MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Dementie

Dementie is een geleidelijke, progressieve afname van het geestelijke functioneren waarbij geheugen, denkvermogen, beoordelingsvermogen en leervermogen aangetast raken.

In de Verenigde Staten treft de aandoening vooral mensen ouder dan 65 jaar; van deze leeftijdsgroep heeft 6 tot 8% dementie. Meer dan 30% van de mensen van 85 jaar of ouder (het snelst groeiende deel van de bevolking) kan dementie hebben. Desondanks vormt dementie nooit een normaal onderdeel van het ouder worden. Meer dan 50% van de mensen boven de 100 jaar heeft geen dementie. In Nederland hebben naar schatting 6,7 per 1000 mannen en 15,7 per 1000 vrouwen boven de 55 jaar dementie.

Naarmate mensen ouder worden, veroorzaken veranderingen in de hersenen enige achteruitgang in het kortetermijngeheugen en een vertraging van het leervermogen. Anders dan bij dementie hebben deze normale leeftijdgerelateerde veranderingen geen invloed op het functioneren. Dergelijke vergeetachtigheid bij ouderen (soms ‘goedaardige ouderdomsvergeetachtigheid' genoemd) is niet noodzakelijkerwijs een voorteken van dementie of een vroeg stadium van de ziekte van Alzheimer. Dementie is een veel ernstiger achteruitgang van de geestelijke vermogens en één die met de tijd verergert. Mensen die normaal ouder worden, kunnen dingen op een verkeerde plaats neerleggen of details vergeten, maar patiënten met dementie kunnen gehele gebeurtenissen vergeten. Dementiepatiënten hebben moeite met alledaagse taken, zoals autorijden, koken en het beheer van de financiën.

Bij sommige ouderen ontstaat een stoornis die op dementie lijkt, maar die eigenlijk een depressie is. Dit heet ‘pseudo-dementie' of ‘dementie door depressie'. Ouderen met pseudo-dementie eten en slapen weinig en klagen bitter over hun geheugenverlies, dit in tegenstelling tot echt demente patiënten die weinig ziekte-inzicht hebben en vaak ontkennen dat ze aan geheugenverlies lijden. Het geestelijke functioneren van mensen met pseudo-dementie herstelt zich nadat de depressie is behandeld. Depressie kan ook naast dementie voorkomen. In dergelijke gevallen kan behandeling van de depressie het geestelijke functioneren verbeteren, maar niet geheel herstellen.

Oorzaken

De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer. Andere veelvoorkomende oorzaken zijn Lewy-body-dementie en beschadiging van hersenweefsel door CVA's, die leidt tot vasculaire dementie (multi-infarctdementie). Veel patiënten lijden aan meer dan een van deze vormen van dementie (een aandoening die ‘gemengde dementie' wordt genoemd).

Minder vaak voorkomende oorzaken zijn de ziekte van Parkinson, infecties als aids, normotensieve hydrocefalie en drug- of alcoholmisbruik. Zeldzame oorzaken van dementie zijn de ziekte van Pick en de ziekte van Creutzfeldt-Jakob, waaronder een variant hiervan die het gevolg zou zijn van het eten van vlees van runderen besmet met mad cow disease (gekkekoeienziekte). Dementie kan ook door hersenbeschadiging als gevolg van hoofdletsel of hartstilstand worden veroorzaakt. Radiotherapie van het hoofd als behandeling van kanker (zoals bij kinderen met leukemie of volwassenen met een hersentumor) kan soms leiden tot dementie die pas maanden of jaren na de behandeling optreedt als onderdeel van een aandoening die ‘late bestralingsschade' wordt genoemd.

Soms wordt dementie verergerd door aandoeningen die kunnen worden behandeld. Zo kunnen diabetes, longemfyseem of hartfalen – indien niet afdoende behandeld – dementie verergeren. Veel patiënten kunnen aanzienlijk baat hebben bij de behandeling van dergelijke aandoeningen. Bij ongeveer 10% van de gevallen kunnen de symptomen van dementie volledig worden teruggedraaid.

Veel geneesmiddelen kunnen de symptomen van dementie tijdelijk verergeren. Een aantal van deze middelen is zonder recept verkrijgbaar. Dit is dikwijls het geval met slaapmiddelen (kalmerende middelen), middelen tegen verkoudheid, angstremmende middelen en bepaalde antidepressiva. Het drinken van alcohol, zelfs in matige hoeveelheden, kan dementie ook verergeren. De meeste deskundigen adviseren mensen met dementie te stoppen met het drinken van alcohol.

Symptomen

Bij mensen met dementie gaat het geestelijke functioneren doorgaans in de loop van een periode van 2 tot 10 jaar steeds verder achteruit. De snelheid van de achteruitgang is echter afhankelijk van de oorzaak. Bij mensen met vasculaire dementie verergeren de symptomen vaak stapsgewijs, met een plotselinge toename na ieder nieuw CVA, met tussendoor soms enige verbetering. Bij patiënten met de ziekte van Alzheimer of Lewy-body-dementie worden de symptomen doorgaans gestaag ernstiger.

De snelheid van de achteruitgang verschilt ook van mens tot mens. Een terugblik op hoe snel de aandoening in het voorafgaande jaar is verergerd, vormt vaak een goede indicatie voor het daaropvolgende jaar. De symptomen verergeren meestal wanneer patiënten met dementie verhuizen naar een verpleeghuis of andere instelling, omdat ze moeite hebben om regels en dagritmes te onthouden en zich eigen te maken. Bij demente mensen kunnen problemen als pijn, kortademigheid, vasthouden van urine en obstipatie leiden tot delirium met snel toenemende verwardheid. Als dergelijke problemen worden verholpen, kan de betreffende persoon doorgaans terugkeren op het niveau van functioneren van voor het probleem.

Aangezien dementie meestal langzaam begint en in de loop van de tijd verergert, wordt de aandoening niet altijd direct herkend. Het geheugen, vooral dat voor recente gebeurtenissen, is een van de eerste geestelijke functies die merkbaar achteruitgaat. Naarmate de dementie ernstiger wordt, vermindert het besef van tijd en het vermogen om mensen, plaatsen en voorwerpen te herkennen. Mensen met dementie hebben vaak moeite met het vinden en gebruiken van het juiste woord en met abstract denken (bijvoorbeeld omgaan met getallen). Emoties kunnen veranderlijk zijn; zo kunnen ze onvoorspelbaar en snel omslaan van opgewekt naar verdrietig. Ook komen veranderingen in de persoonlijkheid veel voor. Vaak komt een specifieke karaktertrek steeds sterker naar voren. Mensen die altijd al erg met geld bezig waren, raken erdoor geobsedeerd en mensen die vaak bezorgd waren, worden echte tobbers. Het slaappatroon is vaak afwijkend.

Sommige mensen met dementie zijn goed in staat hun beperkingen te verbergen. Ze vermijden ingewikkelde taken als het bijhouden van hun financiële administratie, lezen en werken. Mensen die hun leven niet aanpassen, kunnen gefrustreerd raken door hun onvermogen om hun dagelijkse taken uit te voeren. Ze kunnen belangrijke taken vergeten uit te voeren of deze verkeerd uitvoeren; ze kunnen bijvoorbeeld vergeten rekeningen te betalen of het licht of het gas uit te doen.

Mensen met dementie kunnen teruggetrokken raken en minder in staat zijn om hun gedrag te beheersen, waardoor ze zich soms storend gedragen (bijvoorbeeld door te schreeuwen, met voorwerpen te gooien, te slaan of te gaan zwerven). Verscheidene gevolgen van dementie dragen bij aan dergelijk gedrag. Omdat mensen met dementie moeite hebben om te begrijpen wat ze horen en zien, kunnen ze een hulpaanbod als een dreigement interpreteren en tegen iemand uitvallen. Aangezien hun kortetermijngeheugen is aangetast, kunnen ze niet onthouden wat hun is verteld of wat ze hebben gedaan. Ze herhalen vragen en gesprekken, vragen doorlopend om aandacht of vragen om dingen (zoals maaltijden) die ze al hebben gekregen. Ze kunnen gaan schreeuwen wanneer ze pijn hebben of gaan dwalen wanneer ze eenzaam of bang zijn, omdat ze hun behoeften niet duidelijk of helemaal niet kunnen uitdrukken. Ongeveer 10% van de mensen met dementie heeft ook een psychose, met hallucinaties, wanen of paranoia.

In een later stadium zijn demente mensen niet meer in staat gesprekken te volgen en kan hun spraakvermogen verloren gaan. In de laatste stadia van dementie is het vermogen van de hersenen om te functioneren vrijwel volledig vernietigd. De patiënten worden volledig afhankelijk van anderen en velen worden bedlegerig. Uiteindelijk hebben veel patiënten moeite met eten zonder zich te verslikken. De doodsoorzaak is vaak een infectie, bijvoorbeeld een longontsteking.

Diagnose

Vergeetachtigheid is meestal het eerste symptoom dat gezinsleden of de arts opvalt. De arts en andere medische deskundigen kunnen de diagnose doorgaans stellen door de patiënt en de familieleden een reeks vragen te stellen. De mentale status van de betreffende persoon wordt ook onderzocht met behulp van een test. Deze bestaat uit eenvoudige vragen en opdrachten, zoals voorwerpen benoemen, korte woordenreeksen onthouden, zinnen schrijven en vormen natekenen (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen:Lichamelijk onderzoekTabellen). Een gedetailleerder onderzoek (‘neuropsychologisch onderzoek' genaamd) kan nodig zijn om de mate van achteruitgang vast te stellen of om te bepalen of de geestelijke vermogens werkelijk afnemen. Dit onderzoek betreft alle belangrijke gebieden van het geestelijke functioneren, waaronder de stemming, en duurt meestal 1 tot 3 uur.

De arts stelt dementie vast op basis van de leeftijd en familieanamnese van de betreffende persoon, de ontwikkeling en verergering van de symptomen, de resultaten van een neurologisch onderzoek (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen) en de aanwezigheid van andere aandoeningen, zoals hersenbeschadiging door een CVA of – bij alcoholisten – door ondervoeding.

De arts zoekt naar behandelbare aandoeningen die de dementie mogelijk veroorzaken of ertoe bijdragen. Voorbeelden hiervan zijn schildklieraandoeningen, afwijkende elektrolytenconcentraties in het bloed, infecties, vitaminetekorten (vooral vitamine B12), geneesmiddelvergiftiging en depressie. Er wordt bloedonderzoek gedaan en de arts beoordeelt alle voorgeschreven geneesmiddelen van de patiënt om na te gaan of de oorzaak bij één of meer van deze middelen kan liggen. De arts zoekt naar aanwijzingen voor depressie als mogelijke oorzaak en stelt vooral bij ouderen vragen over het emotionele welzijn. Ook kan de arts computertomografie (CT) of magnetische kernspinresonantie (MRI) laten verrichten om een hersentumor, normotensieve hydrocefalie of een CVA uit te sluiten.

De arts gaat ook na of er sprake is van een andere, niet-gerelateerde lichamelijke of psychiatrische aandoening (bijvoorbeeld schizofrenie), omdat behandeling van dergelijke aandoeningen de algehele toestand van mensen met dementie kan verbeteren.

Behandeling

Voor de meeste vormen van dementie bestaat geen behandeling die het geestelijk functioneren volledig kan herstellen. Wel kan behandeling van stoornissen die de dementie verergeren, de geestelijke achteruitgang soms vertragen. Bij mensen met zowel dementie als depressie kunnen antidepressiva (zoals sertraline Handelsnaam
Zoloft
en paroxetine Handelsnaam
Seroxat
(zie Depressie en manie:DepressieTabellen)) en gesprekstherapie – al dan niet tijdelijk – uitkomst bieden. Alcoholonthouding kan tot verbetering op langere termijn leiden.

Omgevingsmaatregelen: het creëren van een ondersteunende omgeving kan opmerkelijk goed helpen. Mensen met milde tot matig ernstige dementie functioneren doorgaans het best in een voor hen vertrouwde omgeving en kunnen meestal thuis blijven wonen. Woningen kunnen door een wijkverpleegkundige op veiligheid worden beoordeeld en zo nodig worden aangepast. Gedimd licht kan bijvoorbeeld een veiligheidsrisico vormen en de neiging van mensen met dementie versterken om wat ze zien verkeerd te interpreteren; daarom moet de verlichting tamelijk helder zijn.

Structuur en routine zorgen ervoor dat mensen met dementie zich kunnen blijven oriënteren en geven hun een gevoel van veiligheid en stabiliteit. Regelmatig terugkerende activiteiten die met weinig spanningen gepaard gaan, kunnen er ook voor zorgen dat iemand zich onafhankelijk en nuttig voelt doordat hij hierbij zijn aandacht op aangename of zinvolle taken moet richten. Dergelijke activiteiten kunnen ook bijdragen aan verlichting van een depressie. Vooral lichamelijke activiteit is belangrijk, omdat hierdoor storend gedrag, zoals onrust en zwerfgedrag, wordt voorkomen. Geestelijk bezig blijven, zoals door hobby's, belangstelling voor de actualiteit en lezen, dient te worden aangemoedigd. Overdreven stimulatie moet worden vermeden, maar demente mensen mogen niet in een sociaal isolement raken. Enige verbetering kan optreden als de dagelijkse routines worden vereenvoudigd, als verwachtingen ten aanzien van mensen met dementie realistisch zijn en als ze in staat worden gesteld om enige waardigheid en eigenwaarde te behouden.

Aangezien dementie meestal progressief is, is toekomstplanning van essentieel belang. Voor een dergelijke planning is doorgaans de inbreng nodig van een arts, een maatschappelijk werker, verpleegkundigen en een juridisch adviseur, al ligt de meeste verantwoordelijkheid bij de familieleden. De keuze om iemand met dementie te laten verhuizen naar een meer ondersteunende omgeving betreft een afweging tussen de wens iemand veiligheid te bieden en de wens om iemand zo lang mogelijk een gevoel van zelfstandigheid te laten behouden. Dergelijke beslissingen zijn van veel factoren afhankelijk, onder meer van de ernst van de dementie, de thuissituatie, de beschikbaarheid van familieleden en zorgverleners, financiële middelen en de aanwezigheid van andere, niet-gerelateerde stoornissen en lichamelijke problemen.

Geneesmiddelen: donepezil, galantamine Handelsnaam
Reminyl
, rivastigmine Handelsnaam
Exelon
en tacrine kunnen het geestelijk functioneren tijdelijk verbeteren, maar ze kunnen de progressie van dementie niet vertragen.

Antipsychotische middelen, zoals haloperidol Handelsnaam
Haldol
, olanzapine Handelsnaam
Zyprexa
en risperidon Handelsnaam
Risperdal
(zie Schizofrenie en waanstoornis:SchizofrenieTabellen), worden vaak toegepast om de onrust en woede-uitbarstingen waarmee gevorderde dementie gepaard kan gaan, onder controle te krijgen. Deze middelen zijn echter niet bijzonder effectief voor dit doel en kunnen ernstige bijwerkingen veroorzaken. Antipsychotische middelen zijn vooral effectief bij mensen die naast dementie aan hallucinaties, wanen of paranoia lijden.

Veel voedingssupplementen zijn onderzocht, maar bleken in het algemeen van weinig waarde bij de behandeling van dementie. Voorbeelden hiervan zijn lecithine en ergoloïde mesilaten. Sommige patiënten met dementie kunnen in lichte mate baat hebben bij ginkgo biloba, een voedingssupplement dat als geheugenverbeterend middel wordt verkocht (zie Geneeskrachtige kruiden en ‘nutraceuticals': Ginkgo). Vitamine B12-supplementen zijn alleen effectief bij mensen met een vitamine B12-tekort en schildklierhormoonsuppletie is alleen effectief bij mensen met een te traag werkende schildklier (hypothyreoïdie).

Vraagstukken betreffende het levenseinde: voordat de dementie te ernstig wordt, moeten er beslissingen worden genomen over medische zorg en financiën. Als de dementiepatiënt hiertoe voldoende in staat is, dient hij een gevolmachtigde te benoemen (die wettelijk bevoegd is om namens hem beslissingen over de behandeling te nemen) en dient hij zijn zorgwensen met de gevolmachtigde en de arts te bespreken (zie Overlijden en het stervensproces: Juridische en ethische aspecten en zie Juridische positie van de patiënt: Wilsonbekwaamheid).

Naarmate de dementie verergert, is de behandeling doorgaans meer gericht op het handhaven van iemands welzijn dan op levensverlenging. Zo moeten de gevolmachtigde en familieleden soms beslissingen nemen over het toestaan van kunstmatige voeding of de behandeling van een acute aandoening als longontsteking. Dergelijke zaken dienen bij voorkeur ruim voordat er beslissingen nodig zijn met alle betrokkenen te worden besproken.

illustrative-material.sidebar 1

Creëren van een gunstige omgeving voor patiënten met dementie

Patiënten met dementie kunnen baat hebben bij een omgeving met de volgende kenmerken:

  • Veiligheid: meestal zijn er extra veiligheidsmaatregelen nodig. Er kunnen bijvoorbeeld briefjes worden opgehangen als geheugensteuntjes (zoals ‘denk eraan om het gas uit te draaien') of er kunnen tijdklokken worden geïnstalleerd op het fornuis of elektrische apparaten. Ongelukken met ronddwalende patiënten kunnen worden voorkomen door de autosleutels te verbergen en detectoren op de deuren aan te brengen. Ook een identificatiearmband kan zinvol zijn.
  • Vertrouwdheid: patiënten met dementie functioneren meestal het best in een vertrouwde omgeving. Verhuizen naar een nieuwe woning of stad, verplaatsen van meubilair en zelfs opnieuw schilderen van het huis kunnen storend werken.
  • Stabiliteit: een vaste routine aanhouden voor baden, eten, slapen en andere activiteiten kan de patiënt een gevoel van stabiliteit geven. Regelmatig contact met vertrouwde gezichten kan ook helpen.
  • Gericht op eenvoudiger oriëntatie: de oriëntatie in plaats en tijd kan worden bevorderd met behulp van een grote dagkalender, een klok met grote cijfers, een radio, goedverlichte kamers en een nachtlamp. Ook kunnen gezinsleden of mantelzorgers door middel van steeds herhaalde aanwijzingen mensen met dementie duidelijk maken waar ze zijn of wat er aan de hand is.

illustrative-material.table-short 2

VERGELIJKING VAN DELIRIUM EN DEMENTIE

kenmerk

delirium

dementie

ontwikkeling

plotseling

langzaam

duur

dagen tot weken

maanden tot jaren

aanwezigheid van andere aandoeningen of lichamelijke problemen

bijna altijd aanwezig; kan een ernstige ziekte, middelengebruik of ontwenning of een stofwisselingsprobleem zijn

mogelijk geen

variatie ‘s nachts

vrijwel altijd erger

vaak erger

aandacht

sterk verminderd

blijft behouden tot in late stadia

bewustzijnsniveau

fluctueert tussen lethargie en onrust

normaal tot in late stadia

oriëntatie op de omgeving

varieert

gestoord

taalgebruik

langzaam, vaak onsamenhangend en niet ter zake doend

soms moeite met het vinden van het juiste woord

geheugen

chaotisch en verward

geheugenverlies, vooral voor recente gebeurtenissen

geestelijk functioneren

verloren gegaan, wisselend en onvoorspelbaar

verloren gegaan, betrekkelijk gelijklopend voor alle functies

oorzaak

meestal een acute ziekte of (genees)middelen; bij ouderen meestal een infectie, uitdroging of (genees)middelen

meestal de ziekte van Alzheimer, vasculaire dementie of Lewy-body-dementie

noodzaak voor behandeling

onmiddellijke medische behandeling noodzakelijk

medische behandeling noodzakelijk, maar niet dringend

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Delirium

Volgende: De ziekte van Alzheimer

Illustraties
Tabellen
Disclaimer