MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Hartfalen (hartinsufficiëntie) is een aandoening waarbij het hart het bloed niet goed rondpompt, met als gevolg een verminderde bloedcirculatie, stuwing (congestie) van het bloed in de aders en de longen en andere veranderingen die het hart verder kunnen verzwakken.

Hartfalen kan bij mensen van elke leeftijd voorkomen, zelfs bij jonge kinderen (vooral als ze een aangeboren hartafwijking hebben). Het komt echter veel vaker voor bij ouderen, omdat zij vaker aandoeningen hebben die de hartspier beschadigen en omdat met het klimmen der jaren het hart vaak minder efficiënt gaat pompen. Bij ongeveer 1 op de 100 mensen ontstaat hartfalen. Deze ziekte zal in de toekomst waarschijnlijk vaker voorkomen, doordat mensen langer leven en doordat in sommige landen meer mensen aan bepaalde risicofactoren voor hartziekten zullen worden blootgesteld (zoals roken, hoge bloeddruk en te vet eten).

Bij hartfalen denken sommigen dat het hart er helemaal mee ophoudt, maar in feite wordt ermee bedoeld dat het hart onvoldoende in staat is zijn werk te doen. Dit is echter een veel te simpele definitie. Hartfalen is een uiterst ingewikkeld proces waarvan de vele oorzaken, aspecten, vormen en gevolgen niet in een simpele definitie zijn te vangen.

De taak van het hart is het rondpompen van bloed. Aan dit pompen zijn twee aspecten te onderscheiden: er moet vloeistof ergens in worden gepompt (het hart pompt bloed in de slagaders) en er moet vloeistof ergens uit worden gepompt (het hart pompt bloed uit de aders, zoals een mechanische pomp water uit een kelder pompt). Hartfalen ontstaat wanneer de pompwerking van het hart onvoldoende is. Daardoor wordt er onvoldoende bloed naar de weefsels gevoerd en het bloed dat terug naar het hart moet, hoopt zich op, zodat er stuwing (congestie) in de aders ontstaat. Daarom wordt hartfalen ook wel ‘congestief hartfalen' genoemd.

Ophoping van bloed dat aan de linkerkant van het hart binnenkomt (vanuit de longen (zie Hart en bloedvaten: Een kijkje in het hartTabellen)) leidt tot stuwing in de longen, waardoor de werking van de longen wordt belemmerd en de ademhaling wordt bemoeilijkt. Wanneer er onvoldoende bloed in de rechter helft van het hart binnenkomt (bloed afkomstig van de rest van het lichaam), ontstaat er stuwing in andere lichaamsdelen. Zo kan zich vocht ophopen in de benen (oedeem) en kunnen organen als de lever worden vergroot. Bij hartfalen zijn gewoonlijk beide harthelften in meer of mindere mate betrokken. De ene helft kan echter sterker wordt aangetast dan de andere. In dergelijke gevallen wordt gesproken van ‘rechtszijdig' of ‘linkszijdig hartfalen'.

Bij hartfalen kan het hart niet voldoende bloed rondpompen om te voorzien in de behoefte van het lichaam aan zuurstof en voedingsstoffen, die door het bloed moeten worden aangevoerd. Daardoor kunnen de spieren in armen en benen eerder vermoeid raken en de nieren niet normaal functioneren. Onder normale omstandigheden zorgt de bloeddruk in de slagaders ervoor dat de nieren vocht en afvalstoffen uit het bloed filtreren en in de urine afvoeren. Wanneer het hart niet krachtig genoeg pompt, daalt de bloeddruk en functioneren de nieren niet meer voldoende: ze kunnen dan het teveel aan vocht niet meer uit het bloed verwijderen. Daardoor neemt de totale hoeveelheid vocht in de bloedvaten toe, zodat het hart nog harder moet werken en een vicieuze cirkel ontstaat. Het hartfalen wordt dan nog versterkt.

De twee voornaamste vormen van hartfalen zijn systolische disfunctie en diastolische disfunctie. Bij systolische disfunctie (de meest voorkomende vorm) trekt het hart zich niet krachtig genoeg samen, waardoor minder dan normaal van het naar het hart teruggevoerde bloed kan worden weggepompt. Daardoor blijft er meer bloed achter in de onderste hartkamers (ventrikels). Het bloed hoopt zich dan op in de aders. Bij diastolische disfunctie is het hart stug en kan zich na samentrekking niet meer normaal ontspannen. Ook al kan het hart in principe een normale hoeveelheid bloed uit de kamers wegpompen, toch kan er minder bloed vanuit de aders de kamers binnenstromen doordat het hart stug is. Net als bij systolische disfunctie hoopt het naar het hart terugkerende bloed zich dan op in de aders. Deze twee vormen van hartfalen gaan vaak samen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Compensatiemechanismen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer