MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Boulimia nervosa

Boulimia nervosa wordt gekenmerkt door het herhaaldelijk snel eten van grote hoeveelheden voedsel (vreetbuien), gevolgd door pogingen om de overmaat aan voedsel weer kwijt te raken (purgeren).

Boulimia nervosa wordt net als anorexia nervosa beïnvloed door erfelijke en sociale factoren. Net als bij anorexia nervosa zijn het vooral jonge vrouwen die aan boulimia nervosa lijden, bezorgd zijn over hun lichaamsvorm en -gewicht en behoren tot de sociaal-economische midden- of bovenklassen. Men vermoedt dat vooral studentes in het hoger onderwijs een risicogroep zijn: 2% van hen zou lijden aan deze stoornis.

Symptomen

Mensen met boulimia nervosa hebben terugkerende vreetbuien. Ze eten dan binnen betrekkelijk korte tijd (vaak binnen twee uur) grote hoeveelheden voedsel. Emotionele stress vormt vaak de aanleiding voor een vreetbui, die wordt gevolgd door purgeren. Deze handelingen vinden gewoonlijk in het geheim plaats. Kenmerken van een vreetbui zijn het zoveel eten dat het pijn doet op tijden dat men eigenlijk geen honger heeft, gekoppeld aan een gevoel de beheersing kwijt te zijn. Mensen met boulimia nervosa proberen de effecten van de vreetbui teniet te doen door te purgeren (door over te geven of laxeermiddelen te gebruiken), streng te gaan lijnen, overmatig te sporten of een combinatie van deze handelingen. Velen nemen ook diuretica (plasmiddelen) om een vermeende opgeblazenheid te behandelen. Anders dan bij mensen met anorexia nervosa schommelt het lichaamsgewicht bij mensen met boulimia nervosa rond een normaal niveau.

Zelfopgewekt braken kan het tandglazuur aantasten, de oorspeekselklieren vergroten en een ontsteking aan de slokdarm veroorzaken. Door braken en purgeren kan de kaliumspiegel dalen, wat tot hartritmestoornissen kan leiden. Plotselinge dood (als gevolg van hartritmestoornissen) kan optreden door herhaaldelijk gebruik van grote hoeveelheden braakmiddelen. In zeldzame gevallen eten mensen met deze stoornis tijdens een vreetbui zoveel dat hun maag openbarst ofhun slokdarm scheurt, wat tot levensbedreigende situaties leidt.

Vergeleken met mensen met anorexia nervosa zijn mensen met boulimia nervosa zich meestal meer bewust van hun gedrag, hebben ze vaker spijt of voelen ze zich er vaker schuldig over. Ze zijn meer geneigd om hun bezorgdheid te uiten tegenover een arts of een andere vertrouwenspersoon. Over het algemeen zijn mensen met boulimia nervosa wat extraverter. Ook zijn ze meer geneigd tot impulsief gedrag, drugs- of alcoholmisbruik en depressie.

Diagnose en behandeling

De arts vermoedt dat er sprake is van boulimia nervosa als iemand, in het bijzonder een jonge vrouw, overmatig bezorgd is over gewichtstoename, wanneer haar gewicht sterk schommelt en wanneer er ook sprake is van overmatig gebruik van laxeermiddelen. Andere aanwijzingen zijn onder meer gezwollen oorspeekselklieren, littekens op de knokkels door het gebruik van de vingers om braken op te wekken, erosie van het tandglazuur door maagzuur en een lage kaliumspiegel, vastgesteld bij bloedonderzoek. De diagnose is pas definitief wanneer de persoon vreetbui-purgeergedrag beschrijft en aangeeft gedurende minstens drie maanden twee of meer vreetbuien per week te hebben gehad.

De twee meest effectieve behandelmethoden zijn cognitieve-gedragstherapie en medicamenteuze behandeling.

Bij cognitieve-gedragstherapie worden disfunctionele gedachten vastgesteld en onderzocht. De persoon krijgt ondersteuning om die disfunctionele gedachten los te laten. De persoon heeft gedurende vier of vijf maanden een of twee sessies per week, met een maximum van ongeveer twintig. Het is gebleken dat cognitieve-gedragstherapie bij ongeveer tweederde van de mensen met boulimia de frequentie van de vreetbuien kan terugbrengen. Bij eenderde van hen blijven de vreetbuien weg. Mensen die met dit type therapie worden behandeld, hebben gedurende minstens een jaar minder of helemaal geen vreetbuien.

Het blijkt dat behandeling met SSRI's minstens zo goed werkt als cognitieve-gedragstherapie. Wanneer het gebruik van de medicijnen wordt gestaakt, komen de vreetbuien echter weer terug.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Anorexia nervosa

Volgende: Vreetbuienstoornis

Illustraties
Tabellen
Disclaimer