MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Schizofrenie

Schizofrenie is een psychische stoornis die wordt gekenmerkt door verlies van contact met de werkelijkheid (psychose), hallucinaties (meestal het horen van stemmen), wanen (niet op waarheid berustende denkbeelden), abnormaal gedachtepatroon, vervlakking van affect (een beperkt scala aan emoties), verminderde motivatie en sociaal en beroepsmatig disfunctioneren.

Schizofrenie is wereldwijd een groot gezondheidsprobleem. Deze stoornis komt bij jonge mensen voor juist op het moment dat ze zelfstandig worden en kan levenslange arbeidsongeschiktheid en stigmatisering veroorzaken. Wat betreft persoonlijke en economische kosten is schizofrenie wel als een van de ernstigste stoornissen omschreven.

Op de lijst van oorzaken van arbeidsongeschiktheid neemt volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) schizofrenie de negende plaats in. Ongeveer 1% van de wereldbevolking lijdt eraan, alhoewel er gebieden zijn waar schizofrenie meer of juist minder algemeen voorkomt. De stoornis komt in gelijke mate bij mannen en vrouwen voor. Schizofrenie komt vaker dan de ziekte van Alzheimer en multipele sclerose (MS) voor.

Het is vaak moeilijk om het begin van de ziekte te bepalen. Door onbekendheid met de symptomen wordt soms pas na enkele jaren medische hulp gezocht. De gemiddelde leeftijd waarop schizofrenie zich voor het eerst voordoet, ligt rond de 18 jaar bij mannen en rond de 25 jaar bij vrouwen. Het komt weinig voor dat de ziekte zich al tijdens de jeugd of de vroege adolescentie manifesteert (zie Psychische stoornissen: Schizofrenie bij kinderen). Ook een begin op latere leeftijd is ongewoon.

Verslechtering in het sociaal functioneren kan tot verslaving, armoede en dakloosheid leiden. Als iemand met schizofrenie niet wordt behandeld, kan hij het contact met familie en vrienden verliezen en gaan zwerven in de grote steden.

Oorzaken

De precieze oorzaken van schizofrenie zijn onbekend, maar uit recent onderzoek komt naar voren dat een combinatie van erfelijke factoren en omgevingsfactoren een rol kan spelen. Het is echter vooral een biologisch probleem en dus geen probleem dat door een slechte opvoeding of een psychisch ongezonde omgeving wordt veroorzaakt. Mensen met een ouder, broer of zus met schizofrenie hebben een kans van ongeveer 10% om deze stoornis zelf te krijgen, vergeleken met 1% kans voor de rest van de bevolking. Als de ene helft van een identieke tweeling schizofrenie heeft, is de kans voor de andere helft 50%. Deze cijfers duiden op een erfelijk risico.

Verdere oorzaken zijn mogelijk problemen die zich voordeden voor, tijdens of na de geboorte, zoals een influenza-infectie tijdens het tweede trimester van de zwangerschap, zuurstoftekort tijdens de geboorte, laag geboortegewicht en bloedgroepincompatibiliteit tussen moeder en kind.

Symptomen

Schizofrenie kan plotseling, in een periode van dagen of weken, of langzaam en sluipend gedurende een periode van jaren opkomen. De ernst en het soort symptomen kunnen per persoon verschillen. Over het algemeen zijn de verschijnselen echter ernstig genoeg om (gedeeltelijke) arbeidsongeschiktheid te veroorzaken, de omgang met anderen te bemoeilijken en het vermogen om voor zichzelf te zorgen te verminderen. Bij sommige mensen met schizofrenie nemen de geestelijke vermogens af. Hun concentratievermogen verslechtert en ze hebben moeite met abstract denken en met problemen oplossen. De mate waarin de geestelijke vermogens afnemen, is grotendeels bepalend voor de mate van invalidering van mensen met schizofrenie.

De symptomen kunnen worden uitgelokt of verergeren door omgevingsstress, zoals bij stressvolle gebeurtenissen. Ook het gebruik van drugs, zoals marihuana, kan symptomen uitlokken of verergeren. De symptomen zijn globaal in drie hoofdcategorieën onder te verdelen: positieve (actieve) symptomen, negatieve (passieve) symptomen en cognitieve verslechtering. Iemand kan symptomen uit één, twee of alle drie de categorieën vertonen.

Positieve symptomen zijn onder andere wanen, hallucinaties, verwardheid en bizar gedrag. Wanen zijn niet op waarheid berustende denkbeelden die gewoonlijk een verkeerde interpretatie zijn van waarnemingen of ervaringen. Zo kunnen mensen met schizofrenie last hebben van bijvoorbeeld achtervolgingswanen waarbij ze ervan overtuigd zijn dat ze worden getreiterd, gevolgd, bedrogen of bespied. Ze kunnen aan betrekkingswanen lijden en geloven dat passages uit boeken, kranten of songteksten specifiek voor hen bedoeld zijn. Ze kunnen last hebben van gedachteonttrekking of gedachte-inbrenging waarbij ze geloven dat anderen hun gedachten kunnen lezen, dat hun gedachten worden overgebracht naar anderen, of dat gedachten en plotselinge ingevingen door krachten van buiten worden opgelegd. Er kan sprake zijn van hallucinaties op het gebied van gehoor, gezicht, geur, smaak en tastzin, waarbij gehoorshallucinaties (auditieve of akoestische hallucinaties) verreweg het meest voorkomen. Iemand kan stemmen ‘horen' die commentaar leveren op zijn gedrag, die met elkaar spreken of kritische en grove opmerkingen maken.

Een denkstoornis is een onlogische manier van denken die tot uiting komt wanneer de spraak onsamenhangend wordt, van het ene op het andere onderwerp springt en zijn doelgerichtheid kwijtraakt. De spraak kan licht verward of volkomen onsamenhangend en onbegrijpelijk zijn. Bizar gedrag kan de vorm aannemen van kinderlijke dwaasheid, van opwinding of van ongepast uiterlijk of gedrag of van afwijkende hygiëne. Katatonie is een extreme vorm van bizar gedrag waarbij iemand in een verstijfde houding blijft volharden ondanks pogingen hem in beweging te brengen, of waarbij iemand doelloze en nutteloze motorische activiteit vertoont.

Negatieve symptomen van schizofrenie zijn onder andere vervlakt affect, spraakarmoede, anhedonie en sociaal teruggetrokken gedrag. Vervlakt affect wil zeggen vervlakking van emoties. Iemands gezicht kan onbeweeglijk overkomen; hij maakt nauwelijks oogcontact en mist emotionele expressiviteit. Gebeurtenissen die iemand normaal aan het lachen of huilen zouden brengen, roepen geen reactie op. Spraakarmoede wil zeggen vermindering van gedachten weerspiegeld in een afgenomen hoeveelheid spraak. Antwoorden op vragen kunnen kortaf zijn, in een of twee woorden, waardoor de indruk van innerlijke leegte wordt gewekt. Anhedonie wil zeggen een verminderd vermogen om vreugde of genot te ervaren. De persoon kan weinig belangstelling aan de dag leggen voor vroegere activiteiten en meer tijd besteden aan doelloze bezigheden. Sociaal teruggetrokken gedrag verwijst naar een gebrek aan belangstelling voor relaties met anderen. Deze negatieve symptomen gaan vaak gepaard met een algemeen verlies van motivatie en doorzettingsvermogen, en een gevoel van doelloosheid.

Cognitieve verslechtering verwijst naar concentratie- en geheugenproblemen, naar moeilijkheden bij het organiseren, plannen en het oplossen van problemen. Sommige mensen kunnen zich zo slecht concentreren dat ze niet kunnen lezen, de verhaallijn van een film of een televisieshow niet kunnen volgen of instructies niet kunnen opvolgen. Anderen zijn niet in staat om zich af te schermen van afleiding of kunnen hun aandacht niet op hun werk gericht houden. Uitoefening van werk waarbij aandacht voor detail, het uitvoeren van gecompliceerde handelingen en het nemen van beslissingen vereist is, is dan niet mogelijk.

Soorten schizofrenie

Sommige onderzoekers menen dat schizofrenie één enkele stoornis is, terwijl anderen menen dat het een syndroom (een verzameling symptomen) is, gebaseerd op talrijke onderliggende stoornissen. In een poging mensen op basis van die symptomen in meer diverse categorieën onder te brengen, is voorgesteld schizofrenie in subtypen onder te verdelen. In de loop van de tijd kan echter bij individuen het subtype veranderen.

Paranoïde schizofrenie wordt gekenmerkt door een gepreoccupeerdheid met wanen of auditieve hallucinaties; onsamenhangende spraak en inadequate emoties zijn minder duidelijk aanwezig. Hebefrene of gedesorganiseerde schizofrenie wordt gekenmerkt door onsamenhangende spraak en gedrag en vervlakt of inadequaat affect. Katatone schizofrenie wordt beheerst door lichamelijke verschijnselen als onbeweeglijkheid, buitensporige motorische activiteit of het aannemen van vreemde houdingen. Schizofrenie van het ongedifferentieerde type wordt gekenmerkt door een mengeling van symptomen van de andere subtypen, bijvoorbeeld wanen en hallucinaties, denkstoornis en bizar gedrag en negatieve symptomen.

illustrative-material.sidebar 1

Aandoeningen die op schizofrenie lijken

Algemeen medische en neurologische aandoeningen als een schildklierziekte, een hersentumor, epilepsie, nierfalen, een toxische reactie op geneesmiddelen en vitaminetekorten kunnen soms symptomen veroorzaken die lijken op die van schizofrenie. Daarnaast hebben verschillende psychische aandoeningen dezelfde kenmerken als schizofrenie.

  • Korte psychotische stoornis:
    symptomen van deze stoornis lijken op die van schizofrenie, maar duren niet lang: van 1 dag tot 1 maand. Deze in tijd beperkte stoornis komt vaak voor bij mensen met een al bestaande persoonlijkheidsstoornis of bij mensen die extreme stress hebben ervaren, zoals het verlies van een naaste.
  • Schizofreniforme stoornis:
    de op schizofrenie gelijkende symptomen die kenmerkend zijn voor deze stoornis duren 1 tot 6 maanden. Deze stoornis kan overgaan of zich ontwikkelen naar een manisch-depressieve stoornis of schizofrenie.
  • Schizoaffectieve stoornis:
    deze stoornis wordt gekenmerkt door de aanwezigheid van stemmingsverschijnselen als depressie of manie, vergezeld van meer kenmerkende symptomen van schizofrenie.
  • Schizotypische-persoonlijkheidsstoornis:
    deze persoonlijkheidsstoornis (zie Persoonlijkheidsstoornissen) kan symptomen gemeen hebben met schizofrenie, die meestal niet ernstig genoeg zijn om te voldoen aan de criteria voor psychose. Mensen met deze stoornis zijn vaak verlegen en leven geïsoleerd. Ze zijn vaak enigszins achterdochtig en hebben vaak afwijkende overtuigingen en denkbeelden. Vanuit genetisch onderzoek zijn er aanwijzingen dat de schizotypische-persoonlijkheidsstoornis een lichte vorm van schizofrenie is.

Diagnose

Er bestaat geen volledig betrouwbare test om schizofrenie te diagnosticeren. Een psychiater kan op basis van een uitgebreide beoordeling van iemands voorgeschiedenis en symptomen de diagnose ‘schizofrenie' stellen. Daartoe moeten verschijnselen minstens zes maanden aanhouden en gepaard gaan met een duidelijke verslechtering van de prestaties op het werk of op school of van het maatschappelijk functioneren. Informatie van familie, vrienden of leerkrachten is vaak belangrijk om vast te stellen wanneer de stoornis is begonnen.

Vaak wordt laboratoriumonderzoek gedaan om alcohol- of drugsmisbruik of een onderliggende somatische, neurologische of endocriene aandoening uit te sluiten. Deze aandoeningen kunnen de kenmerken van een psychose hebben. Voorbeelden van dergelijke aandoeningen zijn hersentumoren, temporale epilepsie, schildklieraandoeningen, auto-immuunziekten, Huntington-chorea, leveraandoeningen en bijwerkingen van geneesmiddelen. Soms moet onderzoek naar drugsmisbruik worden gedaan.

Mensen met schizofrenie vertonen hersenafwijkingen die met computertomografie (CT-scan) of magnetische kernspinresonantie (MRI-scan) kunnen worden zichtbaar gemaakt. De afwijkingen zijn echter niet specifiek genoeg om daarmee bij te dragen tot de diagnose ‘schizofrenie'.

Prognose

Therapietrouw is zeer belangrijk bij mensen met schizofrenie. Zonder medicijnen komen de symptomen binnen een jaar na de diagnose bij 70 tot 80% van de mensen met schizofrenie grotendeels weer terug. Als de medicijnen altijd worden ingenomen, kan de terugval tot ongeveer 20 tot 30% worden beperkt. Bij de meeste mensen zijn er dan ook minder symptomen zichtbaar. Als iemand met schizofrenie na ontslag uit het ziekenhuis niet zijn medicijnen inneemt, zal hij hoogstwaarschijnlijk binnen een jaar weer worden opgenomen. Die kans is veel kleiner wanneer hij wél de voorgeschreven medicijnen inneemt.

Ondanks de gebleken werkzaamheid van de medicijnen neemt de helft van de mensen met schizofrenie de voorgeschreven medicijnen niet in. Sommigen zien niet in dat ze ziek zijn en verzetten zich tegen het innemen van de medicijnen. In andere gevallen stoppen mensen met hun medicijnen vanwege de vervelende bijwerkingen. Weer anderen nemen hun medicijnen niet vanwege geheugenproblemen of verwardheid.

De therapietrouw neemt sterk toe wanneer de specifieke barrières worden aangepakt. Als de bijwerkingen het grootste probleem zijn, kan overstappen naar een ander medicijn helpen. Als mensen met schizofrenie een consequente, vertrouwelijke relatie met een psychiater of een therapeut hebben, kunnen ze soms hun ziekte gemakkelijker accepteren en erkennen dat ze zich aan de voorgeschreven behandeling moeten houden. In Nederland krijgen patiënt en familie veel informatie over het beloop van de ziekte en over gedragspatronen om daardoor de therapietrouw te bevorderen en een betere interactie tussen patiënt en familie te verkrijgen. In de meeste instellingen worden hierover zelfs systematische cursussen gegeven.

Op de lange termijn is de prognose van schizofrenie wisselend. In het algemeen treedt bij een derde van de patiënten een aanmerkelijke en blijvende verbetering op, is er bij een derde enige verbetering met periodieke terugval en gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid en is een derde grotendeels en blijvend arbeidsongeschikt. Factoren die met een betere prognose in verband worden gebracht, zijn een plotseling optreden van de ziekte, hogere leeftijd bij het begin van de symptomen, een hoog niveau ten aanzien van vaardigheden en bekwaamheden vóór het begin van de ziekte en het hebben van het positieve subtype van de aandoening. Factoren die een slechte prognose met zich meebrengen, zijn een jonge leeftijd bij het begin van de ziekte, slecht sociaal en beroepsmatig functioneren vóór het begin van de ziekte, een familiegeschiedenis van schizofrenie en het hebben van het gedesorganiseerde subtype van de aandoening.

Ongeveer 10% van de mensen met schizofrenie pleegt zelfmoord.

Behandeling

De hoofddoelen bij de behandeling zijn vermindering van de ernst van de psychotische verschijnselen, voorkoming van herhaling van symptomatische episoden met de daarmee gepaard gaande achteruitgang in functioneren, en steun bij het functioneren op een zo hoog mogelijk niveau. Antipsychotica, reïntegratie (met begeleiding) in de maatschappij en psychotherapie vormen de drie belangrijkste behandelingselementen.

Antipsychotica. Antipsychotica kunnen symptomen als wanen, hallucinaties en chaotische gedachten verminderen of doen verdwijnen. Nadat de acute symptomen zijn verdwenen, vermindert het voortgezet gebruik van antipsychotica de kans op toekomstige episoden aanzienlijk.

Helaas hebben antipsychotica ernstige bijwerkingen, zoals sufheid, spierstijfheid, bevingen, gewichtstoename en motorische onrust. Deze geneesmiddelen kunnen ook tardieve dyskinesie (het optreden van onwillekeurige bewegingen) veroorzaken. Deze aandoening wordt meestal door onwillekeurige bewegingen van lippen en tong of het trekken met armen of benen gekenmerkt. Het is mogelijk dat tardieve dyskinesie niet verdwijnt, zelfs niet na stopzetting van het gebruik van het middel. Er is geen afdoende behandeling voor die gevallen. Een andere bijwerking van antipsychotica, die zelden optreedt maar fataal kan zijn, is het maligne neurolepticasyndroom. Dit syndroom wordt gekenmerkt door spierstijfheid, koorts, hoge bloeddruk en veranderingen in het geestelijk functioneren, zoals verwardheid en apathie.

Er zijn verscheidene nieuwe antipsychotica met minder bijwerkingen beschikbaar gekomen. Met deze medicijnen kunnen soms de positieve symptomen (zoals hallucinaties), negatieve symptomen (zoals emotieloosheid) en cognitieve verslechtering (zoals verminderd geestelijk functioneren en concentratievermogen) beter worden behandeld dan met de oudere antipsychotica.

Clozapine Handelsnaam
Leponex
is effectief gebleken bij bijna de helft van de mensen bij wie andere medicijnen niet werken. Clozapine Handelsnaam
Leponex
kan echter ernstige bijwerkingen hebben, zoals epileptische aanvallen of mogelijk dodelijke beenmergsuppressie. Het wordt dan ook over het algemeen uitsluitend toegepast bij mensen die niet op andere antipsychotica hebben gereageerd. Mensen die clozapine Handelsnaam
Leponex
slikken, moeten ten minste gedurende de eerste zes maanden elke week de concentratie witte bloedlichaampjes laten bepalen. Het gebruik van clozapine Handelsnaam
Leponex
kan dan worden gestaakt zodra het aantal witte bloedlichaampjes afneemt.

Reïntegratie en maatschappelijke begeleiding. Reïntegratie en maatschappelijke begeleiding, zoals job coaching, zijn gericht op het aanleren van vaardigheden die nodig zijn om zich in de maatschappij te kunnen handhaven. Met deze vaardigheden kunnen mensen met schizofrenie werken, boodschappen doen, voor zichzelf zorgen, hun huishouden regelen en met anderen omgaan. Ziekenhuisopname kan tijdens een ernstige terugval nodig zijn en soms is een onvrijwillige opname noodzakelijk als de patiënt een gevaar voor zichzelf of voor anderen is, maar over het algemeen wordt ernaar gestreefd schizofreniepatiënten zelfstandig te laten wonen. Om dit te bereiken zullen sommigen binnen een begeleid-wonenproject moeten worden ondergebracht waar iemand ervoor kan zorgen dat zij hun geneesmiddelen volgens voorschrift innemen.

Een klein aantal patiënten is niet in staat zelfstandig te wonen, hetzij omdat ze ernstige en niet op medicatie reagerende symptomen vertonen, hetzij omdat ze de voor een leven binnen de gemeenschap noodzakelijke vaardigheden missen. Zij hebben gewoonlijk fulltime verzorging in een veilige en steunende omgeving nodig.

Psychotherapie. Het doel van psychotherapie is doorgaans een samenwerking tussen patiënt, familie en arts te bewerkstelligen. Op die manier kan de patiënt zijn ziekte leren begrijpen en ermee leren omgaan. Ook kan hij leren om de antipsychotica volgens voorschrift in te nemen en om de stress die de ziekte kan verergeren te leren hanteren. Een goede arts-patiëntrelatie is vaak bepalend bij een geslaagde behandeling. Met psychotherapie zijn er in sommige gevallen minder symptomen, in andere gevallen voorkomt het een terugval.

illustrative-material.sidebar 2

Antipsychotica: hoe werken ze?

Antipsychotica lijken het effectiefst te zijn bij behandeling van hallucinaties, wanen, chaotische gedachten en agressie. Hoewel antipsychotica het meest worden voorgeschreven bij schizofrenie, lijken ze ook effectief bij de behandeling van bovenstaande verschijnselen als deze voortkomen uit manie, schizofrenie, dementie of veroorzaakt worden door acute vergiftiging met een middel als amfetamine.

Antipsychotica beïnvloeden de manier waarop informatie tussen de hersencellen wordt uitgewisseld. De hersenen van een volwassene bestaan uit meer dan 10 miljard cellen, die ‘neuronen' worden genoemd. Elk neuron in de hersenen heeft een enkele lange vezel, ‘axon' genoemd, waarlangs de informatie naar de andere neuronen wordt verstuurd. Net als draden die in een enorm schakelbord zijn opgenomen, maakt een neuron contact met duizenden andere neuronen.

De informatie gaat als een elektrische impuls langs de axon van een cel. Wanneer de impuls het eind van de axon bereikt, wordt er een kleine hoeveelheid van een specifieke chemische stof, een neurotransmitter, vrijgegeven om de informatie aan de volgende cel door te geven. Een receptor op de ontvangende cel merkt de neurotransmitter op, wat de ontvangende cel ertoe aanzet om een nieuw signaal te genereren.

Symptomen van psychose lijken te worden veroorzaakt door een te grote activiteit van de cellen die gevoelig zijn voor de neurotransmitters dopamine Handelsnaam
Dynatra
en serotonine. De werking van antipsychotica bestaat uit het blokkeren van receptoren, zodat de activiteit tussen de groepen cellen wordt getemperd.

Verschillende soorten antipsychotica blokkeren verschillende typen neurotransmitters. Alle werkzame antipsychotica die bekend zijn, blokkeren dopaminereceptoren. De nieuwe antipsychotica ( risperidon Handelsnaam
Risperdal
, olanzapine Handelsnaam
Zyprexa
, quetiapine Handelsnaam
Seroquel
, ziprasidon en clozapine Handelsnaam
Leponex
) zijn nog effectiever omdat ze ook serotoninereceptoren blokkeren. Ze lijken ook minder bijwerkingen te veroorzaken.

illustrative-material.sidebar 3

Wat is het maligne antipsychoticasyndroom?

Bij het maligne antipsychoticasyndroom, dat wordt veroorzaakt door het gebruik van bepaalde antipsychotica, reageert iemand nergens op. Het treedt op bij ongeveer 3% van de mensen die worden behandeld met antipsychotica, meestal tijdens de eerste paar weken van de behandeling. Het syndroom komt het meest voor bij mannen, die vanwege hun geagiteerde gedrag snel steeds grotere doses geneesmiddelen of hoge aanvangsdoses krijgen.

Tot de symptomen behoren spierstijfheid, hoge koorts, een snelle hartslag, snelle ademhaling, hoge bloeddruk en coma. Door beschadigde spieren wordt het eiwit myoglobine vrijgegeven, dat wordt uitgescheiden in de urine. Hierdoor kleurt de urine bruin (myoglobinurie). Myoglobinurie kan leiden tot beschadiging van de nieren of zelfs tot nierfalen.

Mensen met dit syndroom worden meestal opde intensivecareafdeling behandeld. Het gebruik van het antipsychoticum wordt stopgezet, de koorts wordt bestreden (meestal met ijs en natte doeken of met speciale koeldekens) en de patiënt krijgt een spierverslapper (zoals bromocriptine Handelsnaam
Parlodel
of dantroleen Handelsnaam
Dantrium
) toegediend. Myoglobinurie kan worden voorkomen door intraveneus natriumbicarbonaat toe te dienen, waardoor de urine alkalisch wordt. Het merendeel van de mensen met dit syndroom herstelt volledig; toch overlijdt bijna 30%. Na herstel kan tot 30% van de mensen het syndroom opnieuw krijgen als ze hetzelfde antipsychoticum krijgen toegediend.

TYPE

GENEESMIDDEL

ENKELE BIJWERKINGEN

OPMERKINGEN

oudere antipsychotica 

chloorpromazine Handelsnaam
Largactil

flufenazine Handelsnaam
Anatensol

haloperidol Handelsnaam
Haldol

perfenazine Handelsnaam
Trilafon

pimozide Handelsnaam
Orap

thioridazine Handelsnaam
Melleril
Melleretten

droge mond, onscherp zien, epileptische aanvallen, verhoogde hartslag, verlaagde bloeddruk, obstipatie, plotselinge, maar reversibele tremor en spierstijfheid die kan verergeren tot starheid, ongecontroleerde bewegingen van het gezicht en de armen (tardieve dyskinesie), koorts en spierbeschadiging (maligne antipsychoticasyndroom)

Bijwerkingen zijn waarschijnlijker bij ouderen en bij mensen met een verminderd evenwichtsgevoel of met ernstige lichamelijke aandoeningen. Er zijn langwerkende vormen van haloperidol Handelsnaam
Haldol
en perfenazine Handelsnaam
Trilafon
beschikbaar die kunnen worden geïnjecteerd.

Het wordt aangeraden bij gebruik van thioridazine Handelsnaam
Melleril
Melleretten
ogen en hart regelmatig te laten controleren.

nieuwere antipsychotica 

aripiprazol

clozapine Handelsnaam
Leponex

olanzapine Handelsnaam
Zyprexa

risperidon Handelsnaam
Risperdal

Sufheid en (soms aanzienlijke) gewichtstoename zijn de meest voorkomende bijwerkingen. Soms verhoogd risico van het ontwikkelen van diabetes mellitus type 2 en van hoge triglyceridenspiegels in het bloed. Spiertremor, ongecontroleerde bewegingen van het gezicht en de armen (tardieve dyskinesie) en spierbeschadiging zijn mogelijk, maar komen minder vaak voor dan bij de oudere antipsychotica.

Bij de nieuwe antipsychotica is er minder kans op ontstaan van tremoren, spierstijfheid, ongecontroleerde bewegingen, koorts en spierbeschadiging.

Clozapine Handelsnaam
Leponex
wordt veel minder gebruikt omdat het de aanmaak van het beenmerg kan onderdrukken, het aantal witte bloedcellen doet verminderen en epileptische aanvallen veroorzaakt. Het is echter effectief bij mensen die niet reageren op andere geneesmiddelen.

Clozapine Handelsnaam
Leponex
en olanzapine Handelsnaam
Zyprexa
geven de grootste kans op gewichtstoename; bij aripiprazol is de kans het kleinst.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Waanstoornis

Illustraties
Tabellen
Disclaimer