MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Eosinofiele pneumonie

Eosinofiele pneumonie, ook ‘PIE-syndroom' (pulmonale infiltraten met eosinofiliesyndroom) genoemd, bestaat uit een groep longziekten waarbij eosinofiele granulocyten, een type witte bloedcel met een specifieke functie, in verhoogde aantallen in de longen en meestal ook in de bloedstroom verschijnen.

Eosinofiele granulocyten maken deel uit van de immunologische afweer van de longen. Het aantal eosinofiele granulocyten neemt toe bij veel verschillende inflammatoire en allergische reacties, waaronder astma. Deze reacties gaan vaak gepaard met bepaalde vormen van eosinofiele pneumonie. Anders dan bij ‘gewone' longontstekingen door bacteriën, virussen en de meeste schimmels, zijn de longblaasjes (alveoli) bij eosinofiele pneumonie niet geïnfecteerd. De longblaasjes en vaak ook de luchtwegen raken echter wel gevuld met eosinofiele granulocyten. Zelfs in de wanden van de bloedvaten kan eosinofiele infiltratie optreden en de vernauwde luchtwegen kunnen verstopt raken met opgehoopt slijm als zich astma ontwikkelt.

De precieze reden waarom eosinofiele granulocyten zich in de longen ophopen, is nog steeds niet helemaal duidelijk. Het is vaak onmogelijk om de stof te identificeren die de allergische reactie veroorzaakt. Enkele oorzaken van eosinofiele pneumonie zijn echter wel bekend, waaronder bepaalde geneesmiddelen (penicilline, aminosalicylzuur, carbamazepine Handelsnaam
Tegretol
, naproxen Handelsnaam
Aleve
Femex
Naprocoat
Naprosyne
Naprovite
Nycopren
, isoniazide Handelsnaam
Isoniazide
, nitrofurantoïne Handelsnaam
Furadantine
Furabid
, chloorpropamide en sulfonamiden, zoals co-trimoxazol), chemische dampen (nikkel ingeademd als damp), schimmels (Aspergillus fumigatus) en parasieten (rondwormen, waaronder nematoden).

Symptomen en diagnose

De symptomen lopen uiteen van licht tot levensbedreigend. Bij het syndroom van Löffler en vergelijkbare pneumonieën (zoals tropische eosinofilie die het gevolg is van infecties met diverse soorten Filaria, een bepaald type rondworm) kunnen zich wat verhoging en lichte ademhalingsproblemen voordoen, als er al sprake is van symptomen. De patiënt kan last krijgen van hoesten, wheezing en kortademigheid, maar herstelt meestal snel. Bij een andere aandoening, acute eosinofiele pneumonie, kan de zuurstofconcentratie in het bloed sterk dalen. Als geen behandeling wordt ingesteld, kan binnen enkele uren of dagen acute ademhalingsinsufficiëntie ontstaan.

Chronische eosinofiele pneumonie verslechtert langzaam in een periode van weken tot maanden en is een afzonderlijke ziekte die ook ernstige vormen kan aannemen. Als deze ziekte niet wordt behandeld, ontstaat kortademigheid die levensbedreigend kan zijn.

Bij acute eosinofiele pneumonie worden bij onderzoek grote aantallen eosinofiele granulocyten in het bloed gevonden, soms 10 tot 15 keer zoveel als normaal. Bij chronische eosinofiele pneumonie kan het aantal eosinofiele granulocyten in het bloed echter normaal zijn.

Op een thoraxfoto zijn meestal witte vlekken in de longen te zien die kenmerkend zijn voor pneumonie. Anders dan bij een bacteriële of virale pneumonie zijn op opeenvolgende thoraxfoto's vlekken te zien die snel opkomen en weer verdwijnen, wat kenmerkend is voor acute eosinofiele pneumonie. Bij chronische eosinofiele pneumonie daarentegen zijn op de thoraxfoto blijvende vlekken te zien, hoofdzakelijk langs de buitenrand van de longen.

Onder de microscoop zijn in opgehoest sputum of spoelvloeistof uit de longblaasjes, verkregen tijdens bronchoscopie, vaak groepjes eosinofiele granulocyten te zien. Er kan aanvullend laboratoriumonderzoek nodig zijn om een schimmelinfectie of een parasitaire infectie op te sporen. Microscopisch onderzoek van de ontlasting kan deel uitmaken van dit onderzoek. Verder wordt gecontroleerd of de patiënt geneesmiddelen gebruikt die de ziekte kunnen veroorzaken.

Prognose en behandeling

Eosinofiele pneumonie kan zich in een lichte vorm voordoen, waarbij de patiënt zonder behandeling geneest. Acute gevallen moeten gewoonlijk worden behandeld met corticosteroïden als prednison Handelsnaam
Prednison
. Bij chronische eosinofiele pneumonie kan behandeling met prednison Handelsnaam
Prednison
gedurende maanden of zelfs jaren nodig zijn. Als de patiënt een fluitende ademhaling (wheezing) krijgt, kan daarnaast dezelfde behandeling als bij astma worden ingesteld (zie Astma: Preventie en behandeling). Als wormen of andere parasieten de oorzaak zijn, wordt de patiënt met de daarvoor geëigende geneesmiddelen behandeld. Als geneesmiddelen de oorzaak van de ziekte zijn, wordt het gebruik hiervan meestal gestaakt.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Allergische bronchopulmonale aspergillose

Volgende: Syndroom van Goodpasture

Illustraties
Tabellen
Disclaimer