MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Malocclusie

Malocclusie is een afwijkende occlusie waarbij de bovenste en onderste gebitsbogen niet goed op elkaar aansluiten.

Onder occlusie wordt verstaan de stand van de elementen en de manier waarop de onderste en bovenste gebitsbogen op elkaar aansluiten. In het ideale geval vallen de boventanden iets over de ondertanden. Een goede uitlijning van de elementen voorkomt dat er buitensporig veel kracht op slechts een paar elementen wordt uitgeoefend en het houdt de lippen, de wangen en de tong weg van de bijtoppervlakken. Als de elementen slecht op elkaar aansluiten (niet goed op één lijn liggen) dan ontstaat hierdoor overmatige druk op sommige van de elementen, waardoor delen van de kroon kunnen afbreken of elementen los kunnen gaan zitten.

Oorzaken

Een veelvoorkomende oorzaak van malocclusie is een wanverhouding tussen de grootte van de kaak en die van de tanden en kiezen, of tussen de afmetingen van de boven- en onderkaak. Door deze verschillen kan het voorkomen dat er te veel gebitselementen op elkaar staan of dat er een afwijkende beet ontstaat. Een andere oorzaak is het verlies van een of meer gebitselementen. Wanneer een gebitselement verloren gaat, hebben de naastgelegen gebitselementen de neiging naar de beschikbare ruimte op te schuiven, waardoor ze niet meer goed op één lijn liggen. Minder algemeen voorkomende oorzaken van malocclusie zijn onder meer een verkeerd gezette kaakfractuur, duimzuigen na het vierde levensjaar, een tumor van de mond of kaak en een slechte pasvorm van kronen, vullingen of beugels. Bij malocclusie kan een erfelijke factor een rol spelen.

Symptomen en diagnose

Malocclusie veroorzaakt aanvankelijk doorgaans geen symptomen. Uiteindelijk kan het echter leiden tot het losraken of breken van niet goed staande gebitselementen door de spanning die hierop wordt uitgeoefend. Een ernstige malocclusie kan mogelijk ook spraakproblemen en problemen of ongemak bij het bijten of kauwen veroorzaken. Als een goede toegankelijkheid voor een juiste mondhygiëne door malocclusie wordt belemmerd, kan het risico van tandvleesaandoeningen en gaatjes hierdoor toenemen. Tijdens een tandheelkundig onderzoek kan malocclusie worden vastgesteld.

Preventie en behandeling

Na verlies of verwijdering van een of meer gebitselementen (bijvoorbeeld om plaats te maken voor andere blijvende tanden) kan met een beugel of andere orthodontische apparaten het opschuiven van de overige gebitselementen worden voorkomen. Zodra de gebitselementen goed staan en de beugel wordt verwijderd, moet er gewoonlijk nog 2 tot 3 jaar 's nachts een uitneembare beugel worden gedragen om de stand van de gebitselementen te handhaven.

Malocclusie kan op een aantal manieren worden gecorrigeerd. De stand van de gebitselementen kan worden gecorrigeerd door uitoefening van een continue lichte druk door orthodontische apparatuur, zoals een beugel (draden en elastiekjes die door slotjes lopen die met speciale lijm op de tanden worden geplakt) of een retainer (een uitneembare beugel waarbij draden worden gecombineerd met een plastic plaatje dat in het gehemelte past). In sommige gevallen met een geringe malocclusie kan de orthodontische behandeling plaatsvinden met nauwelijks zichtbare voorzieningen. Af en toe, wanneer een orthodontisch apparaat alleen niet afdoende is, kan een kaakoperatie noodzakelijk zijn. Andere methoden voor behandeling van malocclusie zijn het selectief afslijpen of met behulp van kronen of andere tandheelkundige restauraties ophogen van sommige gebitselementen.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Ingeklemde gebitselementen

Volgende: Periapicaal abces

Illustraties
Tabellen
Disclaimer