MERCK MANUAL MEDISCH HANDBOEK
Tips voor betere resultaten
ABCDEFGHI
JKLMNOPQR
STUVWXYZ

Sectie

Hoofdstuk

Onderwerp

Leververvetting

Leververvetting is een overmatige ophoping van een bepaald type vet (triglyceride) in de levercellen.

In de westerse landen zijn alcoholisme, sterk overgewicht, diabetes en verhoogde serumtriglyceridenspiegels de meest voorkomende oorzaken van leververvetting. Andere oorzaken zijn onder meer: ondervoeding, erfelijke stofwisselingsstoornissen (zoals glycogeenstapelingsziekten) (zie Spierdystrofie en verwante aandoeningen: Introductie en zie Erfelijke stofwisselingsziekten: Glycogeenstapelingsziekten) en geneesmiddelen (bijvoorbeeld corticosteroïden, tetracycline Handelsnaam
Tetracycline
en acetylsalicylzuur Handelsnaam
Acetylsalicylzuur
Aspirine
Aspro
). Het is niet bekend hoe deze ziekten of factoren vetophoping in levercellen veroorzaken. Zo leidt consumptie van vet voedsel op zich niet tot leververvetting. Eén mogelijke verklaring is dat deze ziekten of factoren de omzetting en uitscheiding van vet vertragen. De daaruit voortvloeiende ophoping van vet in het lichaam wordt volgens deze theorie in de levercellen opgeslagen.

illustrative-material.sidebar 2

Bekende oorzaken van leververvetting

  • vetzucht
  • diabetes mellitus
  • chemische stoffen en geneesmiddelen (zoals alcohol, corticosteroïden, tetracyclinen, valproaat, methotrexaat, tetrachloorkoolstof en gele fosfor)
  • ondervoeding en eiwitarme voeding
  • zwangerschap
  • vitamine-A-vergiftiging
  • bypassoperatie van de dunne darm
  • cystische fibrose (vaak in combinatie met ondervoeding)
  • erfelijke afwijkingen in de glycogeen-, galactose-, tyrosine- of homocysteïnestofwisseling
  • medium-chain-aryldehydrogenasedeficiëntie
  • cholesterasedeficiëntie (ziekte van Wolman)
  • fytaanzuurstapelingsziekte (ziekte van Refsum)
  • a-bètalipoproteïnemie
  • syndroom van Reye

Soms is de oorzaak van leververvetting niet duidelijk, vooral niet bij pasgeborenen, maar het betreft waarschijnlijk een afwijking in de mitochondriën van de levercellen.

Bij sommige mensen bij wie leververvetting niet het gevolg is van alcoholmisbruik of geneesmiddelen en giftige stoffen, maar samenhangt met overgewicht, diabetes mellitus en verhoogde serumtriglyceridenspiegels, leidt de aandoening tot littekenvorming (fibrose) en cirrose, mogelijk door een onderliggende ontsteking. Dit type leververvetting wordt soms ‘non-alcoholische steatohepatitis' genoemd.

Symptomen en diagnose

Leververvetting veroorzaakt meestal geen symptomen. In zeldzame gevallen kan de aandoening echter leiden tot geelzucht (een gelige verkleuring van de huid en het oogwit), misselijkheid, braken, pijn en een gevoelige buik.

Bij lichamelijk onderzoek bestaat het vermoeden van leververvetting als er een vergrote lever wordt geconstateerd zonder andere symptomen. Leverfunctietests worden uitgevoerd om een eventuele leverafwijking vast te stellen, zoals een ontsteking (zie Diagnostisch onderzoek bij lever‑ en galblaasaandoeningen:Beeldvormend onderzoekKader) waarvan soms sprake is bij een overmaat aan vet in de levercellen en die in verband kan worden gebracht met het ontstaan van cirrose bij non-alcoholische steatohepatitis. Een overmaat aan vet in de lever kan met behulp van echoscopie van de buik worden aangetoond. De diagnose kan worden bevestigd met een leverbiopsie, waarbij de arts een lange holle naald door de huid inbrengt en een klein stukje leverweefsel voor microscopisch onderzoek afneemt (zie Diagnostisch onderzoek bij lever‑ en galblaasaandoeningen: Leverbiopsie).

Prognose en behandeling

Een overmaat aan vet in de lever hoeft op zich geen ernstig probleem te zijn (het vet kan bijvoorbeeld verdwijnen als de patiënt geen alcohol meer drinkt), maar de onderliggende oorzaak kan dat wel zijn. Zo kan herhaaldelijke beschadiging van de lever door giftige stoffen als alcohol er uiteindelijk toe leiden dat leververvetting overgaat in cirrose (ernstige littekenvorming van de lever). De behandeling van leververvetting richt zich dan ook op het wegnemen of zo veel mogelijk beperken van de onderliggende oorzaak van de aandoening.

Laatste volledige inspectie/herziening februari 2003

Naar boven

Vorige: Cirrose

Volgende: Primaire biliaire cirrose

Illustraties
Tabellen
Disclaimer