MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Effecten van het ouder worden

Hersenen: in de jeugd, de volwassenheid en de ouderdom zijn de hersenfuncties gewoonlijk verschillend. Bij kinderen neemt het vermogen om te denken en te redeneren gestaag toe waardoor ze steeds complexere vaardigheden kunnen aanleren. Tijdens het grootste gedeelte van het volwassen leven blijven de hersenfuncties relatief stabiel. Na een bepaalde leeftijd, die bij iedereen verschillend is, gaan de hersenfuncties achteruit. Verschillende aspecten van de hersenfuncties raken in verschillende levensfasen aangedaan. Het kortetermijngeheugen en het vermogen om nieuwe dingen te leren beginnen vaak al op relatief jonge leeftijd af te nemen. Het verbale vermogen, zoals woordenschat en woordgebruik, kan rond het 70e jaar minder gaan worden. Intellectuele vaardigheden, zoals het vermogen om informatie te verwerken (ongeacht de snelheid), blijven als zich geen neurologische aandoeningen voordoen meestal tot een leeftijd van ongeveer 80 jaar intact. De reactietijd kan afnemen en het uitvoeren van taken trager verlopen, doordat de hersenen zenuwprikkels langzamer verwerken. De gevolgen van het ouder worden zijn soms echter moeilijk te onderscheiden van de effecten van diverse aandoeningen die veel bij ouderen voorkomen. Dergelijke aandoeningen zijn bijvoorbeeld depressie, cerebrovasculair accident (‘beroerte'), een traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) en degeneratieve hersenaandoeningen als de ziekte van Alzheimer.

Het aantal zenuwcellen in de hersenen neemt meestal af naarmate mensen ouder worden, hoewel dat aantal van persoon tot persoon sterk verschilt en afhankelijk is van iemands gezondheid. Terwijl het aantal zenuwcellen vermindert, worden tussen de overgebleven zenuwcellen nieuwe verbindingen gemaakt. Deze kunnen het verlies van zenuwcellen compenseren. Daarnaast bestaan de hersenen uit meer cellen dan nodig zijn om normaal te kunnen functioneren, een eigenschap die ‘redundantie' wordt genoemd. Het verlies van zenuwcellen dat optreedt bij veroudering en ziekte, kan mede dankzij redundantie worden gecompenseerd. Verder kunnen in bepaalde delen van de hersenen nieuwe zenuwcellen worden gevormd, zelfs bij ouderen.

Naarmate mensen ouder worden, kan de bloedtoevoer naar de hersenen met gemiddeld 20% afnemen. De afname van de bloedtoevoer is groter bij mensen met atherosclerose van de bloedvaten naar de hersenen (cerebrovasculaire aandoeningen). Dit kan het gevolg zijn van roken, hoge cholesterolspiegels, diabetes of hoge bloeddruk. De verminderde bloedtoevoer die hieruit voortvloeit, kan tot gevolg hebben dat zenuwcellen in de hersenen vroegtijdig verloren gaan. Hierdoor kunnen de hersenfuncties vroegtijdig achteruitgaan.

Ruggenmerg: naarmate mensen ouder worden, kan het botweefsel van de wervelkolom gaan woekeren, waardoor er druk op het ruggenmerg wordt uitgeoefend. Hierdoor vermindert het aantal axonen in het ruggenmerg en treedt er een licht gevoelsverlies en/of uitstralende pijn op.

Perifere zenuwen: naarmate mensen ouder worden, is het mogelijk dat perifere zenuwen signalen langzamer geleiden. Dit effect is meestal zo minimaal dat er geen functieverandering merkbaar is. De reactie van het perifere zenuwstelsel op verwonding neemt ook af. Wanneer bij jongere mensen het axon van een perifere zenuw wordt beschadigd, kan de zenuw zich herstellen zolang het cellichaam nog intact is. Dit zelfherstellend vermogen is bij ouderen trager en onvollediger dan bij jonge mensen. Ouderen zijn hierdoor gevoeliger voor verwonding en ziekte.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Hersenen

Illustraties
Tabellen
Disclaimer