MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Introductie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Introductie

De anus is de opening aan het eind van het spijsverteringskanaal waar de ontlasting het lichaam verlaat. De endeldarm (het rectum) is het deel van het spijsverteringskanaal vóór de anus, waar de ontlasting wordt opgeslagen voordat deze het lichaam via de anus verlaat.

De anus bestaat gedeeltelijk uit de oppervlakteweefsels van het lichaam (waaronder de huid) en gedeeltelijk uit de darm. Het slijmvlies dat de endeldarm (het rectum) bekleedt, bestaat uit glanzend oranjebruin weefsel met slijmproducerende klieren en verschilt in feite weinig van de rest van het darmslijmvlies. Het slijmvlies van het rectum is relatief ongevoelig voor pijn, maar de zenuwen van de anus en de naburige uitwendige huid zijn buitengewoon pijngevoelig.

De bloedvaten van het rectum en de anus komen uit op de poortader, die naar de lever leidt, en vervolgens op de algemene bloedsomloop. De lymfevaten van het rectum monden uit in lymfeklieren in de onderbuik; die van de anus in de lymfeklieren in de lies.

Een kringspier (anale sfincter) houdt de anus gesloten. Deze sfincter wordt onbewust gecontroleerd door het autonome zenuwstelsel (zie Biologie van het zenuwstelsel: Perifere zenuwen). Het onderste deel van de sfincter kan echter bewust worden ontspannen of samengetrokken.

Om aandoeningen van de anus en het rectum te diagnosticeren, moet eerst de huid rond de anus op afwijkingen worden gecontroleerd. De arts onderzoekt het rectum met een gehandschoende vinger. Bij vrouwen wordt dit vaak gecombineerd met een onderzoek van de vagina.

Vervolgens worden de anus en het rectum geïnspecteerd met behulp van een stugge kijkbuis van 10 tot 25 cm lang (anoscoop of proctoscoop). Vervolgens kan een langere, flexibele buis (sigmoïdoscoop) (zie Symptomen en diagnose van spijsverteringsstoornissen: Endoscopie) worden ingebracht, zodat de arts maar liefst 60 cm (of meer) van de dikke darm kan inspecteren. Anoscopie of sigmoïdoscopie veroorzaakt over het algemeen wel ongemak, maar geen pijn. Als het gebied in of rond de anus door een aandoening echter pijnlijk blijkt te zijn, wordt een plaatselijke, uitgebreidere of zelfs algehele verdoving toegediend voordat het onderzoek wordt voortgezet. Soms wordt voorafgaand aan sigmoïdoscopie een reinigend klysma toegediend om de ontlasting uit het onderste deel van de dikke darm te verwijderen. Tijdens sigmoïdoscopie kunnen weefsel- en ontlastingsmonsters worden verkregen voor microscopisch onderzoek of een kweek. Röntgenonderzoek na een klysma met bariumpap behoort ook tot de mogelijkheden.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Volgende: Aambeien

Illustraties
Tabellen
Disclaimer