MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

De ziekte van Alzheimer

De ziekte van Alzheimer is een progressief, gestaag verlies van de geestelijke vermogens, gekenmerkt door degeneratie van het hersenweefsel, waaronder verlies van zenuwcellen en de vorming van seniele plaques en neurofibrillaire knopen (tangles).

De meest voorkomende oorzaak van dementie is de ziekte van Alzheimer. Bij ouderen veroorzaakt deze ziekte tot 65% van de gevallen van dementie. De aandoening komt zeer zelden voor bij mensen jonger dan 60 jaar en treedt vaker op met het stijgen van de leeftijd. De ziekte van Alzheimer treft slechts 1% van de mensen tussen 60 en 64 jaar, maar tot wel 30% van degenen ouder dan 85 jaar. In de Verenigde Staten lijden ongeveer 4 miljoen mensen aan de ziekte.

De oorzaken van de ziekte van Alzheimer zijn onbekend, maar genetische factoren spelen wel een rol: de ziekte lijkt in bepaalde families vaker voor te komen en wordt veroorzaakt of beïnvloed door verscheidene specifieke genafwijkingen. Een van deze afwijkingen heeft betrekking op apolipoproteïne E (apo E), het eiwitgedeelte van bepaalde lipoproteïnen die cholesterol in het bloed transporteren. Er zijn drie typen apo E (e2, e3 en e4). De ziekte van Alzheimer treedt bij mensen met het e4-type vaker en op jongere leeftijd op dan bij anderen. Mensen met het e2-type lijken daarentegen beschermd te zijn tegen de ziekte van Alzheimer. Mensen met het e3-type zijn niet beschermd, maar hebben ook geen verhoogd risico om de ziekte te krijgen. (Deze verbanden zijn voornamelijk onderzocht bij blanken en zijn mogelijk niet van toepassing op andere rassen.) Er kan niet met een genetische test op het apo E-type worden vastgesteld of iemand de ziekte van Alzheimer zal krijgen. Daarom wordt deze test niet standaard aanbevolen.

Bij de ziekte van Alzheimer degenereren gedeelten van de hersenen, waarbij zenuwcellen worden vernietigd en in de overgebleven cellen de gevoeligheid afneemt voor veel van de chemische boodschappers die signalen in de hersenen overbrengen (neurotransmitters). Afwijkingen in het hersenweefsel bestaan uit seniele of neuritische plaques (klompjes dode zenuwcellen die een abnormaal, onoplosbaar eiwit bevatten, ‘amyloïd' genaamd) en neurofibrillaire tangles (gedraaide strengen onoplosbare eiwitten in de zenuwcel). Dergelijke afwijkingen ontwikkelen zich in zekere mate bij alle mensen naarmate ze ouder worden, maar zijn veel talrijker bij mensen met de ziekte van Alzheimer.

Symptomen

Dementie als gevolg van de ziekte van Alzheimer begint meestal geleidelijk. Mensen bij wie de ziekte ontstaat wanneer ze nog een baan hebben, kunnen soms minder goed functioneren op hun werk. Bij mensen die met pensioen of weinig actief zijn, kunnen de veranderingen minder opvallend zijn. Het eerste voorteken kan het vergeten van recente gebeurtenissen zijn, hoewel de ziekte soms begint met depressie, (psychische) angst, afgevlakte emoties of andere persoonlijkheidsveranderingen. In vroege stadia kunnen het beoordelingsvermogen en het abstracte denken achteruitgaan. Spraakpatronen kunnen enigszins veranderen. Het woordgebruik kan eenvoudiger of incorrect worden of de persoon kan het juiste woord niet vinden. Onvermogen om visuele signalen goed te interpreteren, kan het autorijden bemoeilijken. Alzheimerpatiënten kunnen in staat zijn om sociaal te functioneren, maar kunnen zich ongewoon gedragen. Ze kunnen bijvoorbeeld de naam van een recente bezoeker vergeten en hun emoties veranderen mogelijk onvoorspelbaar en snel. Ze kunnen op weg naar een winkel ineens verdwalen.

Met het voortschrijden van de ziekte van Alzheimer krijgen mensen moeite om zich gebeurtenissen uit het verleden te herinneren. Ze kunnen hulp nodig hebben bij het eten, aankleden, in bad gaan en toiletbezoek. Neiging tot zwerven, onrust, prikkelbaarheid, vijandigheid en fysieke agressie komen vaak voor. Elk besef van tijd en plaats gaat verloren: Alzheimerpatiënten kunnen zelfs thuis de weg naar het toilet kwijtraken. Door hun toegenomen verwardheid lopen ze het risico om te vallen. Bij ongeveer de helft van de Alzheimerpatiënten ontwikkelen zich op een gegeven moment psychosen met hallucinaties, wanen en paranoia.

Uiteindelijk kunnen mensen met de ziekte van Alzheimer niet meer lopen of voor zichzelf zorgen. Ze kunnen incontinent zijn en kunnen vaak niet meer slikken, eten of spreken. Door deze veranderingen lopen ze risico van ondervoeding, longontsteking en decubitus (doorligwonden). Het geheugen is volledig verloren gegaan. Omdat deze mensen totaal afhankelijk worden van anderen, kan opname in een verpleegtehuis noodzakelijk worden. Uiteindelijk raken ze in coma en overlijden ze, vaak als gevolg van infecties.

Het beloop is onvoorspelbaar. De levensverwachting vanaf het moment van de diagnose varieert tussen de 2 en 10 jaar, maar bedraagt meestal 3 tot 5 jaar. Alzheimerpatiënten die niet meer kunnen lopen, leven gemiddeld niet langer meer dan 6 maanden.

Diagnose

De arts vermoedt dat de ziekte van Alzheimer de meest waarschijnlijke oorzaak van dementie is bij ouderen bij wie het geheugen langzaam achteruitgaat. Hoewel een diagnose gebaseerd op onderzoek van de betreffende persoon meestal wel juist kan zijn, kan de diagnose ‘ziekte van Alzheimer' alleen worden bevestigd door microscopisch onderzoek van hersenweefsel dat bij sectie is verkregen. Wanneer hersenweefsel wordt onderzocht, kunnen het kenmerkende verlies van zenuwcellen en aanwezigheid van neurofibrillaire tangles en amyloïd bevattende seniele plaques overal in de hersenen worden aangetroffen, maar vooral in het gebied van de slaapbeenkwab, die betrokken is bij de vorming van nieuwe herinneringen. Analyse van ruggenmergvloeistof en positronemissietomografie (PET (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen: Positronemissietomografie (PET))) kunnen worden toegepast om de ziekte van Alzheimer bij leven vast te stellen, maar deze technieken zijn nog niet betrouwbaar bij het voorspellen wie de ziekte zal krijgen of bij het identificeren van mensen die de ziekte al hebben.

Behandeling

Algemene maatregelen voor de behandeling van de ziekte van Alzheimer zijn dezelfde als die bij alle andere vormen van dementie (zie Delirium en dementie: Behandeling).

Momenteel wordt onderzocht of het gebruik van bepaalde geneesmiddelen (zoals niet-steroïde anti-inflammatoire middelen (NSAID's)) de progressie van de ziekte van Alzheimer kan voorkomen en afremmen. Oestrogeen en vitamine E kunnen de ziekte helpen voorkomen en de achteruitgang vertragen, al zijn de uitkomsten van onderzoek hiernaar niet eenduidig. Voordat dergelijke middelen worden gebruikt, dienen de risico's en voordelen ervan met de arts te worden besproken.

Donepezil, rivastigmine Handelsnaam
Exelon
, tacrine en galantamine Handelsnaam
Reminyl
verhogen de concentratie van de chemische boodschapper (neurotransmitter) acetylcholine, die bij veel vormen van dementie kan zijn verlaagd. Deze middelen kunnen de cognitieve functie tijdelijk verbeteren, maar ze vertragen het ziekteproces niet. Ongeveer de helft van de alzheimerpatiënten heeft baat bij deze geneesmiddelen. Deze middelen draaien de klok voor deze mensen in feite 6 tot 9 maanden terug. De middelen zijn het effectiefst bij patiënten met een milde tot matig ernstige vorm van de ziekte. De middelen dienen niet te worden gecontinueerd bij mensen die er geen baat bij hebben, omdat ze duur zijn en bijwerkingen kunnen hebben. De meest voorkomende bijwerkingen zijn onder meer misselijkheid, braken, gewichtsverlies en buikpijn of buikkrampen. De bijwerkingen zijn doorgaans licht en relatief zeldzaam bij donepezil en galantamine Handelsnaam
Reminyl
.

Van het extract van Ginkgo biloba (EGb) is beweerd dat het dezelfde effecten heeft als de hierboven beschreven geneesmiddelen (zie Geneeskrachtige kruiden en ‘nutraceuticals': Ginkgo). Verder onderzoek naar dit medicinale extract is echter noodzakelijk.

Lewy-body-dementie

Lewy-body-dementie is een progressieve achteruitgang van het geestelijke functioneren door specifieke veranderingen in het hersenweefsel, waaronder de vorming van Lewy-lichaampjes (Lewy bodies) in zenuwcellen en degeneratie van een deel van de hersenstam.

Lewy-body-dementie is een veelvoorkomende oorzaak van dementie, maar deskundigen zijn het niet eens over hoe vaak de aandoening voorkomt en wat de betekenis ervan is. De aandoening komt vaker bij mannen dan bij vrouwen voor. De microscopische veranderingen in de hersenen verschillen van die bij de ziekte van Alzheimer door de vorming van abnormale structuren in de zenuwcellen, die de ‘Lewy-lichaampjes' worden genoemd. Lewy-lichaampjes komen ook bij de ziekte van Parkinson voor. (Lewy-body-dementie lijkt dan ook een variant van de ziekte van Parkinson.) Bij de ziekte van Parkinson komen ze in slechts een deel van de hersenen voor, bij Lewy-body-dementie komen ze in alle delen van de hersenen voor.

De symptomen van Lewy-body-dementie lijken sterk op die van de ziekte van Alzheimer. Mensen met Lewy-body-dementie hebben echter eerder last van – meestal visuele – hallucinaties, die vaak complex en gedetailleerd van aard zijn, en ondervinden vaak ernstige bijwerkingen van antipsychotische geneesmiddelen (zie Schizofrenie en waanstoornis:SchizofrenieKader). Een ander onderscheidend kenmerk is dat in de vroege stadia van deze vorm van dementie het geestelijke functioneren van dag tot dag vaak zeer sterk kan variëren. De ene dag zijn deze patiënten in staat om een samenhangend gesprek te voeren en de volgende dag kunnen ze onoplettend, suf en erg zwijgzaam zijn. Net als parkinsonpatiënten bewegen patiënten met Lewy-body-dementie zich traag en sloom, lopen ze voorovergebogen met schuifelende pasjes.

De levensverwachting vanaf het ontstaan van symptomen is 6 tot 12 jaar. Er bestaat geen specifieke behandeling voor Lewy-body-dementie, maar dezelfde geneesmiddelen die bij de behandeling van de ziekte van Alzheimer worden gebruikt, kunnen zinvol zijn. Algemene maatregelen voor behandeling zijn hetzelfde als bij alle andere vormen van dementie.

illustrative-material.sidebar 2

Zorg voor mantelzorgers

De zorg voor mensen met dementie kan zo zwaar en veeleisend zijn dat mantelzorgers depressief en uitgeput raken. Ze verwaarlozen vaak hun eigen geestelijke en lichamelijke gezondheid. Mantelzorgers kunnen met de volgende maatregelen worden geholpen:

  • Ze kunnen leren hoe ze het best aan de behoeften van patiënten met dementie tegemoet kunnen komen en wat ze van hen kunnen verwachten:
    mantelzorgers moeten bijvoorbeeld weten dat door mopperen vanwege vergissingen of vergeetachtigheid het gedrag alleen maar erger wordt. Hierdoor kan onnodig verdriet worden voorkomen. Mantelzorgers kunnen aan verpleegkundigen, maatschappelijk werkers en organisaties informatie vragen over de dagelijkse zorg of ze kunnen hierover publicaties lezen.
  • Hulp zoeken wanneer het nodig is:
    vaak kan de last van de dag-en-nachtverzorging worden verlicht. Dit is afhankelijk van het specifieke gedrag en de mogelijkheden van de demente patiënt, van de financiële middelen van de familie en van wat de buitenwereld kan bieden. Maatschappelijke instellingen en maatschappelijk werkers in het ziekenhuis kunnen de weg wijzen naar geschikte vormen van hulp. De mogelijkheden zijn onder meer dagopvang, thuiszorg, hulp in de huishouding (een aantal uren per week of volledig) en zelfs een inwonende hulp. Mogelijk zijn vervoer en maaltijdenvoorzieningen beschikbaar. Volledige verzorging kan kostbaar zijn, maar veel verzekeringsmaatschappijen vergoeden op z'n minst een deel van de kosten. Mantelzorgers kunnen baat hebben bij gesprekstherapie en lotgenotengroepen.
  • Zorg voor zichzelf:
    mantelzorgers moeten ook voor zichzelf zorgen. Door bijvoorbeeld aan sport te doen kunnen ze hun stemming en hun gezondheid verbeteren. Ze moeten hun vrienden, hobby's en sociale activiteiten niet opgeven.

Vasculaire dementie

‘Vasculaire dementie' (multi-infarctdementie) wil zeggen geestelijke disfunctie als gevolg van de vernietiging van hersenweefsel door enkele grote of meerdere kleine CVA's.

Een reeks CVA's kan vasculaire dementie tot gevolg hebben. Deze CVA's komen vaker voor bij mannen en treden meestal op vanaf 70-jarige leeftijd. Risicofactoren voor vasculaire dementie zijn hoge bloeddruk en diabetes (die beide bloedvaten in de hersenen aantasten). Mensen die roken of hebben gerookt, lopen ook een verhoogd risico.

De CVA's vernietigen geleidelijk het hersenweefsel doordat de bloedtoevoer naar de hersenen wordt geblokkeerd. De vernietigde gebieden worden ‘infarcten' genoemd. Kleine CVA's veroorzaken weinig of geen onmiddellijke spierzwakte en veroorzaken zelden de verlamming die het gevolg is van zwaardere CVA's.

Anders dan dementie die door de ziekte van Alzheimer wordt veroorzaakt, kan vasculaire dementie zich stapsgewijs ontwikkelen. Hierbij verergert de ziekte plotseling om vervolgens weer iets te verbeteren. Maanden of jaren later verergert de ziekte weer wanneer een volgend CVA optreedt. De symptomen (geheugenverlies, moeite met de uitvoering van eenvoudige taken en neiging tot zwerven) zijn vergelijkbaar met die bij andere vormen van dementie, maar het beoordelingsvermogen en de persoonlijkheid worden vaak minder aangetast dan bij alzheimerpatiënten. De symptomen kunnen uiteenlopen, afhankelijk van het hersendeel dat is vernietigd. Meestal zijn bepaalde aspecten van het geestelijke functioneren onaangetast, doordat de CVA's alleen weefsel in slechts een deel van de hersenen vernietigen.

Het optreden van neurologische klachten, meestal het gevolg van kleine CVA's, kan een aanwijzing zijn voor de arts bij het vaststellen van vasculaire dementie. Deze klachten betreffen gedeeltelijk verlies van het gezichtsvermogen, trage en onduidelijke spraak, zwakte of verlamming van één been en moeite met lopen.

Algemene maatregelen voor de behandeling van vasculaire dementie zijn hetzelfde als die bij alle andere vormen van dementie (zie Delirium en dementie: Behandeling). Behandeling van diabetes en hoge bloeddruk kan verergering van vasculaire dementie mede voorkomen of vertragen. Het wordt ook aanbevolen om te stoppen met roken.

Er is geen specifieke behandeling voor vasculaire dementie. Aan sommige mensen die CVA's hebben doorgemaakt, worden antistollingsmiddelen gegeven, waardoor stolselvorming wordt tegengegaan en nieuwe CVA's worden voorkomen. Acenocoumarol, een krachtig antistollingsmiddel, wordt aan mensen met een hartritmestoornis gegeven, omdat deze stoornis het risico van een CVA als gevolg van bloedstolsels vanuit het hart vergroot. Acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) werkt gunstig bij mensen die CVA's hebben doorgemaakt als gevolg van vernauwde vaten die de hersenen van bloed voorzien.

Overige vormen van dementie

Dementie treedt bij diverse aandoeningen op. Ongeveer 15 tot 20% van de parkinsonpatiënten krijgt ooit dementie.

De ziekte van Pick is een zeldzame aandoening die sterk op de ziekte van Alzheimer lijkt, behalve dat de ziekte slechts een klein gebied van de hersenen aantast en sneller verergert. De symptomen zijn onder meer apathie, geheugenverlies, onverschilligheid en een slechte persoonlijke hygiëne.

Normotensieve hydrocefalie ontstaat wanneer de hersenvloeistof die de hersenen normaal omgeeft en deze tegen beschadiging beschermt, niet goed wordt geresorbeerd. De toenemende hoeveelheid vloeistof rond de hersenen oefent druk uit op het hersenweefsel, waardoor een ongebruikelijke vorm van dementie ontstaat. Normotensieve hydrocefalie leidt niet alleen tot verlies van de geestelijke vermogens, maar ook tot urine-incontinentie en een ongewoon trage, instabiele en wijdbeense manier van lopen. Bij vroegtijdige diagnose kan normotensieve hydrocefalie soms worden behandeld door de overmaat vocht in de hersenen via een buisje (shunt) af te voeren. Na deze ingreep verbetert het lopen en de continentie echter meestal veel sterker dan het geestelijke functioneren.

De ziekte van Creutzfeldt-Jakob, een infectieziekte, veroorzaakt een zeldzame, snel progressieve dementie als gevolg van een infectie met een prion, een abnormaal eiwit (zie Prionziekten). De ziekte van Creutzfeldt-Jakob leidt gewoonlijk binnen 1 jaar tot ernstige dementie en tot overlijden. Er bestaat geen behandeling. Een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jakob, die men zou krijgen door het eten van met prionen besmet vlees van runderen met mad cow disease (gekkekoeienziekte), veroorzaakt een vorm van dementie die lijkt op de vorm die bij de ziekte van Creutzfeldt-Jakob optreedt. Deze aandoening wordt ook door een prion veroorzaakt.

Dementie als gevolg van aids wordt waarschijnlijk veroorzaakt door infectie van de hersenen met het humaan-immunodeficiëntievirus (HIV). Deze vorm van dementie begint meestal geleidelijk, maar verergert gestaag in de loop van enkele maanden of jaren. Dementie ontstaat meestal na het optreden van andere symptomen van aids. Symptomen van deze dementie zijn onder meer vertraging van het denken en de uitdrukkingsvaardigheid, concentratieproblemen en apathie. De bewegingen zijn traag en er kunnen spierzwakte en coördinatieproblemen optreden. Soms zorgt behandeling met zidovudine Handelsnaam
Retrovir AZT
en andere HIV-geneesmiddelen voor een sterke verbetering.

Dementia pugilistica of ‘boksersdementie' (chronisch progressieve traumatische encefalopathie) kan ontstaan bij mensen met herhaald hersenletsel, bijvoorbeeld boksers. Ze ontwikkelen vaak symptomen die lijken op die van de ziekte van Parkinson en bij sommigen ontstaat ook normotensieve hydrocefalie.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Dementie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer