MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Astma is een aandoening waarbij de luchtwegen zich (meestal omkeerbaar) vernauwen als reactie op bepaalde prikkels.

In Nederland is in 2000 bij 49.000 mannen en 48.400 vrouwen, in totaal dus bij 97.400 mensen, de diagnose ‘astma' gesteld. Vanaf 1980 is er een sterke stijging in het aantal mensen bij wie deze diagnose wordt gesteld. Bij kinderen beneden de leeftijd van 14 jaar is het voorkomen van astma gestegen van 1000 naar 5000 per 100.000 kinderen. In de leeftijd van 25-44 jaar heeft een stijging plaatsgevonden van 1000 naar 3000 aangedane personen per 100.000 inwoners De aandoening ontstaat meestal op jonge leeftijd, maar kan ook bij volwassenen ontstaan, zelfs tot op hoge leeftijd. Astma kan bij kinderen de normale groei en ontwikkeling verstoren (zie Aandoeningen van de luchtwegen: Astma)

Het is niet bekend waarom het aantal gevallen van astma onder kinderen toeneemt, al zijn hierover wel enkele theorieën ontwikkeld. Een van deze theorieën noemt als oorzaak het wijdverbreide gebruik van vaccins en antibiotica bij kinderen. Hierdoor zou de activiteit van een bepaalde soort witte bloedcellen (de lymfocyten) in het lichaam zijn verschoven van infectiebestrijding naar de productie van chemische stoffen die onbedoeld het ontstaan van allergieën bevorderen. Een andere theorie is dat kinderen meer tijd binnenshuis doorbrengen en in beter geïsoleerde woningen leven dan vroeger en dat ze daardoor meer aan mogelijk allergieopwekkende stoffen blootstaan. Er zijn echter weinig gegevens die deze theorieën ondersteunen.

Het belangrijkste kenmerk van astma is obstructie van de luchtwegen. De luchtwegen van de longen (de bronchiën) zijn eigenlijk buizen met een spierwand (zie Biologie van de longen en de luchtwegen:Het ademhalingsstelselIllustraties). De cellen waarmee de luchtwegen zijn bekleed, zijn voorzien van microscopisch kleine structuren, de zogenaamde receptoren. Er zijn drie hoofdtypen: bèta-adrenerge, cholinerge en peptiderge receptoren. Deze receptoren registreren de aanwezigheid van specifieke stoffen en zetten de spieren aan tot samentrekken en ontspannen, met als gevolg dat de luchtstroom verandert. Bèta-adrenerge receptoren reageren op chemische stoffen als adrenaline en zorgen ervoor dat de spieren zich ontspannen, waardoor de luchtwegen wijder worden (dilateren) en de luchtstroom toeneemt. Cholinerge receptoren reageren op de stof acetylcholine, waardoor de spieren zich samentrekken en de luchtstroom afneemt. Peptiderge receptoren reageren op zogeheten ‘neurokininen', die er eveneens voor zorgen dat de spieren in de luchtwegen zich samentrekken.

Oorzaken

Luchtwegobstructie wordt vaak veroorzaakt door een abnormale gevoeligheid van de cholinerge en peptiderge receptoren, waardoor de spieren van de luchtwegen zich ten onrechte samentrekken. Bepaalde cellen in de luchtwegen, vooral mestcellen, worden verantwoordelijk gehouden voor het in gang zetten van de luchtwegvernauwing. Overal in de bronchiën geven mestcellen stoffen af als histamine en leukotriënen. Onder invloed van deze stoffen trekt het gladde spierweefsel zich samen, neemt de slijmafscheiding toe en bewegen bepaalde witte bloedcellen zich naar het betreffende gebied. Eosinofiele granulocyten, witte bloedcellen van een type dat bij astmapatiënten in de luchtwegen wordt aangetroffen, geven ook stoffen af die bijdragen aan de luchtwegvernauwing.

Bij een astma-aanval verkrampen de gladde spieren van de bronchiën (bronchoconstrictie). De weefsels in de wand van de luchtwegen zwellen op door een ontstekingsreactie en geven slijm af in de luchtwegen. Het oppervlak van de bekleding van de luchtwegen kan beschadigd raken en cellen afstoten, waardoor de luchtwegen nog nauwer worden. Vanwege de luchtwegvernauwing kost het de patiënt meer moeite om in en uit te ademen. Bij astma is de luchtwegvernauwing reversibel, dat wil zeggen dat de aangespannen spieren van de luchtwegen vanzelf of na een adequate behandeling weer ontspannen. De obstructie is dan opgeheven en de lucht stroomt weer normaal de longen in en uit.

Bij een astmapatiënt vernauwen de luchtwegen zich als reactie op prikkels die in gezonde longen gewoonlijk geen effect hebben. Luchtwegvernauwing kan in gang worden gezet door allerlei ingeademde allergenen, zoals pollen, huisstofmijten, uitscheidingsproducten van kakkerlakken, deeltjes van veren en huidschilfers van dieren. Deze allergenen hechten zich aan immunoglobuline-E (een bepaald antilichaam) op het oppervlak van de mestcellen, waardoor deze worden aangezet tot de productie van astmaveroorzakende chemische stoffen. (Deze vorm van astma heet ‘allergisch astma'.) Voedselallergie is zelden de aanleiding voor astma, hoewel sommige voedingsmiddelen (zoals schelpdieren en pinda's) ernstige astma-aanvallen kunnen veroorzaken bij mensen die overgevoelig zijn voor deze producten.

Sigarettenrook, koude lucht en virusinfecties kunnen eveneens een astma-aanval opwekken. Bronchoconstrictie kan ook ontstaan als een astmapatiënt zich lichamelijk inspant. Stress en angst kunnen de mestcellen aanzetten tot de afgifte van histamine en leukotriënen. Hierdoor wordt de nervus vagus geprikkeld, een zenuw die onder andere het gladde spierweefsel van de luchtwegen aanstuurt. Wanneer deze zenuw wordt geprikkeld, trekken de spieren van de luchtwegen zich samen en worden de luchtwegen nauwer.

illustrative-material.figure-short 1

Hoe de luchtwegen zich vernauwen

Hoe de luchtwegen zich vernauwen

Tijdens een astma-aanval verkrampt de laag met glad spierweefsel, waardoor de luchtwegen nauwer worden. De middelste laag zwelt op door ontsteking en er wordt meer slijm geproduceerd. In sommige delen van de luchtwegen vormt het slijm dikke klontjes die de luchtweg geheel of gedeeltelijk afsluiten. Deze klontjes worden ‘slijmproppen' genoemd.

Symptomen en complicaties

Astma-aanvallen variëren in frequentie en ernst. Sommige astmapatiënten zijn het grootste deel van de tijd klachtenvrij en hebben alleen af en toe gedurende korte tijd last van lichte kortademigheid. Anderen hoesten en ‘piepen' bijna voortdurend en krijgen ernstige aanvallen na een virusinfectie, bij lichamelijke inspanning of blootstelling aan allergenen of irriterende stoffen, onder meer sigarettenrook. Sommige patiënten krijgen last als ze huilen of voluit lachen. Er zijn astmapatiënten die helder en soms taai (mucoïd) slijm (sputum) ophoesten. Astma-aanvallen treden meestal vroeg in de ochtend op, wanneer de astmamedicatie bijna is uitgewerkt en het lichaam het minst in staat is bronchoconstrictie te voorkomen.

Een astma-aanval kan soms plotseling beginnen met een fluitende ademhaling, hoesten en kortademigheid. Het fluitende geluid valt vooral op tijdens de uitademing. Een andere keer kan de astma-aanval langzaam opkomen, waarbij de symptomen geleidelijk verergeren. In beide gevallen zijn de eerste symptomen meestal kortademigheid, hoesten of een benauwd gevoel op de borst. De aanval kan binnen een paar minuten voorbij zijn, maar kan ook uren of dagen duren. Jeuk op de borst of in de hals kan, vooral bij kinderen, een van de eerste symptomen zijn. De symptomen kunnen ook beperkt blijven tot alleen een droge hoest 's nachts of bij lichamelijke inspanning.

Tijdens een astma-aanval kan de kortademigheid ernstige vormen aannemen en hevige angst veroorzaken. De patiënt gaat instinctief rechtop zitten, leunt voorover en schakelt de nek- en borstspieren in bij de ademhaling, maar blijft desondanks naar lucht happen. Zweten is een veelvoorkomende reactie op deze inspanning en angst. De hartslag wordt gewoonlijk hoger en de patiënt kan een bonzend gevoel in de borst ervaren.

Bij een zeer ernstige astma-aanval kan de patiënt niet meer dan een paar woorden uitbrengen zonder te moeten stoppen om adem te halen. Het fluitende geluid kan dan juist afnemen, doordat er nauwelijks lucht de longen in- of uitgaat. Verwardheid, slaperigheid (lethargie) en een blauwe verkleuring van de huid (cyanose) zijn tekenen dat de zuurstofvoorziening van de patiënt ernstig wordt belemmerd. Direct ingrijpen is noodzakelijk. Meestal herstelt de patiënt na een adequate behandeling volledig, zelfs na een ernstige astma-aanval. In zeldzame gevallen ontstaat de aanval zo snel dat de patiënt bewusteloos raakt voordat hij zijn medicatie heeft kunnen gebruiken. Deze patiënten moeten een SOS-armband (of -hanger) dragen en wellicht een mobiele telefoon bij zich hebben om 112 te bellen.

Soms scheuren de longblaasjes (alveoli), waardoor zich lucht ophoopt in de ruimte tussen de vliezen die de longen en de binnenkant van de borstkas bedekken (pleuraholte). Door deze complicatie (pneumothorax) wordt de kortademigheid nog erger. Vaak moet er een buisje (thoraxdrain) in de aangedane pleuraholte worden ingebracht om de lucht af te voeren, zodat de ingeklapte long zich weer kan ontplooien (zie Aandoeningen van de longvliezen: Behandeling).

Diagnose

Een arts denkt voornamelijk aan astma op grond van door de patiënt genoemde kenmerkende symptomen. De diagnose ‘astma' kan met spirometrie worden bevestigd. Tijdens een astma-aanval laat dit onderzoek een verminderde luchtstroom zien, maar na verloop van een aantal uren of dagen neemt de vernauwing af. Deze is dus reversibel. De gebruikelijke wijze om de diagnose te stellen is spirometrie of longfunctieonderzoek (zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Longfunctieonderzoek) voor en na inhalatie van een bèta-adrenerge agonist. Als de uitslag aanzienlijk beter is nadat de patiënt de bèta-adrenerge agonist heeft gekregen, is de diagnose ‘astma' bevestigd. Als de luchtwegen bij het eerste onderzoek niet vernauwd zijn, kan de diagnose worden bevestigd met een onderzoek waarbij de patiënt een kleine dosis van een bepaalde stof (meestal methacholine, maar histamine wordt ook wel gebruikt) moet inhaleren. Deze dosis is zo klein dat een gezonde persoon er geen last van heeft, maar dat de luchtwegen van een astmapatiënt er wel door vernauwd raken.

Spirometrie wordt ook gebruikt om de ernst van de luchtwegobstructie vast te stellen en het effect van de behandeling te controleren. De expiratoire piekstroom (de hoogste snelheid waarmee lucht kan worden uitgeademd) kan met een kleine draagbare piekstroommeter worden gemeten. Dit onderzoek wordt vaak thuis uitgevoerd om de ernst van het astma te controleren. De piekstroomwaarden zijn meestal het laagst tussen 4 en 6 uur 's morgens en het hoogst om 4 uur 's middags. Wanneer het verschil in gemeten waarden op deze tijdstippen echter meer dan 30% is, wordt dit als bewijs beschouwd voor een matige tot ernstige vorm van astma.

Het is vaak moeilijk de oorzaak van astma te achterhalen. Allergieonderzoek is nuttig wanneer het vermoeden bestaat dat de aanvallen worden opgewekt door een stof die kan worden vermeden. Een huidtest kan zinvol zijn om allergenen die astmasymptomen opwekken te identificeren. Een allergische reactie op een huidtest betekent echter niet per se dat het geteste allergeen ook astma veroorzaakt. De patiënt moet blijven opletten of zich aanvallen voordoen na blootstelling aan dit allergeen. Als de arts aan een specifiek allergeen denkt, kan de mate van gevoeligheid voor dat allergeen worden vastgesteld met de radioallergosorbenttest (RAST), een bloedonderzoek waarbij wordt gemeten hoeveel antilichamen er worden geproduceerd als reactie op het allergeen.

Om inspanningsastma vast te stellen wordt met spirometrie de ‘eensecondewaarde' gemeten, dat wil zeggen hoeveel lucht er in één seconde maximaal wordt uitgeademd, voor en na inspanning op een loopband of fietsergometer. Als deze waarde met meer dan 15% afneemt, blijkt daaruit dat inspanning een astmatische reactie kan uitlokken.

Een thoraxfoto (röntgenfoto van de borstkas) draagt in het algemeen niet veel bij aan de diagnostiek van astma. Thoraxfoto's worden gemaakt wanneer de arts aan een andere diagnose denkt. Vaak wordt echter wel een thoraxfoto gemaakt wanneer een astmapatiënt moet worden opgenomen of wegens een ernstige astma-aanval wordt behandeld op de afdeling spoedeisende hulp.

Preventie en behandeling

Er is een scala aan geneesmiddelen om astma-aanvallen te voorkomen en te behandelen. De meeste soorten preventieve astmamedicatie worden in een hogere dosis of in een andere vorm ook gebruikt voor de behandeling van een astma-aanval. Sommige patiënten hebben een aantal verschillende geneesmiddelen nodig om hun symptomen te voorkomen of te behandelen.

Voor de behandeling zijn twee groepen geneesmiddelen tegen astma beschikbaar. De eerste groep omvat anti-inflammatoire geneesmiddelen, waarmee de ontstekingsverschijnselen worden tegengegaan die de luchtwegen tot vernauwing aanzetten. De tweede groep bestaat uit de bronchodilatatoren, die de luchtwegen ontspannen en verwijden (dilateren). In elke groep zijn verschillende middelen beschikbaar. Anti-inflammatoire geneesmiddelen zijn corticosteroïden (voor inhalatie, inname via de mond of intraveneuze toediening), leukotriënenantagonisten en cromoglicinezuur Handelsnaam
Opticrom
Lomudal
Prevalin
. Bronchodilatatoren zijn onder meer bèta-adrenerge agonisten en theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair
.

Voorlichting over preventie en behandeling van astma-aanvallen is van groot belang voor alle astmapatiënten en eventueel hun familie. Een juist gebruik van inhalatoren is van wezenlijk belang, wil de behandeling effectief zijn. De patiënt dient te weten waardoor een aanval ontstaat, hoe een aanval kan worden voorkomen, wat de juiste manier is om de geneesmiddelen te gebruiken en wanneer medische hulp noodzakelijk is. Veel patiënten gebruiken een draagbare piekstroommeter om hun ademhaling te controleren. Zo weten ze wanneer ze moeten ingrijpen voordat de symptomen verergeren. Iemand die vaak ernstige astma-aanvallen heeft, moet weten hoe hij snel hulp kan krijgen.

Veel patiënten hebben een behandelplan op papier, dat in samenwerking met hun arts is opgesteld. Met zo'n plan hebben ze hun behandeling in eigen hand en hoeven ze duidelijk minder vaak voor een aanval naar de afdeling spoedeisende hulp te komen.

Het voorkómen van aanvallen

Astma is een chronische aandoening die niet kan worden voorkomen of genezen, maar een aanval kan veelal wél worden voorkomen. In de meeste gevallen is het voldoende uit te zoeken wat de uitlokkende factoren zijn en deze te behandelen of te vermijden. Astmapatiënten moeten sigarettenrook mijden. Inspanningsastma kan vaak worden voorkomen door voorafgaand aan lichamelijke inspanning medicatie te gebruiken. Wanneer stof en allergenen het probleem zijn, kunnen luchtfilters, airconditioners en andere barrières (zoals een matrashoes die de hoeveelheid huisstofmijtallergeen in de lucht beperkt) zeer nuttig zijn. Bij allergisch astma kunnen aanvallen worden voorkomen door de patiënt door injecties met het allergeen te desensibiliseren (ongevoelig te maken).

Sommige astmapatiënten zijn overgevoelig voor acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) of andere niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen (NSAID's). Deze moeten dan ook worden vermeden. Door geneesmiddelen die de gunstige effecten van bèta-adrenerge agonisten tegengaan (bètablokkers), verergert astma gewoonlijk.

illustrative-material.sidebar 1

Hoe de meest voorkomende oorzaken van astma-aanvallen te vermijden

De allergenen die binnenshuis het meest voorkomen zijn huisstofmijt, veren, kakkerlakken en dierlijke huidschilfers. Alle maatregelen die kunnen worden getroffen om blootstelling aan deze allergenen te verminderen, kunnen het aantal of de ernst van astma-aanvallen verminderen. Blootstelling aan huisstofmijt kan worden verkleind door vaste vloerbedekking te verwijderen en door in de zomer met airconditioning de relatieve luchtvochtigheid laag te houden (bij voorkeur lager dan 50%). Ook kunnen speciale kussenslopen en matrashoezen worden gebruikt om blootstelling aan huisstofmijten te verminderen. Om de hoeveelheid dierlijke huidschilfers sterk te verminderen dient men geen honden en katten in huis te houden.

Ook dienen prikkelende gassen en dampen als sigarettenrook te worden vermeden. Bij sommige astmapatiënten kunnen acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) en andere niet-steroïde anti-inflammatoire geneesmiddelen een aanval opwekken. Tartrazine, een gele kleurstof in voedsel en in bepaalde geneesmiddeltabletten, kan eveneens een aanval veroorzaken. Sulfiet, dat vaak als conserveringsmiddel aan voedsel wordt toegevoegd, kan een aanval veroorzaken wanneer iemand die er gevoelig voor is, bepaalde voedingsmiddelen eet of rode wijn of bier drinkt.

Bij activiteiten buitenshuis in koude weersomstandigheden kan een astmapatiënt een bivakmuts dragen of een sjaal die neus en mond bedekt om de in te ademen lucht warm en vochtig te houden.

De meeste astmapatiënten gebruiken geneesmiddelen om aanvallen te voorkomen, zoals orale of inhalatiecorticosteroïden, leukotriënenantagonisten, langwerkende bèta-adrenerge agonisten, theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair
, antihistaminica of cromoglicinezuur Handelsnaam
Opticrom
Lomudal
Prevalin
. De preventieve maatregelen worden voor de patiënt individueel vastgesteld, afhankelijk van de frequentie van de aanvallen en de prikkels die een aanval opwekken.

Er is een nieuwe astmabehandeling in ontwikkeling die is gebaseerd op het gebruik van een speciaal antilichaam (intraveneus of onderhuids geïnjecteerd) dat zich aan immunoglobuline-E bindt en voorkomt dat dit zich aan de mestcellen hecht. Als immunoglobuline-E zich niet meer aan mestcellen hecht, kunnen deze cellen geen stoffen meer produceren die allergisch astma veroorzaken.

Behandeling van aanvallen

Een astma-aanval kan beangstigend zijn, zowel voor de patiënt als voor zijn omgeving. Ook betrekkelijk lichte symptomen kunnen aanleiding geven tot angst en paniek. Een ernstige astma-aanval is een levensbedreigende noodsituatie waarbij onmiddellijk deskundige en professionele hulp vereist is. Een ernstige astma-aanval die niet adequaat en snel wordt behandeld, kan de dood tot gevolg hebben.

Astmapatiënten kunnen in het algemeen de meeste aanvallen zelf behandelen zonder medische hulp. Meestal is het voldoende om een dosis van een kortwerkende bèta-adrenerge agonist te inhaleren, de frisse lucht op te zoeken (uit de buurt van sigarettenrook of andere irriterende stoffen) en even rust te nemen. Sommige patiënten inhaleren behalve een bèta-adrenerge agonist ook een corticosteroïd. Een aanval neemt gewoonlijk na 5 tot 10 minuten af. Bij een aanval die niet binnen een kwartier afzakt of juist verergert, is meestal behandeling door een arts nodig.

Omdat de zuurstofconcentratie van het bloed van patiënten met een ernstige astma-aanval vaak laag is, is het goed om de zuurstofconcentratie te controleren. Dit wordt gedaan door een zuurstofsensor aan een vinger of oor te bevestigen of een bloedmonster uit een slagader af te nemen (zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Arteriële bloedgasanalyse). Tijdens een aanval kan zuurstoftoediening nodig zijn. Bij een ernstige aanval moet bovendien de kooldioxideconcentratie worden gecontroleerd in een monster slagaderlijk bloed. Ook kan de longfunctie worden onderzocht, meestal met een spirometer of een piekstroommeter. Een thoraxfoto is gewoonlijk alleen nodig bij ernstige astma-aanvallen. Bij een ernstige aanval wordt soms een buisje ingebracht via de mond en de keel (intubatie) om de patiënt aan te sluiten op een beademingsapparaat (zie Ademhalingsinsufficiëntie: Behandeling).

In het algemeen wordt een patiënt met een ernstige astma-aanval in het ziekenhuis opgenomen als de longfunctie na toediening van een bèta-adrenerge agonist en corticosteroïden niet verbetert, als de zuurstofconcentratie van het bloed zeer laag is of als de kooldioxideconcentratie te hoog is.

Als de patiënt uitgedroogd is, kan intraveneus vocht worden toegediend. Bij een mogelijke longinfectie kunnen antibiotica worden voorgeschreven. Meestal wordt dit soort infecties echter door een virus veroorzaakt en daarvoor bestaat, op een enkele uitzondering na, geen behandeling.

Geneesmiddelen ter preventie of behandeling van aanvallen

De meeste astmapatiënten kunnen met geneesmiddelen een betrekkelijk normaal leven leiden. De meeste geneesmiddelen waarmee een astma-aanval wordt behandeld, kunnen (vaak in een lagere dosis) ook preventief worden gebruikt.

Kortwerkende bèta-adrenerge agonisten: kortwerkende bèta-adrenerge agonisten geven bij een astma-aanval gewoonlijk de meeste verlichting. Met deze geneesmiddelen kunnen bepaalde aanvallen, zoals inspanningsastma, worden voorkomen. Deze middelen worden ook ‘bronchodilatatoren' genoemd, omdat ze de bèta-adrenerge receptoren ertoe aanzetten de luchtwegen te verwijden (dilateren). Bronchodilatatoren als epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
, die de bèta-adrenerge receptoren in het hele lichaam beïnvloeden, veroorzaken bijwerkingen als een versnelde hartslag, rusteloosheid, hoofdpijn en spiertrillingen. Bronchodilatatoren als salbutamol Handelsnaam
Ventolin
Aerolin
Airomir
, die in het bijzonder inwerken op bèta2-adrenerge receptoren (die zich voornamelijk op longcellen bevinden), hebben weinig effect op de andere organen en veroorzaken daardoor minder bijwerkingen. De meeste bèta-adrenerge agonisten, vooral de inhalatievormen, werken binnen enkele minuten, maar het effect houdt slechts 2 tot 6 uur aan. Er zijn nieuwe langer werkende bronchodilatatoren beschikbaar, maar daarbij duurt het wat langer voor ze effect hebben. Deze middelen worden dus meer ter voorkoming dan ter behandeling van acute astma-aanvallen gebruikt. Wanneer langwerkende bèta-adrenerge agonisten met inhalatiecorticosteroïden worden gecombineerd, is het resultaat beter. Er is ook een combinatie van salmeterol Handelsnaam
Serevent
(een langwerkende bèta-adrenerge agonist) en een corticosteroïd in een inhalator verkrijgbaar.

Meestal worden bèta-adrenerge agonisten geïnhaleerd uit een dosisaërosol (een spuitbusje onder druk dat in de hand wordt gehouden). Door de druk wordt een afgepaste dosis van het geneesmiddel verneveld tot een fijne spray. Bij inhalatie komt het geneesmiddel direct in de luchtwegen terecht zodat het snel werkt, tenzij er sprake is van ernstige luchtwegobstructie. Mensen die moeite hebben met een dosisaërosol, kunnen een voorzetkamer gebruiken. Voor elk type inhalator geldt dat de juiste techniek essentieel is: als een inhalator niet op de juiste manier wordt gebruikt, komt het geneesmiddel niet in de luchtwegen terecht. Er is ook een geneesmiddel in poedervorm verkrijgbaar, dat in Nederland veel vaker dan dosisaërosolen wordt voorgeschreven. Voor sommige patiënten is een poeder gemakkelijker te gebruiken dan een dosisaërosol, onder meer doordat minder coördinatie met de ademhaling vereist is.

illustrative-material.figure-short 2

Hoe moet een dosisaërosol worden gebruikt?

Hoe moet een dosisaërosol worden gebruikt?

Bèta-adrenerge agonisten kunnen ook rechtstreeks aan de longen worden toegediend met een vernevelaar. Een vernevelaar zorgt voor een fijne nevel met het geneesmiddel en de inhalatie hoeft niet op de ademhaling te worden afgestemd. Vernevelaars kunnen tegenwoordig gemakkelijk worden meegenomen. Er zijn zelfs apparaatjes die op de sigarettenaansteker van een auto kunnen worden aangesloten.

De bèta-adrenerge agonisten zijn ook in vloeibare vorm, als tablet en als injectie verkrijgbaar. Orale geneesmiddelen werken echter vaak langzamer dan geïnhaleerde of geïnjecteerde geneesmiddelen en hebben vaker bijwerkingen. Een mogelijke bijwerking is een versnelde hartslag, wat op overmatig gebruik kan duiden.

Bij een acute aanval kunnen bèta-adrenerge agonisten worden gecombineerd met andere bronchodilatatoren, waaronder intraveneus toegediend aminofylline Handelsnaam
Euphyllin
Euphylong
Theofylline
Theolair
(een soort theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair
) en verneveld ipratropium Handelsnaam
Atrovent
. Er is ook een combinatie van ipratropium Handelsnaam
Atrovent
en salbutamol Handelsnaam
Ventolin
Aerolin
Airomir
in een dosisaërosol verkrijgbaar.

Wanneer een astmapatiënt behoefte heeft aan een grotere dosis van een bèta-adrenerge agonist dan aanbevolen, is snelle medische hulp noodzakelijk. Overmatig gebruik van deze middelen kan buitengewoon gevaarlijk zijn. Een constante behoefte duidt op ernstige bronchoconstrictie, wat ademhalingsinsufficiëntie en overlijden tot gevolg kan hebben.

Theofylline: theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair
is eveneens een bronchusverwijdend geneesmiddel. Dit middel wordt gewoonlijk via de mond ingenomen, maar kan in het ziekenhuis ook intraveneus worden toegediend. Er bestaan allerlei orale vormen van theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair
: van kortwerkende tabletten en siropen tot langwerkende capsules en tabletten met gereguleerde afgifte. Theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair
wordt zowel voor de preventie als voor de behandeling van astma gebruikt.

De hoeveelheid theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair
in het bloed kan in een laboratorium worden gemeten en moet door de arts nauwkeurig worden gecontroleerd. Een te lage concentratie van dit geneesmiddel in het bloed heeft weinig effect en een teveel kan levensbedreigende hartritmestoornissen of epileptische aanvallen veroorzaken. Wanneer een astmapatiënt voor het eerst theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair
gebruikt, kan hij zich enigszins gejaagd voelen en hoofdpijn krijgen. Deze bijwerkingen verdwijnen meestal als het lichaam aan het middel gewend raakt. Een hoge dosis kan een snelle hartslag, misselijkheid of hartkloppingen veroorzaken. Ook slapeloosheid, opgewondenheid, braken en epileptische aanvallen komen voor.

Anticholinergica: anticholinergica als ipratropium Handelsnaam
Atrovent
blokkeren acetylcholine, waardoor de gladde spieren niet samentrekken en er minder slijm in de bronchiën wordt geproduceerd. Deze geneesmiddelen worden geïnhaleerd. Voorts zorgen deze geneesmiddelen voor verdere verwijding (dilatatie) van de luchtwegen bij mensen die al bèta-adrenerge agonisten gebruiken. Anticholinergica worden echter voornamelijk op de afdeling spoedeisende hulp gebruikt in combinatie met een bèta-adrenerge agonist. Op zichzelf gebruikt hebben anticholinergica slechts een beperkt effect bij astma.

Leukotriënenantagonisten: leukotriënenantagonisten (antileukotriënen) als montelukast Handelsnaam
Singulair
zijn de nieuwste geneesmiddelen ter behandeling van astma. Het zijn anti-inflammatoire geneesmiddelen die de werking of de vorming van leukotriënen tegengaan. Leukotriënen zijn door het lichaam geproduceerde stoffen die bronchoconstrictie veroorzaken. Deze oraal in te nemen geneesmiddelen worden meer voor de preventie dan voor de behandeling van astma-aanvallen toegepast, maar ze kunnen in principe ook tijdens een aanval worden gebruikt, omdat de hoeveelheid leukotriënen bij acuut astma verhoogd is.

Cromoglicinezuur en nedocromil: deze inhalatiegeneesmiddelen remmen vermoedelijk de afgifte van stoffen uit de mestcellen die ontstekingsverschijnselen veroorzaken. Hierdoor zullen de luchtwegen zich minder vernauwen. Dit zijn dus ook anti-inflammatoire geneesmiddelen. Deze middelen zijn zinvol bij het voorkomen van astma-aanvallen, maar niet bij de behandeling ervan. Ze kunnen nut hebben bij kinderen met astma en mensen met inspanningsastma. Cromoglicinezuur Handelsnaam
Opticrom
Lomudal
Prevalin
en nedocromil Handelsnaam
Tilade
Tilavist
zijn zeer veilig en moeten regelmatig worden ingenomen, ook wanneer de patiënt geen symptomen heeft.

Corticosteroïden: deze geneesmiddelen blokkeren de ontstekingsreactie van het lichaam en verminderen de symptomen van astma bijzonder effectief. Corticosteroïden zijn de krachtigste anti-inflammatoire geneesmiddelen die we kennen. Ze spelen al tientallen jaren een belangrijke rol bij de behandeling van astma. Deze middelen worden geïnhaleerd om aanvallen te voorkomen en de longfunctie te verbeteren. Ze worden in hogere doses oraal gegeven aan mensen die een ernstige astma-aanval hebben. Na een zware aanval wordt het gebruik van orale corticosteroïden in het algemeen nog minstens enkele dagen voortgezet. Corticosteroïden kunnen op verschillende manieren worden toegediend. De inhalatievorm verdient vaak de voorkeur, omdat het geneesmiddel dan direct in de luchtwegen terechtkomt en vrijwel niet in de rest van het lichaam. Er zijn inhalatiecorticosteroïden in verschillende sterktes. Ze worden gewoonlijk tweemaal daags gebruikt. Na gebruik moet de patiënt de mond spoelen om de kans op spruw, een mondinfectie (zie Schimmelinfecties: Candidiasis), te verkleinen. Orale of geïnjecteerde corticosteroïden kunnen in hoge doses worden toegediend om ernstige astma-aanvallen te verlichten, waarna het gebruik in het algemeen nog 1 tot 2 weken wordt voortgezet. Orale corticosteroïden worden alleen voor langdurig gebruik voorgeschreven wanneer het niet lukt de symptomen met een andere behandeling onder controle te houden.

Bij langdurig gebruik van corticosteroïden neemt de kans op een astma-aanval geleidelijk af doordat de luchtwegen minder gevoelig worden voor een aantal prikkels. Er kunnen bijwerkingen optreden bij langdurig gebruik van corticosteroïden, vooral bij hoge oraal gebruikte doses.

illustrative-material.sidebar 2

Status asthmaticus 

De ernstigste vorm van astma wordt ‘status asthmaticus' genoemd. Hierbij zijn de longen niet langer in staat het lichaam van voldoende zuurstof te voorzien of kooldioxide adequaat te verwijderen. Zonder zuurstof gaan veel organen slecht functioneren. De ophoping van kooldioxide leidt tot acidose, een verzuring van het bloed die het functioneren van vrijwel alle organen aantast. De bloeddruk kan zeer laag worden. De luchtwegen zijn dermate vernauwd dat de lucht moeilijk in en uit de longen kan stromen.

Een patiënt met status asthmaticus moet worden geïntubeerd en beademd, en met de maximale dosis van diverse geneesmiddelen worden behandeld. Ook worden middelen gegeven om de acidose te corrigeren.

TYPE

GENEESMIDDEL

ENKELE BIJWERKINGEN

OPMERKINGEN

 

bèta-adrenerge agonisten 

 

salbutamol Handelsnaam
Ventolin
Aerolin
Airomir
(kortwerkend)

salmeterol Handelsnaam
Serevent
, formoterol langwerkend)

versnelde hartslag, beven Salbutamol kan via de mond, als dosisaërosol of poeder en via een vernevelaar worden gebruikt; salmeterol en formoterol kunnen alleen worden geïnhaleerd als dosisaërosol of poeder.

xantinederivaten 

 

theofylline Handelsnaam
Euphyllin
Theolair

versnelde hartslag, beven, maagklachten, epileptische aanvallen en ernstige hartritmestoornissen (als de bloedspiegel hoog is) kan preventief en ter behandeling worden gebruikt. Kan via de mond, maar in het ziekenhuis ook intraveneus worden toegediend.

anticholinergica 

 

ipratropium Handelsnaam
Atrovent

droge mond, snelle hartslag wordt hoofdzakelijk op de afdeling spoedeisende hulp gebruikt in combinatie met bèta-adrenerge blokkers.

cromoglicinezuur en verwante verbindingen 

 

cromoglicinezuur Handelsnaam
Opticrom
Lomudal
Prevalin

nedocromil Handelsnaam
Tilade
Tilavist

hoesten of piepende ademhaling bruikbaar bij de preventie, maar niet bij de behandeling van aanvallen

corticosteroïden (geïnhaleerd) 

 

beclometason Handelsnaam
Aerobec
Beconase
Qvar

budesonide Handelsnaam
Rhinocort
Entocort
Preferid
Pulmicort

flunisolide Handelsnaam
Syntaris

fluticason Handelsnaam
Cutivate
Flixotide
Flixonase
Seretide

triamcinolon Handelsnaam
Kenacort
Kenalog
Albicort
Nasacort

schimmelinfectie van de mond (spruw), stemverandering gebruik via inhalatie voor preventie van astma

antileukotriënen 

 

montelukast Handelsnaam
Singulair

Churg-Strauss-syndroom wordt meer voor preventie dan als behandeling gebruikt

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven
Illustraties
Tabellen
Disclaimer