MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Gebroken, loszittende en uitgeslagen gebitselementen

Een kortdurende, stekende pijn tijdens het kauwen of tijdens het eten van iets kouds kan op een onvolledige tandbreuk wijzen. Zolang de breuk onvolledig is en er niets van het gebitselement is afgebroken, kan het probleem met een restauratie (vulling) worden verholpen.

De bovenste voortanden kunnen gemakkelijk beschadigd raken of breken. Als een gebitselement na een verwonding niet gevoelig is voor koude lucht, is waarschijnlijk alleen de harde buitenkant (het glazuur) beschadigd. Zelfs als er een stukje glazuur is afgebroken, is onmiddellijke behandeling niet nodig. Een breuk van de middelste tandlaag (het tandbeen) is meestal pijnlijk wanneer deze wordt blootgesteld aan lucht en voedsel en daarom wordt bij een dergelijke breuk meestal snel tandheelkundige hulp ingeroepen. Als de breuk ook door het binnenste gedeelte van het gebitselement (de pulpa) loopt, is er een rood vlekje en vaak wat bloed zichtbaar in de breuk. Mogelijk is er een wortelkanaalbehandeling nodig om de resterende pulpa te verwijderen voordat deze afsterft en hevige pijn veroorzaakt.

Als een gebitselement door een verwonding los in de kas komt te staan of als het tandvlees eromheen hevig bloedt, moet onmiddellijk tandheelkundige hulp worden gezocht. Een beschadigde melktand vóór in de mond kan – als de tand erg los zit – worden verwijderd om beschadiging van het blijvende gebit te voorkomen zonder dat hierdoor ruimte verloren gaat voor de gebitselementen die nog moeten doorkomen.

Een uitgeslagen melktand (tandavulsie) mag niet opnieuw worden geïmplanteerd om te voorkomen dat hierdoor de tandaanleg van de blijvende tand wordt beschadigd. Bij een uitgeslagen blijvende tand is onmiddellijke behandeling noodzakelijk. Het gebitselement moet worden schoongespoeld en in de tandkas worden teruggeplaatst. Als dat niet mogelijk is, moet het gebitselement in een glas melk worden gelegd (in melk blijft het gebitselement een tijdje goed). In ieder geval moeten de patiënt en het gebitselement zo spoedig mogelijk naar de dichtstbijzijnde tandarts worden gebracht.

Als het gebitselement binnen 30 minuten wordt gereïmplanteerd, is de kans groot dat deze weer vastgroeit. Hoe langer het gebitselement uit de tandkas is, des te slechter zijn de vooruitzichten. Meestal wordt het gebitselement gedurende 7 tot 10 dagen aan de naastgelegen gebitselementen bevestigd. Bij gereïmplanteerde gebitselementen moet uiteindelijk een wortelkanaalbehandeling worden uitgevoerd. Als het bot rondom het gebitselement ook gebroken is, moet het gebitselement mogelijk gedurende 6 weken worden gespalkt.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Kaakfractuur

Illustraties
Tabellen
Disclaimer