MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Oppervlakkige tromboflebitis

Bij oppervlakkige tromboflebitis (oppervlakkige flebitis, aderontsteking) is er ontsteking en stolselvorming in een oppervlakkig gelegen ader.

Oppervlakkige tromboflebitis treft meestal de oppervlakkig gelegen aders in de benen, maar soms ook die in de lies. De aandoening komt vaak voor bij mensen met spataders, maar lang niet iedereen met spataders krijgt tromboflebitis.

Zelfs na een kleine verwonding kan een spatader ontstoken raken. Terwijl bij diepveneuze trombose nauwelijks ontstekingsverschijnselen optreden, is er bij oppervlakkige tromboflebitis sprake van een plotseling (acute) ontstekingsreactie. Daarbij kleeft het stolsel stevig aan de aderwand vast, wat de kans op losraken van het stolsel verkleint. In tegenstelling tot de dieper gelegen aders worden oppervlakkige aders niet door spieren omgeven die door samentrekken het stolsel kunnen losmaken. Daardoor leidt oppervlakkige tromboflebitis zelden tot embolie.

Wanneer tromboflebitis herhaaldelijk in normale aders optreedt, wordt dit ‘thrombophlebitis migrans' of ‘phlebitis migrans' genoemd. Dit kan duiden op een ernstige onderliggende aandoening, zoals kanker in een inwendig orgaan. Bij een combinatie van thrombophlebitis migrans en kanker in een inwendig orgaan spreekt men van het ‘syndroom van Trousseau'.

Symptomen en diagnose

Binnen korte tijd ontstaat plaatselijk pijn, de plek van de ontsteking zwelt op en de huid wordt rood, voelt warm aan en is zeer gevoelig voor aanraking. Doordat het bloed in de ader is gestold, voelt de ader onder de huid niet zacht aan, zoals een normale ader of een spatader, maar als een harde streng. Deze harde streng kan zich over de gehele ader uitstrekken. De diagnose kan vaak al worden gesteld op basis van inspectie van het pijnlijke gebied. Wel moet onderscheid worden gemaakt tussen oppervlakkige tromboflebitis en cellulitis, een aandoening die op een andere manier moet worden behandeld.

Behandeling

Oppervlakkige tromboflebitis gaat meestal spontaan over. De pijn kan gewoonlijk afdoende worden bestreden met pijnstillers zoals acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) of andere niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's (Pijn: Niet-steroïde anti-inflammatoire preparaten (NSAID's))). Hoewel de ontsteking gewoonlijk binnen enkele dagen afneemt, kan het enige weken duren voor de knobbels en de gevoeligheid volledig zijn verdwenen. Om het ongemak snel te verminderen kan het stolsel eventueel onder plaatselijke verdoving worden verwijderd, waarna de patiënt gedurende een aantal dagen een drukverband moet dragen.

Wanneer oppervlakkige tromboflebitis zich in de liesstreek voordoet, waar de grootste oppervlakkige ader samenkomt met de grootste diepe ader, kan een stolsel zich tot in de diepe ader uitstrekken. Een dergelijk stolsel kan losraken en als embolus met het bloed worden meegevoerd. Sommige chirurgen zijn daarom van mening dat in deze gevallen de oppervlakkige ader onmiddellijk operatief moet worden afgebonden om uitbreiding naar de diepe ader te voorkomen. Deze ingreep kan meestal onder plaatselijke verdoving worden uitgevoerd, zonder dat ziekenhuisopname noodzakelijk is. Daarna kan de patiënt zijn normale bezigheden hervatten.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Diepveneuze trombose

Volgende: Spataders

Illustraties
Tabellen
Disclaimer