsparende diureticum spironolacton Handelsnaam
Aldactone
wordt soms afzonderlijk gebruikt. Vochtafdrijvende middelen werken vooral goed bij mensen van negroïde afkomst, ouderen, mensen met ernstig overgewicht en patiënten met hartfalen of chronische nierinsuffiëntie.

Tot de groep van de adrenerge receptorblokkerende stoffen behoren de alfablokkers, bètablokkers, alfabètablokkers en adrenerge receptorblokkers met perifere werking. Deze stoffen remmen de effecten van het sympathische zenuwstelsel, het stelsel dat snel op stress kan reageren door de bloeddruk te verhogen. De bètablokkers zijn de meest gebruikte soort in deze categorie. Ze worden vooral toegepast bij blanken en jonge mensen, bij mensen die een hartinfarct hebben gehad of die last hebben van een te snelle hartslag, pijn op de borst als gevolg van onvoldoende bloedtoevoer naar de hartspier (anginapectoris) of migraine. Het risico van bijwerkingen is groter bij ouderen.

illustrative-material.table-short 1

INDELING BLOEDDRUK BIJ VOLWASSENEN

De bloeddruk wordt in categorieën ingedeeld, omdat de behandeling van hoge bloeddruk mede afhangt van de ernst ervan. Wanneer de systolische en de diastolische bloeddruk niet in dezelfde categorie vallen, wordt de hoogste categorie gebruikt om de bloeddruk in te delen. Zo wordt een bloeddruk van 160/92 ‘matig verhoogd' genoemd, terwijl 150/115 een ‘ernstig verhoogde' bloeddrukverhoging is.

De optimale bloeddruk, waarbij het risico van hart- en vaatproblemen (zoals hartinfarct of hartfalen) minimaal is, is maximaal 120/80 mmHg.

categorie

systolische bloeddruk (mmhg)

diastolische bloeddruk (mmhg)

aanbevolen actie

normale bloeddruk lager dan 130 lager dan 85 bloeddrukmeting na twee jaar herhalen
hoognormale bloeddruk 130-139 85-89 bloeddrukmeting na één jaar herhalen; advies geven voor aanpassing leefgewoonten
licht verhoogde bloeddruk 140-159 90-99 de hoge bloeddruk binnen een maand bevestigen en advies geven voor aanpassing van leefgewoonten
matig verhoogde bloeddruk 160-179 100-109 patiënt binnen een maand opnieuw onderzoeken of ter behandeling doorverwijzen
ernstig verhoogde bloeddruk 180 of hoger 110 of hoger afhankelijk van de toestand van de patiënt onmiddellijk of binnen een week doorverwijzen ter behandeling

Centraal werkende alfa-agonisten verlagen de bloeddruk via een mechanisme dat enigszins lijkt op dat van adrenerge receptorblokkers. Ze stimuleren bepaalde receptoren in de hersenstam en remmen daardoor de werking van het sympathische zenuwstelsel. Deze middelen worden tegenwoordig echter nog maar zelden toegepast.

Angiotensine-converterend-enzymremmers (ACE-remmers) verlagen de bloeddruk onder meer door de kleine slagaders (arteriolen) te verwijden. Ze doen dit door de vorming te belemmeren van angiotensine II, een stof die de arteriolen doet samentrekken. In feite belemmeren ze de werking van het enzym dat angiotensine I in angiotensine II (het angiotensine-converterend enzym (zie Hoge bloeddruk: Symptomen)) omzet. Deze middelen zijn vooral zinvol bij mensen met coronaire hartziekte of hartfalen, bij blanken en jonge mensen, bij mensen met eiwit in de urine als gevolg van een chronische nierziekte of diabetes mellitus en bij mannen die impotent zijn als bijwerking van een ander bloeddrukverlagend middel.

Angiotensine-II-receptorblokkers verlagen de bloeddruk via een mechanisme dat lijkt op dat van de ACE-remmers: ze remmen rechtstreeks de werking van angiotensine II, de stof die de arteriolen doet samentrekken. Vanwege hun meer rechtstreekse werkingsmechanisme veroorzaken de angiotensine-II-receptorblokkers wellicht minder bijwerkingen.

Calciumantagonisten zorgen ook voor verwijding van de kleine slagaders, maar werken via een geheel ander mechanisme. Ze zijn vooral zinvol bij mensen van negroïde afkomst en ouderen en bij mensen met pijn op de borst (angina pectoris), bepaalde vormen van te snelle hartslag of migraine. Er bestaan kort- en langwerkende calciumantagonisten. Er zijn meldingen die erop duiden dat mensen die kortwerkende calciumantagonisten gebruiken een groter risico hebben om te overlijden aan een hartinfarct; dergelijke effecten zijn niet gemeld met betrekking tot langwerkende calciumantagonisten.

Rechtstreeks werkende vaatverwijdende middelen zorgen voor verwijding van de bloedvaten via een ander mechanisme. Middelen uit deze groep worden vrijwel nooit afzonderlijk gegeven, maar als tweede geneesmiddel toegevoegd wanneer een ander middel de bloeddruk onvoldoende doet dalen.

TYPE

voorbeelden

enkelE BIJWERKINGEN

vochtafdrijvende middelen (diuretica) 

lisdiuretica

bumetanide Handelsnaam
Burinex

etacrynezuur

furosemide Handelsnaam
Lasix
Lasiletten

torasemide

verlaagde kalium- en magnesiumspiegel; tijdelijk verhoogde bloedglucose- en cholesterolspiegel; verhoogde ureumspiegel, impotentie bij mannen, maag-darmklachten
kaliumsparende diuretica

amiloride Handelsnaam
Midamor

spironolacton Handelsnaam
Aldactone

triamtereen Handelsnaam
Dytac

bij alle: verhoogde kaliumspiegel en maag-darmklachtenbij spironolacton: borstontwikkeling bij mannen (gynaecomastie) en onregelmatige menstruatie bij vrouwen
thiazide en thiazideachtige diuretica

chloorthalidon Handelsnaam
Hygroton

hydrochloorthiazide Handelsnaam
Hydrochloorthiazide

indapamide Handelsnaam
Fludex

metolazon

verlaagde kalium- en magnesiumspiegel, verhoogde calcium- en ureumspiegel, impotentie bij mannen en maag-darmklachten

adrenerge receptorblokkerende stoffen 

alfablokkers

doxazosine Handelsnaam
Cardura

prazosine Handelsnaam
Minipress

terazosine Handelsnaam
Hytrin

flauwvallen (syncope) bij de eerste dosis, hartkloppingen, duizeligheid, lage bloeddruk bij rechtop staan (orthostatische hypotensie), vochtophoping (oedeem)
bètablokkers

acebutolol Handelsnaam
Acebutolol
Sectral

atenolol Handelsnaam
Tenormin

betaxolol Handelsnaam
Betoptic
Kerlon

bisoprolol Handelsnaam
Bisobloc
Emcor

carteolol Handelsnaam
Teoptic

metoprolol Handelsnaam
Lopresor
Selokeen

nadolol

penbutolol

pindolol Handelsnaam
Viskeen

propranolol Handelsnaam
Inderal

timolol Handelsnaam
Loptomit
Timoptol

vernauwingen van de luchtwegen (bronchospasmen), te trage hartslag (bradycardie), hartfalen, eventuele maskering van verlaagde bloedglucosespiegel na insuline-injecties, verminderde perifere doorbloeding, slapeloosheid, vermoeidheid, kortademigheid, depressie, fenomeen van Raynaud, levendige dromen, hallucinaties en impotentiebij sommige bètablokkers: verhoogde triglyceridenconcentratie
gecombineerde alfa- en bètablokkers

carvedilol Handelsnaam
Eucardic

labetalol Handelsnaam
Trandate

lage bloeddruk bij rechtop staan en vernauwingen van de luchtwegen
perifeer werkende adrenerge receptorblokkerende stoffen

guanethidine

reserpine

bij guanethidine: diarree, impotentie, lage bloeddruk bij rechtop staan en vochtophopingbij reserpine: depressie, verstopte neus, lusteloosheid en bloedingen bij maagzweren

centraal werkende alfa-agonisten 

 

clonidine Handelsnaam
Catapresan
Dixarit

guanfacine

methyldopa Handelsnaam
Aldomet

slaperigheid, droge mond, vermoeidheid, te trage hartslag, tijdelijk verhoogde bloeddruk na staken van de behandeling (behalve bij methyldopa) en impotentiebij methyldopa: depressie, lage bloeddruk bij rechtop staan, leveraandoeningen en auto-immuunziekten

angiotensine-converterend-enzymremmers (ACE-remmers) 

 

benazepril Handelsnaam
Cibacen

captopril Handelsnaam
Capoten

enalapril Handelsnaam
Renitec

fosinopril Handelsnaam
Newace

lisinopril Handelsnaam
Zestril
Novatec

moëxipril

perindopril Handelsnaam
Coversyl

quinapril Handelsnaam
Acupril

ramipril Handelsnaam
Tritace

trandolapril Handelsnaam
Gopten

hoesten (bij wel 20% van de patiënten), lage bloeddruk, verhoogde kaliumspiegel, huiduitslag, angio-oedeem (allergische zwellingen in gelaat, lippen en luchtpijp, die de ademhaling kunnen bemoeilijken) en bij zwangere vrouwen ernstige schade aan de foetus

angiotensine-II-receptorblokkers 

 

candesartan Handelsnaam
Atacand

eprosartan Handelsnaam
Teveten

irbesartan Handelsnaam
Aprovel

losartan Handelsnaam
Cozaar

telmisartan Handelsnaam
Kinzalmono
Micardis

valsartan Handelsnaam
Diovan

duizeligheid, verhoogde kaliumspiegel, angio-oedeem (zelden) en bij zwangere vrouwen ernstige schade aan de foetus

calciumantagonisten 

dihydropyridinen

amlodipine Handelsnaam
Amlodipine
Norvasc

felodipine Handelsnaam
Plendil
Renedil

isradipine Handelsnaam
Lomir

nicardipine Handelsnaam
Cardene

nifedipine Handelsnaam
Adalat
(alleen met gereguleerde afgifte)

nisoldipine

duizeligheid, vochtophoping in de enkels, rood gezicht, hoofdpijn, brandend maagzuur, opgezet tandvlees en te snelle hartslag (tachycardie)
overige calciumantagonisten

diltiazem Handelsnaam
Diloc
Surazem
Tiadil
Tildiem
(alleen met gereguleerde afgifte)

verapamil Handelsnaam
Isoptin
Geangin

hoofdpijn, duizeligheid, rood gezicht, vochtophoping, problemen met het prikkelgeleidingssysteem van het hart (inclusief AV-blok), te trage hartslag (bradycardie), hartfalen en opgezet tandvleesbij verapamil: constipatie

direct werkende vaatverwijdende middelen 

 

hydralazine Handelsnaam
Hydralazine

minoxidil Handelsnaam
Lonnoten
Regaine

hoofdpijn, te snelle hartslag (tachycardie) en vochtophoping

Behandeling van secundaire hypertensie

Indien mogelijk wordt de oorzaak van de hoge bloeddruk behandeld. Door behandeling van een nierziekte kan de bloeddruk soms weer normaal worden of in ieder geval dalen, zodat behandeling met bloeddrukverlagende middelen effectiever is. Een vernauwing in de slagader naar de nieren kan worden verholpen door een katheter met een ballonnetje aan het uiteinde in de slagader in te brengen en vervolgens het ballonnetje op te blazen (angioplastiek (zie Coronaire hartziekte: Symptomen)). Ook is het mogelijk een omleiding (bypass) aan te leggen om het vernauwde deel van de slagader. Vaak wordt door een dergelijke behandeling ook de hoge bloeddruk opgeheven. Tumoren die hoge bloeddruk veroorzaken, zoals een feochromocytoom, kunnen meestal operatief worden verwijderd. (zie Aandoeningen van de bijnier: Feochromocytoom)

Behandeling van dringende situaties en noodsituaties als gevolg van hoge bloeddruk

Urgente problemen door hoge bloeddruk worden behandeld door orale toediening van clonidine Handelsnaam
Catapresan
Dixarit
, een adrenerge receptorblokker. Ook de calciumantagonist nifedipine Handelsnaam
Adalat
, die onder de tong wordt gelegd (sublinguale toediening), wordt wel gebruikt, maar is minder veilig.

Bij echte noodsituaties als gevolg van hoge bloeddruk, zoals maligne hypertensie en hypertensieve encefalopathie, moet de bloeddruk snel worden verlaagd. De meeste middelen die daarvoor worden gebruikt, zoals nitroglycerine Handelsnaam
Nitrolingual
of labetalol Handelsnaam
Trandate
, worden intraveneus toegediend. Als men een aneurysma vermoedt, wordt bij voorkeur labetalol Handelsnaam
Trandate
gebruikt.

Prognose

Bij onbehandelde hoge bloeddruk bestaat een verhoogd risico van het ontstaan van hartziekten (zoals hartfalen, hartinfarct of plotselinge hartdood), nierinsufficiëntie of CVA (‘beroerte') op jonge leeftijd. Hoge bloeddruk is de voornaamste risicofactor voor een CVA en tevens een van de drie voornaamste beïnvloedbare risicofactoren voor een hartinfarct (de andere twee zijn roken en een te hoge cholesterolconcentratie in het bloed). Bij succesvolle behandeling van hoge bloeddruk neemt het risico van een CVA of hartfalen sterk af. Ook de kans op een hartinfarct kan dalen, zij het minder sterk. Van de patiënten met maligne hypertensie is zonder behandeling minder dan 5% na een jaar nog in leven.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven
Illustraties
Tabellen
Disclaimer