MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Hersenen
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Hersenen

De functies van de hersenen zijn mysterieus en opmerkelijk. De hersenen zijn de bron van alle gedachten, meningen, herinneringen, gedragingen en stemmingen. Ze vormen de zetel van het denken en zijn het controlecentrum voor de rest van het lichaam. De hersenen coördineren het vermogen om te bewegen, te voelen, te ruiken, te proeven, te horen en te zien. Ze stellen mensen in staat woorden te vormen, getallen te begrijpen en te gebruiken, muziek te componeren en ervan te genieten, geometrische vormen te herkennen en te begrijpen, met anderen te communiceren, vooruit te plannen en te fantaseren.

De hersenen beoordelen alle prikkels afkomstig van de inwendige organen, het lichaamsoppervlak, de ogen, oren, neus en mond. Ze reageren vervolgens op deze prikkels door aanpassing van de lichaamshouding, de beweging van ledematen of de snelheid waarmee de inwendige organen werken. De hersenen kunnen ook stemmingen en de mate van bewustzijn en alertheid regelen.

Computers hebben zich nog nooit, zelfs niet bij benadering, kunnen meten met het complexe vermogen van het menselijk brein. Deze complexiteit heeft echter ook zijn prijs. De hersenen moeten voortdurend worden gevoed. Ze vragen een zeer grote en constante toevoer van bloed en zuurstof, ongeveer 20% van de bloedstroom vanuit het hart. Een onderbreking in de bloedtoevoer naar de hersenen van langer dan ongeveer tien seconden kan al tot bewustzijnsverlies leiden. Zuurstofgebrek, abnormaal lage bloedglucosespiegels of giftige stoffen kunnen binnen enkele minuten de hersenfunctie verstoren. De hersenen worden echter beschermd door een aantal mechanismen die dergelijke problemen doorgaans kunnen voorkomen. Als de bloedtoevoer naar de hersenen bijvoorbeeld afneemt, sturen de hersenen onmiddellijk signalen naar het hart waardoor het sneller en krachtiger gaat kloppen en zo meer bloed rondpompt. Bij een te lage bloedglucosespiegel zenden de hersenen signalen naar de bijnieren om epinefrine Handelsnaam
Epinefrine
Epipen
(adrenaline) af te geven, waardoor de lever wordt gestimuleerd om opgeslagen glucose af te geven.

Ondanks de grote behoefte aan door het bloed aangevoerde zuurstof en voedingsstoffen, zijn de hersenen van het bloed gescheiden door de dunne, zogeheten ‘bloed-hersenbarrière'. In de hersenen zijn, anders dan in de meeste delen van het lichaam, de cellen van de wanden van de haarvaten stevig afgedicht en vormen zo de bloed-hersenbarrière. (De haarvaten of capillairen zijn de kleinste bloedvaten in het lichaam van waaruit zuurstof en voedingsstoffen uit het bloed in de weefsels worden opgenomen.) De bloed-hersenbarrière laat alleen bepaalde stoffen door naar de hersenen en beschermt de hersenen op deze manier tegen mogelijk schadelijke stoffen. Zo kunnen penicilline, een groot aantal chemotherapeutische geneesmiddelen en de meeste eiwitten (zoals albumine, het eiwit dat het overvloedigst in het bloed aanwezig is) alleen in zeer kleine hoeveelheden in de hersenen doordringen. Alcohol, cafeïne, nicotine Handelsnaam
Nicorette
Nicodon
Nicotinell
en antidepressiva kunnen de barrière daarentegen wel passeren. Sommige stoffen die de hersenen nodig hebben, zoals glucose en aminozuren, kunnen niet zomaar door de barrière heen. De bloed-hersenbarrière beschikt echter over transportsystemen die voor de hersenen noodzakelijke stoffen door de barrière naar het hersenweefsel brengen.

Hersenactiviteit is het gevolg van elektrische prikkels die worden afgegeven door zenuwcellen (neuronen), die informatie verwerken en opslaan. De prikkels worden doorgegeven via de zenuwvezels binnen de hersenen. De hoeveelheid en het soort hersenactiviteit dat optreedt en de plaats in de hersenen waar de activiteit in gang wordt gezet, hangt af van iemands bewustzijnsniveau en de specifieke activiteit die deze persoon uitvoert.

De hersenen bestaan uit drie belangrijke delen: de grote hersenen (cerebrum), de hersenstam en de kleine hersenen (cerebellum).

De grote hersenen bestaan uit dichte, gekronkelde weefselmassa's. De buitenste laag is de hersenschors (grijze stof). Bij volwassenen bevat de hersenschors het merendeel van de zenuwcellen van het zenuwstelsel. Onder de hersenschors bevindt zich de witte stof, die voornamelijk bestaat uit zenuwvezels waarmee de zenuwcellen in de hersenschors met andere delen van het zenuwstelsel zijn verbonden.

De grote hersenen zijn in twee helften verdeeld: de linker en de rechter hersenhelft. In het midden zijn de helften met elkaar verbonden via zenuwvezels, het zogenoemde ‘corpus callosum'. Elke hersenhelft wordt verder onderverdeeld in een voorhoofdskwab, wandbeenkwab, achterhoofdskwab en slaapbeenkwab.

De voorhoofdskwabben zijn verantwoordelijk voor veel willekeurige handelingen, van het bewust kijken naar een voorwerp of het oversteken van een straat tot het ontspannen van de blaas om te urineren. Ze regelen aangeleerde motorische vaardigheden als schrijven, een muziekinstrument bespelen en schoenveters strikken. Ook besturen de voorhoofdskwabben complexe intellectuele processen zoals spraak, denkvermogen, concentratie, probleemoplossing en plannen maken voor de toekomst. Door de voorhoofdskwabben worden gezichtsuitdrukkingen en hand- en armgebaren aangestuurd en tevens afgestemd op stemming en gevoel. Bepaalde gebieden van de voorhoofdskwabben zijn verantwoordelijk voor specifieke bewegingen, in de regel van de tegenoverliggende lichaamshelft. Bij de meeste mensen worden de taalfuncties door de linker voorhoofdskwab bestuurd.

De wandbeenkwabben interpreteren informatie van de sensibele zenuwen uit de rest van het lichaam en besturen de lichaamsbeweging. Ze combineren indrukken van vorm, structuur en gewicht tot algemene waarnemingen. Ze beïnvloeden rekenkundige vaardigheden en taalvaardigheden, die meer specifiek door de aangrenzende gebieden van de slaapbeenkwabben worden bestuurd. De wandbeenkwabben slaan ruimtelijke herinneringen op om ruimtelijke oriëntatie (weten waar je bent) en richtingsgevoel (weten waar je naar toe gaat) mogelijk te maken. De wandbeenkwabben verwerken ook informatie waardoor mensen weten wat de stand van hun lichaamsdelen is.

De achterhoofdskwabben verwerken en interpreteren visuele informatie, maken vorming van visuele herinneringen mogelijk en integreren visuele waarnemingen met de door de aangrenzende wandbeenkwabben aangeleverde ruimtelijk informatie.

De slaapbeenkwabben wekken herinneringen en emoties op. Ze slaan in het korte- en langetermijngeheugen gebeurtenissen op die zojuist hebben plaatsgevonden en zorgen tevens voor het opslaan en terughalen van herinneringen uit het langetermijngeheugen. Verder kunnen ze geluiden en beelden duiden waardoor mensen in staat zijn om voorwerpen en andere mensen te herkennen en gehoor en spraak te integreren.

In het onderste deel van de grote hersenen bevinden zich zenuwcellen, gegroepeerd in structuren die de ‘basale ganglia', de ‘thalamus' en ‘hypothalamus' worden genoemd. De basale ganglia coördineren en verfijnen bewegingen. De thalamus is belast met de algemene organisatie van sensibele signalen van en naar het hoogste hersenniveau (de hersenschors). Hierdoor ontstaat een algemeen bewustzijn van sensaties als pijn, tast en temperatuur. De hypothalamus coördineert een aantal van de meer automatische lichaamsfuncties, bijvoorbeeld de regeling van slapen en waken, het op peil houden van de lichaamstemperatuur, de regeling van de eetlust en controle van de vochtbalans in het lichaam.

Een systeem van zenuwvezels, het limbische systeem, verbindt de hypothalamus met andere delen van de voorhoofds- en slaapbeenkwabben, waaronder de hippocampus en de amygdala. Het limbische systeem reguleert zowel de ervaring en uitdrukking van emoties als automatische lichaamsfuncties. Door het genereren van emoties (bijvoorbeeld angst, boosheid, plezier en verdriet), stelt het limbische systeem mensen in staat op lichamelijke of geestelijke schokken te reageren en deze te overleven. De hippocampus speelt ook een rol bij de vorming en het terughalen van herinneringen. Via het limbische systeem zijn emotioneel geladen herinneringen gemakkelijker terug te halen dan andere herinneringen.

De hersenstam verbindt de grote hersenen met het ruggenmerg. Diep in het bovenste gedeelte van de hersenstam bevindt zich een systeem van zenuwcellen en -vezels (het reticulair activeringssysteem) dat de mate van bewustzijn en alertheid regelt. De hersenstam zorgt ook voor de automatische regulatie van essentiële lichaamsfuncties als ademhaling, slikken, bloeddruk en hartslag, en speelt een rol bij het controleren van de lichaamshouding. Bij ernstige beschadiging van de gehele hersenstam verliest men het bewustzijn en komen deze automatische lichaamsfuncties tot stilstand. De dood zal dan snel intreden.

De kleine hersenen liggen onder de grote hersenen net boven de hersenstam en coördineren de lichaamsbewegingen. Met behulp van informatie uit de hersenschors en de basale ganglia over de stand van de armen en benen laten de kleine hersenen de bewegingen van de ledematen soepel en nauwkeurig verlopen. Ze doen dat door de spierspanning en de houding voortdurend aan te passen. De kleine hersenen werken samen met bepaalde delen van de hersenstam, de zogenoemde ‘vestibulaire kernen', die met de evenwichtsorganen (halfcirkelvormige kanalen) in het binnenoor zijn verbonden. Deze structuren zorgen samen voor het evenwichtsgevoel. De kleine hersenen slaan ook herinneringen aan geoefende bewegingen op. Hierdoor kunnen bewegingen worden gemaakt die veel coördinatie vereisen en waarbij snelheid en evenwicht een rol spelen, zoals een pirouette door een balletdanser.

Zowel de hersenen als het ruggenmerg zijn omgeven door drie vliezen (hersenvliezen of meninges). De dunne pia mater, het zachte hersenvlies, vormt de binnenste laag en ligt dicht tegen de hersenen en het ruggenmerg aan. Het tere spinnenwebvlies (arachnoidea) vormt de middelste laag. In de ruimte tussen het spinnenwebvlies en de pia mater (de subarachnoïdale ruimte) bevindt zich de hersen- en ruggenmergvloeistof (liquor cerebrospinalis), die de hersenen en het ruggenmerg beschermt. De vloeistof stroomt tussen de vliezen over het hersenoppervlak, vult de inwendige ruimten in de hersenen (de vier hersenkamers of ventrikels) en beschermt de hersenen tegen plotselinge schokken en kleine beschadigingen. Het leerachtige harde hersenvlies (dura mater) vormt de buitenste en sterkste laag. De hersenen en de hersenvliezen worden omgeven door een sterke en beschermende botstructuur, de schedel.

illustrative-material.figure-short 1

Overzicht van de hersenen

Overzicht van de hersenen

De hersenen bestaan uit de grote hersenen, de hersenstam en de kleine hersenen. Beide helften van de grote hersenen zijn verdeeld in kwabben. Binnen in de schedel zijn de hersenen bedekt met drie weefsellagen: de hersenvliezen of meninges.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Effecten van het ouder worden

Volgende: Perifere zenuwen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer