MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Regulatie van de ademhaling

Ademhalen gaat gewoonlijk automatisch en wordt buiten het bewustzijn om geregeld vanuit het ademhalingscentrum in het onderste deel van de hersenen. De ademhaling gaat door tijdens de slaap en gewoonlijk ook in geval van bewusteloosheid. Kleine zintuigen in de hersenen, de aorta en de halsslagaders controleren het bloed en registreren wanneer de zuurstofconcentratie te laag of de kooldioxideconcentratie te hoog is. Bij gezonde mensen is een verhoogde kooldioxideconcentratie de sterkste prikkel om dieper en sneller te ademen. Omgekeerd neemt de ademhaling af, wanneer de kooldioxideconcentratie in het bloed laag is. De hersenen zorgen er dan voor dat de ademhaling minder snel en minder diep verloopt. De gemiddelde volwassene ademt bij rustig ademhalen ongeveer 15 keer per minuut in en uit.

Omdat de longen zelf geen dwarsgestreepte spieren bevatten, wordt de ademhalingsarbeid verricht door het middenrif, de tussenribspieren (intercostale spieren), de halsspieren en de buikspieren. Het middenrif, een koepelvormige spierplaat tussen de longen en de buikholte, is de belangrijkste spier die bij de inademing (‘inhalatie' of ‘inspiratie' genoemd) wordt gebruikt. Het middenrif zit vast aan de onderkant van het borstbeen, de onderste ribben en de wervelkolom. Wanneer het middenrif zich samentrekt, wordt de borstholte langer en breder, waardoor de longen uitzetten. De tussenribspieren helpen de borstkas te bewegen en ondersteunen zodoende de ademhaling. Alle spieren die bij de ademhaling worden gebruikt, staan via zenuwen in verbinding met de hersenen. De ademhalingsspieren kunnen zich alleen maar samentrekken als deze zenuwen intact zijn. Bij sommige nek- en rugletsels kan het ruggenmerg doorgesneden zijn en zal de patiënt overlijden als hij niet kunstmatig wordt beademd.

De uitademing (‘exhalatie' of ‘expiratie' genoemd) verloopt gewoonlijk passief wanneer er geen sprake is van lichamelijke inspanning. De energie die in de elasticiteit van de longen en de borstwand zit opgeslagen, kan worden gebruikt om lucht de longen uit te drijven. Daarom hoeven in rust de ademhalingsspieren niet te worden gebruikt. Tijdens zware inspanning echter speelt een aantal spieren een rol bij de uitademing. Daarvan zijn de buikspieren het belangrijkst. Deze spieren trekken zich samen, zodat de druk in de buikholte toeneemt. Hierdoor wordt het ontspannen middenrif tegen de longen gedrukt, waardoor lucht uit de longen wordt geperst.

illustrative-material.figure-short 3

De rol van het middenrif bij de ademhaling

De rol van het middenrif bij de ademhaling

Wanneer het middenrif zich samentrekt, wordt de borstholte groter, waardoor de druk in de borstholte afneemt. Om het drukverschil weer op te heffen stroomt er lucht de longen in. Wanneer het middenrif zich ontspant, wordt de lucht uit de longen geperst door de veerkracht van de longen en de borstwand.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Het ademhalingsstelsel

Volgende: Uitwisseling van zuurstof en kooldioxide

Illustraties
Tabellen
Disclaimer