MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Dissociatieve amnesie

Dissociatieve amnesie is een vorm van amnesie die wordt veroorzaakt door trauma of stress, waardoor iemand niet meer in staat is om zich belangrijke persoonlijke informatie te herinneren.

Dissociatieve amnesie is één vorm van amnesie. Bij amnesie is men alle of een gedeelte van de ervaringen uit een recent of ver verleden kwijt (zie Diagnose van aandoeningen van hersenen, ruggenmerg en zenuwen: Anamnese). Wanneer er aan de amnesie een meer psychische dan lichamelijke verstoring ten grondslag ligt, wordt er gesproken van dissociatieve amnesie. Amnesie kan ook een symptoom zijn van andere stoornissen, zoals acute stressstoornis, posttraumatische stressstoornis of somatisatiestoornis.

Bij dissociatieve amnesie kan men zich meestal geen informatie meer herinneren die deel uitmaakt van het dagelijkse bewustzijn of het ‘autobiografisch' geheugen, zoals wie men is, wat men heeft gedaan, waar men is geweest, met wie men heeft gesproken, wat er is gezegd, gedacht en gevoeld, enzovoort. Soms blijft die informatie invloed uitoefenen op het gedrag van de persoon, ook al is deze de informatie kwijt.

Patiënten met dissociatieve amnesie hebben gewoonlijk één of meer gaten in hun herinnering die betrekking hebben op een periode van een paar minuten tot een aantal uren of dagen. Er zijn echter ook gevallen beschreven van amnesie die jaren of zelfs een geheel leven betreffen. De meeste mensen met dissociatieve amnesie zijn zich bewust van het feit dat ze ‘wat tijd kwijt zijn', maar sommige mensen merken pas dat ze zich een periode niet kunnen herinneren wanneer er aanwijzingen of bewijzen zijn dat ze dingen hebben gedaan die ze zich niet meer kunnen herinneren. Sommige mensen met dissociatieve amnesie vergeten een aantal, maar niet alle gebeurtenissen uit een bepaalde periode; anderen herinneren zich hun gehele vroegere leven niet meer of vergeten gebeurtenissen zodra deze zich hebben voorgedaan.

De stoornis komt het meest voor bij jongvolwassenen, en dan vooral bij mensen die een oorlog, een ongeluk of een natuurramp hebben meegemaakt. De stoornis kan ook de herinnering aan seksueel misbruik in de jeugd blokkeren, die dan later in de volwassenheid weer terugkomt. Dissociatieve amnesie kan zich gedurende enige tijd na een traumatische gebeurtenis voordoen. Het blijft niettemin onbekend of dergelijke hervonden herinneringen de weergave zijn van werkelijke gebeurtenissen in het verleden van die persoon, tenzij ze kunnen worden bevestigd door anderen.

Symptomen en diagnose

Het meest voorkomende symptoom van dissociatieve amnesie is geheugenverlies. Kort nadat iemand geheugenverlies is gaan vertonen, kan hij verward lijken. Veel mensen met dissociatieve amnesie zijn in enige mate depressief. Anderen zijn bijzonder angstig door hun geheugenverlies.

Om de diagnose te stellen beoordeelt de arts nauwgezet de symptomen en doet hij lichamelijk onderzoek om lichamelijke oorzaken van amnesie uit te sluiten. Om lichamelijke oorzaken uit te sluiten is er soms nader onderzoek nodig, zoals een elektro-encefalogram en bloedonderzoek naar de aanwezigheid van giftige stoffen en (genees)middelen. Er wordt ook een psychologisch onderzoek uitgevoerd. Met behulp van speciale psychologische tests kan de psychiater iemands dissociatieve ervaringen vaak beter karakteriseren en begrijpen. Hij kan dan een behandelplan opstellen.

Behandeling en prognose

In het begin van de behandeling stelt de arts de persoon op zijn gemak. Als de herinneringen niet spontaan opkomen of als er dringend behoefte is aan het terugroepen van de herinneringen, zijn er technieken om herinneringen terug te halen. Deze zijn vaak succesvol. Met behulp van hypnose of soms een vraaggesprek onder sedatie (vraaggesprek nadat iemand gekalmeerd en gesedeerd is met een via een injectie in de bloedbaan toegediend medicijn als amobarbital of midazolam Handelsnaam
Dormicum
) stelt de arts de persoon met geheugenverlies vragen over zijn verleden.

Een arts gebruikt hypnose of een vraaggesprek onder invloed van angstverminderende medicatie om de angst die samenhangt met de uit het geheugen verdwenen periode te verminderen. Ook kan hij hiermee de verdedigingsmechanismen doorbreken of omzeilen die de persoon heeft gecreëerd om zich de pijnlijke gebeurtenissen of conflicten niet te hoeven herinneren. Patiënten onder invloed van hypnose of de genoemde geneesmiddelen zijn zeer suggestibel en daarom moet de arts ervoor waken hen geen herinneringen aan te praten en ervoor zorgen dat de herinneringen geen hevige angst opwekken. Het is mogelijk dat de herinneringen die met behulp van deze technieken worden teruggehaald, niet kloppen. Ze moeten dan door anderen worden bevestigd. Voordat een dergelijke techniek wordt toegepast, deelt de arts de persoon met geheugenverlies daarom mee dat de herinneringen die hiermee kunnen worden teruggehaald al of niet kunnen kloppen, waarna hij de persoon toestemming vraagt om de behandeling toe te passen.

Het zo veel mogelijk dichten van het gat in het geheugen draagt bij aan de continuïteit van iemands identiteit en zelfbeeld. Zodra de amnesie is verdwenen, kan de persoon door voortzetting van de psychotherapie het trauma of de conflicten die de amnesie hebben veroorzaakt leren begrijpen en een oplossing ervoor vinden.

De meeste mensen hervinden hun ontbrekende herinneringen en zijn in staat de conflictsituaties die de amnesie hebben veroorzaakt op te lossen. Sommigen dringen echter nooit door de barrières heen die hun ervan weerhouden hun ontbrekende verleden te reconstrueren.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Depersonalisatiestoornis

Volgende: Dissociatieve fugue

Illustraties
Tabellen
Disclaimer