MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Galblaas en galwegen
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Galblaas en galwegen

De gal verlaat de lever door de linker en rechter galafvoergang (zie Biologie van de lever en galblaas: Galblaas en galwegen), die zich verenigen tot de gemeenschappelijke leverbuis (ductus hepaticus communis). Deze verenigt zich met een afvoergang afkomstig van de galblaas, de galblaasbuis of ductus cysticus. Beide afvoergangen vormen samen de galbuis (ductus choledochus of ductus biliaris). De afvoergang van de alvleesklier (ductus pancreaticus) mondt uit in de galbuis op de plaats waar deze via de sfincter van Oddi uitkomt in de twaalfvingerige darm: de papil van Vater.

Tussen de maaltijden worden galzouten in de galblaas opgeslagen en stroomt slechts een geringe hoeveelheid gal in de darm. Zodra er voedsel in de twaalfvingerige darm terechtkomt, wordt een reeks hormonale prikkels en zenuwprikkels afgegeven die de galblaas doen samentrekken. Het gevolg is dat gal in de twaalfvingerige darm stroomt en zich met het daar aanwezige voedsel mengt.

De gal heeft twee belangrijke functies. Gal bevordert de vertering en opname van vetten, maar is ook verantwoordelijk voor de verwijdering van bepaalde afvalproducten uit het lichaam, in het bijzonder hemoglobine uit beschadigde rode bloedcellen en overtollig cholesterol. Gal is in het bijzonder verantwoordelijk voor de volgende taken:

  • galzouten verhogen de oplosbaarheid van cholesterol, vetten en vetoplosbare vitaminen en dragen zo bij aan de opname hiervan;
  • galzouten stimuleren de afscheiding van water door de dikke darm om het transport van de darminhoud te bevorderen;
  • bilirubine (de belangrijkste galkleurstof) wordt in gal uitgescheiden als een afvalproduct uit beschadigde rode bloedcellen en geeft de ontlasting een groenbruine kleur;
  • geneesmiddelen en andere afvalproducten worden in de gal uitgescheiden en later uit het lichaam verwijderd;
  • diverse eiwitten die een belangrijke rol spelen bij de opnamefunctie van gal worden in de gal uitgescheiden.

Galzouten worden door het laatste deel van de dunne darm opnieuw opgenomen, vervolgens door de lever verwijderd en opnieuw in de gal uitgescheiden. Deze recirculatie van galzouten staat bekend als de ‘enterohepatische kringloop'. De totale hoeveelheid in het lichaam aanwezige galzouten circuleert tien- tot twaalfmaal per dag. Tijdens elke kringloop komen kleine hoeveelheden galzouten in de dikke darm terecht, waar ze door bacteriën tot diverse bestanddelen worden afgebroken. Sommige bestanddelen worden weer opnieuw opgenomen, de rest wordt met de ontlasting uitgescheiden.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Endeldarm en anus

Volgende: Keel en slokdarm

Illustraties
Tabellen
Disclaimer