MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Gevolgen van het ouder worden

Vanaf de leeftijd van ongeveer dertig jaar vermindert de dichtheid van de botten bij mannen en vrouwen; bij vrouwen gaat dat na de menopauze een aantal jaren sneller. De botten worden daardoor brozer en breken bij ouderen gemakkelijker (zie Osteoporose).

Naarmate mensen ouder worden, treden er veranderingen op in hun gewrichten, kraakbeen en bindweefsel. Het kraakbeen in een gewricht wordt dunner en de proteoglycanen in het kraakbeen veranderen. Hierdoor wordt het gewrichtskraakbeen minder veerkrachtig en gevoeliger voor beschadiging. Bij sommige mensen glijden de oppervlakken van het gewricht niet zo goed meer over elkaar als eerder. Dit proces kan tot artrose (zie Biologie van het bewegingsapparaat: Gewrichten) leiden. Ook worden de gewrichten strammer omdat het bindweefsel in de gewrichtsbanden en pezen stijver wordt. Door deze verandering worden de gewrichten ook in hun bewegingsbereik beperkt.

Spieratrofie is een proces dat rond het dertigste levensjaar begint en dat zich tijdens het verdere leven voortzet. Bij dit proces is er een geleidelijke afname van de hoeveelheid spierweefsel en het aantal en de grootte van de spiervezels. Het gevolg van spieratrofie is een geleidelijk verlies van spiermassa en spierkracht. Gelukkig kan het verlies aan spiermassa en spierkracht grotendeels worden opgeheven of op zijn minst aanmerkelijk worden vertraagd door geregelde lichaamsbeweging. De soorten spiervezel worden ook door veroudering aangetast. Bepaalde spiervezels trekken sneller samen dan andere. Naarmate men ouder wordt nemen deze veel sneller in aantal af dan het aantal vezels van het langzame type. Daardoor kunnen de spieren bij ouderen minder snel samentrekken.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Botten

Volgende: Gewrichten

Illustraties
Tabellen
Disclaimer