MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Fobische stoornissen

Fobieën zijn aanhoudende, irreële en intense angstgevoelens als reactie op specifieke externe situaties.

Mensen met een fobie vermijden situaties die hun angstgevoelens opwekken of ondergaan ze met zeer veel moeite. Ze zien in dat hun angst overdreven is en zijn zich er dan ook van bewust dat ze een probleem hebben.

illustrative-material.table-short 1

ENIGE ALGEMEEN VOORKOMENDE FOBIEËN

fobie

definitie

acrofobie

hoogtevrees

amaxofobie

wagenvrees

astrafobie

angst voor onweer

aviofobie

vliegangst

belonefobie

angst voor naalden

claustrofobie

angst voor besloten ruimten

eurotofobie

angst voor vrouwelijke geslachtsorganen

fasmofobie

angst voor spoken

gefyrofobie

angst voor het oversteken van een brug

hydrofobie

watervrees

odontiatofobie

angst voor de tandarts

spargarofobie

angst voor asperges

triskaidekafobie

angst voor alle dingen die samenhangen met het cijfer 13

zoöfobie

angst voor dieren (meestal spinnen, slangen of muizen)

Agorafobie

Mensen met agorafobie worden gekenmerkt door angst voor of vermijding van situaties of plaatsen waar ze niet gemakkelijk weg kunnen komen als ze angstig worden of een paniekaanval krijgen.

Agorafobie komt per jaar bij ongeveer 4% van alle vrouwen en bij ongeveer 2% van alle mannen voor. Meestal openbaart de stoornis zich bij mensen van begin 20, zelden bij mensen van boven de 40 jaar.

Hoewel agorafobie letterlijk ‘vrees voor het marktplein' betekent, beschrijft deze term specifieker de vrees om ergens opgesloten te zitten, vaak op een drukke plaats met veel mensen zonder de mogelijkheid om op een onopvallende, gemakkelijke manier weg te kunnen wanneer de angst oploopt. Kenmerkende situaties die moeilijk zijn voor mensen met agorafobie zijn onder meer in de rij staan bij een bank of bij de kassa, in het midden zitten van een lange rij stoelen in het theater of in een klaslokaal en reizen per bus of per vliegtuig. Sommige mensen ontwikkelen agorafobie nadat zij in een van deze situaties een paniekaanval hebben gekregen. Andere mensen voelen zich eenvoudigweg niet op hun gemak in deze situaties en ontwikkelen misschien nooit, of pas later, paniekaanvallen. Agorafobie vormt vaak een belemmering voor het dagelijkse leven, soms zo erg dat de persoon het huis niet meer durft te verlaten.

Behandeling

Als agorafobie niet wordt behandeld, neemt de ernst van de stoornis afwisselend toe en weer af. De stoornis kan zelfs zonder behandeling verdwijnen, mogelijk doordat de persoon een eigen vorm van gedragstherapie heeft toegepast.

Exposure-therapie is een vorm van gedragstherapie waarbij de persoon herhaaldelijk wordt blootgesteld aan de situatie die de angst oproept. Het is de beste behandeling voor agorafobie. Meer dan 90% van de mensen die deze therapie trouw volgt, is ermee geholpen.

Mensen met agorafobie die ernstig depressief zijn, hebben wellicht antidepressiva nodig. Alcohol of hoge doses anxiolytica zijn middelen die de werking van het centraal zenuwstelsel onderdrukken en daardoor de gedragstherapie kunnen belemmeren. Het gebruik van deze middelen moet langzaam worden afgebouwd voordat met de therapie wordt begonnen.

Sociale fobie

Een sociale fobie (sociale-angststoornis) wordt gekenmerkt door een duidelijke angst voor situaties waarin iemand sociaal moet functioneren of presteren. Deze situaties zal men proberen te vermijden.

De mens is een sociaal dier. Zijn vermogen om zich met enig gemak te bewegen in sociale situaties beïnvloedt veel belangrijke aspecten van zijn leven. Te denken valt aan familie, opleiding, werk, ontspanning, uitgaan en trouwen.

Een bepaalde mate van angst in sociale situaties is normaal, maar de angst bij mensen met een sociale fobie is zo groot dat ze sociale situaties vermijden of alleen met veel angst doorstaan. Ongeveer 13% van de mensen heeft een sociale fobie op enig punt in hun leven. De stoornis komt per jaar bij ongeveer 9% van alle vrouwen en 7% van alle mannen voor. Ontwijkende-persoonlijkheidsstoornis (de ernstigste vorm van sociale angst) komt bij mannen vaker voor dan bij vrouwen (zie Persoonlijkheidsstoornissen: Behandeling). Sommige mensen zijn van nature verlegen en gedragen zich als jong kind al bedeesd. Later ontwikkelt zich dat tot een sociale fobie. Anderen krijgen pas tijdens de puberteit voor het eerst last van angst in sociale situaties.

Sommige sociale fobieën zijn verbonden met specifieke situaties. Ze leiden alleen tot angst wanneer de persoon iets in het openbaar moet doen. Diezelfde activiteit zonder publiek leidt niet tot angst. Situaties die bij mensen met een sociale fobie gewoonlijk tot angst leiden, zijn onder meer spreken in het openbaar, optreden in het openbaar (bijvoorbeeld voorlezen in de kerk of het bespelen van een instrument), eten in het bijzijn van anderen, een document ondertekenen waarbij getuigen zijn en het gebruiken van een openbaar toilet. Mensen met een sociale fobie zijn bang dat ze verkeerde dingen zullen doen of zeggen. Vaak zijn ze bang dat hun angst duidelijk te zien zal zijn, dat ze zullen zweten, blozen, overgeven of trillen of dat hun stem zal haperen, dat ze hun gedachtegang kwijtraken of dat ze niet de juiste woorden kunnen vinden.

Een gegeneraliseerde sociale fobie wordt gekenmerkt door angst in veel sociale situaties. Bij beide typen sociale fobie komt de angst van de betrokkene voort uit de overtuiging dat hij zich vernederd of beschaamd zal voelen als het optreden niet voldoet aan de verwachtingen.

Behandeling

Een sociale fobie blijft vaak bestaan als deze niet wordt behandeld, waardoor veel mensen activiteiten vermijden waaraan zij anders wel graag zouden willen deelnemen.

Exposure-therapie, een soort gedragstherapie waarbij de persoon herhaaldelijk wordt blootgesteld aan de situatie die de angst oproept, is een effectieve manier om iemand van zijn angst af te helpen. Het is niet eenvoudig om de blootstelling lang genoeg te laten duren zodat iemand kan wennen aan de situatie die de angst oproept en zich daarbij ontspannen kan gaan voelen. Voor iemand die bijvoorbeeld bang is om te spreken in aanwezigheid van zijn baas, is het lastig om een reeks spreekbeurten bij die persoon te regelen. Hij zou dan kunnen zoeken naar vervangende situaties, bijvoorbeeld door lid te worden van een organisatie voor mensen die bang zijn om in het openbaar te spreken of door voor te lezen aan bewoners van een verpleeghuis.

Mensen met een sociale fobie hebben vaak baat bij antidepressiva, zoals SSRI's en MAO-remmers, en anxiolytica. Veel mensen gebruiken alcohol om gemakkelijker contact te maken. In sommige gevallen kan dit leiden tot alcoholmisbruik en -verslaving. Er worden ook vaak bètablokkers voorgeschreven om de hartslag omlaag te brengen en het trillen en zweten te onderdrukken bij mensen die het beangstigend vinden om in het openbaar op te treden.

Specifieke fobieën

Een specifieke fobie is een onredelijke angst voor een specifiek object of een specifieke situatie.

Als groep zijn de specifieke fobieën de meest algemeen voorkomende angststoornissen. Ze zijn vaak minder kwellend dan andere angststoornissen. Ongeveer 13% van de vrouwen en 4% van de mannen heeft per jaar last van een specifieke fobie.

Sommige specifieke fobieën veroorzaken weinig ongemak, terwijl andere in significante mate het functioneren belemmeren. Voor een stadsbewoner, bijvoorbeeld, die bang is voor slangen is het niet moeilijk om ze te vermijden. Maar een stadsbewoner die bang is voor kleine, besloten ruimten, zoals liften, heeft wel een probleem als hij op de bovenste verdieping van een hoog gebouw werkt.

Sommige specifieke fobieën, zoals de vrees voor grote dieren, voor het donker of voor vreemden, ontwikkelen zich in een vroege levensfase. Veel fobieën verdwijnen naarmate de persoon ouder wordt. Andere fobieën, zoals de vrees voor knaagdieren, insecten, storm, water, hoogte, vliegen of voor besloten ruimten, ontwikkelen zich gewoonlijk later in het leven.

Minstens 5% van alle mensen is in enigerlei mate fobisch voor bloed, injecties of verwondingen. Deze mensen vallen soms echt flauw door een verlaagde hartslag en bloeddruk. Dat gebeurt niet bij andere fobieën en angststoornissen. Daarbij gaan veel mensen juist hyperventileren. Ze voelen zich dan alsof ze zullen gaan flauwvallen, maar dat gebeurt zelden.

Behandeling

Met een specifieke fobie is vaak wel te leven door het gevreesde voorwerp of de gevreesde situatie te vermijden. Wanneer er al een behandeling nodig is, kan het beste de exposure-therapie worden gebruikt. Een therapeut kan ervoor zorgen dat de therapie op de juiste wijze wordt uitgevoerd, maar deze kan ook zonder therapeut plaatsvinden. Zelfs mensen met een fobie voor bloed of injectienaalden reageren goed op exposure-therapie. Zo kan er bij een persoon die flauwvalt als er bloed wordt afgenomen, een naald dicht in de buurt van een ader worden gebracht en vervolgens weer worden weggehaald zodra de hartslag langzamer wordt. Door dit een aantal keren te herhalen kan de hartslag weer normaal worden. Na verloop van tijd moet hij in staat zijn bloed te laten afnemen zonder flauw te vallen.

Bij het overwinnen van een specifieke fobie zijn geneesmiddelen niet bijzonder effectief. Benzodiazepinen (anxiolytica) kunnen iemand wel helpen zijn fobie tijdelijk te beheersen, bijvoorbeeld bij vliegangst.

illustrative-material.sidebar 1

Wat is exposure-therapie?

In tegenstelling tot systematische desensitisatie, waar geleidelijke blootstelling aan de bron van de angst aan ontspanning wordt gekoppeld (een proces dat ‘reciproque inhibitie' wordt genoemd), wordt door de exposure-therapie juist doelbewust angst opgeroepen. Wanneer iemand herhaaldelijk wordt blootgesteld aan een object of een situatie waarvoor hij bang is, letterlijk of met gebruikmaking van de verbeelding, ervaart hij steeds weer de angst totdat de prikkel zijn effect kwijtraakt. Dit wordt ‘gewenning' genoemd.

Twee varianten van de exposure-therapie zijn flooding en geleidelijke exposure. Bij flooding wordt iemand 1 of 2 uur lang blootgesteld aan de angstopwekkende stimulus. Bij geleidelijke exposure heeft iemand een grotere mate van controle over de duur en de frequentie van de exposure. Bij beide typen exposure-therapie wordt eerst de stimulus gebruikt die de meeste angst oproept; bij systematische desensitisatie wordt juist begonnen met de minst beangstigende stimulus.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Angstgevoelens veroorzaakt door (genees)middelen of lichamelijke aandoeningen

Volgende: Gegeneraliseerde angststoornis

Illustraties
Tabellen
Disclaimer