MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Beeldvormend onderzoek

Bij echografie worden met behulp van geluidsgolven afbeeldingen verkregen van de lever, galblaas en galwegen. Dit onderzoek is geschikter voor het opsporen van structurele afwijkingen als tumoren dan van diffuse afwijkingen als cirrose (ernstige littekenvorming van de lever) of leververvetting (overmaat aan vet in de lever). Het is de goedkoopste en veiligste techniek om een beeld te krijgen van de galblaas en de galwegen.

Met behulp van echografie kan de arts gemakkelijk galstenen in de galblaas opsporen. Op een echogram van de buik kan eenvoudig onderscheid worden gemaakt tussen geelzucht (een gelige verkleuring van de huid en het oogwit) veroorzaakt door een galwegobstructie en geelzucht veroorzaakt door een functiestoornis van de levercellen. Bij een galwegobstructie zijn de galwegen verwijd (gedilateerd). Met behulp van een bepaalde vorm van echografie, aangeduid als ‘vasculaire dopplerechografie', kan de bloedstroom in de bloedvaten van de lever zichtbaar worden gemaakt. Onder geleide van echografie kan de arts een naald inbrengen om bij een biopsie een weefselmonster af te nemen.

Bij scintigrafie wordt een radioactief gemerkte stof in het lichaam ingespoten, die vervolgens door een bepaald orgaan wordt opgenomen. De radioactieve straling wordt opgevangen door een scintillatiecamera die boven de bovenbuik wordt geplaatst en die in verbinding staat met een computer die er een afbeelding van maakt. Leverscintigrafie is een vorm van nucleair geneeskundig onderzoek waarbij een radioactieve stof wordt opgenomen door de levercellen. Bij cholescintigrafie (galwegscintigrafie), een andere vorm van nucleair geneeskundig onderzoek, volgt men de verplaatsing van een radioactieve stof door de galwegen, nadat deze door de lever is uitgescheiden. Met behulp van deze techniek kan een afsluiting van de galblaasbuis worden vastgesteld, die een acute ontsteking van de galblaas tot gevolg heeft (cholecystitis) (zie Galblaasaandoeningen: Cholecystitis).

Met behulp van computertomografie (CT) kunnen uitstekende afbeeldingen van de lever worden gemaakt. Deze techniek is bij uitstek geschikt om tumoren op te sporen. Computertomografie kan ook worden gebruikt voor het opsporen van diffuse aandoeningen, zoals leververvetting (overmaat aan vet in de lever), ophopingen van pus (abcessen) en abnormaal dicht leverweefsel door ijzerstapeling (hemochromatose). Omdat bij CT röntgenstralen worden gebruikt (die schadelijk kunnen zijn) en deze techniek duurder is dan echografie, wordt CT niet algemeen toegepast, ook al kan daarmee vaak meer informatie over de lever worden verkregen.

Magnetische kernspinresonantie (magnetic resonance imaging, MRI) levert afbeeldingen op die vergelijkbaar zijn met CT-scans. Deze techniek heeft in vergelijking met CT het voordeel dat de patiënt niet aan röntgenstralen wordt blootgesteld. MRI is daarentegen duurder dan CT en kost meer tijd dan andere beeldvormende technieken. MRI wordt vooral gebruikt voor het afbeelden van de galwegen en wordt dan ‘magnetischeresonantiecholangiopancreatografie' (MRCP) genoemd. Door de goede kwaliteit van de afbeeldingen kan verder invasief onderzoek mogelijk achterwege blijven. Bij MRCP wordt een contrastvloeistof rechtstreeks in de afvoerbuizen van respectievelijk de galblaas en de alvleesklier geïnjecteerd.

Bij arteriografie van de lever wordt een contrastmiddel (dat op röntgenfoto's zichtbaar is) in de leverslagader geïnjecteerd. Op de röntgenfoto's is vervolgens de leverslagader met zijn vertakkingen zichtbaar. Arteriografie van de lever is vooral zinvol bij het onderzoek en soms bij de behandeling van een vorm van leverkanker die ‘hepatoom' wordt genoemd (een tumor die in de levercellen begint (zie Tumoren van de lever: Introductie)).

illustrative-material.sidebar 1

Leverfunctietests

De leverfuncties worden met behulp van bloedmonsters bepaald. Bij de meeste leverfunctietests worden de concentraties van enzymen of van andere stoffen in het bloed gemeten om leverproblemen op te sporen. Bij één bepaalde test wordt gemeten hoe lang de bloedstolling duurt. Hogere waarden dan normaal kunnen wijzen op ontsteking of beschadiging van de lever.

  • alanineaminotransferase (ALAT)
  • albumine
  • alkalische fosfatase
  • alfa-foetoproteïne
  • aspartaataminotransferase (ASAT)
  • bilirubine
  • gamma-glutamyltranspeptidase
  • lactaatdehydrogenase
  • mitochondriale antilichamen
  • 5'-nucleotidase
  • protrombinetijd

Endoscopische retrograde cholangiopancreatografie (ERCP) is een onderzoek waarbij een endoscoop (een flexibele kijkbuis) via de mond en slokdarm door de maag in de twaalfvingerige darm (het eerste deel van de dunne darm) wordt ingebracht. Vervolgens wordt een dun buisje via de endoscoop tot in de galwegen opgeschoven. Daarna wordt een contrastmiddel in de galwegen geïnjecteerd en worden röntgenfoto's van de galwegen en de afvoerbuis van de alvleesklier en zijn vertakkingen gemaakt. Bij 3 tot 5% van de patiënten leidt dit onderzoek tot een ontsteking van de alvleesklier (pancreatitis).

Bij percutane transhepatische cholangiografie wordt een lange naald door de huid in de lever ingebracht, waarna een contrastmiddel in een van de galafvoergangen van de lever wordt gespoten. Vaak brengt de arts de naald in onder geleide van echografie. Op de röntgenfoto's zijn de galwegen duidelijk zichtbaar, in het bijzonder een eventuele afsluiting in een galafvoergang.

Bij operatieve cholangiografie wordt een contrastmiddel tijdens een galblaasoperatie rechtstreeks in de galwegen gespoten. Op röntgenfoto's zijn de galwegen dan duidelijk zichtbaar.

Vaak zijn op gewone röntgenfoto's van de buik kalkhoudende galstenen al zichtbaar. Galstenen die geen kalk bevatten, zijn doorgaans niet zichtbaar.

illustrative-material.figure-short 1

Diagnostische beeldvormende technieken ter beoordeling van de galwegen

Diagnostische beeldvormende technieken ter beoordeling van de galwegen

Computertomografie (CT) en echografie zijn de meest toegepaste technieken om de galwegen te bekijken. Als aanvullend beeldvormend onderzoek nodig is, kunnen de volgende diagnostische technieken worden toegepast. Bij deze technieken wordt een contrastmiddel (een op röntgenfoto's zichtbare kleurstof) in de galwegen ingespoten, waarna röntgenfoto's worden gemaakt. Op deze manier kunnen afsluitingen en andere afwijkingen van de galwegen worden opgespoord.

Bij endoscopische retrograde cholangiopancreatografie (ERCP) wordt een contrastmiddel (een op röntgenfoto's zichtbare kleurstof) ingespoten via een endoscoop (een flexibele kijkbuis), die via de mond en maag in de twaalfvingerige darm (het eerste gedeelte van de dunne darm) wordt ingebracht. Het contrastmiddel wordt voorbij de sfincter van Oddi ingespoten en stroomt vervolgens de galwegen in.

Bij percutane transhepatische cholangiografie wordt een contrastmiddel door de huid heen rechtstreeks in een kleine galafvoergang in de lever gespoten. Het contrastmiddel stroomt vervolgens door de galwegen.

Bij operatieve cholangiografie wordt tijdens een galblaasoperatie een contrastmiddel rechtstreeks in de galwegen gespoten.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Introductie

Volgende: Leverbiopsie

Illustraties
Tabellen
Disclaimer