MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Functiestoornissen per locatie

Aangezien de verschillende hersengebieden specifieke functies aansturen (zie Biologie van het zenuwstelsel: Hersenen), wordt het type functiestoornis dat optreedt bepaald door de plaats van de hersenbeschadiging. Ook is het van belang welke hersenhelft is aangetast, omdat de functies van de beide hersenhelften (van de grote hersenen) niet identiek zijn. Sommige functies worden uitsluitend door één bepaalde hersenhelft uitgevoerd. Zo worden beweging en gevoel van de ene kant van het lichaam aangestuurd door de tegenoverliggende hersenhelft. Andere functies worden voornamelijk door één van de hersenhelften uitgevoerd. De linker hersenhelft is bijvoorbeeld voornamelijk verantwoordelijk voor taalfuncties. Beschadiging van slechts één hersenhelft kan volledig verlies van dergelijke functies tot gevolg hebben. Andere functies daarentegen, zoals het geheugen, worden door beide hersenhelften uitgevoerd, zodat volledig verlies van een functie alleen optreedt wanneer beide hersenhelften zijn beschadigd.

Specifieke patronen van functiestoornis kunnen verband houden met het hersengebied dat is beschadigd.

Beschadiging van de voorhoofdskwab: beschadiging van de voorhoofdskwabben leidt in het algemeen tot verlies van het vermogen om problemen op te lossen en om handelingen te plannen en in gang te zetten, zoals een straat oversteken en complexe vragen beantwoorden.

Beschadiging van het achterste gedeelte van de voorhoofdskwab (die de willekeurige bewegingen aanstuurt) kan zwakte of verlamming tot gevolg hebben. Aangezien vanuit elke hersenhelft voornamelijk de bewegingen van de tegenoverliggende zijde van het lichaam worden bestuurd, veroorzaakt beschadiging van de linker hersenhelft zwakte aan de rechterkant van het lichaam en andersom.

Bij beschadiging van het middengedeelte van de voorhoofdskwab kan het vermogen de ogen te bewegen, complexe bewegingen in de juiste volgorde uit te voeren of woorden te zeggen zijn aangetast. Aantasting van het vermogen om woorden te zeggen, wordt ‘expressieve afasie' genoemd (zie Hersenfunctiestoornissen: Afasie).

Beschadiging van het voorste gedeelte van de voorhoofdskwab kan leiden tot concentratiestoornissen en problemen met vloeiend spreken, tot apathie, onoplettendheid en vertraagde reacties op vragen of tot een opvallend gebrek aan remmingen, waaronder sociaal ongepast gedrag. Mensen met onvoldoende remming zijn vaak ongepast gelukzalig of gedeprimeerd, extreem twistziek of passief en vulgair. Ze kunnen onverschillig staan tegenover de gevolgen van hun gedrag. Ook herhalen ze de dingen die ze zeggen.

Beschadiging van de wandbeenkwab: beschadiging van één kant van het voorste gedeelte van de wandbeenkwab (pariëtaalkwab) veroorzaakt gevoelloosheid en gevoelsstoornissen in de tegenoverliggende lichaamshelft. Patiënten met deze beschadiging kunnen de plaats van een gevoel en het type gevoel (pijn, warmte, koude of trillingen) moeilijk onderscheiden. Beschadiging van het achterste gedeelte van de wandbeenkwab veroorzaakt desoriëntatie en problemen met rekenen en tekenen. Beschadiging van de rechter wandbeenkwab kan apraxie veroorzaken. Dit is het onvermogen om eenvoudige handelingen uit te voeren, zoals haren kammen of aankleden. Door plotselinge beschadiging van de wandbeenkwab kan iemand de ernst van de aandoening negeren en zelfs de lichaamshelft tegenoverliggend aan de beschadigde hersenhelft verwaarlozen of ontkennen dat die helft bestaat. Deze patiënten kunnen verward raken of gaan ijlen en niet langer in staat zijn zich aan te kleden of andere normale taken uit te voeren.

Beschadiging van de slaapbeenkwab: beschadiging van de rechter slaapbeenkwab (temporaalkwab) leidt vaak tot aantasting van het geheugen voor geluiden en vormen. Beschadiging van de linker slaapbeenkwab kan het woordgeheugen, maar ook het vermogen om taal te begrijpen (waardoor receptieve afasie ontstaat) ernstig aantasten. Soms kan beschadiging van een gedeelte van de slaapbeenkwab persoonlijkheidsveranderingen veroorzaken, zoals verlies van het gevoel voor humor, extreme religieuze gevoelens en verlies van seksuele gevoelens.

Beschadiging van de achterhoofdskwab: de achterhoofdskwab bevat het voornaamste centrum voor de verwerking van visuele informatie. Wanneer de achterhoofdskwab aan beide kanten is beschadigd, ontstaat corticale blindheid. Patiënten met deze aandoening kunnen niet zien, hoewel de ogen zelf normaal functioneren. Sommige patiënten met corticale blindheid zijn zich er niet van bewust dat ze niet kunnen zien. Beschadiging van het voorste gedeelte van de achterhoofdskwab kan het vermogen aantasten om bekende voorwerpen en gezichten te herkennen en om juist te interpreteren wat men ziet.

illustrative-material.figure-short 1

Wanneer bepaalde gebieden van de hersenen zijn beschadigd

Wanneer bepaalde gebieden van de hersenen zijn beschadigd

De verschillende gebieden van de hersenen zijn verantwoordelijk voor specifieke functies. Vandaar dat het afhangt van de plaats waar de hersenen zijn beschadigd, welke functie verloren gaat.

Specifieke typen functiestoornissen

Veel hersenfuncties worden niet door één enkel hersengebied uitgevoerd, maar door meerdere hersengebieden die met elkaar samenwerken (een netwerk vormen). Beschadiging van deze netwerken kan afasie, apraxie, agnosie of amnesie (geheugenverlies) veroorzaken.

Afasie

Afasie is het gedeeltelijke of volledige verlies van het vermogen om gesproken of geschreven taal te gebruiken of te begrijpen door beschadiging van de hersencentra die verantwoordelijk zijn voor de taalfuncties.

Bij de meeste mensen wordt de taalfunctie gestuurd door het gedeelte van de linker slaapbeenkwab dat het ‘gebied van Wernicke' wordt genoemd en door het gedeelte van de voorhoofdskwab dat het ‘gebied van Broca' wordt genoemd. Beschadiging van elk willekeurig deel in deze kleine gebieden door een CVA, tumor, hoofdletsel of een infectie belemmert ten minste een aantal aspecten van de taalfunctie.

Afasie is het verlies van het vermogen om taal te gebruiken en te begrijpen, maar de aandoening kent verschillende vormen en kan gedeeltelijk of volledig zijn. De verscheidenheid aan vormen van afasie weerspiegelt de complexe aard van de taalfunctie. Afasie kan gepaard gaan met verlies van alleen het vermogen om geschreven woorden te begrijpen (alexie) of van het vermogen om zich namen van voorwerpen te herinneren of deze uit te spreken (anomie). Sommige patiënten met anomie kunnen zich het juiste woord helemaal niet herinneren; anderen hebben een woord wel in gedachten, maar kunnen het niet uitspreken. Patiënten met geleidingsafasie kunnen gesproken en geschreven woorden begrijpen en kunnen vloeiend spreken, maar geen woorden, woordgroepen of zinnen nazeggen.

Patiënten met Wernicke-afasie (sensorische of receptieve afasie), een aandoening die kan ontstaan door beschadiging van het gebied van Wernicke (in de slaapbeenkwab), spreken weliswaar vloeiend, maar de zinnen komen er als een verwarde, onsamenhangende woordenbrij uit.

Patiënten met Broca-afasie (expressieve afasie), een aandoening die kan ontstaan na beschadiging van het gebied van Broca (in de voorhoofdskwab), begrijpen grotendeels de betekenis van woorden en weten hoe ze willen reageren. Ze hebben echter moeite met het uitspreken van woorden. Ze persen de woorden er langzaam en met grote inspanning uit, vaak onderbroken door gevloek. Meestal treden dezelfde problemen ook bij het schrijven op.

Beschadiging van de linker slaapbeen- en voorhoofdskwabben kan volledige (globale) afasie veroorzaken, waarbij de patiënt vrijwel geheel stom raakt. Soms kan de patiënt wel vloeken, doordat de rechter hersenhelft, die meer een rol bij emoties speelt, niet is beschadigd. Tijdens de herstelfase heeft de patiënt nog problemen met spraakvermogen (dysfasie), schrijfvermogen (agrafie of dysgrafie) en taalbegrip (receptieve afasie).

Mensen met afasie na een hersenbeschadiging door aandoeningen als een CVA of hoofdletsel (zie Revalidatie: Introductie) kunnen baat bij logopedie hebben. Spraaktherapie begint doorgaans zodra de patiënt hiertoe in staat in.

Dysartrie

Dysartrie is het verlies van het vermogen om woorden normaal te articuleren.Dysartrie lijkt weliswaar een taalprobleem te zijn, maar is in werkelijkheid een spraak(spier)probleem (motorisch). Het kan worden veroorzaakt door beschadiging van de hersenstam of van de zenuwvezels die de hersenschors met de hersenstam verbinden. Deze hersendelen sturen de spieren aan die worden gebruikt om geluid voort te brengen en coördineren de bewegingen van de lippen, tong, gehemelte en stembanden, die nodig zijn om te kunnen spreken

Patiënten met dysartrie produceren geluiden die bij benadering overeenkomen met de klanken die ze bedoelen en die in de juiste volgorde staan. Afhankelijk van de plaats van beschadiging kan iemand hortend, staccato, met ademgeruis, onregelmatig, onnauwkeurig of monotoon spreken. Omdat het vermogen om taal te begrijpen en te gebruiken meestal niet is aangetast, kunnen de meeste mensen met dysartrie normaal lezen en schrijven.

Sommige patiënten met dysartrie kunnen baat hebben bij logopedie (zie Revalidatie: Introductie).

illustrative-material.sidebar 1

Onderzoek bij afasie

Broca-afasie: antwoorden op vragen worden aarzelend gegeven, maar zijn zinnig. Vraag: ‘Wat staat er op dit plaatje?' (blaffende hond) Antwoord: 'H-h-h-nd, eh, nee... h-h... verdomme... d-d-dier, ja, ja, dier, dier, dier... maakt geluid.'

Wernicke-afasie: antwoorden op vragen worden vlot gegeven, maar zijn onzinnig. Vraag: ‘Hoe gaat het vandaag met je?' Antwoord: ‘Wanneer? Rustig want mijn rivier loopt zwarte dozen wuzzel abada wanneer de plibbels komen.'

Conductieafasie: taal wordt verstaan en spontane taal wordt niet beïnvloed, maar door anderen gesproken of geschreven zinnen kunnen niet worden herhaald. Vraag: herhaal het volgende ‘Geen als-en, en-nen of maar-en.' Antwoord: ‘Geen nals senne nomaren.'

Anomie: moeite om dingen te benoemen. Vraag: ‘Wat is dit?' (wijs naar de revers van een jasje, naar een horlogebandje of een pen). Antwoord: ‘Wat je draagt, ding voor de tijd, je schrijft ermee.'

Apraxie

Apraxie is het verlies van het vermogen om taken uit te voeren waarbij een patroon of volgorde van bewegingen moet worden onthouden.

Apraxie is een zeldzame handicap en wordt doorgaans door beschadiging van de wand- of voorhoofdskwab veroorzaakt. Bij apraxie is het geheugen aangetast voor de volgorde van bewegingen die nodig zijn om eenvoudige of complexe handelingen te verrichten. Zo kan het dichtknopen van een kledingstuk, een handeling die uit een reeks stappen bestaat, een onmogelijke opgave zijn, hoewel de handen fysiek in staat zijn om de handeling uit te voeren. Patiënten met verbale apraxie kunnen de basale klankeenheden van spraak niet produceren, omdat ze de spierbewegingen die nodig zijn om te spreken, niet kunnen beginnen, coördineren of in de juiste volgorde kunnen uitvoeren.

Bepaalde vormen van apraxie tasten alleen de uitvoering van specifieke taken aan. De patiënt kan bijvoorbeeld het vermogen verliezen om één of meer van de volgende handelingen uit te voeren: een tekening maken, een briefje schrijven, een jas dichtknopen, schoenveters strikken, de telefoon opnemen of een muziekinstrument bespelen.

Sommige mensen met apraxie kunnen baat hebben bij ergotherapie om het functieverlies te leren compenseren (zie Revalidatie: Introductie).

Agnosie

Agnosie is het verlies van het vermogen om voorwerpen te associëren met hun gebruikelijke rol of functie.

Agnosie komt zelden voor. Agnosie wordt veroorzaakt door een functiestoornis in de wand-, slaapbeen- of achterhoofdskwab, waar het geheugen van de toepassing en het belang van bekende voorwerpen, beelden en geluiden is gelokaliseerd. Agnosie treedt vaak plotseling op na hoofdletsel of een CVA. Wanneer één wandbeenkwab is beschadigd (meestal als gevolg van een CVA), heeft de betreffende persoon moeite met het benoemen van normale voorwerpen, zoals een sleutel of veiligheidsspeld, in de hand van de lichaamshelft tegenoverliggend aan de beschadiging. Wanneer hij echter naar het voorwerp kijkt, herkent hij het onmiddellijk en kan hij het benoemen. Bij beschadiging van de achterhoofdskwab treedt visuele agnosie op. Patiënten met deze vorm van agnosie herkennen bekende gezichten of gewone voorwerpen, zoals een lepel of een potlood, niet, ook al kunnen ze de voorwerpen zien. Bij beschadiging van de slaapbeenkwab treedt akoestische agnosie op. Patiënten met deze vorm van agnosie kunnen geluiden niet herkennen, hoewel ze geluiden wel kunnen horen. Sommige patiënten met agnosie kunnen spontaan verbetering of herstel vertonen, terwijl anderen met hun vreemde handicap moeten leren leven. Er bestaat geen specifieke behandeling.

Amnesie

Amnesie (geheugenverlies) is het volledige of gedeeltelijke verlies van het vermogen om zich ervaringen en gebeurtenissen te herinneren. Dit betreft herinneringen aan wat er in de afgelopen seconden is gebeurd (recent geheugen), in de voorafgaande seconden tot dagen (kortetermijngeheugen) of verder terug in de tijd (langetermijngeheugen).

De oorzaken van amnesie worden slechts gedeeltelijk begrepen. Hersenbeschadiging kan geheugenverlies veroorzaken voor gebeurtenissen die onmiddellijk vóór (retrograde amnesie) of onmiddellijk na (posttraumatische amnesie) de beschadiging optraden. Afhankelijk van de ernst van de beschadiging houden de meeste gevallen van amnesie slechts een paar minuten of uren aan en verdwijnen zonder behandeling. Bij zware beschadiging van de hersenen kan amnesie echter blijvend zijn.

Leren vereist geheugen. De hersencentra die een rol spelen bij het opslaan van informatie in en het oproepen ervan uit het geheugen, bevinden zich voornamelijk in de slaapbeen- en voorhoofdskwabben. Emoties die in het limbische systeem van de hersenen ontstaan, kunnen zowel het opslaan als het oproepen van herinneringen beïnvloeden. Het limbische systeem is tevens nauw verbonden met de hersengebieden die verantwoordelijk zijn voor alertheid en bewustzijn. Doordat bij het geheugen veel hersenfuncties betrokken zijn die onderling met elkaar te maken hebben, kan vrijwel elke vorm van hersenbeschadiging tot geheugenverlies leiden.

Transient global amnesia (tijdelijke algehele amnesie) is een plotseling, tijdelijk verlies van het vermogen om nieuwe herinneringen op te slaan, dat leidt tot vergeetachtigheid en verwarring ten aanzien van tijd, plaats en soms van de identiteit van andere mensen. Deze vorm van amnesie kan het gevolg zijn van een tijdelijke afsluiting van de slagaders die de slaapbeenkwab van bloed voorzien bij mensen met atherosclerose en vooral bij ouderen. De aandoening kan ook door een epileptische aanval vanuit de slaapbeenkwab worden veroorzaakt. Vaak is de oorzaak niet bekend. Bij jonge mensen kan migraine, waardoor de bloedtoevoer naar de hersenen tijdelijk afneemt, een aanval van transient global amnesia opwekken.

Bij de meeste mensen met transient global amnesia treedt een dergelijke aanval slechts één keer in hun leven op, bij ongeveer 10% keren de aanvallen terug. De aanvallen kunnen tussen de 30 minuten en ongeveer 12 uur duren. Als gevolg van amnesie kan iemand volledig gedesoriënteerd raken en kan de herinnering aan gebeurtenissen uit de voorgaande jaren volkomen worden geblokkeerd. Na een aanval verdwijnt de verwardheid snel en is volledig herstel de regel.

Bij alcoholisten en ondervoede mensen kan een ongebruikelijke vorm van amnesie ontstaan, het syndroom van Wernicke-Korsakov. Dit syndroom is een combinatie van twee aandoeningen: een acute toestand van verwardheid (Wernicke-encefalopathie) en amnesie (syndroom van Korsakov). Wernicke-encefalopathie gaat bij ongeveer 80% van de patiënten gepaard met het syndroom van Korsakov.

Zowel Wernicke-encefalopathie als het syndroom van Korsakov kunnen het gevolg zijn van een tekort aan thiamine (vitamine B1), die het lichaam nodig heeft om koolhydraten om te zetten. Overvloedig alcoholgebruik zonder het eten van thiaminehoudend voedsel vermindert de toevoer van deze vitamine naar de hersenen. Bij ondervoede mensen (die onvoldoende thiamine binnenkrijgen) kan Wernicke-encefalopathie plotseling worden opgewekt door het eten van een koolhydraatrijke maaltijd (zoals spaghetti) of sterk gezoete dranken of wanneer een grote hoeveelheid glucose (suiker) intraveneus wordt toegediend bij de behandeling van uitdroging.

Het syndroom van Wernicke-Korsakov kan ook het gevolg zijn van een beschadiging van de slaapbeenkwab door verwonding, een CVA, een tumor of een herseninfectie (encefalitis).

Naast verwardheid bestaan de symptomen van Wernicke-encefalopathie uit evenwichtsverlies, sufheid, neiging tot wankelen, problemen met de oogbeweging door verlamming van de oogspieren, dubbelzien en snelle oogbewegingen in één richting gevolgd door een langzamere terugkeer naar de uitgangspositie (nystagmus). Het geheugenverlies is in eerste instantie vaak ernstig.

Het syndroom van Korsakov kan blijvend zijn bij ernstige of herhaalde aanvallen van encefalopathie of van ernstige verschijnselen bij alcoholontwenning (delirium tremens). Ernstig geheugenverlies gaat vaak gepaard met agitatie en delirium. Bij het syndroom van Korsakov blijft het onmiddellijke geheugen behouden, maar gaan het geheugen voor de korte termijn en voor relatief langer geleden gebeurtenissen (van voorgaande weken of maanden) verloren. Soms blijft het langetermijngeheugen echter intact. Patiënten met een chronisch syndroom van Korsakov kunnen in staat zijn tot sociale interactie en het voeren van een samenhangend gesprek, ook al kunnen ze zich niets herinneren van wat zich in de voorafgaande dagen, maanden, jaren of zelfs minuten heeft voorgedaan. In de war gebracht door het geheugenverlies verzinnen ze vaak maar wat (confabulatie) om niet te hoeven toegeven dat ze het zich niet kunnen herinneren. Vervolgens kunnen ze geen onderscheid meer maken tussen echte herinneringen en de dingen die ze hebben verzonnen. Mensen met het syndroom van Korsakov zijn sterk beïnvloedbaar en laten zich bijvoorbeeld gemakkelijk verleiden om te zeggen dingen te zien die er niet zijn. Ze kunnen hetzelfde tijdschrift steeds opnieuw lezen alsof ze het voor het eerst zien.

Alcoholisten krijgen zo snel mogelijk nadat de symptomen zijn begonnen intraveneus thiamine toegediend. Dergelijke behandeling kan Wernicke-encefalopathie verhelpen. Zonder behandeling kan Wernicke-encefalopathie fataal zijn. Daarom krijgen alcoholisten die om welke reden dan ook in een ziekenhuis belanden, onmiddellijk thiamine toegediend. Ook kan onmiddellijke behandeling met thiamine het syndroom van Korsakov voorkomen, dat wel ontstaat als behandeling wordt uitgesteld. Thiamine kan het syndroom van Korsakov niet genezen, maar is wel noodzakelijk omdat het syndroom fataal kan zijn als het niet onmiddellijk wordt behandeld. Het syndroom van Wernicke-Korsakov kan soms geleidelijk verdwijnen als de patiënt alcohol mijdt en gezond eet. Wanneer het syndroom van Wernicke-Korsakov daarentegen aan beschadiging van de slaapbeenkwab te wijten is, verloopt het herstel traag en mogelijk onvolledig.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer