MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Aangezichtsverlamming

Aangezichtsverlamming is een plotselinge zwakte of verlamming van de spieren aan één zijde van het gezicht door het niet goed functioneren van hersenzenuw VII (nervus facialis, aangezichtszenuw), die de aangezichtsspieren innerveert.

Aangezichtsverlamming treft ongeveer 23 op de 100.000 mensen op enig moment in hun leven. Hoewel de oorzaak van aangezichtsverlamming onbekend is, kan zwelling van de nervus facialis als reactie op een immuunstoornis of een virusinfectie hierbij een rol spelen. Door de zwelling wordt de zenuw samengedrukt en de bloedtoevoer verminderd. Onderzoek duidt erop dat herpes simplex, een virusinfectie, meestal de oorzaak is. Regionaal, in bosrijke gebieden, is ook de ziekte van Lyme is een veelvoorkomende oorzaak van aangezichtsverlamming. Bij negroïde mensen is sarcoïdose een veelvoorkomende oorzaak.

illustrative-material.sidebar 1

Syndroom van Horner: een afhangend ooglid

Sommige zenuwvezels die de ogen met de hersenen verbinden, maken een omweg. Ze gaan naar beneden langs het ruggenmerg, komen te voorschijn in de borstkas en gaan dan terug naar de nek langs de halsslagader door de schedel en uiteindelijk het oog in. Als deze zenuwvezels ergens op hun weg worden onderbroken, ontstaat het syndroom van Horner.

Het syndroom van Horner kan bij mensen van elke leeftijd optreden. Het syndroom kan door aandoeningen van nek en ruggenmerg worden veroorzaakt, maar ook door aandoeningen van hoofd en hersenen. Mogelijke oorzaken zijn onder meer longkanker, een tumor in de hersenen of in het ruggenmerg, verwonding aan de nek, het hoofd of het ruggenmerg, thoracaal aorta-aneurysma en dissectie van de halsslagader of de aorta. Het syndroom van Horner kan aangeboren zijn. In de aangeboren vorm blijft het aangedane oog blauwgrijs, net als bij de geboorte.

Bij dit syndroom raakt het oog aangedaan dat aan dezelfde zijde is gelegen als de verstoorde zenuwvezels. Het ooglid hangt, de pupil wordt kleiner en de oogbol zakt iets weg in de oogkas. Daarnaast vormt zich minder zweet dan normaal aan de aangedane zijde van het gezicht.

De diagnose wordt gesteld op grond van de symptomen. De behandeling hangt af van de oorzaak, maar vaak heeft geen enkele behandeling effect.

Symptomen

Pijn achter het oor kan het eerste symptoom zijn, een aantal uren of zelfs een dag of twee voordat de aangezichtsspieren verzwakken. Bij aangezichtsverlamming treedt de spierzwakte in het gezicht plotseling op, variërend van lichte zwakte tot volledige verlamming. Na 48 uur heeft de zwakte zijn maximum bereikt. Slechts één gezichtshelft wordt aangedaan. De zwakke zijde wordt vlak en uitdrukkingsloos. Maar vaak hebben de patiënten zelf het gevoel dat hun gezicht verwrongen is, doordat de spieren aan de niet-aangedane kant het gezicht naar die kant trekken steeds wanneer ze worden gebruikt. De meeste mensen hebben last van een verdoofd of zwaar gevoel in het gezicht, hoewel de zintuiglijke gewaarwording normaal blijft.

Wanneer ook het bovenste gedeelte van het gezicht is aangedaan, kan het moeilijk zijn om het oog aan de aangedane zijde geheel te sluiten. Omdat het oog niet volledig kan worden gesloten, kan het droog worden, waardoor pijn, oogbeschadiging of zelfs blindheid kunnen optreden. Het gesloten oog heeft ook de neiging naar boven te draaien.

Aangezichtsverlamming kan de speekselvorming, de smaakbeleving op het voorste gedeelte van de tong of de traanvochtproductie beïnvloeden. Het oor aan de aangedane zijde kan geluiden als ongewoon luid ervaren (hyperacusis) als gevolg van verlamming van de spier die het trommelvlies moet uitrekken. Deze spier is gelegen in het binnenoor.

Het komt soms voor dat de herstellende zenuw verkeerde verbindingen maakt, waardoor sommige gezichtsspieren onverwachte bewegingen maken of de ogen spontaan gaan tranen (‘krokodillentranen') tijdens de speekselvorming.

Diagnose

Aangezichtsverlamming kan meestal op grond van de symptomen worden gediagnosticeerd. De aandoening kan van een CVA worden onderscheiden omdat plotselinge spierzwakte hierbij meestal alleen optreedt in het onderste gedeelte van het gezicht en niet, zoals bij aangezichtsverlamming, in het gehele gezicht. Een ander kenmerk van een CVA is spierzwakte in een arm en een been.

Aangezichtsverlamming kan worden onderscheiden van andere aandoeningen die in zeldzame gevallen de oorzaak zijn van verlamming van de nervus facialis doordat deze andere aandoeningen zich meestal langzaam ontwikkelen. Tot deze aandoeningen behoren onder meer hersentumoren en andere tumoren die de nervus facialis samendrukken, infecties van het middenoor of van de holten van het mastoïd en schedelbasisfracturen. Meestal kan de arts deze aandoeningen uitsluiten op grond van de medische voorgeschiedenis en de resultaten van röntgenonderzoek, computertomografie (CT) of magnetische kernspinresonantie (MRI). Er kan bloedonderzoek worden uitgevoerd om te testen op de ziekte van Lyme of op sarcoïdose. Er bestaat geen specifieke test voor aangezichtsverlamming.

Behandeling en prognose

Aangezichtsverlamming wordt behandeld alsof de oorzaak herpes simplex is. Er wordt een antiviraal geneesmiddel gegeven ( aciclovir Handelsnaam
Zovirax
Previum
) om te voorkomen dat het virus zich vermeerdert. Er worden oraal corticosteroïden als prednison Handelsnaam
Prednison
toegediend om de zwelling van de zenuw te verminderen. Voor het beste resultaat moet de behandeling binnen 2 dagen na het optreden van de symptomen worden gestart en gedurende 1 tot 2 weken worden voortgezet.

Als door verlamming van de aangezichtsspieren het oog niet volledig kan worden gesloten, moet dit tegen uitdroging worden beschermd om het risico van blindheid te verminderen. Oogdruppels bestaande uit kunstmatige tranen of een fysiologische zoutoplossing worden net zolang op het oog aangebracht totdat het geheel kan worden gesloten. Het kan soms ook nodig zijn een ooglapje te gebruiken.

Het nut van lichte elektrische prikkeling van de zenuw en massage van de aangezichtsspieren is niet aangetoond. Als de verlamming na 6 tot 12 maanden nog niet is verdwenen, kan een chirurg door middel van een zogeheten ‘hypoglossale-faciale anastomose' hersenzenuw XII (nervus hypoglossus) met de nervus facialis verbinden. Met deze operatie kan de beweging van het gezicht gedeeltelijk worden hersteld, maar tegelijkertijd kunnen eten en spreken erdoor worden bemoeilijkt. Daarom wordt deze ingreep zelden toegepast.

Bij een gedeeltelijke aangezichtsverlamming herstellen de meeste patiënten binnen 1 tot 2 maanden geheel, met of zonder behandeling. Bij een volledige verlamming varieert de mate van herstel. Veel patiënten herstellen niet geheel. De aangezichtsspieren kunnen zwak blijven, waardoor het gezicht verslapt.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Aandoeningen van de nervus hypoglossus

Volgende: Glossopharyngeusneuralgie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer