MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ
In dit onderwerp
Leverbiopsie
Naar boven

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Leverbiopsie

Een levermonster kan tijdens een kijkoperatie worden afgenomen, maar wordt vaker verkregen met behulp van een naald die door de huid in de lever wordt ingebracht. Vóór de ingreep, ‘percutane leverbiopsie' genaamd, wordt de patiënt plaatselijk verdoofd. Vaak wordt met behulp van echografie of CT de plaats bepaald van het aangetaste gebied waarvan een monster moet worden afgenomen. In de meeste ziekenhuizen wordt een leverbiopsie poliklinisch uitgevoerd.

Nadat het monster (het biopt) is afgenomen, blijft de patiënt 3 tot 4 uur in het ziekenhuis omdat er een kleine kans op complicaties bestaat, zoals een scheurtje in de lever. Als dat het geval is, kan er een bloeding in de buikholte ontstaan, met mogelijk shock als gevolg. Bovendien kan er gal in de buikholte lekken, wat tot buikvliesontsteking (peritonitis) kan leiden. Omdat tot 15 dagen na de biopsie een bloeding in de buikholte kan ontstaan, moet de patiënt gedurende deze periode binnen een afstand van een uur rijden van een ziekenhuis blijven. Deze complicaties kunnen ernstige problemen veroorzaken: 1 op de 10.000 patiënten overlijdt als gevolg van de ingreep. Lichte pijn in de rechter bovenbuik, soms uitstralend tot in de rechter schouder, is normaal na een leverbiopsie en wordt gewoonlijk met pijnstillers bestreden.

Bij een transveneuze leverbiopsie wordt in een ader in de hals een katheter ingebracht, die vervolgens via het hart tot in een van de leveraders wordt opgeschoven. De katheternaald wordt vervolgens door de aderwand in de lever ingebracht. Bij deze ingreep is de kans op leverbeschadiging kleiner dan bij een percutane leverbiopsie. Deze techniek is vooral zinvol bij mensen die snel bloeden, wat een complicatie van een ernstige leveraandoening is.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Beeldvormend onderzoek

Illustraties
Tabellen
Disclaimer