MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Allergische alveolitis

Allergische alveolitis (extrinsieke allergische alveolitis, allergische interstitiële pneumonitis, pneumoconiose door organisch stof) is een ontsteking in en rond de longblaasjes (alveoli) en de kleinste luchtwegen (bronchiolen) die wordt veroorzaakt door een allergische reactie op organisch stof of, minder vaak, op chemicaliën die worden geïnhaleerd.

Oorzaken

Veel soorten stof kunnen in de longen allergische reacties veroorzaken. Allergische alveolitis kan door organisch stof worden veroorzaakt dat micro-organismen, eiwitten of chemicaliën als isocyanaten bevat. Boerenlong, het gevolg van herhaaldelijk inhaleren van in warmte gedijende (thermofiele) bacteriën in beschimmeld hooi, is een bekend voorbeeld van allergische alveolitis. Luchtbevochtigerslong is een ander voorbeeld. Deze aandoening ontstaat wanneer in verontreinigde luchtbevochtigings- of airconditioningsystemen (vooral grote systemen in kantoorgebouwen) antigenen circuleren die een overgevoeligheidsreactie kunnen veroorzaken.

Een allergische reactie ontstaat bij slechts een klein aantal van de mensen die deze gewone soorten stof inhaleren. Van degenen bij wie een allergische reactie optreedt, ontstaat slechts bij een klein percentage een irreversibele longbeschadiging. Overgevoeligheid en de daaruit voortvloeiende ziekte ontstaan over het algemeen alleen wanneer iemand langdurig en regelmatig aan grote hoeveelheden van deze antigenen wordt blootgesteld.

Longbeschadiging lijkt het gevolg te zijn van een combinatie van immuuncomplexreacties en cellulaire allergische reacties. Door het eerste contact met de stof worden de lymfocyten gesensibiliseerd. Sommige lymfocyten helpen vervolgens bij de aanmaak van antilichamen die een rol spelen bij weefselbeschadiging. Andere lymfocyten nemen na een volgend contact met het antigeen rechtstreeks deel aan de ontstekingsreactie. Herhaalde blootstelling aan het antigeen resulteert in een chronische ontstekingsreactie, die zich uit door ophoping van witte bloedcellen in de wanden van de longblaasjes en de kleine luchtwegen. Deze ophopingen leiden in toenemende mate tot klachten en tot ziekte.

illustrative-material.table-short 1

WAT ZIJN DE OORZAKEN VAN ALLERGISCHE ALVEOLITIS?

aandoening

bron van stofdeeltjes of allergenen

boerenlong

beschimmeld hooi

papegaaienziekte, duivenmelkerslong

uitwerpselen van parkieten, duiven en kippen

luchtbevochtigerslong

luchtbevochtigers, airconditioners

bagassose

suikerriet

paddestoelenlong

paddestoelencompost

suberose

beschimmelde kurk

esdoornschillerslong

geïnfecteerde esdoornbast

moutwerkersziekte

beschimmelde gerst of mout

sequoiose

beschimmeld zaagsel van redwood-bomen

kaasmakerslong

kaasschimmels

graankeverallergie

met graankevers besmet meel

koffiewerkersziekte

ongebrande koffiebonen

houtpulpwerkerziekte

houtstof

chemische pneumonie

chemicaliën gebruikt bij de productie van polyurethaanschuim, mallen, isolatiemateriaal, synthetisch rubber en verpakkingsmateriaal

Symptomen en diagnose

Als iemand een overgevoeligheid voor organisch stof heeft ontwikkeld, ontstaan vier tot acht uur nadat deze persoon opnieuw aan de stof is blootgesteld vaak de volgende kenmerkende symptomen: koorts, hoesten, rillingen en kortademigheid. Wheezing, een fluitend ademhalingsgeluid, is ongebruikelijk. Als de patiënt niet meer met het antigeen in contact komt, verbeteren de klachten meestal binnen een dag of twee. Volledig herstel kan echter wel enkele weken duren.

Bij een langzamere vorm van allergische alveolitis (subacute vorm) kunnen binnen enkele dagen of weken hoesten en kortademigheid optreden, soms zelfs dermate ernstig dat de patiënt moet worden opgenomen.

Er is sprake van chronische allergische alveolitis wanneer de patiënt gedurende maanden tot jaren herhaaldelijk met een antigeen in contact komt. Er kan fibrose (littekenvorming van longweefsel) ontstaan. Symptomen als kortademigheid tijdens inspanning, ophoesten van sputum, vermoeidheid en gewichtsverlies kunnen geleidelijk verergeren in de loop van maanden of jaren. Uiteindelijk kan deze ziekte tot ademhalingsinsufficiëntie leiden (zie Ademhalingsinsufficiëntie).

De diagnose ‘allergische alveolitis' wordt gesteld op grond van de klinische verschijnselen, zo mogelijk identificatie van de stof of andere substantie die het probleem veroorzaakt, en aantonen dat de patiënt daadwerkelijk in contact is geweest met de verdachte stof. Dat laatste is het geval als er antilichamen in het bloed worden aangetroffen.

Allergische alveolitis wordt vaak vermoed naar aanleiding van afwijkingen op een thoraxfoto. De uitslag van longfunctieonderzoek (zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Longfunctieonderzoek) kan de diagnose ondersteunen. Bij dit onderzoek wordt gemeten hoeveel lucht de longen kunnen bevatten en hoe groot het vermogen is om lucht in en uit te laten stromen en zuurstof en kooldioxide uit te wisselen. Bloedonderzoek op antilichamen kan bevestigen dat de patiënt blootgesteld is geweest aan het verdachte antigeen. Wanneer het antigeen niet kan worden vastgesteld en de diagnose twijfelachtig is, kan de patiënt na zijn herstel opnieuw aan het allergeen worden blootgesteld, waarna wordt gekeken of er symptomen of veranderingen in de longfunctie ontstaan. Deze methode is soms zinvol om de diagnose te bevestigen. De longfunctie kan worden vastgesteld met longfunctieonderzoek.

Bij onduidelijke gevallen, vooral wanneer aan een infectie wordt gedacht, kan een klein stukje longweefsel worden weggenomen (longbiopsie) voor microscopisch onderzoek. Dat kan plaatsvinden tijdens inspectie van de luchtwegen met een kijkbuis (bronchoscopie (zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Bronchoscopie)). In plaats van (of in aanvulling op) een longbiopsie met een scherp instrument kunnen de longen tijdens de bronchoscopie ook worden gespoeld (bronchoalveolaire lavage) om cellen voor onderzoek te verkrijgen. In zeldzame gevallen kan onderzoek van het longoppervlak en de pleuraholte nodig zijn. Dit gebeurt met thoracoscopie (inspectie van de pleuraholte via een kijkbuis) of thoracotomie, een operatie waarbij de borstwand wordt geopend ( zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Thoracoscopie).

Preventie en behandeling

De beste preventie is contact met het antigeen vermijden, maar dit kan onpraktisch zijn als de patiënt niet van baan kan veranderen. Recidieven kunnen worden voorkomen door de hoeveelheid stof zoveel mogelijk te reduceren of door een beschermingsmasker te dragen. Maatregelen als een chemische behandeling van hooi of van afvalmateriaal van suikerriet en goede ventilatiesystemen kunnen blootstelling aan het antigeen tot een minimum beperken. Hiermee kan worden voorkomen dat werknemers overgevoelig worden voor deze stoffen.

Patiënten met een acute aanval van allergische alveolitis herstellen meestal als verder contact met het antigeen wordt vermeden. Bij een ernstige aanval kunnen symptomen en ernstige ontstekingsverschijnselen worden behandeld met corticosteroïden als prednison Handelsnaam
Prednison
. Bij langdurige of recidiverende aanvallen kan de aandoening irreversibel worden en kan de patiënt in toenemende mate invalide raken.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Allergische bronchopulmonale aspergillose

Illustraties
Tabellen
Disclaimer