MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Depressie

Een depressie is een gevoel van intense droefheid. Een depressie kan zich na een recent verlies of een andere verdrietige gebeurtenis voordoen, maar staat niet in verhouding tot die gebeurtenis en houdt langer aan dan in een dergelijk geval normaal is.

Na angst is depressie de meest voorkomende psychische stoornis. Naar schatting 10% van de mensen die wegens een vermeend lichamelijk probleem een arts consulteert, heeft in feite een depressie. Een depressie begint vaak bij twintigers, dertigers of veertigers, maar kan op bijna elke leeftijd beginnen. Depressie komt ook bij kinderen en adolescenten voor (zie Psychische stoornissen: Depressie). Bij mensen die aan het eind van de 20e eeuw zijn geboren, lijkt het aantal gevallen van depressie en zelfmoord hoger te liggen dan bij eerdere generaties. Dit wordt gedeeltelijk verklaard door drugs- en alcoholmisbruik.

Een depressieve episode duurt (zonder behandeling) gewoonlijk zes maanden, maar soms ook twee jaar of langer. Meestal keren zulke episoden in de loop van iemands leven verscheidene malen terug.

Oorzaken

Iemand kan gevoeliger zijn voor een depressie door een familiaire aanleg (erfelijkheid), door bijwerkingen van bepaalde geneesmiddelen en door een emotioneel ingrijpende gebeurtenis, vooral wanneer het gaat om verlies. In tegenstelling tot wat algemeen wordt aangenomen hoeft een depressie niet noodzakelijkerwijs te duiden op een persoonlijkheidsstoornis, een jeugdtrauma, een slechte opvoeding of een karakterzwakheid. Een depressie kan zich ook voordoen of kan ook verergeren zonder dat er sprake is van een aanwijsbare of belangrijke ingrijpende levensgebeurtenis.

Sociale klasse, ras en cultuur lijken geen invloed te hebben op de kans dat iemand een depressie zal krijgen. Geslacht lijkt daarentegen wel invloed te hebben. Vrouwen hebben tweemaal zoveel kans op een depressie als mannen, hoewel niet helemaal duidelijk is waarom. Hormonen zijn een belangrijke lichamelijke factor. Veranderingen in de hormoonspiegel kunnen kort voor de menstruatie en na een bevalling stemmingswisselingen veroorzaken en zouden bij vrouwen een rol kunnen spelen. Ook het gebruik van orale voorbehoedsmiddelen of een hormoonvervangende (oestrogeen)therapie kan bijdragen aan of leiden tot stemmingswisselingen. Een verstoorde schildklierwerking komt tamelijk vaak voor bij vrouwen en zou ook van invloed kunnen zijn.

Er wordt gesproken van een tijdelijke depressie wanneer iemand tijdelijk depressief is als reactie op bepaalde feestdagen of betekenisvolle herdenkingsdagen, zoals de sterfdag van een dierbare, tijdens de premenstruele fase (premenstruele dysfore stoornis) of tijdens de eerste twee weken na een bevalling (postnatale depressie). Zulke reacties zijn normaal, maar bij mensen met een versterkte aanleg tot depressie kunnen ze tot een zware depressie leiden. Een depressie zonder een duidelijke voorafgaande gebeurtenis wordt ‘melancholie' (vroeger ‘endogene depressie') genoemd. Dit onderscheid is echter niet van belang, aangezien de gevolgen en de behandeling van de depressie gelijk zijn.

Een depressie kan zich voordoen tijdens een aantal lichamelijke aandoeningen of erdoor worden veroorzaakt. Deze aandoeningen kunnen rechtstreeks een depressie veroorzaken, bijvoorbeeld wanneer een aandoening van de schildklier de hormoonspiegel verstoort. Ze kunnen ook indirect tot depressie leiden, bijvoorbeeld wanneer reumatoïde artritis pijn en invaliditeit veroorzaakt. Vaak heeft een depressie die het gevolg is van een lichamelijke aandoening zowel directe als indirecte oorzaken. Zo kan door aids rechtstreeks een depressie worden veroorzaakt doordat het humaan-immunodeficiëntievirus (HIV), dat aids veroorzaakt, de hersenen aantast. Aids kan ook indirect tot depressie leiden doordat de ziekte een algehele negatieve invloed heeft op het leven van de betrokkene.

Een depressie kan ook worden veroorzaakt door bepaalde medicijnen. Om nog onbekende redenen veroorzaken corticosteroïden vaak een depressie wanneer ze in grote hoeveelheden door het lichaam worden aangemaakt als onderdeel van een ziekte, zoals bij het Cushing-syndroom, maar veroorzaken ze een manie wanneer ze als geneesmiddel worden voorgeschreven.

Een aantal psychische stoornissen kan iemand gevoeliger maken voor depressie, zoals bepaalde angststoornissen, schizofrenie, alcoholisme en andere stoornissen op het gebied van verslaving.

Symptomen

De symptomen openbaren zich meestal geleidelijk in de loop van een paar dagen of weken. Het soort symptomen is sterk afhankelijk van het type depressie. Iemand die depressief wordt, kan bijvoorbeeld traag en bedroefd of snel geïrriteerd en angstig lijken.

Als iemand afwezig is, weinig zegt, niet eet en weinig slaapt, spreken de artsen over ‘vegetatieve symptomen'. Iemand die zich angstig en schrikachtig gedraagt (vooral 's avonds), die dikker wordt door toegenomen eetlust en die steeds langer slaapt na een periode van slapeloosheid, heeft daarentegen een depressie met atypische symptomen. Iemand die daarnaast ook bijzonder rusteloos is (in de handen wrijft en voortdurend praat), maakt een zogeheten ‘geagiteerde depressie' door.

Veel mensen met een depressie zijn niet in staat om op een normale manier emoties als rouw, vreugde en plezier te ervaren. In extreme gevallen lijkt de wereld kleurloos en levenloos te zijn geworden. Iemands denken, praten en dagelijkse bezigheden kunnen zo vertraagd raken dat alle vrijwillige activiteiten ophouden. Depressieve mensen zijn soms vervuld van intense schuld- en minderwaardigheidsgevoelens en kunnen zich soms niet meer concentreren. Ze ervaren gevoelens van wanhoop en eenzaamheid en hebben een gering gevoel van eigenwaarde. Vaak zijn ze besluiteloos en afwezig, voelen zich steeds hulpelozer en denken over de dood en over zelfmoord.

Slaapproblemen komen vaak voor. De meeste depressieve mensen hebben moeite om in slaap te vallen en worden herhaaldelijk wakker, vooral vroeg in de ochtend. Vaak hebben ze geen zin meer in seks en genieten er niet meer van. Door een slechte eetlust en gewichtsverlies worden ze soms extreem mager en bij vrouwen kan de menstruatie uitblijven. Mensen met een lichte depressie eten vaak te veel en worden dikker.

Bij sommige depressieve mensen zijn de symptomen licht, maar houdt de stoornis (vaak tientallen) jaren aan. Deze dysthyme variant van depressie begint vaak op jonge leeftijd en gaat gepaard met duidelijke veranderingen in de persoonlijkheid. Mensen met deze stoornis zijn somber en pessimistisch, hebben geen gevoel voor humor of kunnen geen plezier hebben. Ze zijn passief en sloom, in zichzelf gekeerd, sceptisch, overmatig kritisch of voortdurend klagerig. Ze zitten vol zelfkritiek en zelfverwijt. Ze zijn sterk gericht op tekortkomingen, falen en negatieve gebeurtenissen, soms zelfs zo sterk dat ze een morbide plezier hebben in hun eigen mislukkingen.

Sommige depressieve mensen klagen over een lichamelijke ziekte, met diverse pijnen en kwalen, of zijn bang voor een ramp of om gek te worden. Anderen denken dat ze een ziekte hebben die volgens hen ongeneeslijk of gênant is, zoals kanker of een seksueel overdraagbare aandoening, en denken dat ze andere mensen besmetten.

Ongeveer 15% van alle depressieve mensen, voornamelijk mensen met een ernstige depressie, lijdt aan waanideeën of zien of horen dingen die er niet zijn (hallucinatie). Ze geloven bijvoorbeeld dat ze onvergeeflijke zonden of misdaden hebben begaan, of horen stemmen die hen beschuldigen van allerlei wandaden of die hen ter dood veroordelen. In zeldzame gevallen beelden ze zich in dat ze doodskisten of overleden familieleden zien. Gevoelens van onzekerheid en waardeloosheid kunnen bij ernstig depressieve mensen leiden tot de overtuiging dat ze in de gaten gehouden en achtervolgd worden. Een depressie met wanen of hallucinaties wordt een ‘psychotische depressie' genoemd.

Gedachten aan de dood behoren tot de ernstigste symptomen van depressie. Veel depressieve mensen willen dood of hebben het idee dat ze zo weinig waard zijn, dat ze zouden moeten sterven. Zeker 15% van de mensen met een onbehandelde depressie pleegt zelfmoord. Wanneer iemand met zelfmoord dreigt, is er sprake van een noodsituatie (zie Suïcidaal gedrag). Een arts zal hem in een ziekenhuis laten opnemen. Daar kan hij in de gaten worden gehouden totdat het risico van zelfmoord door behandeling is afgenomen. Het risico is vooral groot wanneer mensen met een depressie zeer bedroefd blijven, zelfs wanneer ze hun dagelijkse bezigheden weer hebben opgepakt. Het risico is ook groot rond voor de persoon belangrijke gedenkdagen en bij mensen met een gemengde episode van bipolaire stoornis (zie Depressie en manie: Manisch-depressieve stoornis).

Diagnose

Meestal kan een arts een depressie aan de hand van de bijbehorende tekenen en symptomen vaststellen. Een voorgeschiedenis van depressie of het in de familie voorkomen van een depressie kunnen de diagnose bevestigen. Overdreven ongerustheid, paniekaanvallen en obsessies komen veel voor bij depressies, waardoor een arts soms tot de incorrecte diagnose ‘angststoornis' kan komen.

Bij ouderen wordt een depressie vaak niet opgemerkt, vooral niet bij mensen die geen werk of weinig sociale contacten hebben. Een depressie kan leiden tot langzamer denken, verminderde concentratie en achteruitgang van het geheugen. De stoornis lijkt daardoor vaak veel op dementie en wordt soms ‘pseudo-dementie' genoemd (zie Delirium en dementie: Dementie).

Om de ernst van een depressie te kunnen bepalen, worden gestandaardiseerde vragenlijsten gebruikt. Twee van dergelijke vragenlijsten zijn de Hamilton Rating Scale for Depression (HRSD), die mondeling wordt afgenomen, en de Beck Depression Inventory (BDI), een vragenlijst die door de patiënt zelf wordt ingevuld.

Soms kan een arts met laboratoriumonderzoek bepalen of de depressie wordt veroorzaakt door een hormonale of een andere lichamelijke aandoening, maar er bestaat geen eenvoudige laboratoriumtest waarmee een depressie kan worden gediagnosticeerd.

In gevallen die moeilijk te diagnosticeren zijn, zal de arts ander onderzoek doen om de diagnose ‘depressie' te bevestigen. Slaapproblemen zijn bijvoorbeeld een opvallend teken van depressie. Artsen die zich specialiseren in de diagnose en behandeling van stemmingsstoornissen gebruiken een slaapelektro-encefalogram om te meten hoeveel tijd er verstrijkt vanaf het moment dat de persoon in slaap is gevallen tot aan het begin van de REM-slaap (de periode waarin wordt gedroomd). Normaal gesproken duurt het ongeveer negentig minuten voordat deze fase wordt bereikt, maar bij iemand met een depressie duurt het gewoonlijk minder dan zeventig minuten.

Prognose en behandeling

Een onbehandelde depressie kan ongeveer een half jaar duren. Bij veel mensen blijven lichte symptomen aanwezig, maar gewoonlijk wordt er weer een normaal niveau van functioneren bereikt. Desondanks maken de meeste mensen met depressie herhaaldelijk, gemiddeld vier tot vijf maal in hun leven, episoden van depressie door. Bij oudere mensen verdwijnen de symptomen van pseudo-dementie (zoals verward zijn) bij een behandeling voor depressie.

Een depressie wordt tegenwoordig meestal zonder ziekenhuisopname behandeld. Soms moet iemand echter wel in het ziekenhuis worden opgenomen, vooral als hij serieus overweegt om zelfmoord te plegen of een zelfmoordpoging heeft ondernomen, te zwak is als gevolg van gewichtsverlies of indien als gevolg van ernstige geagiteerdheid het gevaar van hartproblemen bestaat.

Geneesmiddelen vormen de belangrijkste ondersteuning bij de behandeling van depressie. Ook behandelwijzen als psychotherapie en elektroconvulsietherapie worden gebruikt. Soms wordt er een combinatie van deze therapieën toegepast. Depressie kan meestal met succes worden behandeld. Het is geen karaktergebrek of een teken van verminderde geestelijke vermogens.

Behandeling met geneesmiddelen: Er zijn diverse soorten geneesmiddelen beschikbaar, zoals tricyclische antidepressiva, selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's), monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers of MAOI's), psychostimulantia en andere antidepressiva. De meeste moeten voordat ze beginnen te werken gedurende een aantal weken regelmatig worden ingenomen. De kans dat een bepaald antidepressivum voor iemand geschikt is, is ongeveer 65%. De bijwerkingen verschillen per geneesmiddel. Soms is de behandeling met een enkel geneesmiddel niet genoeg. In zo'n geval wordt een combinatie voorgeschreven.

Tricyclische antidepressiva waren vroeger de belangrijkste middelen bij de behandeling, maar tegenwoordig worden ze nog maar weinig gebruikt. Ze veroorzaken vaak sufheid en gewichtstoename. Ze veroorzaken ook een verhoogde hartslag en een verlaagde bloeddruk wanneer de persoon gaat staan. Andere bijwerkingen zijn onscherp zien, een droge mond, verwardheid, obstipatie en moeilijkheden bij het plassen. Deze effecten worden ‘anticholinergische effecten' genoemd. Bij ouderen zijn ze vaak sterker aanwezig (zie Geneesmiddelen bij ouderen:IntroductieKader).

Selectieve serotonineheropnameremmers (SSRI's) zijn de nieuwste en tegenwoordig meest gebruikte antidepressiva. SSRI's zijn effectief bij de behandeling van depressie en dysthymie, maar ook bij andere psychische stoornissen die vaak samengaan met depressie. Hoewel ze misselijkheid, diarree, beven, gewichtsverlies en hoofdpijn kunnen veroorzaken, zijn deze bijwerkingen meestal licht of verdwijnen ze bij langduriger gebruik. De meeste mensen verdragen de bijwerkingen van de SSRI's beter dan die van de tricyclische antidepressiva. SSRI's zijn wat hun bijwerkingen betreft veiliger voor het hart dan de tricyclische middelen. Na langdurig gebruik kunnen de SSRI's echter andere bijwerkingen als gewichtstoename en seksuele disfunctie veroorzaken. Abrupt staken van het gebruik van een aantal SSRI's veroorzaakt soms ontwenningsverschijnselen, zoals duizeligheid, angst, geprikkeldheid en griepachtige symptomen.

Monoamineoxidaseremmers (MAO-remmers) vormen een ander soort antidepressiva. Ze worden met succes toegepast wanneer andere antidepressiva niet effectief zijn gebleken, maar worden zelden als eerste behandelkeuze gezien. Mensen die deze middelen gebruiken, dienen zich aan een aantal dieetbeperkingen te houden en speciale voorzorgsmaatregelen te nemen. Zo mogen ze geen voedingsmiddelen of dranken gebruiken die tyramine bevatten, zoals bier van de tap, rode wijn, sherry, likeuren, overrijp voedsel, salami, oude kazen, tuinbonen, gistextracten (marmite) en sojasaus. Ze moeten pseudo-efedrine vermijden. Dit middel zit in veel hoestdrankjes en middeltjes tegen verkoudheid die zonder recept te krijgen zijn. Gecombineerd met MAO-remmers kan pseudo-efedrine een plotselinge en ernstige stijging van de bloeddruk veroorzaken die gepaard gaat met een kloppende hoofdpijn (hypertensieve crisis). Mensen die MAO-remmers slikken, moeten ook veel andere typen geneesmiddelen vermijden, zoals tricyclische antidepressiva, SSRI's, bupropion Handelsnaam
Zyban
(een middel om van het roken af te komen), mirtazapine Handelsnaam
Remeron
, venlafaxine Handelsnaam
Efexor
, nefazodon, dextromethorfan Handelsnaam
Tosion Retard
Daromefan
(een hoestonderdrukker) en meperidine (een pijnstiller).

Mensen die MAO-remmers gebruiken, krijgen meestal het dringende advies om altijd een tegengif, zoals chloorpromazine Handelsnaam
Largactil
of nifedipine Handelsnaam
Adalat
, bij zich te dragen. Als ze last krijgen van zware, kloppende hoofdpijn, dienen ze onmiddellijk het tegengif in te nemen en naar de afdeling Spoedeisende Hulp van het dichtstbijzijnde ziekenhuis te gaan. Gezien de kans op een CVA (‘beroerte') en de moeilijke dieetbeperkingen en noodzakelijke voorzorgsmaatregelen worden MAO-remmers zelden voorgeschreven, behalve aan depressieve mensen die geen baat hebben bij andere antidepressiva.

Soms worden ook psychostimulantia, zoals dextroamfetamine en methylfenidaat Handelsnaam
Ritalin
, en ook andere medicijnen gebruikt, vaak in combinatie met antidepressiva.

Er zijn recentelijk nieuwe antidepressiva beschikbaar gekomen die even effectief en veilig zijn als SSRI's, maar die voor sommige mensen minder en minder ernstige bijwerkingen kunnen hebben.

Sint-janskruid, een plantaardig voedingssupplement, kan een lichte depressie verminderen. Mensen die dit plantaardige supplement willen gebruiken, moeten dit met hun arts bespreken vanwege de mogelijk schadelijke wisselwerkingen met een groot aantal medicijnen op recept (zie Geneeskrachtige kruiden en ‘nutraceuticals': Sint-janskruid).Psychotherapie: met behulp van individuele therapie of groepstherapie kunnen mensen met een depressie geleidelijk hun vroegere verantwoordelijkheden weer oppakken en zich aanpassen aan de normale spanningen van het leven. Zo kunnen ze voortbouwen op de verbetering die is opgetreden door de behandeling met antidepressiva. Bij interpersoonlijke psychotherapie ontvangt de persoon ondersteuning en begeleiding bij de aanpassing aan veranderingen in zijn leefpatroon. Met behulp van cognitieve therapie kan iemand zijn gevoelens van hopeloosheid en zijn negatieve gedachten veranderen. Bij een lichte depressie is psychotherapie vaak even effectief als een medicamenteuze behandeling.

Elektroconvulsietherapie: soms wordt als behandeling van een ernstige depressie elektroconvulsietherapie (ECT) toegepast, vooral wanneer de persoon in kwestie psychotisch is, met zelfmoord dreigt of weigert te eten. Deze vorm van therapie is meestal zeer effectief en kan de depressie snel verlichten, in tegenstelling tot de meeste antidepressiva, die pas na enkele weken aanslaan. De snelheid waarmee elektroconvulsietherapie werkt, kan levens redden.

Bij ECT worden er elektroden op het hoofd geplaatst en wordt er een elektrische stroomstoot toegediend om een epileptische aanval in de hersenen te veroorzaken. Om nog onbekende redenen verlicht deze toeval de depressie. Gewoonlijk worden er vijf tot zeven behandelingen gegeven, om de dag een. Omdat de elektrische stroom spiersamentrekkingen en pijn kan veroorzaken, vinden de behandelingen meestal onder algehele narcose plaats. ECT kan enig tijdelijk (zelden permanent) geheugenverlies veroorzaken.

illustrative-material.sidebar 1

Wat is een seizoensgebonden stemmingsstoornis?

Veel mensen geven aan zich aan het eind van de herfst en in de winter somberder te voelen; ze wijten dit aan het korter worden van de dagen en aan de lagere temperatuur. Sommige mensen krijgen echter te maken met een intensere somberheid die bekend staat als een ‘seizoensgebonden stemmingsstoornis', een vorm van depressie. Een seizoensgebonden stemmingsstoornis wordt gekenmerkt door terugkerende episoden van depressie die meestal beginnen in oktober of november en eindigen in februari of maart (ook wel ‘winterdepressie' genoemd). De aandoening is algemener in gebieden op hoge noordelijke en lage zuidelijke geografische breedten, waar de winter langer duurt en strenger is. Men neemt aan dat een seizoensgebonden stemmingsstoornis wordt veroorzaakt doordat het hormoon melatonine langer wordt uitgescheiden dan normaal. Dit hormoon wordt gewoonlijk 's nachts geproduceerd door de pijnappelklier in het midden van de hersenen.

Tot de symptomen behoren lethargie, verminderde interesse in en zich terugtrekken uit de dagelijkse bezigheden, te lang slapen en te veel eten. In de lente verdwijnen deze symptomen geleidelijk. Sommige mensen met een seizoensgebonden stemmingsstoornis slaan in de lente echter helemaal door naar het tegenovergestelde van wat ze tijdens de winter ervaren: ze krijgen meer energie en gaan met veel meer dingen aan de slag, hebben minder slaap nodig en hoeven minder te eten.

Lichttherapie is de effectiefste behandeling voor seizoensgebonden stemmingsstoornis. Bij lichttherapie wordt de persoon in een gesloten ruimte geplaatst die wordt verlicht door kunstlicht. Het licht wordt zodanig ingesteld dat het lijkt op het seizoen dat de therapeut wenst na te bootsen: langere dagen voor de

illustrative-material.sidebar 2

Lichamelijke aandoeningen die een depressie kunnen veroorzaken

bijwerkingen van geneesmiddelen

  • amfetaminen (staking gebruik)
  • antipsychotica
  • bètablokkers
  • cimetidine
  • anticonceptiemiddelen (orale)
  • cycloserine
  • hormoontherapie (oestrogeen)
  • kwikzilver
  • methyldopa
  • reserpine
  • thallium
  • vinblastine
  • vincristine
infecties
  • aids
  • griep
  • ziekte van Pfeiffer
  • syfilis (laat stadium)
  • tuberculose
  • virale hepatitis
  • virale longontsteking
hormonale stoornissen
  • ziekte van Addison
  • syndroom van Cushing

  • verhoogde bijschildklierhormoonspiegel
  • lage en hoge schildklierhormoonspiegel
  • lage hypofysehormoonspiegel (hypopituïtarisme)
aandoeningen van het bindweefsel
  • reumatoïde artritis
  • systemische lupus erythematodes
neurologische aandoeningen
  • hersentumoren
  • dementie
  • hoofdwonden
  • multipele sclerose
  • ziekte van Parkinson
  • slaapapneu
  • cerebrovasculair accident (CVA)
  • temporale epilepsie
voedingsstoornissen
  • pellagra (gebrek aan vitamine B6)
  • pernicieuze anemie (gebrek aan vitamine B12)
vormen van kanker
  • kanker in de buikholte (eierstokken, darmen)
  • kanker die zich door het gehele lichaam uitzaait (metastatisch)
  • alvleesklierkanker

KLASSE

GENEESMIDDELEN

EEN AANTAL BIJWERKINGEN

OPMERKINGEN

tricyclische en soortgelijke antidepressiva

amitriptyline Handelsnaam
Sarotex
Tryptizol

clomipramine Handelsnaam
Anafranil

desipramine Handelsnaam
Pertrofran

doxepine Handelsnaam
Sinequan

imipramine Handelsnaam
Tofranil

maprotiline Handelsnaam
Maprotiline

nortriptyline Handelsnaam
Nortrilen

protriptyline

trimipramine Handelsnaam
Surmontil

sufheid (sedatie), gewichtstoename, versnelde hartslag, bloeddrukdaling, droge mond, verwardheid, wazig zien, obstipatie, moeite bij het op gang komen van de urinelozing, vertraagd orgasme, epileptische aanvallen ( clomipramine Handelsnaam
Anafranil
en maprotiline Handelsnaam
Maprotiline
)

bijwerkingen vaak duidelijker merkbaar bij ouderen. Ernstige, potentieel levensbedreigende toxiciteit bij overdosering.

selectieve serotonineheropnameremmers

citalopram Handelsnaam
Cipramil

fluoxetine Handelsnaam
Prozac

fluvoxamine Handelsnaam
Fevarin

paroxetine Handelsnaam
Seroxat

sertraline Handelsnaam
Zoloft

seksueel disfunctioneren (vooral vertraagd orgasme, maar ook verlies van verlangen bij sommige mensen), misselijkheid, diarree, hoofdpijn, gewichtsverlies (korte termijn), gewichtstoename (lange termijn), onthoudingssyndroom, vergeetachtigheid, afvlakken van emoties, bloeduitstortingen

meest algemeen gebruikte soort antidepressiva. Ook effectief bij dysthymie, gegeneraliseerde angststoornis, obsessieve-compulsieve stoornis, paniekstoornis, fobische stoornis, posttraumatische stressstoornis, premenstruele dysfore stoornis (PDS) en boulimia nervosa.

minder ernstig risico van toxiciteit bij overdosering

monoamineoxidaseremmers

fenelzine Handelsnaam
Nardil

tranylcypromine Handelsnaam
Parnate

slapeloosheid, gewichtstoename, seksueel disfunctioneren (verlies van verlangen en vertraagd orgasme), tintelingen, verlaagde bloeddruk, ernstig verhoogde bloeddruk

dieetbeperkingen en voorzorgsmaatregelen bij gebruik van bepaalde geneesmiddelen

psychostimulantia

methylfenidaat Handelsnaam
Ritalin

nervositeit, tremor, slapeloosheid, droge mond

over het algemeen niet effectief als antidepressivum wanneer alleen gebruikt. Vaak gebruikt in combinatie met antidepressiva.

nieuwere geneesmiddelen

mirtazapine Handelsnaam
Remeron

nefazodon

trazodon Handelsnaam
Trazolan

venlafaxine Handelsnaam
Efexor

hoofdpijn en (zelden) epileptische aanvallen; droge mond ( venlafaxine Handelsnaam
Efexor
); gewichtstoename ( mirtazapine Handelsnaam
Remeron
); lichte sufheid en duizeligheid (nefazodon); langdurige sufheid ( trazodon Handelsnaam
Trazolan
)

De meeste bijwerkingen kunnen worden voorkomen of geminimaliseerd wanneer lage doseringen worden gebruikt en wanneer veranderingen in dosering langzaam worden uitgevoerd.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Manie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer