MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Aortaklepinsufficiëntie

Bij aortaklepinsufficiëntie (ook ‘aorta-insufficiëntie' genoemd) lekt er bloed via de aortaklep terug elke keer dat de linker kamer zich ontspant.

Wanneer de linker kamer zich ontspant om zich met bloed vanuit de linker boezem te vullen, lekt er bloed terug vanuit de aorta, waardoor het bloedvolume en de bloeddruk in de linker kamer toenemen. Daardoor moet het hart harder werken. Ter compensatie worden de spierwanden van de kamers dikker (hypertrofie), en worden de kamers zelf verwijd (dilatatie). Ondanks deze compensatie kan het hart uiteindelijk mogelijk niet meer voldoen aan de behoefte van het lichaam aan bloed, zodat hartfalen ontstaat.

Acuut reuma en syfilis waren vroeger in Noord-Amerika, Austraal-Azië en West-Europa de voornaamste oorzaken van aortaklepinsufficiëntie, maar dankzij het wijdverbreide gebruik van antibiotica zijn deze aandoeningen daar tegenwoordig zeldzaam. In streken waar antibiotica niet algemeen worden gebruikt, komt aortaklepinsufficiëntie ten gevolge van acuut reuma of syfilis echter nog veel voor. Afgezien van deze infecties ontstaat ernstige aortaklepinsufficiëntie meestal door verzwakking van het stevige, vezelige weefsel waaruit de klep bestaat, als gevolg van myxomateuze degeneratie (een aangeboren afwijking waarbij de klep geleidelijk slapper wordt), degeneratie van de klep ten gevolge van onbekende factoren, een aorta-aneurysma of aortadissectie. Veelvoorkomende oorzaken van lichte aortaklepinsufficiëntie zijn sterk verhoogde bloeddruk en een aangeboren afwijking waarbij de aortaklep maar twee slippen heeft (bicuspidale klep) in plaats van de gebruikelijke drie (tricuspidale klep) (zie Aangeboren afwijkingen: Aortaklepstenose.) Deze afwijking komt voor bij ongeveer 2% van de jongens en 1% van de meisjes. Andere mogelijke oorzaken van aortaklepinsufficiëntie zijn bacteriële hartklepinfecties (infectieuze endocarditis) en verwondingen.

Symptomen en diagnose

Bij lichte aortaklepinsufficiëntie is het enige symptoom een kenmerkend hartgeruis dat met een stethoscoop kan worden waargenomen wanneer de linker kamer zich ontspant. Patiënten met ernstige aortaklepinsufficiëntie kunnen last hebben van hartkloppingen (zich bewust zijn van hun hartslag) doordat de linker kamer is vergroot en zich krachtiger samentrekt. De kamer wordt groter naarmate het bloedvolume erin toeneemt. Uiteindelijk leidt dit tot hartfalen, waarbij zich in de longen vocht ophoopt. Als gevolg hiervan wordt de patiënt kortademig bij lichamelijke inspanning. Ook in liggende houding heeft de patiënt moeite met ademhalen, vooral 's nachts. Wanneer de patiënt rechtop gaat zitten, zakt het opgehoopte vocht uit het bovenste deel van de longen, waardoor hij weer vrijer kan ademen. Ongeveer 5% van de patiënten met aortaklepinsufficiëntie heeft last van pijn op de borst (angina pectoris) doordat hun hartspier onvoldoende bloed krijgt, vooral 's nachts.

Elke polsslag is heel even krachtig en zakt dan snel weer weg (een zogenoemde ‘pulsus celer'), doordat er bloed terug lekt door de aortaklep, waardoor de bloeddruk scherp daalt.

De arts stelt de vermoedelijke diagnose meestal op basis van de bevindingen bij een lichamelijk onderzoek (zoals de typische polsslag en het kenmerkende hartgeruis) en de op een thoraxfoto zichtbare vergroting van het hart. Op een elektrocardiogram (ECG) kunnen aanwijzingen te zien zijn voor een vergrote linker kamer. Met behulp van echocardiografie kan de defecte klep worden afgebeeld en kan de arts bepalen hoe ernstig de insufficiëntie is en of de hartklep moet worden vervangen. Voorafgaand aan de operatie wordt ook coronairangiografie uitgevoerd, aangezien ongeveer 20% van de patiënten met aortaklepinsufficiëntie ook lijdt aan coronaire hartziekte.

Behandeling

Hartfalen als gevolg van aortaklepinsufficiëntie kan in eerste instantie worden behandeld met geneesmiddelen. Tenzij er slechts sprake is van een lichte aortaklepinsufficiëntie moet er uiteindelijk vrijwel altijd operatief worden ingegrepen. In de weken voorafgaand aan de operatie wordt het hartfalen behandeld met digoxine Handelsnaam
Lanoxin
, vochtafdrijvende middelen (diuretica) en een middel dat de bloedvaten verwijdt en zodoende de belasting van het hart vermindert, zoals een calciumantagonist, een angiotensine-converterend-enzymremmer (ACE-remmer) of hydralazine Handelsnaam
Hydralazine
in combinatie met een nitraat. (zie Hartfalen: Preventie en behandeling) Wanneer geen ACE-remmer kan worden gebruikt, kan een angiotensine-II-receptorblokker worden voorgeschreven. Soms kan een pacemaker (zie Hartritmestoornissen:IntroductieIllustraties) worden gebruikt om de hartslag te versnellen en daardoor het hartfalen te verlichten.

De beschadigde klep dient operatief door een klepprothese te worden vervangen vóór de linker kamer onherstelbaar wordt beschadigd en het hartfalen te ernstig wordt. Meestal wordt er op gezette tijden een echocardiogram gemaakt om te controleren hoe snel de linker kamer groter wordt, zodat de operatie op het juiste moment kan worden gepland.

Patiënten met aortaklepinsufficiëntie, ook al is het maar in lichte mate, krijgen vóór een chirurgische, tandheelkundige of andere medische ingreep antibiotica (zie Infectieuze endocarditis:IntroductieTabellen) toegediend om het risico van infectie van de beschadigde hartklep te verkleinen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Aortaklepstenose

Illustraties
Tabellen
Disclaimer