MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Keel en slokdarm
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Keel en slokdarm

De keel (farynx) ligt achter en onder de mond. Wanneer voedsel en vloeistoffen de mond verlaten, passeren ze de keel. Het doorslikken van voedsel en vloeistoffen begint willekeurig en verloopt verder automatisch. Een klein gespierd klepje (‘epiglottis' of ‘strotklepje' genaamd) voorkomt door te sluiten dat voedsel en vloeistoffen via de luchtpijp (trachea) naar de longen gaan. Het achterste deel van de bovenkant van de mondholte, het zachte gehemelte, gaat omhoog zodat voedsel en vloeistoffen niet in de neusholte terechtkomen.

De slokdarm, een dunwandige, gespierde, met slijmvliezen beklede buis, verbindt de keel met de maag. Voedsel en vloeistoffen worden niet door zwaartekracht door de slokdarm gedreven, maar door de peristaltiek: ritmische golven van spiercontractie en ‑ontspanning. Aan beide uiteinden van de slokdarm bevinden zich ringvormige sluitspieren (de bovenste en onderste sfincters van de slokdarm) die zich kunnen openen en sluiten. Gewoonlijk voorkomen de slokdarmsfincters dat de maaginhoud naar de slokdarm of de keel terugvloeit.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Galblaas en galwegen

Volgende: Lever

Illustraties
Tabellen
Disclaimer