MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

Mensen met een angststoornis zijn in een kwellende, constante, maar fluctuerende staat van nervositeit die in geen verhouding staat tot hun werkelijke omstandigheden.

Angst is een normale reactie op een dreiging of op psychische stress. Iedereen heeft daar wel eens mee te maken. Normale angst heeft zijn grondslag in vrees en heeft een belangrijke overlevingsfunctie. Wanneer iemand met een gevaarlijke situatie wordt geconfronteerd, zorgt angst voor een ‘vecht-of-vlucht-reactie'. Bij deze reactie treden er lichamelijke veranderingen op, zoals de toename van de bloedvoorziening naar hart en spieren. Dit geeft het lichaam de benodigde energie om levensbedreigende situaties aan te kunnen, zoals wegrennen voor een agressief dier of een aanvaller afweren. Wanneer angst zich echter veelvuldig voordoet, op verkeerde momenten of zo intens en langdurig dat iemand in zijn normale functioneren wordt belemmerd, wordt dit als een stoornis gezien.

Angststoornissen komen vaker voor dan andere psychische stoornissen. In de westerse wereld lijdt naar schatting 15% van de volwassenen eraan. Angststoornissen worden echter vaak niet herkend, niet door de mensen die eraan lijden en niet door werkers in de geestelijke gezondheidszorg en worden daarom zelden behandeld.

Oorzaken

De oorzaken van angststoornissen zijn niet volledig bekend, maar zowel lichamelijke als psychische factoren spelen een rol. Omdat angststoornissen in bepaalde families veel voorkomen, is er waarschijnlijk ook een erfelijke factor in het spel. Op het psychologische vlak wordt angst gezien als een reactie op externe stress, zoals het stuklopen van een relatie of blootstelling aan levensbedreigend onheil. Wanneer iemands reactie op stress misplaatst is of wanneer iemand door de gebeurtenissen wordt overweldigd, kan zich een angststoornis voordoen. Sommige mensen vinden het bijvoorbeeld stimulerend om voor een groep te praten, terwijl anderen dit vreselijk vinden, zenuwachtig worden en symptomen als zweten, angst, een snelle hartslag en beven vertonen.

Angststoornissen kunnen ook door een lichamelijke aandoening of door het gebruik van bepaalde middelen worden veroorzaakt. Bij een te snel werkende schildklier, bij gebruik van corticosteroïden of bij het gebruik van cocaïne kunnen bijvoorbeeld symptomen van een angststoornis optreden.

Symptomen en diagnose

Angst kan plotseling optreden, zoals bij paniek, of geleidelijk in de loop van enkele minuten, uren of dagen ontstaan. De angst kan onbepaalde tijd aanhouden, variërend van enkele seconden tot jaren. Angst varieert in intensiteit, van wat onbehaaglijke gevoelens tot een volledige paniekaanval (zie Angststoornissen: Paniekaanvallen en paniekstoornis), met symptomen als kortademigheid, duizeligheid of een versnelde hartslag.

Angststoornissen kunnen zo kwellend zijn en een zodanige invloed op iemands leven hebben dat ze tot een depressie leiden. Soms ontwikkelt zich eerst een depressie en daarna een angststoornis.

De diagnose ‘angststoornis' is grotendeels gebaseerd op de symptomen. Het vermogen om angst te verdragen varieert en het is vaak moeilijk om te bepalen wanneer angst abnormaal is. De diagnose wordt eenvoudiger wanneer er een voorgeschiedenis van angststoornissen in de familie is (met uitzondering van een posttraumatische stressstoornis).

Behandeling

Een nauwkeurige diagnose is belangrijk omdat de behandeling per angststoornis verschilt. Ook moeten angststoornissen worden onderscheiden van de angsten die bij veel andere psychische stoornissen optreden. Bij deze stoornissen moeten andere behandelmethoden worden gebruikt. Afhankelijk van de stoornis kan door het gebruik van geneesmiddelen of psychotherapie (zoals gedragstherapie), afzonderlijk of in combinatie, het leed en het disfunctioneren bij de meeste mensen aanzienlijk worden verminderd.

illustrative-material.figure-short 1

De invloed van angst op prestaties

De invloed van angst op prestaties

Het effect van angst op prestaties kan in een grafiek worden weergegeven. Naarmate het angstniveau toeneemt, neemt het prestatieniveau proportioneel toe, maar slechts tot een bepaald punt. Naarmate de angst daarna verder toeneemt, neemt het prestatieniveau af. Vóór de piek van de curve wordt de angst gezien als adaptief: de angst bereidt voor op een crisis en verbetert het functioneren. Na de piek van de curve wordt angst beschouwd als niet-adaptief: de angst veroorzaakt nu frustratie en disfunctioneren.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Acute stressstoornis

Illustraties
Tabellen
Disclaimer