MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Gastro-oesofageale reflux

Bij gastro-oesofageale reflux vloeien maagzuur en enzymen vanuit de maag terug in de slokdarm, waardoor ontstekingen en pijn in de slokdarm worden veroorzaakt.

De bekleding van de maag beschermt deze tegen de effecten van het daar aanwezige maagzuur. Omdat in de slokdarm een dergelijke beschermlaag ontbreekt, veroorzaken terugvloeiend maagzuur en enzymen vaak symptomen en in sommige gevallen beschadigingen.

Zuur en enzymen stromen terug wanneer de onderste slokdarmsfincter, de ringvormige spier die normaal gesproken voorkomt dat de maaginhoud in de slokdarm terugvloeit, niet goed functioneert. Wanneer iemand staat of zit, voorkomt de zwaartekracht dat de maaginhoud in de slokdarm terugvloeit. Dit verklaart waarom de reflux kan verergeren wanneer iemand gaat liggen. Roken en bepaalde voedingsmiddelen (zoals chocolade) verstoren de werking van deze sluitspier, waardoor het risico van reflux toeneemt. De kans op reflux is ook groter kort na de maaltijd, wanneer de maaginhoud groter en zuurder is. Ook alcohol en koffie stimuleren de productie van maagzuur. Reflux kan tevens worden verergerd door een vertraagde maaglediging (bijvoorbeeld vanwege diabetes of gebruik van opioïden).

Symptomen en complicaties

Brandend maagzuur (een brandende pijn achter het borstbeen) is het duidelijkste symptoom van gastro-oesofageale reflux. Soms breidt de pijn zich zelfs uit naar de hals, de keel en het gezicht. Brandend maagzuur kan gepaard gaan met regurgitatie, waarbij de maaginhoud tot in de mond wordt opgerispt.

Ontsteking van de slokdarm (oesofagitis) kan bloedingen veroorzaken die meestal licht van aard zijn, maar ook uitgebreid kunnen zijn. Het bloed kan worden uitgebraakt of kan het spijsverteringskanaal passeren, waardoor donkere, teerachtige ontlasting (melaena) of helderrood bloed wordt uitgescheiden, als de bloeding hevig genoeg is.

Ulcus pepticum oesophagi, open zweren op de bekleding van de slokdarm, kunnen het gevolg zijn van herhaalde reflux. Ze kunnen pijn veroorzaken die meestal achter of vlak onder het borstbeen optreedt en wat de locatie betreft op brandend maagzuur lijkt.

Vernauwing (strictuur) van de slokdarm door reflux maakt het doorslikken van vast voedsel steeds moeilijker. Vernauwing van de luchtwegen kan kortademigheid en wheezing (een fluitende ademhaling) veroorzaken. Andere symptomen van gastro-oesofageale reflux zijn pijn op de borst, keelpijn, heesheid, zure oprisping, het gevoel een brok in de keel te hebben (globusgevoel) en ontsteking van de neusbijholten (sinusitis).

Als gevolg van langdurige irritatie van het onderste deel van de slokdarm door herhaalde reflux kunnen de cellen van de slokdarmbekleding veranderen (wat resulteert in een aandoening met de naam ‘Barrett-slokdarm'). Ook bij afwezigheid van symptomen kunnen veranderingen optreden. Deze afwijkende cellen kunnen in zeldzame gevallen uitgroeien tot kankercellen.

Diagnose

De symptomen geven een aanwijzing voor de diagnose en de behandeling kan worden gestart zonder uitgebreid diagnostisch onderzoek. Specifiek onderzoek wordt meestal gereserveerd voor situaties waarin de diagnose onduidelijk is of met de behandeling de symptomen niet onder controle kunnen worden gehouden. Onderzoek van de slokdarm met behulp van een endoscoop (een buigzame kijkbuis), röntgenonderzoek, drukmetingen (manometrie) van de onderste slokdarmsfincter en oesofageale metingen van de zuurgraad (pH) zijn soms nodig om de diagnose te bevestigen en op complicaties te controleren.

Als de arts vaststelt dat de patiënt oesofagitis of Barrett-slokdarm heeft, kan deze diagnose door endoscopie worden bevestigd. Endoscopie helpt tevens om slokdarmkanker uit te sluiten. Als iemand bariumpap inneemt en schuin wordt neergelegd, met de voeten hoger dan het hoofd, kan röntgenonderzoek reflux van de barium vanuit de maag naar de slokdarm aantonen. De arts kan op de buik drukken om het optreden van reflux te stimuleren. Röntgenonderzoek na inname van barium kan ook slokdarmzweren en vernauwing van de slokdarm aan het licht brengen.

Drukmetingen bij de onderste slokdarmsfincter kunnen de kracht van de sfincter controleren en een normaal functionerende van een slecht functionerende sfincter onderscheiden. De informatie die dit onderzoek oplevert, helpt de arts om vast te stellen of een operatie de juiste behandeling is.

Sommige artsen zijn van mening dat voor gastro-oesofageale reflux het beste onderzoek een oesofageale pH-meting is. Bij dit onderzoek wordt een dunne buigzame buis met aan het uiteinde een sensorsonde via de neus in het onderste deel van de slokdarm ingebracht. Het andere uiteinde van deze buis is aangesloten op een monitor die de patiënt aan zijn riem draagt. De monitor registreert de zuurconcentratie in de slokdarm, meestal gedurende 24 uur. Met dit onderzoek wordt niet alleen bepaald hoeveel reflux er optreedt, maar wordt ook het verband tussen symptomen en reflux vastgesteld. Het onderzoek is bijzonder zinvol bij patiënten met symptomen die niet kenmerkend zijn voor reflux. De oesofageale pH-meting is nodig bij alle patiënten bij wie operatieve behandeling van de gastro-oesofageale reflux wordt overwogen.

Preventie en behandeling

Gastro-oesofageale reflux kan met verschillende maatregelen worden verlicht. Door het hoofdeinde van het bed 15 cm te verhogen, zal het zuur tijdens de slaap uit de slokdarm wegblijven. Specifieke voedingsmiddelen (bijvoorbeeld vet en chocolade) moeten worden vermeden, evenals roken en bepaalde geneesmiddelen (bijvoorbeeld anticholinergica, bepaalde antidepressiva, calciumantagonisten en nitraten) die de kans op lekken van de onderste slokdarmsfincter verhogen. De arts kan cholinergica voorschrijven (onder meer metoclopramide Handelsnaam
Primperan
) om de onderste slokdarmsfincter krachtiger te laten sluiten en de maaglediging te bevorderen. Koffie, alcohol en andere stoffen die de productie van maagzuur sterk stimuleren of die de maaglediging vertragen, moeten eveneens worden vermeden.

Veel van de geneesmiddelen tegen gastritis en peptische zweren helpen tevens om gastro-oesofageale reflux te voorkomen en te behandelen (zie Maagaandoeningen: Behandeling). Antacida voor het slapen gaan kunnen vaak baat hebben. Antacida kunnen meestal de pijn van ulcus pepticum oesophagi verlichten doordat ze de hoeveelheid zuur die de slokdarm bereikt, verminderen. Meestal zijn echter protonpompremmers, de sterkste geneesmiddelen voor vermindering van de productie van maagzuur, de effectiefste behandeling bij gastro-oesofageale reflux, aangezien zelfs een kleine hoeveelheid zuur reeds significante symptomen kan veroorzaken. Voor genezing zijn geneesmiddelen nodig die gedurende vier tot twaalf weken het maagzuur beperken. De zweren genezen slechts langzaam en kunnen terugkomen. Wanneer ze chronisch en ernstig zijn, kunnen ze na het genezingsproces een vernauwde slokdarm achterlaten.

Vernauwing van de slokdarm wordt behandeld met geneesmiddelen en herhaalde dilatatie, met behulp van een ballon of van steeds grotere dilatatoren (bougies). Als de dilatatie succes heeft, zal de vernauwing geen ernstige beperkingen opleggen met betrekking tot voedingsmiddelen.

Barrett-slokdarm kan al dan niet verdwijnen wanneer een behandeling de symptomen verlicht. Daarom wordt mensen met Barrett-slokdarm gevraagd elke 2 tot 3 jaar een endoscopisch onderzoek te laten verrichten om te controleren of de aandoening niet overgaat in kanker.

Operatief ingrijpen is een mogelijkheid voor patiënten bij wie de symptomen niet reageren op behandeling met geneesmiddelen of voor patiënten met oesofagitis die ook aanhoudt nadat de symptomen zijn verlicht. Daarnaast kan een operatie de voorkeur genieten bij mensen die het geen prettig idee vinden om jarenlang geneesmiddelen te moeten gebruiken. Met een laparoscoop kan dan een minimaal invasieve ingreep worden uitgevoerd. Bij 20 tot 30% van de patiënten die deze procedure ondergaan, treden echter bijwerkingen op. Hierbij betreft het meestal problemen bij het slikken en een opgeblazen of onaangenaam gevoel in de buik na het eten.

illustrative-material.sidebar 3

Syndroom van Zollinger-Ellison: een zuurgenererende vorm van kanker

Bij het syndroom van Zollinger-Ellison produceert de maag te veel zuur. Bij dit syndroom produceert een kwaadaardige (maligne) tumor, meestal in de alvleesklier, gastrine. Gastrine is een hormoon dat de maag aanzet tot de productie van grote hoeveelheden zuur. Patiënten met het syndroom van Zollinger-Ellison ontwikkelen bijna altijd een groot aantal ulcera die ondanks specifieke behandeling terugkeren.

Patiënten met deze ziekte hebben doorgaans een verhoogde gastrineconcentratie in het bloed. Bij onderzoek wordt een hormoon met de naam ‘secretine' toegediend. Bij patiënten met het syndroom van Zollinger-Ellison neemt de gastrineconcentratie in het bloed sterk toe wanneer secretine in een ader wordt geïnjecteerd. Daarnaast kan onderzoek ook een verhoogde productie van maagzuur aan het licht brengen. Om de tumor te lokaliseren, kan een aantal onderzoeken worden uitgevoerd, waaronder computertomografie (CT), echografie en scintigrafie.

Protonpompremmers helpen om de overmatige productie van maagzuur tegen te gaan. Een operatie om de tumor te verwijderen kan tot genezing leiden. Zelfs als een operatie niet tot genezing leidt, kan de tumor door de ingreep slinken, waardoor de door de maag geproduceerde hoeveelheid zuur afneemt en plaatselijke complicaties worden voorkomen, zoals een darmafsluiting. Bestraling en chemotherapie helpen niet.

soort

geneesmiddel

bijwerkingen (selectie)

opmerkingen

maagzuurremmers 

aluminiumhydroxide

calciumcarbonaat Handelsnaam
Calci chew
Cacit

magnesiumhydroxide Handelsnaam
Magnesiumhydroxide

natriumcarbonaat

misselijkheid, hoofdpijn, zwakte, verminderde eetlust, obstipatie, (aluminiumhydroxide) of diarree ( magnesiumhydroxide Handelsnaam
Magnesiumhydroxide
)

voornamelijk gebruikt om symptomen te verlichten, niet om te genezen

H2-receptorantagonisten 

cimetidine Handelsnaam
Tagamet

famotidine Handelsnaam
Pepcid
Pepcidin

nizatidine Handelsnaam
Axid

ranitidine Handelsnaam
Zantac

huiduitslag, koorts, spierpijn, kan bij mannen borstvergroting en erectiele disfunctie veroorzaken, kan de uitscheiding verstoren van bepaalde geneesmiddelen ( cimetidine Handelsnaam
Tagamet
), verwardheid ( cimetidine Handelsnaam
Tagamet
, ranitidine Handelsnaam
Zantac
)

de dagelijks dosis wordt 's avonds of voor het naar bed gaan ingenomen; 's morgens ingenomen doses zijn minder effectief

protonpompremmers 

esomeprazol

lansoprazol Handelsnaam
Prezal

omeprazol Handelsnaam
Losec

pantoprazol Handelsnaam
Pantozol
Pantopac

rabeprazol Handelsnaam
Pariet

diarree, obstipatie, hoofdpijn

meestal goed verdragen, effectiefste middelen tegen maagzuur

antibiotica 

amoxicilline Handelsnaam
Amoxicilline
Clamoxyl
Flemoxin

claritromycine Handelsnaam
Klacid

metronidazol Handelsnaam
Flagyl
Elyzol
Metrogel
Rozex

tetracycline Handelsnaam
Tetracycline

diarree ( amoxicilline Handelsnaam
Amoxicilline
Clamoxyl
Flemoxin
, claritromycine Handelsnaam
Klacid
, tetracycline Handelsnaam
Tetracycline
), veranderde smaak, misselijkheid

effectief bij de behandeling van peptische ulcera veroorzaakt door infectie met Helicobacter pylori

diversen 

bismutsubsalicylaat

misoprostol Handelsnaam
Cytotec

sucralfaat Handelsnaam
Ulcogant

diarree (bismutsubsalicylaat, misoprostol Handelsnaam
Cytotec
), donkere tong en ontlasting (bismutsubsalicylaat), spontane abortus ( misoprostol Handelsnaam
Cytotec
), obstipatie (bismutsubsalicylaat), effectiviteit van andere geneesmiddelen kan afnemen ( sucralfaat Handelsnaam
Ulcogant
)

bismutsubsalicylaat wordt in combinatie met antibiotica gebruikt om infectie met Helicobacter pylori te genezen

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Gastritis

Volgende: Peptische zweer

Illustraties
Tabellen
Disclaimer