MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Paniekaanvallen en paniekstoornis

Paniek is een plotseling, kortdurend en extreem angstgevoel met begeleidende lichamelijke symptomen.

Paniekaanvallen kunnen zich voordoen bij elke angststoornis, gewoonlijk als reactie op een specifieke situatie die verband houdt met het voornaamste kenmerk van de stoornis. Zo kan iemand met een fobie voor slangen in paniek raken bij het zien van een slang. Deze situatiegebonden paniekaanvallen verschillen echter van de spontane, niet uitgelokte paniekaanvallen. Deze laatste duiden op een paniekstoornis.

Paniekaanvallen komen veel voor, jaarlijks bij meer dan eenderde van alle volwassenen. Bij vrouwen komen ze twee tot drie keer zo vaak voor als bij mannen. De meeste mensen herstellen zonder behandeling van paniekaanvallen, bij enkelen ontwikkelt zich een paniekstoornis. Paniekstoornis komt per jaar bij 2% van de bevolking voor. Deze stoornis begint gewoonlijk aan het eind van de adolescentie of op jongvolwassen leeftijd.

Er wordt gesproken van een paniekaanval als zich plotseling ten minste vier van de volgende symptomen voordoen:

  • pijn of onaangenaam gevoel op de borst
  • gevoel van ademnood of verstikking
  • gevoel van duizeligheid, onvastheid of flauwte
  • angst dood te gaan
  • angst de zelfbeheersing te verliezen of gek te worden
  • gevoelens van onwerkelijkheid of vervreemding van de omgeving
  • opvliegers of koude rillingen
  • misselijkheid, buikpijn of diarree
  • verdoofd of tintelend gevoel
  • hartkloppingen of versnelde hartslag
  • kortademigheid of het gevoel geen lucht te krijgen
  • zweten
  • trillen of beven.

De symptomen bereiken binnen tien minuten hun hoogtepunt en verdwijnen gewoonlijk enkele minuten later. Een arts kan daardoor weinig anders constateren dan vrees van een persoon voor een soortgelijke beangstigende aanval. Paniekaanvallen komen soms onverwacht en zonder aanwijsbare reden. Daarom verwachten mensen die aan paniekstoornis lijden vaak een volgende aanval en maken zich er ongerust over, wat ‘anticiperende vrees' wordt genoemd. Ze proberen de plaatsen waar ze eerder een paniekaanval hebben gehad te vermijden.

Bij de symptomen van een paniekaanval zijn tal van vitale organen betrokken. Daarom zijn mensen met een paniekstoornis vaak bang dat ze aan een gevaarlijke ziekte van hart, longen of hersenen lijden en zoeken ze hulp bij een arts of de afdeling Spoedeisende Hulp van een ziekenhuis. Soms wordt niet de juiste diagnose gesteld, waardoor ze zich ook nog ongerust maken dat het medische probleem niet wordt behandeld. Hoewel paniekaanvallen soms uitermate onprettig zijn, zijn ze niet gevaarlijk.

De diagnose ‘paniekstoornis' wordt gesteld wanneer iemand minstens twee onuitgelokte en onverwachte paniekaanvallen heeft gehad die worden gevolgd door een minstens één maand durende angst voor nog zo'n aanval. De frequentie van de aanvallen kan sterk variëren, sommigen hebben er maanden achtereen wekelijks of zelfs dagelijks één, terwijl anderen enkele dagen achtereen een aanval hebben en dan weken of maanden geen.

Behandeling

Mensen die paniekaanvallen hebben als onderdeel van een angststoornis (geen paniekstoornis) en sommige mensen met een paniekstoornis met steeds terugkerende paniekaanvallen, anticiperende angst en vermijdingsgedrag, herstellen zonder enige behandeling. Bij anderen blijft de paniekstoornis in wisselende intensiteit bestaan.

Mensen met een paniekstoornis zijn ontvankelijker voor een behandeling wanneer ze begrijpen dat de stoornis zowel een lichamelijke als een psychische kant heeft en dat de behandeling zich met beide kanten moet bezighouden. Met geneesmiddelen en gedragstherapie zijn de verschijnselen over het algemeen goed te bestrijden.

Bij de behandeling van een paniekstoornis worden onder meer antidepressiva en anxiolytica zoals benzodiazepinen gebruikt. De meeste soorten antidepressiva (tricyclische antidepressiva, MAO-remmers en SSRI's) zijn effectief (zie Depressie en manie: Prognose en behandeling).

Benzodiazepinen werken sneller dan antidepressiva, maar veroorzaken afhankelijkheid. Deze laatste middelen gaan waarschijnlijk ook vaker gepaard met slaperigheid, verminderde coördinatie en vertraagde reacties. De voorkeur wordt gegeven aan SSRI's boven andere antidepressiva en benzodiazepinen. Ze zijn even werkzaam en ze veroorzaken minder bijwerkingen, vooral minder slaperigheid en afhankelijkheid.

Een effectief geneesmiddel voorkomt of vermindert het aantal paniekaanvallen. Een geneesmiddel moet soms gedurende een lange periode worden gebruikt, omdat de paniekaanvallen terugkeren wanneer het gebruik van het geneesmiddel wordt gestaakt.

Angstgevoelens kunnen vaak worden verminderd met behulp van exposure-therapie, een vorm van gedragstherapie waarbij de persoon herhaaldelijk wordt blootgesteld aan datgene wat tot een paniekaanval leidt. Exposure-therapie wordt toegepast totdat de persoon zich weer op zijn gemak gaat voelen in de situatie die de angst uitlokt. Daarnaast kunnen mensen die bang zijn dat zij tijdens een paniekaanval zullen flauwvallen een oefening doen waarbij zij in een stoel ronddraaien of versneld ademhalen (hyperventileren) totdat het voelt alsof ze gaan flauwvallen. Van deze oefening leren zij dat zij tijdens een paniekaanval niet echt zullen flauwvallen. Voor mensen die de neiging hebben te gaan hyperventileren, is het zinvol om te oefenen langzaam en oppervlakkig te ademen (beheersing van de ademhaling).

Ondersteunende psychotherapie is zinvol omdat een therapeut algemene informatie over de stoornis en de behandeling kan geven. Hij kan realistische hoop op verbetering bieden en steun geven die voortvloeit uit de vertrouwensrelatie met een arts.

geneesmiddel

toepassingen

mogelijke bijwerkingen

opmerkingen

benzodiazepinen

alprazolam Handelsnaam
Xanax
, bromazepam, chloordiazepoxide Handelsnaam
chloordiazepoxide
, clobazam, clonazepam Handelsnaam
Rivotril
, clorazepinezuur Handelsnaam
Tranxène
, diazepam Handelsnaam
Valium
Stesolid
, lorazepam Handelsnaam
Temesta
, medazepam, nordazepam, oxazepam Handelsnaam
Seresta
, prazepam Handelsnaam
Reapam
)

gegeneraliseerde angststoornis, paniekstoornis, fobische stoornissen

slaperigheid, verminderde coördinatie, vertraagde reacties. Kan leiden tot middelenafhankelijkheid; niet te gebruiken bij alcoholproblemen

meest gebruikte kalmerende middel. Bevordert de geestelijke en lichamelijke ontspanning door vermindering van de activiteit van de zenuwen in de hersenen. Werking snel merkbaar, soms binnen een uur

buspiron

gegeneraliseerde angststoornis

duizeligheid, hoofdpijn

heeft geen verdovende invloed en vertoont geen wisselwerking met alcohol. Het veroorzaakt geen middelenafhankelijkheid. Kan twee weken of langer duren voordat de kalmerende werking merkbaar wordt

antidepressiva*

selectieve serotonineheropnameremmers, venlafaxine Handelsnaam
Efexor
, monoamineoxidaseremmers, tricyclische antidepressiva)

gegeneraliseerde angststoornis, paniekstoornis, fobische stoornissen, obsessieve-compulsieve stoornis, posttraumatische stressstoornis

zie (zie Depressie en manie: Prognose en behandeling)

zie (zie Depressie en manie: Prognose en behandeling)

* Niet alle antidepressiva die hier worden vermeld, zijn te gebruiken voor alle genoemde stoornissen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Obsessieve-compulsieve stoornis

Volgende: Posttraumatische stressstoornis

Illustraties
Tabellen
Disclaimer