MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Goedaardige bottumoren

Osteochondromen (osteocartilaginaire exostosen) zijn de meest voorkomende typen van goedaardige bottumoren en komen meestal bij personen tussen de 10 en 20 jaar voor. Deze tumoren zijn gezwellen aan het oppervlak van het bot die in de vorm van harde uitwassen verschijnen. Iemand kan één of meer tumoren hebben. De aanleg om verscheidene osteochondromen te krijgen kan in de familie voorkomen.

Op enig moment in hun leven krijgt ongeveer 10% van de mensen met meer dan één osteochondroom een kwaadaardige bottumor, een ‘chondrosarcoom' genaamd (waarschijnlijk voortkomend uit een bestaand osteochondroom). Als één van de osteochondromen groter wordt of nieuwe symptomen veroorzaakt, moet deze over het algemeen operatief worden verwijderd. Mensen met meerdere osteochondromen moeten dan ook regelmatig door hun arts worden onderzocht. Voor mensen die maar één osteochondroom hebben, is de kans echter klein dat ze een chondrosarcoom zullen krijgen. Een enkel osteochondroom hoeft daarom meestal niet te worden verwijderd, behalve wanneer de tumor problemen veroorzaakt, zoals toegenomen zwelling.

Chondromen treden meestal op bij mensen tussen de 10 en 30 jaar en ontstaan binnen in het bot. Deze tumoren worden vaak ontdekt wanneer er om andere redenen röntgenfoto's worden gemaakt. De diagnose kan vaak worden gesteld doordat ze op de röntgenfoto zichtbaar zijn. Sommige chondromen veroorzaken pijn. Als een chondroom geen pijn veroorzaakt, hoeft deze niet te worden verwijderd of behandeld. Er kunnen echter wel regelmatig nieuwe röntgenfoto's worden gemaakt om de grootte in de gaten te houden. Als er op basis van de röntgenfoto's niet met zekerheid een diagnose kan worden gesteld, of als de tumor pijn veroorzaakt, kan een biopsie nodig zijn om te bepalen of de tumor goedaardig of kwaadaardig is. Meestal bestaat deze biopsie uit de gehele tumor (excisiebiopsie).

Chondroblastomen zijn zeldzame tumoren die in het uiteinde van de botten groeien. Ze treden gewoonlijk op bij mensen tussen de 10 en 20 jaar. Deze tumoren worden opgemerkt omdat ze pijn kunnen veroorzaken. Als deze tumoren niet worden behandeld, kunnen ze blijven groeien en het bot vernietigen. De behandeling bestaat daarom uit operatieve verwijdering. Soms keren dergelijke tumoren na een operatie terug.

Chondromyxoïd fibroom is een zeldzame tumor die bij mensen jonger dan 30 jaar voorkomt. Dit type tumor zit meestal in het uiteinde van lange botten. Pijn is het gebruikelijke symptoom. Deze tumoren hebben een kenmerkend voorkomen op röntgenfoto's. De behandeling bestaat uit operatieve verwijdering. Dit zorgt meestal voor genezing, maar soms komen de tumoren terug.

Osteoïde osteomen zijn kleine tumoren die zich meestal bij mensen tussen de 20 en 40 jaar ontwikkelen. Ze komen het meest voor in de armen of benen, maar kunnen in elk bot worden aangetroffen. Ze veroorzaken meestal pijn die 's nachts erger wordt en die wordt verlicht door lage doses acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine). Soms geven ze reactieve veranderingen in de omgeving (botaanmaak, gewrichtsontsteking, spieratrofie). Na verwijdering van de tumor zouden deze aandoening moeten verbeteren. Met botscans, waarbij van radioactieve tracers wordt gebruikgemaakt, kan de precieze plaats van de tumor worden bepaald. Soms is de tumor moeilijk te lokaliseren en is er aanvullend onderzoek nodig, zoals een CT-scan. Operatieve verwijdering van de tumor is de beste manier om de pijn blijvend weg te nemen. Er zijn echter patiënten die liever altijd acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
blijven slikken dan een operatie ondergaan. Bij een andere procedure, die minder ingrijpend is dan een operatie, steekt een arts een naaldachtige sonde in de tumor, waarbij CT wordt gebruikt voor de correcte plaatsing. Met behulp van een radiofrequente puls wordt de tumor vernietigd. Er is dan echter geen microscopische verificatie van de diagnose. Behoudens de pijn is de prognose goed.

Reusceltumoren treden meestal bij mensen tussen de 20 en 40 jaar op. Deze tumoren ontstaan doorgaans aan het uiteinde van de botten en kunnen zich naar het aangrenzende weefsel uitbreiden. Ze veroorzaken meestal pijn. De behandeling hangt af van de omvang van de tumor. Een tumor kan operatief worden verwijderd en om de botstructuur te behouden kan de holte met een bottransplantaat of met synthetisch botcement worden opgevuld. Soms kan het bij zeer uitgebreide tumoren noodzakelijk zijn het aangetaste deel van het bot te verwijderen. Ongeveer 10% van de tumoren komt na de operatie terug. Deze tumoren worden zelden kwaadaardig.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Metastatische bottumoren

Illustraties
Tabellen
Disclaimer