MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Pleura-effusie

Pleura-effusie is een abnormale vochtophoping in de pleuraholte.

Normaal gesproken zijn de pleurabladen van elkaar gescheiden door een dun laagje vocht. Bij veel aandoeningen, waaronder hartfalen, levercirrose, pneumonie en kanker, kan zich overmatig vocht in de pleuraholte ophopen. Afhankelijk van de oorzaak kan het vocht eiwitrijk (exsudaat) of waterig (transsudaat) zijn. Dit onderscheid wordt gebruikt bij het vaststellen van de oorzaak.

Bloed in de pleuraholte (hemothorax) is meestal het gevolg van borstletsel. Het komt zelden voor dat er een bloedvat scheurt en uitvloeit in de pleuraholte of dat er uit een uitstulping van de aorta (aorta-aneurysma) bloed naar de pleuraholte lekt. Omdat bloed in de pleuraholte niet volledig stolt, kan het meestal gemakkelijk via een dikke naald of een drain worden verwijderd.

Er kan zich pus in de pleuraholte (empyeem) ophopen wanneer pneumonie of een longabces zich naar de pleuraholte uitbreidt. De organismen die meestal voor pleura-effusie verantwoordelijk zijn, zijn allerlei verschillende bacteriën en bepaalde schimmels en mycobacteriën (in het bijzonder de mycobacterie die tuberculose veroorzaakt). Empyeem kan ook een complicatie zijn bij een geïnfecteerde borstwond, thoraxoperatie, slokdarmruptuur of buikabces.

Melkachtig vocht in de pleuraholte (chylothorax) is het gevolg van beschadiging van het grootste lymfevat in de borstkas (ductus thoracicus) of van een afsluiting van dit vat door een tumor.

Vocht met een hoge cholesterolconcentratie in de pleuraholte is het gevolg van langdurige pleura-effusie veroorzaakt door een aandoening als tuberculose of reumatoïde artritis.

illustrative-material.sidebar 2

Veelvoorkomende oorzaken van pleura-effusie

  • abces onder het middenrif (diafragma)
  • levercirrose
  • coccidioïdomycose en andere schimmelinfecties
  • geneesmiddelen als hydralazine, procaïnamide, isoniazide, fenytoïne, chloorpromazine, nitrofurantoïne, bromocriptine, dantroleen en procarbazine
  • hartfalen
  • hartoperatie
  • verkeerd geplaatste voedingssondes of intraveneuze katheters
  • letsel van de borstkas
  • lage spiegels van bloedeiwitten
  • pancreatitis
  • pneumonie
  • longembolie
  • reumatoïde artritis
  • systemische lupus erythematodes
  • tuberculose
  • tumoren

Symptomen en diagnose

De meest voorkomende symptomen zijn kortademigheid en pijn in de borst, ongeacht het soort vocht in de pleuraholte of de oorzaak hiervan. Er zijn echter veel patiënten met pleura-effusie die geen enkel symptoom vertonen.

Bij het stellen van de diagnose is een thoraxfoto, waarop vocht in de pleuraholte te zien is, vaak de eerste stap. Een CT-scan brengt de long en het vocht duidelijker in beeld en kan het bestaan van een pneumonie, longabces of longtumor aantonen. Met echografie kan de plaats van een kleine hoeveelheid pleuravocht worden vastgesteld.

Bijna altijd wordt er voor onderzoek met een naald wat vocht afgenomen; deze ingreep wordt ‘thoracocentese' genoemd (zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Thoracocentese). Voor vaststelling van de oorzaak is het belangrijk hoe het pleuravocht eruitziet. Met bepaalde laboratoriumtests kan de chemische samenstelling van het vocht worden vastgesteld en de aanwezigheid van bacteriën worden aangetoond, met inbegrip van de bacterie die tuberculose veroorzaakt. Daarnaast wordt het vocht onderzocht op aantal en type cellen en op de aanwezigheid van kankercellen.

Als met deze tests de oorzaak van pleura-effusie niet kan worden achterhaald, kan een pleurabiopsie (zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Naaldbiopsie van de pleura of de long) noodzakelijk zijn, waarmee kanker en tuberculose kunnen worden ontdekt. Met een biopsienaald wordt een stukje weefsel voor onderzoek uit het buitenste pleurablad weggenomen. Als dit monster te klein is om een juiste diagnose te stellen, moet via een kleine insnijding een iets groter weefselmonster worden weggenomen. Deze ingreep wordt ‘open pleurabiopsie' genoemd. Soms wordt er via een thoracoscoop (een kijkbuis waarmee de pleuraholte kan worden geïnspecteerd en waarmee biopten kunnen worden afgenomen (zie Symptomen en diagnose van longaandoeningen: Thoracoscopie)) een biopsie uitgevoerd.

In een enkel geval kan bij bronchoscopie (een onderzoek waarbij de luchtwegen rechtstreeks via een kijkbuis kunnen worden geïnspecteerd) de bron van het vocht worden achterhaald. Bij ongeveer 20% van de patiënten met pleura-effusie is de oorzaak na de eerste onderzoeken nog niet duidelijk en bij sommigen wordt nooit een oorzaak gevonden, ook niet na uitgebreid onderzoek.

illustrative-material.figure-short 1

De pleura van twee kanten bezien

De pleura van twee kanten bezien

Behandeling

Indien het een geringe hoeveelheid pleuravocht betreft, hoeft alleen de onderliggende oorzaak te worden behandeld. Een grotere hoeveelheid vocht moet worden gedraineerd, vooral als deze kortademigheid veroorzaakt. De kortademigheid neemt dan vaak aanzienlijk af. Het vocht kan vaak door middel van thoracocentese worden afgevoerd. Hierbij wordt de huid tussen twee laag gelegen ribben plaatselijk verdoofd, waarna een dunne naald voorzichtig tot in het vocht naar binnen wordt gebracht. Vaak wordt dan een dunne plastic katheter door de naald heen tot in de vloeistof geschoven. Dit verkleint het risico dat de long wordt aangeprikt en een pneumothorax ontstaat. Hoewel thoracocentese meestal voor diagnostiek wordt toegepast, kan met deze ingreep wel anderhalve liter vocht per keer veilig worden verwijderd.

Wanneer een grotere hoeveelheid vocht moet worden verwijderd, kan er via de borstwand een slang (thoraxdrain) worden ingebracht. Na plaatselijke verdoving van een deel van de borstwand wordt er tussen twee ribben een plastic slang in de borst ingebracht. Vervolgens wordt deze thoraxdrain op een drainagesysteem met een waterslot aangesloten. Met het waterslot wordt voorkomen dat er lucht in de pleuraholte kan lekken. Op een thoraxfoto wordt de positie van de drain gecontroleerd. Drainage kan worden geblokkeerd als de drain niet goed is geplaatst of als er een knik in komt. Indien het vocht erg dik is of vol stolsels zit, kan het soms niet wegstromen.

Pusophoping (empyeem) door een infectie moet worden gedraineerd en worden behandeld met intraveneus toegediende antibiotica. Bij tuberculose of een schimmelinfectie als coccidioïdomycose moeten gedurende lange tijd antibiotica respectievelijk antimycotica (geneesmiddelen tegen schimmelinfecties) worden toegediend. Als de pus erg dik is of zich in bindweefselcompartimenten bevindt, is drainage moeilijker. Soms worden fibrinolytica (geneesmiddelen waarmee fibrine wordt opgelost) in de pleuraholte ingespoten om het draineren te vergemakkelijken en zo wordt mogelijk een operatie voorkomen. Als wel een operatie nodig is, kan een zogeheten ‘beeldgestuurd thoracoscopisch debridement' of een thoracotomie worden uitgevoerd. Tijdens de operatie wordt dik fibreus materiaal van het longoppervlak verwijderd, zodat de long weer normaal kan uitzetten.

Vochtophoping ten gevolge van pleuratumoren is soms moeilijk te behandelen omdat het vocht zich vaak snel opnieuw ophoopt. Door drainage van het vocht en toediening van antikankermiddelen lukt het soms om verdere vochtophoping te voorkomen. Indien het vocht zich echter blijft ophopen, kan afdichting van de pleuraholte (pleurodese) een oplossing zijn. Al het vocht wordt dan via een drain afgevoerd, waarna er via deze drain in de pleuraholte een stof (bijvoorbeeld een doxycyclineoplossing of talkpoeder) wordt ingebracht die de pleurabladen sterk irriteert. Door deze irriterende stof verkleven de twee pleurabladen met elkaar, zodat er geen ruimte meer overblijft waar zich nog vocht kan ophopen.

Als er bloed in de pleuraholte is terechtgekomen, is het meestal afdoende om dit via een slang te draineren, als de bloeding tenminste is gestopt. Soms blijft een grote hoeveelheid gestold bloed in de pleuraholte achter. In dergelijke gevallen worden via de drain geneesmiddelen ingebracht die bloedstolsels afbreken, zoals streptokinase Handelsnaam
Streptase
Kabikinase
en urokinase. Dit moet voorzichtig gebeuren, omdat deze geneesmiddelen de bloeding opnieuw in gang kunnen zetten. Als de bloeding niet stopt of als het opgehoopte vocht niet afdoende via een drain kan worden afgevoerd, kan operatief ingrijpen noodzakelijk zijn.

De behandeling van chylothorax richt zich op herstel van het beschadigde lymfevat. Deze behandeling kan bestaan uit een operatie, chemotherapie of bestraling van een tumor die het lymfevat afsluit.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Pleuritis

Illustraties
Tabellen
Disclaimer