MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Via de aders (venen) stroomt het bloed vanuit alle organen van het lichaam terug naar het hart. De grote aders lopen parallel aan de grote slagaders en dragen vaak dezelfde naam, maar het verloop van het aderstelsel is moeilijker te volgen dan dat van het slagaderlijk stelsel. Er zijn vele kleine, naamloze aders die onregelmatige netwerken vormen en aansluiten op de grotere aders.

In veel van de aders, vooral die in de armen en benen, zitten eenrichtingskleppen. Elke klep bestaat uit twee helften (slippen), waarvan de randen tegen elkaar liggen. Op weg naar het hart duwt het bloed deze slippen uiteen als een paar klapdeuren. Als het bloed terug wil stromen, onder invloed van de zwaartekracht of door spiercontracties, of doordat er verderop in de ader bloedstuwing ontstaat, worden de slippen dichtgedrukt, zodat het bloed niet kan terugstromen. Zo zorgen de kleppen ervoor dat het bloed naar het hart terugstroomt, door zich te openen wanneer het bloed in de richting van het hart stroomt en zich te sluiten wanneer het wil terugstromen.

Tot de voornaamste aandoeningen van de aders behoren ontstekingen, stolselvorming en afwijkingen die tot vaatverwijding en spataders leiden. Deze problemen betreffen vooral de beenaders, doordat in staande houding het bloed vanuit de benen, tegen de zwaartekracht in, omhoog moet stromen naar het hart.

In de benen bevinden zich oppervlakkige aders, gelegen in de onderhuidse vetlaag, en diepe aders tussen de spieren. De oppervlakkige en diepe aders zijn onderling verbonden door korte aders, de zogenaamde ‘verbindingsaders'.

De diepe aders spelen een belangrijke rol bij het omhoogstuwen van het bloed. Dankzij de eenrichtingskleppen in de diepe aders kan het bloed niet terugstromen. Wanneer de spieren rondom deze aders zich samentrekken, worden de aders samengedrukt, waardoor het bloed omhoog wordt gestuwd als tandpasta die uit een tube wordt geknepen. Hierbij zijn vooral de krachtige kuitspieren belangrijk, die bij elke stap de diepe aders samendrukken. Via de diepe aders wordt minstens 90% van het bloed vanuit de benen naar het hart teruggevoerd.

De oppervlakkige aders spelen maar een geringe rol bij het terugvoeren van het bloed naar het hart. Hierin zitten soortgelijke kleppen als in de diepe aders, maar de oppervlakkige aders worden niet door spieren omgeven. Dit betekent dat het bloed in deze aders niet door de spierwerking omhoog wordt gestuwd en ook minder snel stroomt dan in de diepe aders. Een groot deel van het bloed dat door de oppervlakkige aders naar boven stroomt, wordt naar de diepe aders gevoerd via de vele korte verbindingsaders die de diepe en de oppervlakkige aders met elkaar verbinden. De kleppen in de verbindingsaders zorgen er daarbij voor dat het bloed wel van de oppervlakkige naar de diepe aders kan stromen, maar niet omgekeerd.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Arterioveneuze fistel

Illustraties
Tabellen
Disclaimer