MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Ademhalingsinsufficiëntie is een aandoening waarbij de zuurstofconcentratie in het bloed gevaarlijk laag of de kooldioxideconcentratie gevaarlijk hoog wordt.

Ademhalingsinsufficiëntie, een medische noodsituatie, is vaak het laatste stadium van een chronische longaandoening. Ademhalingsinsufficiëntie kan eveneens het gevolg zijn van een ernstige, acute longziekte (zoals ARDS, acute respiratory distress syndrome (zie ARDS (acute respiratory distress syndrome)) bij voor het overige gezonde mensen. Bij vrijwel elke aandoening waarbij de ademhaling of de longen worden aangetast, kan ademhalingsinsufficiëntie optreden. Door een overdosis opioïden of te veel alcohol kan de roes zo diep worden dat de ademhaling stopt en er ademhalingsinsufficiëntie ontstaat. Obstructie van de luchtwegen, verwonding van longweefsel, beschadiging van de botstructuren en weefsels rond de longen en verzwakking van de ademhalingsspieren zijn ook veelvoorkomende oorzaken. Ademhalingsinsufficiëntie kan ook optreden als de doorbloeding in de longen afwijkend wordt, zoals bij longembolie (zie Longembolie). Bij deze aandoening beweegt er wel normaal lucht in en uit de longen, maar wanneer een deel van de longen niet wordt doorbloed, wordt er onvoldoende zuurstof uit de lucht opgenomen.

illustrative-material.table-short 1

WAT ZIJN DE OORZAKEN VAN ADEMHALINGSINSUFFICIËNTIE?

onderliggend probleem

oorzaak

luchtwegobstructie

chronische bronchitis, longemfyseem, bronchiëctasieën, cystische fibrose, astma, bronchiolitis, ingeademde deeltjes

slechte ademhaling

vetzucht, slaapapneu, intoxicatie

spierzwakte

myasthenia gravis, spierdystrofie, polio, syndroom van Guillain-Barré, polymyositis, CVA (‘beroerte'), amyotrofe laterale sclerose (ALS), ruggenmergletsel

afwijkingen van het longweefsel

acute ademhalingsinsufficiëntie, reactie op geneesmiddelen, longfibrose, fibroserende alveolitis, gemetastaseerde tumoren, straling, sarcoïdose, brandwonden

Symptomen en diagnostisch onderzoek

De lage zuurstofconcentratie in het bloed veroorzaakt een blauwige verkleuring (cyanose). De hoge kooldioxideconcentratie en de toenemende verzuring van het bloed veroorzaken verwardheid en slaperigheid. Door diep en snel te ademen probeert het lichaam het kooldioxide te verwijderen, maar als de longen niet normaal kunnen functioneren, heeft dit ademhalingspatroon geen effect. Uiteindelijk gaan de hersenen en het hart slechter functioneren vanwege de lage zuurstofconcentratie, met als gevolg bewustzijnsdaling of bewusteloosheid en hartritmestoornissen (aritmieën) die tot de dood kunnen leiden.

Sommige symptomen van ademhalingsinsufficiëntie zijn afhankelijk van de oorzaak. Een kind met een luchtwegobstructie door inademing (aspiratie) van een vreemd voorwerp hapt naar adem en vecht om lucht (zie Spoedeisende hulp: Verstikking), terwijl iemand met een vergiftiging of een slechte conditie rustig in een coma kan wegzakken.

Op basis van de symptomen en onderzoek kan aan ademhalingsinsufficiëntie worden gedacht. Met bloedonderzoek wordt de diagnose bevestigd wanneer een gevaarlijk lage zuurstofconcentratie of een gevaarlijk hoge kooldioxideconcentratie worden aangetoond.

Als ademhalingsinsufficiëntie langzaam ontstaat, stijgt de bloeddruk in de longvaten; dit wordt ‘pulmonale hypertensie' genoemd (zie Pulmonale hypertensie. Als de aandoening niet wordt behandeld, raken deze bloedvaten beschadigd, waardoor de opname van zuurstof in het bloed verder verslechtert. Daardoor wordt het hart extra belast, met hartfalen als gevolg.

Behandeling

Vrijwel altijd wordt er in eerste instantie zuurstof toegediend. Er wordt gewoonlijk meer zuurstof gegeven dan nodig is, maar dat kan op een later moment worden bijgesteld. Bij patiënten met een chronisch hoge kooldioxideconcentratie kan toediening van te veel zuurstof de beweging van lucht (ventilatie) in en uit de longen afremmen en de kooldioxideconcentratie tot gevaarlijke hoogten doen stijgen. Bij deze patiënten is een nauwkeurigere dosering van de hoeveelheid toegediende zuurstof nodig.

De onderliggende oorzaak van de ademhalingsinsufficiëntie moet ook worden behandeld. Antibiotica worden gebruikt om infecties te bestrijden en bronchodilatatoren worden toegepast om de luchtwegen te verwijden. Verder kunnen er nog geneesmiddelen worden toegediend tegen ontstekingsverschijnselen of om de vorming van bloedstolsels te voorkomen.

Beademing: Sommige ernstig zieke patiënten moeten ter ondersteuning van de ademhaling kunstmatig worden beademd. Kunstmatige beademing kan levensreddend zijn wanneer een patiënt niet voldoende lucht kan in- en uitademen. Hierbij wordt een plastic buisje (Engels: tube) via de neus of de mond in de luchtpijp gebracht en aangesloten op een machine die lucht in de longen perst. De uitademing vindt passief plaats doordat de longen door hun elasticiteit weer terugveren. Afhankelijk van de onderliggende oorzaak kunnen er veel soorten beademingsapparaten en ‑methoden worden toegepast. Als de longen niet goed functioneren, kan er via de beademingsapparatuur extra zuurstof worden toegediend. Bij patiënten die nog gedeeltelijk zelf kunnen ademen, kan een masker over de neus of het gezicht worden geplaatst. Hiermee kan lucht onder positieve druk worden aangevoerd, waardoor de eigen ademhaling van de patiënt wordt ondersteund. Op deze wijze wordt vermoeidheid van de ademhalingsspieren voorkomen. Bij ongeveer de helft van de patiënten met ademhalingsinsufficiëntie kan met deze techniek (‘continue positieve luchtwegdruk' genoemd) worden voorkomen dat de luchtpijp moet worden geïntubeerd. Toepassing van continue positieve luchtwegdruk 's nachts kan zinvol zijn bij patiënten bij wie de ademhalingsinsufficiëntie het gevolg is van spierzwakte. Na de rust gedurende de nacht kunnen de ademhalingsspieren dan overdag effectiever hun werk doen.

De vochtbalans in het lichaam moet zorgvuldig worden gecontroleerd en aangepast om de longen en het hart zo goed mogelijk te laten functioneren. Daarbij moet de zuurgraad van het bloed in evenwicht worden gehouden door de ademhalingsfrequentie en ‑diepte met de beademingsmachine te reguleren. Een patiënt die beademd wordt, kan zich zeer onrustig voelen. Met kalmerende middelen als lorazepam Handelsnaam
Temesta
en midazolam Handelsnaam
Dormicum
of opioïden als morfine Handelsnaam
MS Contin
Kapanol
Noceptin
Sevredol
en fentanyl Handelsnaam
Durogesic
kan de onrust onder controle worden gehouden. Een bacteriële infectie bij een patiënt die kunstmatig beademd wordt, moet zo snel mogelijk worden gediagnosticeerd en behandeld.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven
Illustraties
Tabellen
Disclaimer