MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Transient ischemic attack (TIA)

Een transient ischemic attack (TIA) is een tijdelijke verstoring van de hersenfunctie als gevolg van een tijdelijke afsluiting van de bloedtoevoer naar de hersenen.

TIA's kunnen een waarschuwingssignaal zijn voor een dreigend herseninfarct. Ongeveer eenderde van degenen die ten minste één TIA hebben gehad, krijgt een herseninfarct. De helft van deze herseninfarcten doet zich binnen 1 jaar na de TIA voor. Mensen die een TIA hebben doorgemaakt, hebben een minstens 10 maal zo hoog risico van een herseninfarct dan andere mensen. Als een TIA wordt herkend en de oorzaak wordt vastgesteld, kan dit een herseninfarct helpen voorkomen. De oorzaken van een TIA en een herseninfarct zijn hetzelfde. De meeste TIA's treden op wanneer er een stukje van een bloedstolsel (trombus) of van de vettige afzetting (atheroom) als gevolg van atherosclerose, loslaat uit het hart of van een slagaderwand en wordt meegevoerd met de bloedstroom (waar het een ‘embolus' heet) om vervolgens in een slagader naar de hersenen vast te lopen. Atherosclerose veroorzaakt bij ongeveer 5% van de mensen terugkerende TIA's.

Symptomen en diagnose

De symptomen van een TIA ontstaan plotseling. Ze zijn hetzelfde als die bij een herseninfarct (zie Cerebrovasculair accident: Symptomen), maar zijn tijdelijk en omkeerbaar. Een TIA duurt meestal 2 tot 30 minuten en in zeldzame gevallen 1 tot 2 uur. Ze duren per definitie niet langer dan 24 uur. Blijkbaar ontstaat er geen blijvende schade, omdat de bloedtoevoer naar het aangedane gebied relatief snel wordt hersteld. TIA's doen zich echter wel vaak opnieuw voor. Er kunnen zich verscheidene TIA's op 1 dag voordoen of slechts twee of drie in een paar jaar.

Mensen met een plotseling optredend, tijdelijk symptoom dat lijkt op dat van een CVA, dienen dit aan hun arts te melden. Een dergelijk symptoom wijst op een TIA. Andere aandoeningen, waaronder epileptische aanvallen, hersentumoren, migraine of een abnormaal lage bloedglucosespiegel, veroorzaken echter dezelfde symptomen. Verder onderzoek is dus noodzakelijk.

De arts kan met behulp van diverse onderzoeksmethoden vaststellen of er een slagader naar de hersenen is afgesloten, welke slagader is afgesloten en de ernst van de afsluiting. De onderzoeksmethoden bestaan onder meer uit het luisteren met een stethoscoop of het typische geruis (bruits) van bloedwervelingen in de halsslagaders aanwezig is, uit kleurendopplerechografie van de hals- en wervelslagaders en soms uit magnetischeresonantieangiografie (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen: Magnetischeresonantieangiografie) en hersenangiografie (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen: Hersenangiografie). Beeldvormende technieken als computertomografie (CT) of magnetische kernspinresonantie (MRI) kunnen niet worden toegepast, omdat TIA's – in tegenstelling tot CVA's – doorgaans geen hersenbeschadiging veroorzaken. Met behulp van een speciaal type MRI, ‘diffusie-MRI' genaamd, kunnen afwijkende gebieden in de hersenen worden geïdentificeerd die tijdelijk niet functioneren, maar niet afsterven (dat wil zeggen, die niet tot een CVA leiden).

Behandeling

De behandeling van een TIA is gericht op het voorkómen van een CVA. De eerste stap om een CVA te voorkomen bestaat indien mogelijk uit behandeling van de belangrijkste risicofactoren: hoge bloeddruk, hoge cholesterolspiegel, roken en diabetes. Daarnaast kunnen middelen die de samenklontering van bloedplaatjes tegengaan, zoals acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
(aspirine) en dipyridamol Handelsnaam
Persantin
, worden gebruikt. Wanneer sterkere middelen nodig zijn (bijvoorbeeld bij atriumfibrilleren, een andere hartritmestoornis of een hartklepaandoening), kan de arts antistollingsmiddelen als heparine of acenocoumarol voorschrijven.

De mate van vernauwing in de halsslagaders helpt de arts bij het vaststellen van de behandeling. Als de halsslagader voor meer dan 70% is vernauwd en de persoon gedurende het voorafgaande halfjaar CVA-achtige symptomen heeft gehad, kan een operatie worden uitgevoerd om de slagader te verwijden (dit wordt een ‘endarteriëctomie' genoemd) en het risico van CVA te verkleinen. Wanneer de slagader minder ernstig is vernauwd, wordt de operatie uitgevoerd om afsluiting van de slagader in de toekomst te voorkomen of om verdere TIA's of CVA's te voorkomen als het risico daarvan groot wordt geacht. Een endarteriëctomie bestaat meestal uit verwijdering van de vettige afzettingen (atheromen) en stolsels in de halsslagader. Door deze ingreep heeft de patiënt een risico van 2 tot 6% van een CVA, doordat de operatie stolsels of ander materiaal kan losmaken die dan met de bloedstroom kunnen worden meegevoerd en een slagader kunnen afsluiten. Bij patiënten met een lichte vernauwing en zonder symptomen is het risico van een CVA tijdens de operatie groter dan bij behandeling met geneesmiddelen. Na de operatie is het risico echter jarenlang lager dan bij behandeling met geneesmiddelen.

In andere vernauwde slagaders, zoals de wervelslagaders, is endarteriëctomie niet altijd mogelijk, omdat de operatie in deze slagaders veel moeilijker is uit te voeren dan in de halsslagaders.

Een andere optie is dan een dotterbehandeling of angioplastiek (zie Coronaire hartziekte:HartinfarctIllustraties). Bij deze techniek wordt een katheter met een ballon aan het uiteinde in de vernauwde slagader opgeschoven. Vervolgens wordt de ballon gedurende enkele seconden opgeblazen om de slagader te verwijden. Om de slagader open te houden, brengt de arts een buisje van metaaldraad (een stent) in de slagader. Deze methode wordt nu nog als experimenteel beschouwd, maar zal endarteriëctomie in de toekomst waarschijnlijk vervangen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Herseninfarct

Illustraties
Tabellen
Disclaimer