MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Delirium

Delirium is een plotselinge, fluctuerende en meestal omkeerbare cognitieve stoornis die wordt gekenmerkt door desoriëntatie, het onvermogen de aandacht vast te houden of helder na te denken en een verandering in het bewustzijnsniveau.

Delirium is een afwijkende geestestoestand, maar geen ziekte. Hoewel er een vaste medische definitie voor ‘delirium' bestaat, wordt de term vaak gebruikt om elke willekeurige vorm van verwardheid te beschrijven.

Aangezien delirium een tijdelijke toestand is, is het moeilijk om te vast te stellen hoeveel mensen eraan lijden. Delirium, meestal een aanwijzing voor een recent ontwikkelde aandoening, treft ongeveer eenderde van alle patiënten boven de 70 jaar die in een ziekenhuis zijn opgenomen.

Oorzaken

Ontwikkeling of verergering van bijna alle aandoeningen kan delirium veroorzaken. Iedereen kan bij ernstige ziekte of bij gebruik van geneesmiddelen die de hersenfuncties aantasten in een delirium raken. Bij ouderen of bij mensen van wie de hersenen zijn aangetast door een CVA (cerebrovasculair accident, ‘beroerte'), dementie of andere aandoeningen die de zenuwen aantasten, kan delirium echter het gevolg zijn van minder ernstige aandoeningen. Bij deze mensen kan een delirium ontstaan door een relatief onschuldige aandoening, zoals vasthouden van urine of ontlasting, langdurig slaaptekort of ontbreken van prikkels, zoals door sociaal isolement of het niet dragen van een bril of hoortoestel. Zo kunnen gebrek aan prikkels en slaap op een intensivecareafdeling (IC, ook wel ‘afdeling voor intensieve zorg' of ‘IZ' genoemd) bijdragen tot een delirium. Deze aandoening wordt wel ‘IC-psychose' genoemd.

Ook het verblijf in een ziekenhuis kan bijdragen tot het ontstaan van een delirium. Ongeveer 10 tot 20% van de ouderen raakt in een delirium tijdens een ziekenhuisopname. Delirium komt ook zeer vaak na een operatie voor, waarschijnlijk door de spanningen rondom de ingreep, door de gebruikte verdoving (anesthetica) tijdens en pijnstillers (analgetica) na de operatie.

De meest voorkomende, omkeerbare oorzaak van delirium is middelengebruik. Een delirium kan zich voordoen door het gebruik zelf of door onthouding van een middel dat al langdurig wordt gebruikt. Veelvoorkomende oorzaken van een delirium bij jongeren zijn inname van gifstoffen (zoals rubbing alcohol (isopropylalcohol of antivries), druggebruik of acute alcoholvergiftiging. Bij ouderen zijn door de arts voorgeschreven middelen doorgaans de oorzaak. Psychoactieve geneesmiddelen, zoals opioïden (waaronder morfine Handelsnaam
MS Contin
Kapanol
Noceptin
Sevredol
en pethidine Handelsnaam
Pethidine
), kalmerende middelen (waaronder benzodiazepinen), antipsychotica en antidepressiva, verstoren de hersenfunctie door de directe inwerking op de zenuwcellen. Hierdoor kan een delirium ontstaan. Geneesmiddelen met een anticholinerge werking (zie Geneesmiddelen bij ouderen:IntroductieKader), zoals veel vrij verkrijgbare antihistaminica, kunnen eveneens een delirium veroorzaken. Hetzelfde geldt voor amfetaminen, die tot de stimulerende middelen behoren. Plotselinge onthouding van een kalmerend middel (zoals een benzodiazepine of barbituraat) dat al gedurende langere tijd wordt gebruikt, leidt vaak tot een delirium. Een delirium komt veel voor bij alcoholisten die plotseling stoppen met het drinken van alcohol (zie Middelengebruik en ‑misbruik: Symptomen en complicaties) en bij heroïnegebruikers die het heroïnegebruik plotseling staken.

Afwijkende bloedwaarden van elektrolyten als calcium, natrium of magnesium kunnen de stofwisselingsactiviteit van zenuwcellen verstoren en tot een delirium leiden. Afwijkende elektrolytenconcentraties kunnen ontstaan door het gebruik van een vochtafdrijvend middel, uitdroging of aandoeningen als nierinsufficiëntie en kanker die is uitgezaaid. Een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie) veroorzaakt delirium met slaperigheid (lethargie), een te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie) veroorzaakt delirium met hyperactiviteit.

Bij jongere mensen wordt een delirium doorgaans veroorzaakt door een aandoening die de hersenen rechtstreeks aantast, bijvoorbeeld een herseninfectie als meningitis (hersenvliesontsteking) of encefalitis. Bij ouderen is de oorzaak vaak een geneesmiddel of een aandoening die andere delen van het lichaam aantast, bijvoorbeeld een infectie met een indirect effect op de hersenen, zoals een urineweginfectie, longontsteking of griep.

Symptomen

Een delirium begint meestal plotseling en neemt in de loop van enkele uren of dagen toe. Het gedrag van mensen met delirium varieert, maar lijkt ruwweg op dat van iemand die steeds meer onder invloed raakt.

Het kenmerk van een delirium is het onvermogen zich te concentreren. Patiënten met delirium hebben daarom moeite met verwerking van nieuwe informatie en kunnen zich recente gebeurtenissen niet herinneren. Plotselinge verwardheid ten aanzien van tijd en, ten minste gedeeltelijk, van plaats (waar men zich bevindt) kan een eerste teken van delirium zijn. Bij een ernstig delirium weet de patiënt soms niet wie hij is. De gedachtegang is verward en patiënten met delirium praten veel en vaak onsamenhangend. Het bewustzijnsniveau kan variëren van verhoogde waakzaamheid tot sufheid. De symptomen veranderen vaak binnen enkele minuten en worden vaak later op de dag erger (een verschijnsel dat wel ‘sundowning' wordt genoemd). Patiënten met delirium slapen vaak rusteloos of vertonen een omkering in hun slaap-waakritme, zodat ze overdag slapen en 's nachts wakker blijven.

Patiënten met delirium kunnen angstig zijn vanwege bizarre visuele hallucinaties, waarbij ze dingen of mensen zien die er niet zijn. Sommige patiënten krijgen last van paranoia of wanen (onjuiste overtuigingen meestal als gevolg van een verkeerde interpretatie van waarnemingen of ervaringen).

Persoonlijkheid en stemming kunnen veranderen. Sommige patiënten worden zo stil en teruggetrokken dat niemand merkt dat ze in een delirium verkeren. Anderen raken geagiteerd en rusteloos en kunnen heen en weer gaan lopen. Patiënten die na inname van kalmerende middelen in een delirium raken, worden vaak zeer suf en teruggetrokken. Patiënten die amfetaminen hebben gebruikt of die gestopt zijn met het gebruik van kalmerende middelen, kunnen agressief en hyperactief worden.

Een delirium kan uren, dagen of zelfs langer aanhouden, afhankelijk van de ernst en de oorzaak. Als de oorzaak van een delirium niet snel wordt opgespoord en behandeld, kan de patiënt steeds meer versuft raken en steeds minder reageren, zodat sterke stimulatie nodig is om de patiënt weer bij te brengen (een toestand die ‘stupor' wordt genoemd (zie Stupor en coma). Stupor kan tot coma of de dood leiden. Delirium is vooral bij ouderen vaak het eerste teken van een andere, soms ernstige, aandoening.

Diagnose

Een licht delirium kan moeilijk te herkennen zijn. Artsen kunnen tot wel 80% van alle gevallen van delirium over het hoofd zien bij in het ziekenhuis opgenomen patiënten.

De meeste mensen bij wie een delirium wordt vermoed, worden in een ziekenhuis opgenomen voor beoordeling en behandeling. Diagnostische onderzoeken kunnen snel en veilig in het ziekenhuis worden uitgevoerd en iedere ontdekte aandoening kan snel worden behandeld.

Aangezien een delirium door een ernstige aandoening kan worden veroorzaakt (die snel fataal zou kunnen zijn), probeert de arts de oorzaak ervan zo snel mogelijk vast te stellen. Is de oorzaak eenmaal vastgesteld, dan kan behandeling ervan het delirium vaak opheffen.

De arts probeert eerst een delirium te onderscheiden van andere psychische stoornissen die het geestelijke functioneren aantasten. Hij zal zoveel mogelijk informatie over de medische voorgeschiedenis van de patiënt trachten in te winnen. Aan vrienden, familieleden en anderen die de persoon meemaken, wordt gevraagd hoe de verwardheid is begonnen en hoe snel deze toenam. Ook wordt aan hen gevraagd wat ze weten over de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de patiënt en het gebruik van geneesmiddelen en, vooral bij jongeren, van alcohol en drugs. Medische dossiers, de politie, personeel van de afdeling spoedeisende hulp of aanwijzingen als medicijnverpakkingen en bepaalde documenten kunnen informatie bieden. Documenten als bankafschriften, recente brieven of kennisgevingen van onbetaalde rekeningen of gemiste afspraken kunnen een aanwijzing vormen voor een verandering van het geestelijke functioneren. Bij ouderen probeert de arts delirium van dementie te onderscheiden door vast te stellen hoe snel de verwardheid zich heeft ontwikkeld en hoe het geestelijke functioneren van de betreffende persoon gewoonlijk is. Het onderscheid tussen beide stoornissen kan echter lastig zijn, omdat bij mensen met dementie ook delirium kan optreden. Daarom behandelt de arts patiënten bij wie het geestelijke functioneren plotseling verslechtert – zelfs als ze dementie hebben – doorgaans alsof ze een delirium hebben tot het tegendeel is bewezen.

Als delirium gepaard gaat met onrust en hallucinaties, wanen of paranoia, moet de aandoening worden onderscheiden van een psychose als gevolg van een psychiatrische stoornis als een manisch-depressieve aandoening of schizofrenie. Bij patiënten met een psychose als gevolg van een psychiatrische stoornis treedt geen verwardheid of geheugenverlies op en verandert het bewustzijnsniveau niet. Als een psychose echter op hoge leeftijd optreedt, is dit doorgaans het gevolg van delirium of dementie. Een psychose als gevolg van een psychiatrische stoornis begint zelden op hoge leeftijd.

De arts voert een lichamelijk onderzoek uit, waaronder een neurologisch onderzoek (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen). Het onderzoek bestaat onder meer uit analyse van bloed en urineonderzoek, zoals het maken van kweken om eventuele infecties op te sporen. Ook kan computertomografie (CT) of magnetische kernspinresonantie (MRI) worden uitgevoerd. Bij jongere mensen en bij sommige ouderen kan voor onderzoek via een lumbaalpunctie een monster van de ruggenmergvloeistof worden genomen (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen:Diagnostisch onderzoekIllustraties) Dankzij dergelijk onderzoek kan de arts een infectie of bloeding uitsluiten.

Behandeling en prognose

De meeste mensen met delirium worden voor behandeling in het ziekenhuis opgenomen. Wanneer de oorzaak van delirium duidelijk is en gemakkelijk kan worden verholpen (bijvoorbeeld wanneer een geneesmiddel de oorzaak is) en wanneer de patiënt familieleden heeft die hem kunnen verzorgen, kan iemand met delirium echter ook thuis worden verzorgd.

De behandeling van delirium is afhankelijk van de oorzaak. Zo behandelt de arts infecties met antibiotica, uitdroging met intraveneuze toediening van vloeistof en elektrolyten en een delirium door onthouding van alcohol met benzodiazepinen (en met maatregelen om het alcoholgebruik te stoppen).

Ook algemene maatregelen zijn belangrijk. De omgeving wordt zo stil en rustig mogelijk gehouden. Personeel en familieleden dienen de patiënt zo vaak mogelijk gerust te stellen, hem te helpen zich te oriënteren in tijd en plaats en hem behandelingen en andere procedures uit te leggen. Patiënten met delirium krijgen vaak last van andere problemen, zoals uitdroging, ondervoeding, incontinentie, valpartijen en doorligplekken. Het voorkómen van dergelijke problemen vereist zeer veel aandacht.

Bij patiënten die buitengewoon onrustig zijn of hallucineren, kunnen maatregelen nodig zijn om te voorkomen dat ze zichzelf of hun zorgverleners verwonden. Zo worden familieleden aangemoedigd om bij de patiënt te blijven of krijgt de patiënt een kamer in de buurt van de verpleegkundigenpost. Gedurende ziekenhuisopname is soms echter het gebruik van gepolsterde, bewegingsbeperkende hulpmiddelen noodzakelijk, bijvoorbeeld om te voorkomen dat de patiënt intraveneuze lijnen kan lostrekken. Bewegingsbeperkende middelen worden voorzichtig aangebracht, regelmatig losgemaakt en zo snel mogelijk verwijderd, omdat dergelijke maatregelen de patiënt van streek kunnen maken en de onrust kunnen verergeren.

Bij onrust worden geneesmiddelen alleen gebruikt als alle andere maatregelen niet effectief zijn gebleken. Voor de meeste onrustige patiënten vormen antipsychotica (zie Schizofrenie en waanstoornis:SchizofrenieTabellen) of kalmerende middelen, zoals benzodiazepinen (zie Slaapstoornissen:SlapeloosheidKader en zie Angststoornissen:Paniekaanvallen en paniekstoornisTabellen) de eerste keus. Kalmerende middelen zijn vooral zinvol wanneer het delirium het gevolg is van plotselinge alcoholonthouding na een lange periode van zwaar alcoholgebruik. De arts is voorzichtig met het voorschijven van dergelijke middelen, vooral aan ouderen. Geneesmiddelen kunnen de onrust en verwardheid verergeren en een onderliggend probleem maskeren.

De meeste mensen herstellen volledig als de toestand die het delirium veroorzaakt, snel wordt vastgesteld en behandeld. Elke vertraging verkleint de kans op volledig herstel aanzienlijk. Zelfs wanneer delirium wordt behandeld, kunnen bepaalde symptomen nog weken of maanden aanhouden en kan verbetering traag optreden. Bij sommige mensen kan delirium overgaan in een chronische hersenfunctiestoornis die vergelijkbaar is met dementie.

Het risico van complicaties tijdens verblijf in het ziekenhuis (waaronder overlijden) is met delirium tot 10 keer zo hoog als zonder delirium. Ziekenhuispatiënten met delirium, in het bijzonder ouderen, verblijven langer in het ziekenhuis, hebben hogere behandelkosten en een langere herstelperiode na ontslag uit het ziekenhuis.

illustrative-material.table-short 1

DELIRIUM OF PSYCHOSE?

veelvoorkomende aanwijzingen voor delirium

veelvoorkomende aanwijzingen voor psychose als gevolg van een psychische aandoening

verwardheid over huidige tijd, datum, plaats of identiteit

meestal bewustzijn van tijd, datum, plaats en identiteit

moeite met concentratie

behoud van concentratievermogen

verlies van kortetermijngeheugen

behoud van kortetermijngeheugen

niet in staat tot logisch nadenken

niet in staat tot logisch nadenken

niet in staat om eenvoudige berekeningen te maken

behoud van rekenvaardigheid

wijze waarop persoon door zaken in beslag wordt genomen vaak inconsistent

wijze waarop persoon door zaken in beslag wordt genomen vaak onveranderlijk en consistent

eventuele hallucinaties voornamelijk visueel of de tastzin betreffend

eventuele hallucinaties voornamelijk auditief

koorts of andere aanwijzingen van infectie

voorgeschiedenis van psychiatrische stoornissen

bewijzen van recent middelengebruik

niet per se sprake van middelengebruik

tremor

gewoonlijk geen tremor

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Dementie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer