MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Asbestose

Bij asbestose is in het longweefsel op grote schaal littekenvorming opgetreden ten gevolge van de inademing van asbeststof.

Asbest bestaat uit vezelige minerale silicaten van verschillende chemische samenstelling. Wanneer asbestvezels worden geïnhaleerd, komen ze diep in de longen terecht en veroorzaken daar littekens. Door de inhalatie van asbest kan er ook verdikking optreden van de twee vliezen (pleura) die de longen bedekken. Deze verdikkingen worden ‘pleuraplaques' genoemd. Uit deze plaques ontstaat geen kanker.

Door inademing van asbestvezels ontstaat soms een vochtophoping in de ruimte tussen de beide pleurabladen (pleuraholte). Dit wordt ‘niet-cancereuze (goedaardige) asbesteffusie' genoemd.

Asbest veroorzaakt ook kanker van de longvliezen (mesothelioom) of van het buikvlies (peritoneaal mesothelioom). In Nederland is asbest de enige bekende oorzaak van mesothelioom. Roken is geen oorzaak. Mesotheliomen ontstaan meestal na blootstelling aan crocidoliet (blauw asbest), een van de vier soorten asbest. Ook amosiet (bruin asbest) veroorzaakt mesotheliomen. Chrysotiel (wit asbest) veroorzaakt waarschijnlijk minder gevallen van mesothelioom dan de andere soorten, maar chrysotiel is vaak vervuild met tremoliet (grijs asbest), dat wel mesotheliomen kan veroorzaken. Een mesothelioom ontwikkelt zich gewoonlijk dertig tot veertig jaar na blootstelling en kan ontstaan na een geringe blootstelling aan asbest.

Asbest kan eveneens longkanker veroorzaken. Longkanker door asbest is deels gerelateerd aan de mate van de blootstelling aan asbestvezels. Longkanker ontstaat bij asbestosepatiënten meestal bij degenen die ook sigaretten roken, vooral als dat meer dan een pakje per dag is (zie Longkanker).

Het grote publiek maakt zich ongerust over de risico's van asbest, maar de meeste mensen die niet-beroepsmatig met asbest in aanraking komen, hebben slechts een gering risico van een door asbest veroorzaakte longziekte. Het asbest moet tot gruis zijn gebroken om in de longen te kunnen worden geïnhaleerd. Slopers van met asbest geïsoleerde gebouwen lopen een verhoogd risico. Mensen die regelmatig met asbest werken, hebben het grootste risico van een longziekte. Hoe meer iemand met asbestvezels in aanraking komt, des te groter de kans op een aan asbest gerelateerde ziekte.

Symptomen

De symptomen van asbestose ontstaan geleidelijk, maar pas nadat in grote delen van de longen littekens zijn ontstaan. Door de littekens verliezen de longen hun elasticiteit. De eerste symptomen zijn een lichte kortademigheid en een kleiner inspanningsvermogen. Rokers die zowel aan asbestose als aan chronische bronchitis lijden, kunnen last hebben van hoesten en wheezing (fluitend ademhalingsgeluid). Geleidelijk verloopt de ademhaling steeds moeizamer. Bij ongeveer 15% van de asbestosepatiënten ontstaan ernstige kortademigheid en ademhalingsinsufficiëntie.

Een patiënt met niet door kanker veroorzaakte asbesteffusie kan vanwege vochtophoping moeite met ademen hebben. Pleuraplaques veroorzaken slechts lichte ademhalingsproblemen, veroorzaakt door de stugheid van de borstwand. Aanhoudende pijn in de borst en kortademigheid zijn de meest voorkomende symptomen van mesothelioom.

Diagnose

Meestal heeft een asbestosepatiënt een afwijkende longfunctie. De arts kan met de stethoscoop krakende geluiden (‘crepitaties') in de longen horen. Bij mensen die aan asbest zijn blootgesteld, kan de diagnose ‘asbestose' soms al worden gesteld op basis van kenmerkende afwijkingen op een thoraxfoto of computertomografie (CT-scan) van de borstkas. Pleuraplaques ontstaan bij een groot deel van de mensen die aan asbest zijn blootgesteld en bevatten vaak calcium, waardoor ze gemakkelijk op een thoraxfoto of CT-scan te zien zijn. Voor het stellen van de diagnose is bijna nooit een longbiopsie nodig.

Als op de thoraxfoto een pleuratumor zichtbaar is, moet er een biopsie (het wegnemen van een klein stukje pleuraweefsel voor microscopisch onderzoek) worden uitgevoerd om vast te stellen of het kanker betreft. Met een naald kan wat vocht rond de longen worden opgezogen (thoracocentese) en worden onderzocht op kankercellen. Een pleurabiopsie geeft echter een betrouwbaardere uitslag dan een thoracocentese. Als er op een thoraxfoto iets te zien is dat op een tumor lijkt, is de kans aanzienlijk dat het om primaire longkanker gaat. Een dergelijke afwijking moet grondig worden onderzocht.

Preventie en behandeling

Ziekten veroorzaakt door inhalatie van asbest zijn te voorkomen door de hoeveelheid asbeststof en -vezels op de werkvloer te minimaliseren. Omdat de asbestverwerkende industrie dit probleem heeft aangepakt, neemt het aantal gevallen van asbestose af. Maar bij mensen die lang geleden (soms zelfs wel 40 jaar) met asbest in aanraking zijn geweest, doen zich echter nog steeds mesotheliomen voor. Asbest in huizen dient veilig te worden verwijderd door mensen die daartoe speciaal zijn opgeleid. Rokers die met asbest in aanraking zijn geweest, kunnen het risico van longkanker verkleinen door te stoppen met roken. Zij doen er goed aan eenmaal per jaar een thoraxfoto te laten maken.

De meeste behandelingen bij asbestose zijn gericht op verlichting van de symptomen. Zuurstoftoediening verlicht bijvoorbeeld kortademigheid en ook drainage van vocht rond de longen (thoracocentese) kan het ademhalen gemakkelijker maken. In een enkel geval is asbestose met succes behandeld door een longtransplantatie.

Mesotheliomen hebben altijd een dodelijke afloop. De meeste patiënten overlijden binnen een tot vier jaar nadat de diagnose werd gesteld. Chemotherapie en bestraling hebben weinig effect, en door operatieve verwijdering van de tumor geneest de kanker niet. Andere behandelingen zijn gericht op het bestrijden van pijn en kortademigheid om de kwaliteit van leven op een zo hoog mogelijk peil te houden (zie Overlijden en het stervensproces: Pijn).

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Beroepsastma

Illustraties
Tabellen
Disclaimer