MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Depersonalisatiestoornis

Een depersonalisatiestoornis wordt gekenmerkt door een aanhoudende of recidiverende beleving van het gevoel los te staan van het eigen lichaam of geestelijke processen (depersonalisatie) en door het gevoel extern waarnemer te zijn van het eigen leven.

Depersonalisatie is na angst en depressie het meest voorkomende psychiatrische symptoom. De stoornis treedt vaak op nadat iemand een levensbedreigende situatie, zoals een ongeval, een geweldsmisdrijf of ernstige ziekte of verwonding, heeft doorstaan. Er is nog weinig onderzoek naar deze stoornis gedaan. Over oorzaak en mate waarin deze stoornis voorkomt, is niets bekend.

Symptomen en diagnose

Mensen met een depersonalisatiestoornis hebben een vertekend beeld van hun identiteit, lichaam en leven, wat hun een onbehaaglijk gevoel geeft. De symptomen kunnen tijdelijk zijn of gedurende vele jaren telkens terugkeren. Patiënten met deze stoornis hebben vaak grote moeite hun symptomen te beschrijven en kunnen bang zijn of geloven dat ze gek worden.

Een depersonalisatiestoornis kan een lichte, voorbijgaande stoornis zijn met weinig zichtbare gevolgen voor het gedrag. Sommige mensen kunnen zich aanpassen aan een depersonalisatiestoornis of zelfs de invloed hiervan tegenhouden. Anderen worden voortdurend gekweld door angsten over hun geestestoestand, zijn bang dat ze gek zullen worden of piekeren over het vertekende beeld van hun lichaam en over hun gevoel van vervreemding van zichzelf en van anderen. Door hun psychisch lijden kunnen ze arbeidsongeschikt raken.

De diagnose ‘depersonalisatiestoornis' wordt gesteld op basis van de symptomen. Een arts beoordeelt de persoon om een lichamelijke aandoening (zoals epilepsie), verslaving of een andere psychische stoornis uit te sluiten. Psychologisch onderzoek en speciale gesprekstechnieken kunnen de arts helpen het probleem te herkennen.

Behandeling en prognose

Een depersonalisatiestoornis verdwijnt vaak zonder behandeling. Behandeling is wel nodig als de stoornis aanhoudt, terugkeert of lijden veroorzaakt. Psychodynamische psychotherapie, gedragstherapie en hypnose zijn bij sommige mensen effectief gebleken (zie Overzicht van de geestelijke gezondheidszorg: Hypnose en hypnotherapie). Andere mensen met de stoornis zijn geholpen met kalmerende middelen en antidepressiva. Een depersonalisatiestoornis wordt vaak in verband gebracht met of uitgelokt door andere psychische stoornissen, die dienen te worden behandeld. Ook elke vorm van stress die in verband kan worden gebracht met het begin van de depersonalisatiestoornis, dient te worden aangepakt.

Doorgaans wordt door behandeling enige verlichting bereikt. Volledig herstel is voor velen mogelijk, vooral als hun symptomen optreden in samenhang met spanningen die tijdens de behandeling kunnen worden aangepakt. Andere mensen met een depersonalisatiestoornis reageren niet goed op behandeling, hoewel er soms vanzelf een geleidelijke verbetering optreedt. Enkele mensen reageren helemaal niet op behandeling.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Dissociatieve amnesie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer