MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Anorexia nervosa

Anorexia nervosa wordt gekenmerkt door een verstoord lichaamsbeeld, een extreme angst voor zwaarlijvigheid, weigering het lichaamsgewicht te handhaven op een minimaal normaal gewicht en (bij vrouwen) het uitblijven van de menstruatie.

Erfelijke factoren blijken een rol te spelen bij de ontwikkeling van anorexia nervosa. Ook sociale factoren zijn belangrijk. In de westerse samenleving overheerst de wens om slank te zijn. Zwaarlijvigheid wordt beschouwd als onaantrekkelijk, ongezond en ongewenst. Al voor de adolescentie zijn kinderen zich bewust van deze opvattingen. Tweederde van de adolescente meisjes volgt een dieet of probeert op een andere manier het gewicht onder controle te houden. Toch ontwikkelt slechts een klein percentage van deze meisjes anorexia nervosa. Door andere factoren, zoals psychische gevoeligheid, hebben bepaalde mensen waarschijnlijk meer kans om anorexia nervosa te krijgen. In gebieden met voedseltekort komt anorexia nervosa zelden voor.

Ongeveer 95% van de mensen met anorexia nervosa is van het vrouwelijk geslacht. De stoornis begint gewoonlijk tijdens de adolescentie, soms eerder, maar soms ook (minder vaak) tijdens de volwassenheid. Anorexia nervosa treft voornamelijk mensen in de sociaal-economische midden- en bovenklasse. Het lijkt erop dat het aantal mensen met deze stoornis in de westerse samenleving toeneemt. Men schat dat ongeveer 1% van de meisjes tussen de 12 en 18 jaar eraan lijdt.

Symptomen

Anorexia nervosa kan licht en van voorbijgaande aard of ernstig en blijvend zijn. Veel mensen die anorexia nervosa krijgen, zijn perfectionistisch, dwangmatig en intelligent. Ze willen graag goed presteren en succes hebben. Door deze eigenschappen blijft hun eetstoornis gemakkelijk onopgemerkt. De eerste aanwijzing voor deze stoornis is vaak een langzaam toenemende gerichtheid op diëten en bezorgdheid over het gewicht. Een dergelijke bezorgdheid lijkt misplaatst omdat de meeste mensen met anorexia nervosa al mager zijn. Bezorgdheid en angst voor overgewicht nemen toe naarmate ze magerder worden. Zelfs als ze volledig uitgemergeld zijn, voelen ze zich dik, ontkennen ze dat er iets mis is, klagen niet over gewichtsverlies en weigeren gewoonlijk zich te laten behandelen. Ze komen meestal pas bij een arts als ze er door bezorgde familieleden naartoe worden gebracht.

Anorexia betekent ‘gebrek aan eetlust', maar in werkelijkheid hebben mensen met anorexia nervosa echt honger en zijn ze geobsedeerd door voedsel. Ze bestuderen diëten en tellen calorieën, ze verzamelen voedsel, verbergen het en gooien het weg. Ze verzamelen recepten en maken uitgebreide maaltijden klaar voor anderen. De helft van de mensen met anorexia nervosa geeft zich over aan vreetbuien en purgeert vervolgens door over te geven of laxeermiddelen in te nemen. De andere helft eet eenvoudigweg weinig. Mensen met anorexia nervosa liegen vaak over de hoeveelheid die zij hebben gegeten en verhullen hun braakgedrag en hun vreemde eetgewoonten. Velen nemen ook diuretica (plasmiddelen) om een vermeende opgeblazenheid te behandelen.

Bij vrouwen met anorexia nervosa stopt de menstruatie, soms al voordat zij veel gewicht hebben verloren. Vrouwen en mannen kunnen hun interesse in seks verliezen. Mensen met anorexia nervosa hebben meestal een lage hartslag, een lage bloeddruk, een lage lichaamstemperatuur, gezwollen lichaamsdelen als gevolg van vochtophoping (oedeem) en fijn, zacht haar of overmatige lichaams- en gezichtsbeharing. Mensen met anorexia nervosa die heel mager worden, blijven toch actief. Vaak trainen ze overmatig om op gewicht te blijven. Ze vertonen weinig symptomen van voedingstekorten, totdat ze uitgemergeld zijn. Depressie komt veel voor.

Hormonale veranderingen die het gevolg zijn van anorexia nervosa zijn onder meer een aanmerkelijk lager gehalte oestrogeen (bij vrouwen) en schildklierhormoon en toegenomen cortisolspiegels. Als iemand ernstig ondervoed raakt, kan elk belangrijk orgaan in het lichaam worden aangetast. Bij snel of ernstig gewichtsverlies, bijvoorbeeld tot meer dan 25% onder het ideale lichaamsgewicht, is het van groot belang om het lichaamsgewicht snel te herstellen. Een dergelijk gewichtsverlies en de bijkomende veranderingen in de elektrolyten- en vochthuishouding kunnen levensbedreigend zijn. Hartproblemen en problemen met vocht en elektrolyten (natrium, kalium, chloor) zijn het gevaarlijkst. Het hart wordt zwakker en pompt minder bloed door het lichaam. De persoon kan uitgedroogd raken en gemakkelijk flauwvallen. Het bloed kan basisch worden (een toestand die ‘metabole alkalose' wordt genoemd (zie Zuur-basenevenwicht: Alkalose)) en de kaliumspiegel kan afnemen. Braken en het innemen van laxeermiddelen en plasmiddelen kunnen de situatie nog verergeren. Plotseling overlijden, waarschijnlijk als gevolg van hartritmestoornissen, kan voorkomen.

Diagnose en behandeling

Anorexia nervosa wordt gewoonlijk vastgesteld op basis van ernstige gewichtsafname en de kenmerkende psychische symptomen. De doorsnee anorexiapatiënt is meestal een meisje in de adolescentie, dat ten minste 15% van haar lichaamsgewicht heeft verloren, bang is voor overgewicht, niet meer menstrueert, ontkent dat zij ziek is en verder gezond lijkt te zijn.

De behandeling kent twee fases: op de korte termijn het lichaamsgewicht op peil brengen en de patiënt in leven houden, en op de langere termijn therapie om het psychisch functioneren te verbeteren en terugval te voorkomen.

De eerste behandeling van ernstig of snel gewichtsverlies kan het beste worden gegeven in een ziekenhuis. Ervaren verpleegkundigen kunnen de persoon met zachte, maar stevige hand ertoe brengen te gaan eten. In zeldzame gevallen wordt voedsel toegediend door middel van een infuus of een slang die via de neus in de maag uitkomt. Soms wordt iemand die ernstig ziek is en een gevaar voor zichzelf of zijn omgeving vormt, onvrijwillig in het ziekenhuis opgenomen na het verkrijgen van een BOPZ-verklaring (wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen) of een wettelijke toestemming van een ouder of voogd.

Zodra de voedingstoestand een acceptabel niveau heeft bereikt, wordt begonnen met de langetermijnbehandeling. De behandeling richt zich op het creëren van een rustige, betrokken, stabiele omgeving terwijl de patiënt wordt aangemoedigd om voldoende te eten. Deze behandeling kan bestaan uit individuele psychotherapie, groepstherapie, gezinstherapie en geneesmiddelen. Een gecombineerde behandeling door de huisarts en een therapeut werkt vaak goed. Ook is het verstandig een specialist in eetstoornissen te raadplegen.

Wanneer een depressie wordt geconstateerd, worden er antidepressiva voorgeschreven. Bepaalde antidepressiva, vooral SSRI's, zijn zeer effectief bij het voorkomen van een terugval nadat het streefgewicht is bereikt.

Meer dan 10% van de mensen met anorexia nervosa komt aan de stoornis en de complicaties ervan te overlijden (ten gevolge van afwijkingen in vocht- en elektrolytenhuishouding, hartfalen en zelfmoord als gevolg van de depressie). Omdat lichte gevallen soms niet worden vastgesteld, is niet precies bekend hoeveel mensen anorexia nervosa hebben of welk percentage van hen eraan sterft.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Boulimia nervosa

Illustraties
Tabellen
Disclaimer