MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Arterioveneuze fistel

Een arterioveneuze fistel is een abnormale verbinding tussen een slagader en een ader.

In de normale situatie stroomt het bloed vanuit een slagader via de haarvaten naar een ader. Bij een arterioveneuze fistel stroomt het bloed echter rechtstreeks vanuit de slagader in de ader, zonder eerst de haarvaten te passeren. Een dergelijke arterioveneuze fistel kan aangeboren (congenitaal) zijn, maar kan ook later ontstaan (verworven).

Aangeboren arterioveneuze fistels komen niet vaak voor. Een verworven arterioveneuze fistel kan ontstaan wanneer een slagader en een ader die vlak naast elkaar lopen, tegelijkertijd beschadigd raken. Dit gebeurt vooral bij steek- en schotwonden en ook wel als complicatie van een hartkatheterisatie of angiografie. De fistel kan onmiddellijk optreden of pas na enkele uren. Als er bloed weglekt naar de omringende weefsels, kan de plek in korte tijd opzwellen.

Bij bepaalde medische behandelingen, zoals hemodialyse (nierdialyse), moet voor elke behandeling een ader worden aangeprikt. Als dit zeer vaak gebeurt, kan de ader ontsteken en kunnen er stolsels in ontstaan. Op den duur kan er littekenweefsel ontstaan en kan de ader geheel afgesloten raken. Om dit te vermijden wordt soms opzettelijk een arterioveneuze fistel aangelegd, gewoonlijk tussen een naast elkaar gelegen ader en slagader in de arm. Door deze ingreep wordt de ader wijder, zodat deze gemakkelijker kan worden aangeprikt en het bloed sneller kan stromen. In snel stromend bloed ontstaan minder gemakkelijk stolsels. In tegenstelling tot sommige grotere arterioveneuze fistels veroorzaken deze kleine, opzettelijk aangebrachte fistels geen hartproblemen en kunnen ze worden gesloten zodra ze niet meer nodig zijn.

Symptomen en diagnose

Een oppervlakkige aangeboren fistel ziet er soms gezwollen en roodblauw gekleurd uit. Op opvallende plaatsen, zoals het gezicht, zijn ze vaak paars van kleur en ontsieren soms het gelaat.

Als een fistel ten gevolge van verwonding niet wordt behandeld, kan een grote hoeveelheid bloed onder hoge druk vanuit de slagader in het aderstelsel stromen. Omdat de wanden van de aders niet op een dergelijke druk berekend zijn, worden ze opgerekt zodat de aders opzwellen en uitpuilen (waardoor ze soms op spataders lijken). Bovendien stroomt het bloed gemakkelijker deze verwijde aders in dan als het bloed zijn normale loop door de slagaders had gevolgd. Daardoor daalt de bloeddruk. Om deze daling te compenseren gaat het hart krachtiger en sneller kloppen, zodat er veel meer bloed wordt rondgepompt. Uiteindelijk kan hierdoor het hart extra worden belast, waardoor hartfalen ontstaat. Hoe groter de fistel, des te sneller kan hartfalen optreden.

Bij een grote fistel die door verwonding is veroorzaakt, kan met een stethoscoop een kenmerkend ‘heen-en-weer gaand' geluid worden beluisterd, als van een machine. Dit geluid wordt ook wel ‘tunnelgeruis' genoemd. Met behulp van dopplerechografie kan de diagnose worden bevestigd en de omvang van het probleem worden vastgesteld. Bij fistels tussen dieper gelegen bloedvaten (zoals de aorta en de holle ader) kan hiervoor beter magnetische kernspinresonantie (MRI) worden gebruikt.

Behandeling

Een kleine aangeboren arterioveneuze fistel kan worden verwijderd of afgesloten door middel van laserchirurgie (lasercoagulatie). Dit moet door een ervaren vaatchirurg gebeuren omdat fistels soms groter kunnen zijn dan ze in eerste instantie aan de buitenkant lijken. Vooral arterioveneuze fistels in de buurt van de hersenen, de ogen of andere belangrijke organen kunnen moeilijk te behandelen zijn.

Een arterioveneuze fistel als gevolg van een verwonding wordt zo snel mogelijk na het stellen van de diagnose operatief hersteld. Voorafgaand aan de operatie wordt soms een contrastvloeistof ingespoten (angiografie (zie Symptomen en diagnose van hart- en vaatziekten: Angiografie van de perifere bloedvaten) om de omtrekken van de fistel op de röntgenfoto's duidelijker zichtbaar te maken. Als de fistel moeilijk te bereiken is, (bijvoorbeeld in de hersenen) is het ook mogelijk om met behulp van ingewikkelde injectietechnieken stolsels op te wekken die de toevoer van bloed naar de fistel afsluiten. Het is bijvoorbeeld mogelijk om spiraaltjes (coils) of plugjes in de fistel in te brengen op de verschillende plaatsen waar de ader en de slagader met elkaar in verbinding staan. Deze behandeling wordt uitgevoerd onder geleide van röntgendoorlichting en er is geen operatie voor nodig.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Diepveneuze trombose

Illustraties
Tabellen
Disclaimer